Evangelisatie

1982-03-19
  • Jaargang 26
  • nummer 11
Ds Rietkerk heeft mij uitgenodigd om aansluitend op zijn twee artikelen over de Evangelische Beweging, een artikel te schrijven over Project '82. Inmiddels zullen de meeste lezers weten dat dit evangelisatieproject uitgaat van het Instituut voor Evangelisatie in Doorn.
Project '82 is één van de activiteiten die passen in het kader van het door de Evangelische Alliantie uitgeroepen Evangelisatorisch jaar 1982. Vele kerken en christelijke organisaties gaan dit jaar extra aandacht geven aan evangelisatie. Project '82 is één van de grootste acties. Tot op heden haken ongeveer driehonderd kerken in op deze landelijke actie, onder het thema "er is hoop". De actie spitst zich toe in deze maand. Op dinsdag 9 maart werd er door de E.O. een twee uur durend programma uitgezonden met als thema "er is hoop". Bovendien zullen alle lezers inmiddels het evangelisch magazine "Er is hoop" in de brievenbus hebben gekregen. Vijf miljoen exemplaren zijn er verspreid!
Hoe wij ook op deze actie reageren - de schrijver van het ingezonden stuk van 5-3 betreurt de tot nu toe eenzijdige negatieve aandacht in Opbouw - het dwingt ons om ons opnieuw te bezinnen op de zendingsopdracht van de kerk. Alvorens uitvoerig in te gaan DP Project '82 noem ik drie karaktereigenschappen van de christelijke gemeente die onmisbaar zijn om een missionaire gemeente te zijn.

1. Om missionaire, zendingsgemeente te zijn is het nodig dat de gemeente zich naar buiten keert. De bijbel, Gods Woord is niet alleen voor intern gebruik gegeven, maar om het uit te dragen. Dat is de opdracht van de gemeente, en behoort daarom tot haar wezenlijke kenmerken.
Het is opvallend dat alle vier evangeliën eindigen met de zendingsopdracht.
Naast de bekende opdracht in Matth. 28 : 19 lezen we in Mark. 16 : 15 "Gaat heen in de gehele wereld, verkondigt het evangelie aan de ganse schepping." In Luk. 24 : 27 zegt Jezus tot zijn discipelen "dat in Zijn naam moest gepredikt worden bekering tot vergeving der zonden aan alle volken, te beginnen bij Jeruzalem". De opdracht in Johannes luidt: "Vrede zij u! Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zend Ik ook u". Het is de liefde van Christus voor de verloren wereld die achter deze opdracht staat. Hij wil niet dat er één mens verloren gaat (2 Petr. 3 : 9). Mensen moeten de goede boodschap horen van Gods grote verlossing.Wat is er in ons gebleven van de bewogenheid van Christus om het verlorene? Wat zouden daarvan de oorzaken kunnen zijn? Ik noem twee mogelijke oorzaken.

1. De activiteit van de gemeente wordt beperkt tot het waken over de zuiverheid van de leer. Ja die taak heeft ze naar binnen toe. Maar ze heeft er ook een naar buiten toe. 2. Zou het kunnen zijn dat de leus van Abraham Kuyper "in ons isolement ligt onze kracht" ook de gemeente geïsoleerd heeft van de buitenstaanders? De christelijke organisaties zijn van grote zegen geweest. Ik wil niet minimaliserend spreken over de inzet daarvan evenmin over de offers die daarvoor gebracht zijn in het verleden. Maar toch was die nadruk op het christelijke van alle terreinen van ons leven eenzijdig.
Men vergat dat men de heerschappij van Christus op alle terreinen ook uit moest dragen naar anderen. Symptomatisch voor die houding was vroeger het lichtje boven de preekstoel. Zolang het op rood stond mochten de gasten niet op de vaste plaatsen gaan zitten. De rode en groene lichtjes zijn uit de meeste kerken verdwenen. Maar zijn onze diensten nu wel op de buitenstaanders gericht? Of zijn we toch nog kerken met rode en groene lichtjes?
"Een kerk die niet werft, loopt kans dat ze sterft" is een van de negen stellingen die Youth for Christ in brochurevorm publiceert. Positief luidt die uitspraak, 'een wervende kerk is een levende kerk'.

