Breukelen vanaf de zijlijn (7)
1982-02-12
- Jaargang 26
- nummer 6
Vooraf
U was gewend, deze rubriek aan te treffen geschreven door A. P. de Boer. Door drukke bezigheden is hij echter niet langer in staat dit werk te doen. Op grond van reacties die ik van meerdere kanten hoorde, kan ik met zekerheid zeggen, dat zijn begrijpelijke en snedige commentaar op de Landelijke Vergadering zeer gemist zal worden. Inmiddels plukte de redactie een ander van de zijlijn, vandaar dat het verslag nu uit Dalfsen komt.
Een onverwacht einde
Wat niemand had verwacht, is zaterdag 30 januari in Breukelen gebeurd: de Landelijke Vergadering is voorlopig gesloten. Op het eind van de vorige zitting, dat was op 31 oktober vorig jaar, zag dat ér bepaald niet naar uit. Na een chaotische bespreking van een hele middag was het toen niet gelukt om ook maar één stap verder te komen in de bespreking van de dertig artikelen uit het Akkoord van kerkelijk samenleven die nog moesten worden vastgesteld, Het is een goed idee gebleken om een commissie ruim de tijd te geven voor de voorbereiding van deze bespreking. Ds J. C. Janse van Zaandam heeft daarin een werkzaam aandeel gehad.
De commissie stuurde alle kerken een memorandum toe van acht pagina's, waarin op evenwichtige wijze het voor en tegen van een kerkelijk akkoord wordt behandeld. Zo wordt er ruime aandacht besteed aan de bezwaren van afgevaardigden en van kerken, die van een kerkverband sowieso niet willen weten. De commissie is het er helemaal mee eens, dat 'een leven uit het kerkverband en een leven uit het Accoord meer kwaad doet dan goed. "Als de geest niet .veranderd is, gaat het weer verkeerd in de kerken", zo wordt gesteld.
Maar tegelijk verzet de commissie zich tegen de gedachte dat dat verkeerd gaan aan zo'n Accoord te wijten zou zijn. Met een keur van citaten uit Calvijn wordt betoogd, dat een kerkelijke orde gewoon nódig is, maar dat men het niet 'heilsnoodzakelijk' moet noemen. Een wat uitgebreider citaat uit het memorandum van de commissie: "Wanneer we nu de situatie overzien, kan het volgende opgemerkt worden: Het is niet erg dat de behandeling van dit Accoord van kerkelijk samenleven zich over enige jaren heeft uitgestrekt. De kerken hebben er zich zodoende ruimschoots over kunnen bezinnen. Men mag dan zeggen, dat onze kerken niet eens tot de aanvaarding van een kerkenorde kunnen komen - het heeft zijn goede kant gehad. Het ligt in de lijn van het intussen aangenomen art. 31jl: "De kerken mogen niet over elkaar heersen, maar zullen geduld met elkaar hebben en samen de tijd van God verwachten, waarin Hij de weg duidelijk zal maken". In veel zaken is intussen in de praktijk naar de oude K.O. gehandeld. Enkele gemeenten hebben nieuwe gedachten in de praktijk kunnen toetsen. Ten aanzien van art. 31-40 is op rustige wijze overeenstemming bereikt. En verder hebben alle kerken in de lijn van de Preambule het contact met elkaar behouden, ook al was er op enkele punten verschil van gevoelen." Aldus het memorandum. Verder wordt er dan op aangedrongen om nu toch tot het aannemen van een geregelde orde over te gaan. Er is in onze kerken voldoende oog voor het gevaar van hiërarchische structuren, zo wordt gezegd, maar we moeten ook waken voor individualistische tendensen, want die horen helemaal bij het huidige tijdsbeeld. Met name zijn er daarom afspraken nodig over de ambten, over de bediening van het Woord en de sacramenten, en over kerkelijke samenkomsten. Tot slot nog een belangrijk citaat uit het stuk: "Niet de heerschappij van structuren, maar evenmin de heerschappij van personen of groepen moet zijn kansen krijgen. De Preambule wijst uitdrukkelijk de tirannieke eenheidsdwang af, maar spreekt ook uit, dat de gemeenten zich willen voegen naar het Schriftuurlijk onderwijs voor een geordend kerkelijk samenleven - opdat zij ook in de inrichting van het kerkelijk leven de wegen van het verbond van de Here mogen houden. Daartoe geve de Here dat deze afspraken in het Accoord mogen dienen. Wie Zijn verbond verlaat, met of zonder deze afspraken, breekt het hele kerkelijk leven! Maar wie Zijn verbond houdt, doet goed om zakelijk, Schriftuurlijk, een aantal dingen te regelen - ook als gemeenten."
