Gezocht: predikanten
2011-11-11
Nijpend is de situatie nog niet, maar met een fors aantal emeriteringen voor de deur dreigt het predikantentekort in de Nederlands Gereformeerde Kerken de komende jaren flink toe te nemen. Een steviger werving voor het beroep van voorganger is dan ook wenselijk, een roepingenzondag geen gek idee. - Jaargang 55
- nummer 22
Vergeleken met de Christelijke Gereformeerde Kerken, de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) en zeker de Protestantse Kerk in Nederland valt het predikantentekort in de NGK alleszins mee. Maar een tekort is er wel.
Het Informatieboekje 2011 vermeldt achttien vacatures in de 91 gemeenten die de NGK telt. Het aantal vacante gemeenten dat ook echt de financiële middelen heeft om een predikant aan te stellen, ligt lager, zo rond de twaalf.
Daartegenover telt de lijst beroepbare NGK-leden in hetzelfde Informatieboekje vijf namen: een van een kandidaat, die inmiddels een beroep heeft aangenomen, en vier van predikanten zonder gemeente. Van drie van hen is de beroepbaarheid recent beëindigd en van de laatste stopt de beroepbaarheid in het voorjaar van 2012. Oftewel: voor de invulling van de vacatures moeten NGK's het hebben van voorgangers die al ergens anders aan een gemeente verbonden zijn. En dat 'stuivertje wisselen' zal het tekort nooit oplossen.
Nu is het aantal van twaalf vacante gemeenten nog te overzien, maar wat de situatie zorgelijker maakt, is het groeiend aantal emeriteringen (kerktaal voor met pensioen gaan) in de komende jaren. Ruim 35 procent van de huidige NGK-predikanten is 55 jaar of ouder. Concreet betekent dit dat er de komende tien jaar bijna dertig predikanten afzwaaien.
Er bestaat een redelijke kans dat het Pensioenfonds Zorg en Welzijn, waar de predikanten onder vallen, de komende jaren de emeriteringsleeftijd besluit te verhogen, eerst naar 66 en later naar 67 jaar. Maar dat smeert het probleem hoogstens over wat meer jaren uit; een oplossing is het niet.
Het aantal nieuwe predikanten dat bij de Nederlands Gereformeerde Predikantenopleiding (NGP) wordt klaargestoomd, is op dit moment ontoereikend om het groeiend aantal emeriteringen te compenseren. Momenteel studeren er zo'n twintig studenten aan de NGP, waarvan echter niet iedereen het predikantsvak zal kiezen. Deze studenten kunnen wellicht de huidige vacante posities invullen, maar niet het extra tekort dat ontstaat door de emeriteringen.
De jaarlijkse instroom is wel bemoedigend. De afgelopen drie studiejaren meldden zich vier (2008), drie (2009) en vijf (2010) studenten aan. Dit jaar kwamen er zelfs zes aanmeldingen binnen, waarvan echter drie parttimers die nog niet volop aan de NGP mee gaan doen.
De NGP is blij met deze groei, maar als je in het oog houdt dat niet iedere student dominee wordt, zijn ook deze aantallen niet toereikend genoeg. Bovendien is het lastig in te schatten of er werkelijk sprake is van een stijgende lijn. De kabinetsmaatregelen om het volgen van een tweede studie te ontmoedigen, kunnen negatief uitpakken voor het aantal theologiestudenten (zie Opbouw nr. 17).
Het komt eraan
Op de 'werkvloer' wordt nog weinig waargenomen van het predikantentekort. Diverse vacante gemeenten geven aan er niets van te merken in hun zoektocht naar een nieuwe voorganger. De meeste gemeenten zoeken naar predi- kanten met enkele jaren ervaring, en dan is het aanbod op dit moment nog redelijk groot.
Toch is het een onderwerp dat niet zomaar terzijde geschoven moet worden, denkt NGP-voorzitter Bram Wattèl. 'In onze kerken is het minder pregnant, maar het is absoluut aanwezig', zegt hij. 'Mijn indruk is dat de animo voor de studie theologie niet afneemt en ik ben niet pessimistisch over de instroom bij de NGP, maar er gaan wel heel veel predikanten weg. De komende jaren zal het tekort groter worden en die ontwikkeling mogen we niet verwaarlozen; het belang van goed gekwalificeerde predikanten is groot.' 'Het komt eraan', zegt ook Jaap Dekker, dominee in Enschede en docent aan de NGP.
Volgens Dekker is de instroom van theologiestudenten gewoon te laag geweest de afgelopen jaren, ondanks de positieve tekenen die er nu zijn. 'Alle opleidingen theologie hebben dat ervaren', zegt hij. 'Ik denk dat dat met verschillende oorzaken te maken heeft. De Commissie Predikantsprofiel noemde onlangs al dat de losmakingen in verschillende kerken bepaald niet wervend werken. Jongeren denken dan ook: wil ik dat wel? Ook heeft het beroep van dominee een imagoprobleem. De samenleving seculariseert, waardoor de predikant zijn gerespecteerde plaats inmiddels verloren heeft.' Het profiel van het predikantschap was de afgelopen jaren ook niet altijd even duidelijk, vindt Dekker. 'Soms leek het erop alsof een predikant zich overal mee bezig moet houden.
Gelukkig is er met het rapport van de Commissie Predikantsprofiel weer een duidelijke focus op prediking en pastoraat gekomen. Dat kan helpen. Een predikant moet weer meer predikant worden, een prediker van het evangelie. Dat is je core business.'
Roepingenzondag
Kant-en-klare oplossingen zijn er niet voor het tekort.
Voor de hand ligt dat de NGP de komende tijd flink in de schijnwerpers moet worden gezet, om de kweekvijver voor nieuwe predikanten zo vol mogelijk te krijgen. 'We hebben bij de NGP een grotere instroom nodig, zeker omdat niet alle uitstroom naar de preekstoel gaat', zegt Dekker.
De NGP staat bij veel gemeenten op het collecterooster, wat aanleiding zou kunnen zijn om ervoor te bidden en het aandacht te geven in de gemeente. 'Maar ik weet niet hoe vaak dat gebeurt', zegt Dekker. 'Daarom lijkt het me goed om ieder jaar een “roepingenzondag” te organiseren.
Ik heb dat gezien bij de protestanten in België en de katholieken doen het zelfs wereldwijd, om priesters te werven. Je hebt een kapstok nodig om de aandacht te vestigen om dit beroep. Zo'n roepingenzondag zou een tool kunnen zijn.' Volgens Dekker kan zo'n zondag naar het voorbeeld van de Micha Zondag of de Bijbelzondag van de NBG vormgegeven worden. 'Lastig is wel dat het aantal landelijk uitgeroepen themazondagen nu al zo groot, dat het allemaal wat te veel van het goede kan worden. Daar zou ook wel wat in gesnoeid mogen worden. Maar goed, vanuit de NGP zouden we materiaal kunnen aanleveren dat kerken kunnen gebruiken om bijvoorbeeld in de prediking toch een keer iets met dit thema te doen.' Bram Wattèl vindt het een prima idee. 'Mits het natuurlijk niet in de plaats komt van regelmatige aandacht in de dienst – al maak ik me wel eens zorgen of dat op dit moment veel gebeurt in onze kerken. Maar zo'n zondag is een goede manier om te voorkomen dat de opleiding achter de horizon wegzakt. Bovendien bereik je gemeenteleden toch vooral in de dienst, dus ook diegenen die wellicht denken aan een studie theologie.'
Verdere samenwerking tussen de verschillende theologische universiteiten (Apeldoorn, Kampen) zou ook stimulerend kunnen werken. Dat kan volgens Dekker en Wattèl de opleiding meer smoel geven. Ook op middelbare scholen, waar het beroep nadrukkelijker onder de aandacht gebracht zou kunnen worden. In het verlengde daarvan wijst Wattèl op het belang van de uitstraling van huidige predikanten. 'Zij hebben een voorbeeldfunctie. Hoe is iemand predikant? Dat is met name voor jongeren van belang denk ik. Als je uitstraalt dat het allemaal heel moeilijk en zwaar is, zal dat geen stimulans zijn om theologie te gaan studeren. Het is als die aansprekende leraar Engels, die je zo inspireert dat je Engels gaat studeren. Je moet dit aspect natuurlijk niet overtrekken, maar het speelt wel degelijk mee.'
Mobiliteit
Behalve het onder de aandacht brengen van het beroep van predikant, is er meer dat gedaan kan worden. 'Interessant is de vraag hoeveel kerkelijk werkers kunnen opvangen', stelt Wattèl. 'Je ziet dat er steeds meer kerkelijk werkers komen die bepaalde taken overnemen. Het is zeker niet dé oplossing, maar het kan het tekort wel minder pregnant maken.' Ook wijst de voorzitter op de mobiliteit van predikanten. Die is volgens hem momenteel niet bepaald groot. 'Predikanten hebben vaker een eigen huis en een werkende echtgenote en verhuizen liever niet voor hun kinderen. Daardoor hebben ze de neiging lang te blijven zitten in dezelfde gemeente. Ik denk dat het wenselijk is als ze maximaal zes tot acht jaar ergens blijven. Nominaal maakt dat natuurlijk niets uit voor het predikantentekort, maar het zou wel voor meer doorstroom zorgen en het zou het beroepingswerk levendiger maken. Bovendien kan het ook de situatie voor net afgestudeerde theologen vergemakkelijken.'
Bij de buren
Een andere ontwikkeling die in de toekomst uitkomst kan bieden, is de toenemende samenwerking met de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) en Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) (GKV). Wattèl: 'Mijn droom is dat de predikanten in de toekomst in alle drie de kerken beroepbaar kunnen zijn, dat kan een stimulans zijn.' Voor de CGK en GKV zou het niet onwelkom zijn, want ook die verbanden kampen met een predikantentekort. Groter dan in de NGK. De CGK meldt op haar website 55 vacante gemeenten, waarvan 22 wel 150 of minder leden hebben.
Daartegenover zijn er slechts zeven predikanten beroepbaar die geen eigen gemeente hebben. En ook de instroom op de Theologische Universiteit Apeldoorn valt de laatste jaren tegen.
'Het is zeker een thema', zegt emeritus-predikant Velema, werkzaam als secretaris van het deputaatschap Jaarboek.
'Dit was al eens tientallen jaren een probleem in onze kerken. In de jaren tachtig sloeg het echter om en was het zelfs de vraag of alle nieuwe predikanten wel een plekje konden krijgen. De laatste tien jaar gaat het duidelijk weer de andere kant op. De babyboomers gaan met emeritaat en de instroom is kleiner.' Binnen de GKV zijn 48 van de 277 gemeenten vacant, met nog eens twaalf vacatures voor tweede predikantsplaatsen.
Verder is 35 procent van de predikanten 55 jaar of ouder.
De komende vier jaar gaan er naar verwachting 34 predikanten met emeritaat, tegenover twintig nieuwkomers.
Over tien jaar zijn er zelfs honderd predikanten uit het huidige bestand met emeritaat gegaan.
'Het is in zekere zin zorgwekkend, maar in het verleden zijn in alle pieken en dalen oplossingen gevonden. Dat is de nuancering', zegt Ruurd Kooistra van het Steunpunt Kerkenwerk. 'Ik denk wel dat we kritischer moeten zijn in de discussies over de toekomst, gezien de vergrijzing en bijvoorbeeld ook het veranderende geefgedrag.' In de GKV wordt in elk geval actief gewerkt aan het verkleinen van het tekort, vertelt Kooistra. 'Vanuit de Theologische Universiteit Kampen wordt er voorlichting gegeven en geprobeerd jongeren te prikkelen voor het beroep.
Ook onderzoeken we het emeritaatsstelsel en professionaliseren we momenteel de arbeidsvoorwaarden voor kerkelijk werkers.' Kooistra ziet diverse kansen voor de toekomst. 'We zien dat er meer samenwerkingsverbanden komen met CGK en NGK, ook door afnemende ledenaantallen. Dat kan op dit gebied helpen. Ook is er een toename van kerkelijk werkers.
Gemeenten die normaal twee predikanten nodig hadden, kunnen het daardoor in de toekomst wellicht af met één.' Ook Velema vindt een nuancering van de wat sombere statistieken op zijn plaats. 'Ik verwacht niet dat de situatie de komende jaren direct verbeteren zal, maar er zit altijd een golfslag in het aantal predikanten. En bovendien: als je een te klein tekort hebt, is het te moeilijk voor predikanten om te verkassen. Dus “een beetje” tekort is niet erg. Als het de spuigaten maar niet uitloopt.'