terloops

1981-07-17
  • Jaargang 25
  • nummer 27
Mattheüs 4: 1-11

(schets bijbelstudieweekends GLJC 1980)

1. De doop van de Here Jezus door Johannes de Doper (3 : 13-17) is voor de Here Jezus een hoogtepunt geweest. Aan het begin van Zijn loopbaan als lijdende knecht van God (Jesaja 52 : 13-53 : 12) wordt Jezus als het ware even boven dat lijden uitgetild en is er een stem uit de hemel: 'Deze is mijn geliefde Zoon in wie Ik een welbehagen heb'. Dit duurt echter niet lang, want direkt daarna wordt Jezus de woestijn in gezonden.
Jezus is vol van de Heilige Geest maar diezelfde Geest brengt Hem in de woestijn om verzocht te worden door de satan.
In vergelijking met de gebeurtenis aan de Jordaan is dit een dieptepunt: een direkte ontmoeting met de duivel! Let er eens op dat Jezus de woestijn in moet, evenals het volk Israël toen het door God uit Egypte werd geleid. En verder dat God het wil dat Jezus in de woestijn wordt verzocht. Waarom wil God dat? In Jakobus 1 : 13, 14 staat dat God niemand verzoekt.
Probeer deze teksten eens te omschrijven. Wat is het verschil tussen verzoeken en beproeven?
Als Jezus in de woestijn is, lijdt Hij veertig dagen en veertig nachten honger. Mattheüs vertelt dat Hij in die tijd heeft gevast, maar het is goed te bedenken dat er in de woestijn geen eten en drinken voorradig is. Jezus is in de woestijn niet alleen, satan is er ook.
En zo komt het in de woestijn tot een ontmoeting tussen Gods geliefde Zoon én de satan die als God wil zijn. De satan gaat Jezus verzoeken, proberen de Zoon van God tot zonde te brengen.
Mattheüs vertelt de drie verzoekingen in een andere volgorde als Lucas. Welk verschil is er?

2. Bij de eerste verzoeking wil de satan Jezus tot een wonderdoener maken. Let eens op het begin van satan's woorden: 'Indien gij Gods Zoon zijt .. .' Satan grijpt hier duidelijk terug op wat hij gehoord heeft aan de Jordaan: 'Deze is mijn geliefde Zoon .. .' Betekent dat dat de duivel deze woorden van God heeft aanvaard? Wie worden in de bijbel ook zonen van God genoemd (Job 1 : 6)? Satan probeert Jezus te némen in een concrete moeilijke situatie: honger.
Ieder mens wil toch eten? Welnu, kán God Zijn eigen Zoon laten verhongeren?
Jezus weigert brood te maken.
Later heeft Hij dat wél gedaan (Matth. 14 : 13-21; 15 : 29-39).
Waarom weigert Jezus wat satan vraagt?
Het antwoord van de Heiland is kort. Hij haalt Deut. 8 : 3 aan.
Het zijn woorden van Mozes, ga eens na wanneer Mozes ze gesproken heeft.
Jezus wijst er op dat léven niet alleen mogelijk is door het eten van brood, maar vooral door het luisteren naar Gods Woord.

3. Satan probeert het voor de tweede keer. Hij wijst Jezus wéér op Zijn Zoon-van-God-zijn.
Het woord 'indien' probeert dit .
niet in twijfel te trekken, maar wil Jezus brengen tot een krachtproef.
Satan wil dat Jezus Zich op menselijke wijze wáár maakt.
Hij neemt de Zoon van God mee naar de tempelmuur in Jeruzalem.
Zoveel macht heeft de duivel blijkbaar. Denk nog even aan vers 1, waar staat dat Gods Geest Jezus in de woestijn leidt, naar de satan toe. Maar God Zelf is óók in de woestijn. Hij ziet wat er gebeurt.
De duivel haalt Ps. 91 : 11, 12 aan.
Hij daagt Jezus uit de sprong naar beneden te wagen, heeft God niet beloofd dat engelen Hem zullen beschermen. Ga eens na of de satan goed citeert, let hierbij vooral op het geheel van Psalm 91.
Waaraan koppelt God Zijn bescherming?
Jezus gaat op deze poging tot waaghalzerij niet in. Zijn antwoord is weer kort. Weer haalt Hij woorden van Mozes aan (Deut. 6 : 16). En zó wijst Hij er op dat we GQd niet mogen uitdagen.
Dat is vaak de fout van Israël geweest (zie Ex. 17 : 1-7) toen het in de woestijn was. Jezus valt, nu Hij Zelf in de woestijn is, niet in dezelfde fout.