Koel en klinisch toezien
Maar voordat dit memorandum en de hele zaak van de kerkorde aan bespreking toe was, sneed praeses ds H. J. van der Kwast eerst nog een ander onderwerp aan. Dat was de discussie die in Zuid Afrika gevoerd is op de synode van de Dopperkerken over de contacten met gereformeerde kerken in Nederland. De situatie was daar als volgt: de Doppers hebben zelf de correspondentie met de synodaal gereformeerden verbroken. Ze hadden en hebben correspondentie met de Christelijk Gereformeerden, onze kerken hebben correspondentie aangevraagd en de vrijgemaakten hebben een vorm van voorlopig kerkelijk contact aangeboden.
Maar aan dat laatste was een aantal voorwaarden verbonden, waaronder de eis dat de Doppers met óns geen contact mochten aangaan. Nu lijkt dat allemaal ver van ons bed, maar er zit dit achter, dat onze zendelingen al jaren lang intensief met de Doppers samenwerken, en dat deze samenwerkingen zeer mee gediend zou zijn, wanneer er ook officiële contacten komen. De situatie van het moment is echter, dat de Doppersynode dat vooralsnog niet aandurft, ondanks het positieve advies van hun eigen deputaten. Dat komt onder meer door een venijnig memorandum dat de vrijgemaakte synode naar Zuid Afrika stuurde, en waarin ons de meest wilde verwijten van leervrijheid en modernisme worden gedaan. Verder worden nog 'eens opnieuw verscheidene van onze overleden predikanten veroordeeld.
In Breukelen sprak ds Van der Kwast zijn ontsteltenis uit over de harde toon waarop hier door de Vrijgemaakten is gesproken. Hij vroeg zich af of er dan helemaal geen besef van verbondenheid meer is. Met nadruk zei hij dat hij daarmee niet bedoelde en oppervlakkig christendom boven geloofsverdeeldheid uit, maar een besef van gemeenschap in Christus ondanks kerkelijke geschillen. "Het is dan ook bedroevend, wanneer we prof. Kamphuis en ds De Vries aan het werk zien met hun memorandum over onze kerken, bijgewerkt tot de laatste landelijke vergadering en het jongste nummer van Opbouw, om onze kerken aan te klagen.
Met ds Velema zeg ik: al 'zouden zij voor 200 procent gelijk hebben, dan vind ik die methode nog verwerpelijk.
Is er dan niets meer over van een verbondenheid in Christus, moet men zich rechtvaardigen met onze zonden en gebreken? Hoe ver zijn we hier verwijderd van wat Paulus zegt in Gal. 6: 1. "Broeders, zelfs indien iemand op een overtreding betrapt wordt, helpt gij die geestelijk zijt hem terecht in een geest van zachtmoedigheid, ziende op uzelf. Gij mocht ook eens in verzoeking komen." Zo zei ds Van der Kwast in zijn openingswoord. Hij noemde het een slechte zaak om eenvoudig koel en klinisch toe te zien of een kerkenraad misschien een steek laat vallen, om dat dan zonder wederhoor door te brieven naar het buitenland.
30 artikelen in één klap
Ds J. Bouma van Loosdrecht legde als rapporteur van de commissie voor het kerkverband nog eens uit dat het Akkoord niet als keurslijf bedoeld is. Het is goed om vast te leggen, ook naar buiten toe: zo ziet onze huishouding er uit, daar mag men ons aan houden, zo zei hij. Aanvankelijk kwam nog een enkele spreker aan de beurt met bezwaren tegen zo'n Akkoord. Zo vroeg ouderling Van de Dool zich af waar het eigenlijk op is gebaseerd dat er drie ambten zouden zijn. Is een predikant niet een ouderling als de anderen, zo vroeg hij. Toen kwam echter ds G. van de Brink overeind, en stelde de vergadering voor om niet verder te gaan op deze weg, maar nu in één klap alle resterende dertig artikelen aan te nemen. Hij somde op welke eindeloze rij van besprekingen aan dit onderwerp al is besteed, en hij liet weten dat hij onmogelijk kon blijven functioneren in de commissie voor contact en samenspreking met onder meer de christelijk gereformeerden, wanneer er nu geen kerkorde werd aanvaard. Ds Bouma ondersteunde dit voorstel namens de commissie.
Een peiling
Na een pauze liet ds L. W. G. Blokhuis weten, dat het in één klap aanvaarden van. dertig artikelen in elk geval geen voorstel van de hele regio Schiedam was. Hij wilde de commissie graag geloven, dat het Akkoord niet bedoeld was als reglement of als kerkwet, maar was toch bang dat de praktijk anders zal zijn. Wij houden ons aan de grondlijnen van de Dordtse Kerkorde, en dat moet maar genoeg zijn, zo vond hij.
Ds C. van Leeuwen deelde mee, dat de regio Utrecht de dertig artikelen acceptabel vindt, en alles tegelijk wil aannemen om te voorkomen dat zo'n Akkoord anders te gewichtig wordt. Ouderling P, Klein uit Rijswijk attendeerde erop, dat er nu wel mooie interpretaties van het Akkoord werden gegeven, maar dat die niet meegaan. bij de uiteindelijke vaststelling. Te gemakkelijk wordt zo een traditie schijnbaar onderbouwd met de Schrift, zo vond hij. Daarentegen zei ds J. Houtman namens de vier afgevaardigden van de regio Harderwijk, dat hij wel voelde voor het voorstel van de Brink. We moeten dit alles ook niet al te zwaar nemen, het is Gods Woord niet, zo zei hij. We noemen al deze afzonderlijke sprekers, om wat kleur te geven aan het antwoord van ds Bouma. Die stelde vast, dat er wel twee heel verschillende groepen waren, maar dat het verschil eigenlijk niet levensgroot was. Inderdaad was het opvallend, dat er enerzijds afgevaardigden waren die vuurbang waren voor een gewichtige kerkorde, en anderzijds afgevaardigden die akkoord wilden gaan om de kerkorde niet al te gewichtig te maken. Maar afgevaardigden die echt zelf een gewichtige kerkorde wilden, hebben we in Breukelen (anders dan in Wezep) niet gehoord. Toen de praeses een peiling liet houden, bleek er al een ruime meerderheid voor het voorstel van de Brink te bestaan.
Minstens acht afgevaardigden ...
Na de middagpauze werd dit voorstel dan ook in stemming gegeven, en bij die gelegenheid werd het goedgekeurd met 34 stemmen voor, zes stemmen tegen bij vier onthoudingen. Zo waren alle dertig artikelen aanvaard conform het voorstel van de commissie. "Ik hoop niemand te kwetsen, wanneer ik daarover mijn vreugde uitspreek" waren de wat raadselachtige woorden van praeses Van der Kwast. Nu kan niet zonder meer gezegd worden, dat we nu definitief een kerkorde hebben. Want op grond van het reeds aangenomen artikel 38 maakten meer dan acht afgevaardigden gebruik van hun recht om een voortgezette Landelijke Vergadering binnen zes maanden aan te vragen. Daarin zullen niet de verschillende regio's vertegenwoordigd zijn, maar iedere gemeente afzonderlijk. Niet dat dan de hele discussie opnieuw begint, want ds Van der Kwast herinnerde met nadruk aan de richtlijnen die voor zo'n vergadering in Wezep al gegeven zijn (zie notulen Wezep, punten 162 en 171). Dat betekent, dat op die vergadering voorstellen die haaks op het nu aangenomen staan, niet ontvankelijk zijn. Het kan daar slechts om amendementen gaan, die van tevoren moeten zijn ingediend.
Artikel 39 en 40
Behalve de benoeming van commissies restte nog slechts één onderwerp, namelijk de vaststelling van artikel 39 en een invoeging in art. 40. Met slechts twee onthoudingen ging de vergadering hiermee akkoord. Dat betekent, dat artikel 39 luidt: "De kerken dienen de eenheid van alle in belijdenis en leven gereformeerde kerken in Nederland en daarbuiten, ook als die een ander gebruik hebben:' En in artikel 40 is toegevoegd, dat de orde niet alleen wordt gewijzigd wanneer de kerken daarmee gediend zijn, maar "ook als dit bevorderlijk is voor de oefening van de gemeenschap met kerken van eenzelfde belijdenis."
Na een dankwoord van tweede praeses, ds A. H. Algra, werd de Landelijke Vergadering van Breukelen voorlopig gesloten door ds Van der Kwast.
Snippers
- "Heeft de commissie ook voorkeur voor de wijze van behandelen van dit onderwerp?" vroeg ds Van der Kwast bij het begin van de behandeling van de dertig artikelen. De vergadering hield de adem in, toen ds Bouma antwoordde: "Nee, dat laten we geheel aan de praeses over".
- Toen ds Blokhuis duidelijk wilde maken dat een Accoord al gauw een wet wordt, gebruikte hij het volgende voorbeeld. "Kerkelijke vergaderingen, ja zelfs adviezen worden in de praktijk als bindend ervaren, Neem bijvoorbeeld het Apeldoorn-advies..." .
- "Praeses, is er soms een stemming aan de gang?" vroeg een van de afgevaardigden, toen anderen spontaan en ongevraagd opstonden om een voortgezette vergadering aan te vragen. Later stelde de praeses dit punt ordelijk aan de vergadering voor. Het aardige is echter, dat dit helemaal niet nodig was. Zo'n voortgezette vergadering had niet moeten worden uitgeschreven op grond van artikel 38, maar op grond van artikel 40, en dat zegt dat iedere wijziging of toevoeging aan het Accoord zo'n voortgezette zitting vereist, Dat artikel is in Wezep aangenomen…
- Overigens liet het moderamen al weten, dat de termijn van zes maanden 'soepel' zal worden gehanteerd, omdat de zomervakantie er tussen zit.
- In september of oktober zal nu de voortgezette vergadering plaatsvinden, op een nader te bepalen plaats.