LUISTERBOEKEN (1)
1981-08-14
- Jaargang 25
- nummer 28
Als u dit opschrift leest, zult u wel even opkijken. Leesboeken kennen we, maar luisterboeken, wat zijn dat?
Nu, er zijn er al, voor zover mij bekend, twee in de handel, uitgegeven door de Uitgeverij Intermedium Kampen.
Het zijn boeken waar een cassetteband bij is, waar de schrijfster of schrijver zelf de tekst van het boek voorleest.
Luisterboek - 1 draagt de titel "REIK ME JE HAND" en is van de bekende dichteres Nel Benschop.
De gedichten in het boek, "totaal 22, zijn uit 7 verschillende bundels gekozen. Ze zijn in twee groepen verdeeld, te weten:
A. VERDRIET EN TROOST;
B. ALTIJD FEEST.
Tussen de gedichten door wordt als omlijsting van het gesprokene "La Califfa" uitgevoerd door een orkest onder leiding van Ennio Marricone; "Elégance" (Jaschen en Janschens) en "Andante" uit het conceto in D' (Vivaldi, arr. J. Maarse) door Piet Souer.
Al met al een heel bijzondere uitgave.
Je ontmoet als het ware de dichteres. Je leest met haar mee en dat is toch wel een aparte gebeurtenis.
Het is overigens niet gemakkelijk u een indruk van de gedichten te geven.
Zij zijn behoorlijk gevarieerd.
Er zijn ook nog al wat bekende gedichten bij, maar dat kan ook haast niet anders. Immers Nel Benschop is de meest gelezen dichteres in ons land, en dat zegt nog wel wat.
Toch wil ik er twee doorgeven:
Waarom?
Hoe kan dat, God, dat Gij Uw eigen Zoon verliet,
terwijl Gij over duivel, hel en dood gebiedt?
Waarom blijft nu de hemel doof en stom?
Waarom?
Hoe is het mogelijk, dat nu Uw eigen Kind
de weg naar Uw erbarmen en Uw troost niet vindt?
Waarom ziet Hij slechts moordenaars rondom?
Waarom?
Waarom moet Hij dit lijden dragen om
de schuld der hele wereld, totdat alles is vervuld?
Waarom zwijgt Gij nu in Uw heiligdom?
Waarom?
En waarom, als Uw Zoon de straf gedragen heeft,
heerst er nog zoveel pijn bij al wat leeft?
Het duurt zolang voordat Gij zegt: "Ik kom".
Waarom?
Ontmoeting
Er is een vreugde, die te groot voor woorden
een uitweg vindt in woordeloos gebed;
een stroom van dank, die buiten alle boorden
mijn levensakker onder water zet.
Er is een rust, die niemand kan verstoren,
en een geloof dat mij geen mens ontneemt,
de zekerheid, dat ik bij U mag horen,
dat niets ter wereld mij van U vervreemdt.
Er is een haven, waar ik in kan landen,
een schuilplaats, waar ik voor de stormen vlucht,
een havenlicht, dat altijd fel blijft branden,
een ster, die schittert aan een zwarte lucht.
Want Gij staat op elk kruispunt van mijn leven,
Gij kent mijn zorgen, vóór ik ze U zeg;
Ik weet mij door Uw englen omgeven,
en kom U tegen Heer, op elke weg.
U hebt het wel gemerkt, het eerste gedicht is één en al vraag: Waarom, waarom?
Het tweede is één stuk belijdenis. Niets kan haar vervreemden van God de Heer.
U hebt ze nu gelezen, die twee gedichten, maar als u ze Nel Benschop hoort voorlezen, terwijl u meeleest, is dat toch veel aangrijpender.
Vooral ook door de heerlijke muzikale omlijsting.