2. Opwekking begint altijd in eigen leven. De gemeente kan niet de wereld, Nederland, oproepen om tot God terug te keren zonder dat de gemeenteleden dat in eigen leven ook doen. De grote opwekkingsbewegingen in het verleden zijn begonnen bij gemeenteleden. De Reformatie begon in het leven van Maarten Luther, die weer opnieuw de boodschap ontdekte van de rechtvaardiging door het geloof alleen. De Here gebruikte Pietje Baltus in het leven van Abraham Kuyper. De vernieuwing en verdieping in zijn leven staat aan het begin van de Doleantie. Anders gezegd, een heimwee naar God, naar vernieuwing en verdieping is onmisbaar voor een wervende gemeente. Immers als wij het over de gemeente hebben, hebben wij het over onszelf.

3. Wij moeten ons diep bezinnen op de plaats en het functioneren van de gaven van de Geest. Vanuit de reformatie is er nadruk gelegd op het werk van de Heilige Geest in onze rechtvaardiging en heiliging. Maar er is nog een derde werk van de Geest, die van het uitdelen van de gaven in de gemeente. De meest bekende plaats in de bijbel waar over de gaven van de Geest gesproken wordt is 1 Korinthe 12 (Zie ook Ef. 4: 7-12, Rom. 12 : 6-8, 1 Petr. 4: 10). Over de gaven zegt Paulus in 1 Kor. 12 o.m. het volgende: a. Iedere christen heeft een gave; b. Hij heeft die om mee te dienen; c. Die dienst is tot welzijn van allen en tot opbouw van het lichaam; d. Evenzeer als ons lichaam elk lid nodig heeft, zo heeft ook de gemeente als lichaam elk gemeentelid nodig met zijn gave. Hoe ver verwijderd ligt deze beschrijving van de gemeente van de gedachte dat de dominee en de kerkenraad alles moet doen. Moeten we niet concluderen dat de kerken zwaar gehandicapt zijn omdat het functioneren van de gemeenteleden met hun gaven nog nauwelijks of niet ter sprake is gekomen? Wanneer de gaven naar binnen toe functioneren, kan de gemeente naar buiten toe dienstbaar zijn "tot welzijn van allen". Wat ik tot nu toe gezegd heb is niet nieuw. Toch leek het mij nuttig deze punten nog eens naar voren te halen en om op deze manier duidelijk te maken dat wij niet met een bijzaak bezig zijn als we over evangelisatie spreken. Een discussie over Project '82 kan de structuren van onze gemeenten raken.

De bedoeling van Project '82. Ik laat hen zelf aan het woord in hun vierde informatiekrant. "In Projekt '82 gaat het om méér dan alleen een maand extra aandacht voor evangelisatie. De bedoeling is dat gemeenteleden zich ervan bewust worden dat zij een getuige mogen zijn. En in het kader van Projekt '82 krijgen zij mogelijkheden om heel concreet met het uitvoeren van die opdracht bezig te zijn." Aan alle gemeenten die mee willen doen wordt een mogelijkheid voor toerusting geboden. Op de toerustingsavonden wordt er aandacht geschonken aan hoe men op een eenvoudige manier de hoop die in ons is kan verwoorden voor een buitenstaander. Er zijn allerlei hulpmiddelen, o.m. het 'dogmatiekje' voor deze actie, Er Is Hoop, geschreven door de Chr. Geref. predikant J. v. Mulligen. Allerlei suggesties worden gedaan m.b.t. het bereiken van mensen: a. via de telefoon met de vraag of men een gratis boekje mag komen brengen, b. via huis aan huis bezoekacties, c. mensen thuis uitnodigen voor een gesprek, enz. Het Instituut voor Evangelisatie hoopt dat plaatselijke gemeenten gezamenlijk acties ondernemen. In vele plaatsen gebeurt dat ook. De gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor de manier waarop zij gestalte willen geven aan evangelisatie. Project '82 wil graag de suggesties aanreiken voor het opzetten van plaatselijke activiteiten.

Mijn reactie op Project '82. Allereerst noem ik vier punten van positieve waardering.

1. Het stimuleren van gemeenteleden om te getuigen, ieder op zijn manier is in de geest van de apostel Paulus die de gave van het profeteren uitzondert als een gave waar iedereen naar streven moet. De gave van de profetie betekent dat je een boodschap hebt. Het is de gave die na Pinksteren gegeven wordt aan heel de gemeente van Christus, aan jongelingen, slaven en slavinnen (Hand.2: 17, 18).

2. Het stimuleren van plaatselijke gemeenten om samen te werken bevordert een goede vorm van oecumene. Het is hoog tijd en broodnodig om als evangelische christenen onze krachten te bundelen en om samen een front te vormen tegen de macht van de vijand.

3. Er wordt tenminste iets gedaan! En dat is beter dan niets. Ik heb jarenlang meegewerkt in evangelisatietentcampagnes. Inderdaad vroeg ik en vraag ik me nog af of het wel een effectieve manier van evangeliseren is. Maar al doende leert men. Samen kan men biddend naar nieuwe wegen zoeken.

4. Ook al doet een gemeente niet mee aan Project '82, het wordt wel gestimuleerd vanwege deze actie om zich te bezinnen op de taak van evangelisatie. Het is verheugend om te zien dat dit ook gebeurt.

Vervolgens noem ik enkele zwakke punten.

1. Ik vermoed dat voor velen de taal van het evangelisatiemateriaal een volstrekt vreemde taal zal zijn.
Dat heeft zijn redenen. De moderne mens is vervreemd van de taal van het evangelie. Nam iemand vijftig jaar geleden het bestaan van God en de werkelijkheid van het oordeel zonder meer aan, vandaag is dat niet meer zo. Je wordt als hopeloos ouderwets versleten of aangekeken als iemand van een andere planeet als je daar nog over durft te spreken.
Het bestaan van een onzichtbare werkelijkheid achter de zichtbare wordt door de moderne mens volstrekt uitgesloten. Wij worden dagelijks geconfronteerd met deze visie.
Bovendien zijn voor velen de woorden van de bijbel belast met een verkeerde uitleg. Zij zien God als een grootvader, of als een tiran, onpersoonlijk. Hoe breek je daar door heen? Eist dat niet allereerst een leren van de taal van de moderne mens? Wat zijn zijn vragen, zijn visie op het leven.
Voordat de bijbel open gaat, moeten we een eind met hem op weg, hem als persoon serieus nemen, en zijn vragen serieus nemen. Dat is het stadium van 'pre-evangelism', voorevangelisatie.
Je kunt ook niet in de voorhal blijven staan! Er komt een moment dat men moet kiezen. Ik denk dat wij vaak onterecht bang zijn om daar iemand mee te confronteren. De moderne geest van tolerantie kan ons zo kleurloos maken dat wij het evangelie ontkrachten. Of schromen we om voor de persoon van Jezus Christus uit te komen?

2. Het thema van deze actie is "Er is hoop". Zowel het magazine als het boekje geven daar een goede inhoud aan. Toch valt het mij op dat zowel in de literatuur als in het tv-programma op 9 maart er vrijwel uitsluitend over de toekomst gesproken wordt. Er is hoop omdat we weten dat er een nieuwe aarde komt. Met verwachting leven betekent zeker dat toekomstperspectief. Maar het betekent ook dat als we het geloof van een mosterdzaadje hebben, in die verwachting naar God toe leven, dat wij de demonen van onze tijd uit kunnen bannen.
De discipelen konden de demon van de maanzieke niet uitdrijven vanwege hun kleingeloof (Matth. 17: 14-21). Met verwachting leven betekent dat we geloven dat God ook vandaag ingrijpt in ons leven, en dat Zijn Geest niet machteloos staat tegenover onze tijdgeest.

Ik draag Project '82 een warm hart toe. Een laatste gedachte. Ik denk wel eens, die buitenstaander zou best wel eens mijn eigen kind kunnen zijn, of een van 'onze' kinderen. Hoe bereiken wij onze eigen jeugd met het evangelie? Prof. dr I.P. Hartvelt acht het mogelijk dat de komende jaren vijftig procent van de gereformeerde jongeren uit het midden van de kerk verdwijnen zal (zie Trouw 3-3). Hebben wij de taal van onze jeugd geleerd?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief