van de zending

1981-07-03
  • Jaargang 25
  • nummer 26
We citeren een deel uit de rondschrijfbrief van Cees en Coby v. d. Ziel. Ze zijn afkomstig uit de gemeente van Utrecht en werken als Wycliffe Bijbel-vertalers in Suriname:

Als we zo lezen dat er voor ons gebeden en gegeven wordt, worden we altijd even stil, ook als we het giftenoverzicht van het Wycliffekantoor krijgen. Aan de ene kant zijn we heel blij en dankbaar, aan de andere kant voelen wij ons vaak beschaamd, omdat we het in ons gestelde vertrouwen vergelijken met de frustraties uit de praktijk. Dat is niet goed, maar je doet het toch onwillekeurig. Eén van die frustraties is het gevoel dat we tekort schieten t.a.v. de communicatie met het thuisfront, met u dus. Daartoe zal deze brief hopenlijk weer wat ten goede in veranderen.
Het tweede waarvoor we gebed vroegen was ons contact met Wulfred.
Hier is duidelijk vooruitgang te bespeuren. Wulfred is een innemende knul van 18 jaar, die in januari al aan bod is, ons als taalhelper te komen helpen. Hij zou Sf 10,- per dag verdienen, niet slecht, vergeleken' bij zijn vorige baas. Enfin, de eerste week kwam hij 'melden' dat hij voorlopig niet kon komen omdat hij zijn vader moest helpen bij het maken van een korjaal. Het ouderlijk gezag wil ik niet ondermijnen, dus zei ik 'iroepa man', het is goed. Vorige week zaterdag kwam hij echter met een flinke jaap in zijn duim bij ons.
We gingen meteen naar het ziekenhuis in Albina voor hechtingen. Een vriend uit Paramaribo ging ook mee. Het was voor Wulfred de eerste keer, het was dus wel een steuntje in de rug dat we meegingen.
Onderweg terug was hij vrij openhartig. .. zo zagen we een antwoord op gebed en een glimp van Gods werk in deze jongen.
Vanmiddag kwam hij voor het eerst sinds maanden weer luisteren naar de kerkdienst, die elke week gehouden wordt door een baptisten zendeling, samen met zijn zwager Ferdinand die geestelijk echt belangstellend is. Hem hoop ik ook bij ons werk te betrekken.
Van de week was ik met hem in een moeras in het bos wezen hengelen.
Omdat ik steeds vragen moet stellen als leerling, ontstaat er makkelijk een vriendschappelijke band. Maar ik moet ook oppassen, niet te overvragen, zodat men zich gemanipuleerd gaat voelen. De Karaiben zijn sinds de 16e eeuw van de blanken al superieur gedrag gewend en kruipen dan ook gauw in hun schulp. Wulfred is iets meer extravert dan de gemiddelde Karaïb zodat het werken met hem (dat na zijn verwonding door kon gaan) een echt genoegen voor mij is. Hij corrigeert me ook steeds. Wat doen we nu precies? We werken aan het verzamelen van de woordenschat, het leren spreken van de taal en aan analytische studie van de grammatica. Ook zijn we begonnen met het drukklaar maken van leesboekjes, d.w.z. het voorbereidende werk daarvoor, de lay-out doet iemand anders. Een projekt dat ons momenteel erg bezig houdt, is het verzorgen van een Karaibische navertelling van het paasverhaal naar Lucas 22, 23 en 24. Het is allereerst bedoeld ter motivatie, training en selectering van taalhelpers. Het lijkt ons essentieel, dat we van meet af aan een geest van samenwerking stimuleren.
Het is een hele toer om de navertelIers enthousiast te krijgen. Het gaat het best, als je er zelf vol van bent en als het onderwerp met hun dagelijks leven in verband gebracht kan worden. Zo had ik eerder niet veel moeite, mensen te vinden voor Lucas 5: 1-11 (de Karaiben zijn vissers). Voordat we met Lucas 22 zouden beginnen, was br. Alex met het maken van een korjaal bezig.
Ik vroeg, of ik zijn vijl mocht lenen om mijn kapmes te scherpen. Bij zijn huis, voordat we begonnen, zei ik: net als die houwer vàn mij wordt onze geest heel gauw stomp, laten we daarom God vragen, onze geest heel gauw te scherpen voor dit werk. Bij een volgende gelegenheid bewerkte hij de romp met een schaaf: ook een prachtig beeld voor het werk dat volgt op zo'n eerste navertelling. Het vraagt veel geduld, maar het eindresultaat geeft wel voldoening.
Zo willen we de gelovigen en allen die Gods woord wel willen horen 'the thril' geven, om in hun eigen taal over de machtige daden Gods te horen. Hoe eerder dit gebeurt, des te beter . . .
Hartelijk dank voor uw aandeel hierin.
Hartelijke groeten Col. 4: 2-6
In Hem verbonden,
Kees en Coby van der Ziel en kinderen

Uit de laatste brief van Ds. Wielenga citeren we:

Op Elandskop hebben we grond voor kerkbouw aangevraagd. Laten we bidden dat de moeizame procedure om d.e grond in handen te krijgen, bespoedigd wordt.
Op Khohwane hadden we 15 febr. jl. onze eerste doopdienst met aansluitend de viering van het Heilig Avondmaal. Laten we God danken voor de voortgang die het werk ook hier vindt.
Laten we God danken voor het weekend met de zondagschoolonderwijzeressen op de BijbelschooI.
Laten we voor hen bidden dat ze de kracht ontvangen om trouw vol te houden tot aan het einde van het seizoen. Het is zulk belangrijk werk dat ze doen. Ook op Elandskop zijn we met plannen bezig om op twee plaatsen zondagschooi te gaan geven. Bidt ook daar voor.
Laten we God bidden voor al het werk van de bijbelschool. Zo bereiken we veel jongens en meisjes, vrouwen (en geen mannen). Laten we God bidden, dat ze een instrument mag zijn in de handen van de Geest tot opbouw van de gemeenten van de Heere Jezus.
Laten we bidden voor de woensdagmeeting die mijn vrouw is gaan houden voor de vrouwen uit de Indiër-gemeente voor bijbel-onderricht en onderling kontakt. Laten we ook bidden voor de zondagschooi die mevr. Reitsema nu al jaren houdt voor de Indiër-kinderen en met veel zegen. Al is er nog zoveel zwakheid in deze kleine gemeenschap, laten we God danken dat tegen alle druk van de hindu en muslimgemeenschap in er toch geloof gevonden wordt en blijdschap in de Heer!
Laten we God danken dat de lang verbeide goedkeuring voor een kerkperceel op Esimosomeni er is!
Een geweldige blijde zaak.
"En dit is de vrijmoedigheid die wij tegenover Hem hebben, dat Hij indien wij iets bidden NAAR ZIJN WIL, ons verhoort. En indien wij weten dat Hij ons verhoort, wat wij ook bidden, weten we dat wij de beden verkregen hebben die we van Hem hebben gebeden".

w.g.
B. Wielenga

Spanjewerk
De volgende brief is aan alle raden van onze gemeenten gezonden: Het lijkt wel of de spanningen onder de mensen en tussen de volken in de Spaans-sprekende wereld de onrust en onvrede in de samenleving hebben vergroot. Men wil wat ánders, veranderingen, desnoods met dreiging en geweld. Dit is een tijd waarin nieuwe profeten en religies hun kans hebben. Indische godsdiensten bieden zich aan.
Kaalgeschorenen, in het geel geklede boeddhisten nodigen uit. Met Yoga wordt geadverteerd en duizenden ruilen het ene heidendom voor het andere. Politiek heeft Marx het voor het zeggen. Wie in verzet komen tegen de heersende maatschappelijke orde, of men geestelijke is of leek, binnen de roomse kerk of daarbuiten, het socialisme moet verbetering brengen.
De theologie van de bevrijding is een leidraad voor de omkering van de huidige verhoudingen in staat en maatschappij, zo nodig op gewelddadige wijze.
Dat de Here en het dienen van Hem ook met politiek te maken hebben, is onbekend. Dat de Bijbel gezag heeft over heel het mensenleven in al zijn onderdelen, zoals gezin met opvoeding en ouderlijk gezag, of staat met wetgeving en gehoorzaamheid én het betalen van belasting, valt buiten het gezichtsveld: Godsdienst is voor in de kerk, voor als je dood gaat.
In deze wereld verspreiden wij Bijbels en boeken en werken studiekringen met boekjes, zoals: "Qué es politica cristiana?", "Wat is christelijke politiek?", waarin. A. Janse in de dertiger jaren ons volk opscherpte ten aanzien van onze staatkundige roeping als christenen.
Dit boekje vindt geweldige aftrek en dringend hebben wij een herdruk nodig, want er is voortdurend vraag, maar de voorraad is op.
Een ander boekje dat veel gevraagd wordt is "La Palabra de Dios, Libro de Vida para este Tiempo", "Gods Woord, levensboek voor deze tijd". De schrijver laat zien hoe de Schrift duidelijk onderwijst inzake de economie van het land en van het gezin. De Schrift biedt wijsheid. die we slechts tot onze schade terzijde laten.
Onze commissie heeft met een groot aantal gemeenten contact voor deze Bijbel- en boekverspreiding.
En deze wordt met opzet zó geleid, dat vele studiekringen gevormd worden, waarin de Schriften worden onderzocht in verband met het in een boekje aangesneden onderwerp.
Onze latijns-amerikaanse en Spaanse broeders noemen dit ons "ministerio de literatura", vrij vertaald: onze ambtsbediening door middel van boeken.
U en wij mogen de Here prijzen en danken voor de zegen die Hij aan dit werk verleende. Een uitgebreide correspondentie met predikanten en lezers in Spanje en Amerika maakt melding van verdiept geloof, of verrijkt inzicht, en ook van een voor het eerst de Heiland hebben leren kennen.
Als wij u over de geldmiddelen rapporteren, broeders, gaat het om deze vrucht op het werk. Helpt u ons dit rapport voort te zetten en uit te breiden. Wij hadden gehoopt vorig jaar op f 195.000,-, want we moesten de herdruk van Calvijns Institutie bekostigen. De Here gaf ons f 145.000,-. Daarmee moesten we het doen. Er is nu nog f 43.000,- voor de herdruk te betalen en ons budget voor de Bijbel- en boekverspreiding vraagt dit jaar bovendien ongeveer f 140.000,-, dus f 183.000,- in totaal.
Wij zien op tot de Here. Of Hij middelen geven wil. Of Hij ons het voorrecht wil schenken Hem en de broederschap in Spanje en Latijns Amerika te dienen in dit werk.
Broeders, wil deze zaak in uw gebeden bij de Here brengen en wil ook de gemeenten opwekken om in de gezinnen voorbede te doen voor deze "ambtsbediening door literatuurverspreiding"

Met hartelijke broedergroet, namens de Spanje Commissie,

Ds. A. J. Moggré, voorzitter
F. J. Kerkhof, secretaris

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief