Preken voor moderne oren

2008-07-04
  • Jaargang 52
  • nummer 14
'Bij de preek die mij in mijn leven het meest heeft geraakt, zat ik in een volle kerk achter een dikke pilaar en heb de prediker nooit gezien'. Dat overkwam Henk van der Velde (Bunschoten-Spakenburg) jaren geleden als kerkganger. Dat gebeurt dus, maar - en dat is de andere kant - lang niet altijd.

Misschien dacht u bij die flits van Van der Velde wel aan de preek, die uw leven blijvend veranderde. Of hoop je als ouder op zo'n soort preek, die het leven van één van je kinderen in het spoor van het Koninkrijk trekt.
Misschien mijmerde u ook wel even over uw eigen predikant. Hoe zou hij die wekelijkse gang ervaren en waar haalt hij zijn inspiratie vandaan? En zou hij zichzelf wel eens tegenkomen in de spiegel van zijn eigen preek?

Preken is ...
Het is een apart gebeuren, die zondagse preek. Al lezend in het boekje van Ron van der Spoel merk je ook hoeveel er aan vast zit. Alleen al omdat er in het tweede deel van de 20e eeuw tenminste twee zaken ingrijpend zijn veranderd. Ten eerste hebben vijftig jaar tv en een kwart eeuw computer beeldbuismensen van ons gemaakt. En een tweede omslag is die van verstand en redelijkheid naar intuïtie en gevoel. Kort gezegd: 'Mensen luisteren met hun ogen en denken met hun gevoel' - een prachtzinnetje, dat je ergens in 'Preken is prachtig' tegenkomt.
Heeft dat ene zinnetje ook wat met onze preken gedaan? En is preken onder deze veranderde omstandigheden nog wel zo prachtig als Van der Spoel beweert. Of verdwijnt de wekelijkse woordenstroom als in een 'zwart gat' - want wat hoor en zie je er eigenlijk van terug?

Oneliners
Goed om daarover door te denken en het boekje van Van der Spoel, helder geschreven, puntig en herkenbaar, kan daarbij helpen. De Vathorster predikant is ook iemand, die je niet lang in het onzekere laat over wat hij van preken en prekers vindt en waar volgens hem de verbeterpunten liggen.
Het lijkt me een boekje dat behalve voor predikanten ook voor kerkgangers boeiend is om door te lezen en (vooral ook) te overwegen.
Misschien dat bij dat laatste deze artikelen nog iets kunnen helpen.
De korte stijl van het boekje is vaak prikkelend. Alleen al de drieslag, waarmee Van der Spoel de preker en de preek positioneert: dichtbij de tekst, dichtbij de hoorder, dichtbij het eigen hart. Dat zijn prima kapstokken bij de overdenking van een zondagse preek.
Of neem het pakkende: 'Don't talk the talk if you don't walk the walk'.
Dat betekent voor de prediker: wat is het van vitaal belang dat je met je hart en leven heel dicht blijft bij de boodschap, die je verkondigt. Maar als hoorder kun je misschien nog wel een stukje verder komen dan deze oneliner. Ik dacht aan Jezus, die ergens tegen zijn leerlingen zegt, dat ze voorbij moeten zien aan de daden van de Farizeeën, om zo winst te doen met de woorden van deze geestelijke leiders (Matteüs 23:3).
Later relativeert Paulus de dubieuze motieven van collega-evangelisten met de zin: 'Wat doet het er eigenlijk toe! Wat telt is dat Christus verkondigd wordt' (Filippenzen 1:18). Het evangelie komt dus verder dan deze oneliner. Indien niet, werk er aan dat je als hoorder niet te snel struikelt over de daden van de boodschapper!

Hoogspanning
Op een aantal punten prikkelde Van der Spoel de lezersgroep tot tegenspraak, bijvoorbeeld bij zijn omschrijving van wat preken is: 'Preken is de hoorder overtuigen van de relevantie van de Bijbelse boodschap' en daarmee zet hij het preekwerk onder hoge spanning. Te hoog, vindt Dick Lagewaard (Veenendaal): 'Ik zou het niet volhouden om jaar in jaar uit te preken vanuit de definitie die Van der Spoel geeft, omdat het mij als mens zou overvragen'. Ook anderen schreven iets soortgelijks. Jan Willem Ploeg (Gorkum-Almkerk) nuanceert dingt af op de definitie met de opmerking 'dat er (gelukkig) ook mensen onder je gehoor zitten, die open en welwillend komen luisteren naar het evangelie - in de geest van Gezang 328 en 326 - 'zie hoe wij aan uw voeten zitten en luisteren stil'. Ploeg komt met de mooie tweeslag van zaaien en bouwen: 'Preken is voor mij meer “zaaien van Gods Woord” dan “overtuigen van de relevantie van de bijbelse boodschap”.
En het “zaaien” brengt met zich mee, dat ik me niet op vrucht moet focussen. Vrucht is Zijn zaak, zaaien is mijn taak ... Ik kan de mensen bouwstenen aanreiken, maar het bouwen kan ik niet voor ze doen.
Zèlfs kan ik niet aangeven hoe ze de bouwstenen aan elkaar moeten metselen: dat is voor iedere hoorder anders.' Jan Mudde (Haarlem) vindt dat definitie van Van der Spoel zelfs op gespannen voet staat met een andere kernzin uit zijn boekje, namelijk 'dat je als prediker de boodschap tot aan het hart van de mensen kunt brengen, maar dat alleen Gods Geest het in het hart van de mensen kan brengen'.

De preek is niet alles
Prikkelend is ook dat Van der Spoel niet bang is om tegen de draad van de tijd in te gaan.
Neem bijvoorbeeld de ontwikkeling van de laatste jaren, dat (met name) in onze ochtenddiensten veel meer gebeurt dan alleen de preek. Boeiend om dan iemand te horen, die zo focust op de preek. Het werd door de meeste predikanten als te eenzijdig ervaren, te beginnen als het gaat om de dienst. Voor Kees de Groot (Zeewolde) is de preek weliswaar ook de kern van de eredienst, maar 'het samengaan van muziek, getuigenissen, rituelen, visuele hulpmiddelen, momenten van gebed etc. wordt ook door de Geest gebruikt om de preek ingang te doen vinden'. Henk van der Velde miste in 'Preken is prachtig' met name de gebeden rond de verkondiging, als ook het lied direct na de preek. Met name in het gebed na de preek komt de boodschap voor Van der Velde nog dichterbij en dat ervaart hij vaak als climax van de dienst. Jan Mudde kijkt nog breder om zich heen en vindt dat van der Spoel de rol van de preek overschat: 'De preek is één van de vele communicatiemiddelen van God met de mensheid'. Mudde wijst daarbij de schepping, die van Hem getuigt en verder op de betekenis van opvoeding, nevendienst, catechisatie, de jeugdvereniging, Festivals (EO en Flevo) en nog veel meer. 'God heeft vele pijlen op zijn boog en de kansel is er één van. Die plek is niet specialer dan bijvoorbeeld het gesprek aan tafel of de Bijbelstudie tijdens een
jongerenkamp.'

Beperkingen
Jan Mudde vindt verder dat de preek als communicatiemiddel zijn beperkingen heeft: 'niet iedereen is een boeiend spreker, niet altijd spreekt het thema iedereen aan, hoe vaak worden mensen door omgevingsfactoren niet afgeleid door bijzaken'.
De Haarlemse predikant vindt het ook geen toeval, dat informatie bij een uitsluitend verbale communicatievorm het minste blijft hangen. Hij verbaast zich er dan ook over dat 'Van der Spoel nergens ingaat op de mogelijkheden die de huidige beeldcultuur ons biedt. Veel predikanten ondersteunen hun prediking met beeld- en soms zelfs filmmateriaal.
Hoe beoordeelt Ron van der Spoel deze ontwikkeling? Bij hem blijft de preek geheel en al een hoorgebeuren.
Is dat een bewuste keuze of heeft hij er om een andere reden voor gekozen het beamergebruik buiten beschouwing te laten?'

Drs. Freddy Gerkema is predikant van de gemeente van Amersfoort-Noord en lid van de redactie van Opbouw.

Drs. Ron van der Spoel is naast parttime predikant van de Kruispunt gemeente van Amersfoort-Vathorst (PKN-CGK-NGK signatuur) ook één van de voortrekkers van de beweging 'Passie voor preken'. In dat kader gaf en geeft Van der Spoel geregeld preekcursussen. Onlangs schreef hij een boekje over preken, als eerste van vier uit de zogenaamde Jetro-reeks. In die reeks wil Van der Spoel kort ingaan op de hoofdtaken van een voorganger van een gemeente (naast preken is dat onderwijs, pastoraat en gemeenteopbouw). Opbouw vroeg via de e-mail groep van predikanten, wie er zou willen reageren op het boekje en binnen een dag meldden zich er tien aan. U komt ze in dit en het volgende artikel alle tien wel één of meer keren tegen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief