Het Liedboek
1981-08-14
Lied 100 De inhoud van dit Lied bedoelt - zij het op enige afstand toch min of meer samen te hangen met hetgeen in de twee pastorale brieven aan Timotheüs is geschreven. Dit lijkt ons evenwel niet erg geslaagd. Enig onderling verband valt nauwelijks te ontdekken en van de vele vermaningen is weinig overgebleven. Daarbij vallen voorts uitdrukkingen op die moeilijk te plaatsen zijn in 't geheel van dit bijbelgedeelte of ook zegswijzen die erg ondoorzichtig zijn. Zo b.v. "Er heeft een stem gesproken, de Heer was daar!" Een merkwaardig begin! (strofe 1). En wat is de zin van: "een eenvoudig leven niet afgeleid" (strofe 6)?- Jaargang 25
- nummer 28
Ook de strofen 3 en 12 vallen op door onduidelijkheid.
De melodie die als "simpel" wordt aangeduid (comp. 308), betekent geen aanwinst voor de kerkzang.
Tekst: 2; melodie: 2
Lied 101 De aangegeven tekst (1 Tim. 3: 16), waarbij dit Lied is gemaakt, is niet bedoeld als een reeks "onweersprekelijke stellingen, aangeslagen aan de deuren van de kerk", aldus de dichter (comp. 308). "Geen dogmatische formules, maar een loflied op het geheimenis der godsvrucht". Hij verdedigt voorts de uitdrukking in strofe 1: - een Zoon die naar Zijn Vader aardt (hier in tegenstelling met de tekst in het Liedboek met hoofdletters geschreven): in Christus werd de Vader zichtbaar".
In strofe 3 is het feit van opstanding en hemelvaart nogal gewrongen weergegeven, wat de duidelijkheid niet ten goede komt.
De melodie is mooi en gemakkelijk te zingen.
Tekst: 3; melodie: 3
Lied 102 Dit Lied is in goede overeenstemming met het aangegeven Schriftgedeelte (Hebr. 1 : 1-4). "Strofe 1 geeft vers 1 weer met uitzondering van de slotwoorden, strofe 2 neemt dan die slotwoorden op en correspondendeert met het meeste van vers 2; strofe 3 verbindt het slot van vers 2 met vers 3a; strofe 4 is een herdichting van vers 3b en 4.
Door de gehele opzet van het lied is niet ingegaan op de vergelijking van Christus met de engelen" (comp. 310). Tenslotte een opmerking: het woordje "daarom" in de laatste regel van strofe 4 doet in het verband wat vreemd aan.
De melodie is onbekend, maar wel gemakkelijk te leren.
Tekst: 3; melodie: 3
Lied 103 "De leidende gedachte van dit Lied is de verbondenheid van de gemeente die wij zijn met de "heiligen ons voorgegaan".
Er zitten in dit Lied noties uit Hebr. 11, vooral uit de verzen 8, 13, 15, 16.
In de derde strofe is de wolk van getuigen uit Hebr. 12: 1 verwerkt" (comp. 311). Het slot van elke strofe is hetzelfde vier-regelige refrein, waardoor helaas enige vervlakking optreedt. Overigens is de inhoud van de aangegeven verzen in het lied goed onder woorden gebracht.
De bekende melodie levert voor de gemeentezang geen moeilijkheden op.
Tekst: 3; melodie: 3
Lied 104 Bij overweging van de inhoud van dit Lied rijst de vraag of op deze wijze wel voldoende tot zijn recht komt wat de apostel Jacobus met zijn praktische vermaning bedoelt te zeggen. Het is in deze vorm als kerklied weinig zeggend, al is de laatste strofe in dit opzicht dan nog wel wat beter dan de voorafgaande.
De melodie is onbekend, betekent echter wel een aanwinst.
Tekst: 2; melodie: 3
Lied 105 Dit Lied is een zeer goede weergave van de aangegeven bijbeltekst "op de laatste strofe na, die een geoorloofde uitweiding geeft ter afsluiting".
De melodie is mooi.
Tekst: 3; melodie: 3
Lied 106 Het vermelde Schriftgedeelte is in dit Lied behoorlijk terug te vinden, al maken de variaties zoals die in strofe 2 en 3 zijn gegeven, de weergave er niet beter op. Taalgebruik en zinsbouw in beide strofen versterken dit bezwaar nog belangrijk. (Zo bv. in strofe 3: "als iemand spreekt, hij spreke vrank en vrij"). Beter in overeenstemming met de tekst zou het zijn als de laatste regel van strofe 1 zou luiden: "liefde dekt tal van ongerechtigheden (in plaats van "alle").
De melodie kan niet een duidelijke aanwinst van de kerkzang worden genoemd.
Tekst: 2; melodie: 2
Lied 107 De inhoud van het aangegeven Schriftgedeelte is in verschillend opzicht niet erg duidelijk in dit Lied verwoord. Dit is o.m. het geval met het bekende 7e vers: "werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u". Dit geldt trouwens ook enigermate voor het laatste gedeelte van vers 10, terwijl de lofprijzing van vers 11 geheel ontbreekt.
De melodie is sedert haar ontstaan in de 16e eeuw algemeen bekend en geliefd.
Tekst: 3; melodie: 3
Lied 108 "De letterlijke bijbeltekst (1 Joh. 3: 13-18) IS In dit Lied overal herkenbaar, soms zijn de bewoordingen nauwelijks veranderd" (comp. 317). Bovendien wordt de inhoud door de goede zinsbouw nog bijzonder geaccentueerd.
"De melodie van Psalm 116, met haar rustige toon van openhartige getuigenis klonk bij het schrijven in mijn hoofd mee", aldus de dichter (comp. 318). Helaas is een voor dit lied belangrijk minder sterke melodie aangegeven.
Tekst: 3; melodie 2, maar de melodie van Psalm 116 kan worden gebruikt.
A. t.a.v. de tekst der liederen: het cijfer 1 bij niet voluit Schriftuurlijke tekst, b.v. vanwege het humanistisch karakter of door een sterk piëtistische inslag; het cijfer 2 bij een weliswaar Schriftuurlijke, maar niet direct begrijpelijke, en aanspreekbare tekst; het cijfer 3 als de tekst volkomen Schriftuurlijk en zonder meer verstaanbaar is.
B. t.a.v. de melodie der liederen: het cijfer 1 voor een niet-aanvaardbare melodie; het cijfer 2 voor een onbekende melodie die na enige oefening, eventueel met behulp van een koor, door de gemeente wel te zingen is en voorts ook voor een melodie die niet bepaald tot "de beste" behoort; het cijfer 3 voor "een goede" melodie, geschikt voor de gemeentezang.