4. Dan komt de derde verzoeking.
Weer neemt de satan Jezus mee.
Hij laat Hem alle aardse koninkrijken zien. Hoe dit is gebeurd, wordt er niet bij verteld.
De duivel zegt er bij dat dat al die heerlijkheid van hem is.
Lucas vertelt er nog bij (4 : 6) dat satan zegt dat al die macht .aan hem is overgegeven. Is dat zo?
Lees Matth. 12 : 26; Joh. 12 : 31, 14: 30, 16: 11; Ef. 2: 2; Col. 2 : 15. Er is slechts een knieval van Jezus voor nodig en dan zal al die macht van Jezus zijn. Satan wil als God zijn, hij wil worden aanbeden. Hij wil dat Jezus Zijn Vader verloochent.
Ook nu weerstaat Jezus de satan, weer met een woord van Mozes (6: 13). God mag alleen aanbeden en gediend worden. Jezus zet Zijn woorden kracht bij door de satan wég te sturen. Eerst heeft Hij Zich door satan een paar keer laten leiden, nu wil Hij de duivel kwijt.

5. Jezus heeft de verzoekingen van de duivel doorstaan. Hij heeft ook de proef doorstaan, getoond Zoon van God te zijn. Hij heeft Zich bereid verklaart de weg van de Vader te gaan. En dán verandert er iets in de woestijn. Er komen engelen die Hem dienen en bedienen, die Hem voorzien van wat Hij nodig heeft; er komen wilde dieren over wie Hij zoveel macht heeft dat ze Hem geen kwaad doen. Zó maakt God van de woestijn even een paradijs.

6. Het is belangrijk te letten op het verschil in gebruik van Gods woorden door Jezus en satan.
De satan citeert Ps. 91 : 11 en 12 letterlijk, maar maakt deze verzen los uit het geheel. Zó geeft hij een stuk van de waarheid. Jezus wijst er op dat er méér in de bijbel staat ('er staat ook geschreven').
Hij tast de boodschap van Ps. 91 niet aan, maar wijst het beroep van de satan op deze psalm met het oog op waaghalzerij af.
Probeer eens te omschrijven hóe de satan de bijbel hier als bron en norm misbruikt.

Discussievragen:
1. Lees Jesaja 61 : 1 e.v. Hier wordt gesproken in de ik-vorm.
Wie is die 'ik'? Leg het verband eens met de verzoeking in de woestijn en wat later gebeurt, Lucas 4 : 14 e.v.
2. Adam was eerst in het paradijs, door de zondeval werd hij uit het paradijs verdreven. Israël moet uit Egypte naar het beloofde land eerst door de woestijn. De woestijn was voor de joden een plaats van verlatenheid, van honger en dorst, van lijden. Vind je het van belang dat Jezus ook een tijd in de woestijn heeft geleefd?
3. Jezus hanteert tegenover de duivel als wapen het woord van God. Welke les zit hierin voor ons (vgl. Ef. 6 : 10 e.v.).
4. In de woestijn is Jezus alleen met de satan. Hoe zijn de evangelisten deze gebeurtenis te weten gekomen?
5. Jezus zegt tot de satan dat hij weg moet gaan.
Tot wie heeft Hij dat ook eens gezegd (Matth. 16 : 21 - 28) .
Wanneer zegt Jezus dat ook tot jou?
6. Is de duivel altijd bij Jezus vandaan gebleven. Let er op dat Lucas in 4 : 11 zegt 'voor een tijd'.
Wat zegt Lucas 22: 28 hierover?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief