Kerk en jeugd
1982-04-02
Leden van Zijn gemeente- Jaargang 26
- nummer 13
Zijn jongeren echt lid van de gemeente? Je zou zeggen, dat deze vraag vrij gemakkelijk te beantwoorden is. Kinderen, ook zij die nog geen belijdenis gedaan hebben, behoren evenals de ouderen tot de gemeente van Christus. Daarom ontvangen zij ook kort na de geboorte het teken. dat zij echt volwaardige leden van de gemeente zijn. Een geweldig voorrecht voor kinderen, dat zij al in hun prille jeugd het teken van het verbond ontvangen mogen.
Toch' heeft de vraag, of kinderen echt tot de gemeente behoren wel degelijk zin. In de relatie kerk en jeugd komen spanningen voor. Ouderen en jongeren verstaan elkaar vaak niet in de kerk. In veel kerken verlaten grote aantallen jeugdigen de kerk. Ouderen en jongeren leven ook dikwijls als vreemden naast elkaar. Zo omstreeks de leeftijd van 15 jaar worden de moeilijkheden openbaar. Men wil niet meer mee naar de kerk. Het is er zo saai. Het zegt hen niets. Men voelt er zich niet bij betrokken. Van catechisaties moet men helemaal niets hebben. In de leeftijd van 15-25 jaar, vaak na het verlaten van het ouderlijk huis, vinden veel uittredingen plaats. Men zegt de kerk vaarwel. Heeft men er wel echt toebehoord? Terecht maken ouderen zich zorgen, dat vele jongeren van de kerk vervreemd raken.
Maken we ons echter niet te laat zorgen?
Allemaal gewoon kinderen van God
Nemen de ouderen de jongeren wel serieus genoeg? Beseft men voldoende, dat we allemaal behoren tot het huisgezin van onze Heer? Je zou het ook anders kunnen formuleren: nemen we de doop wel ernstig genoeg? In het vroeger zeer bekende boek van S. Ulfers "Oostloorn" wordt o.m. verteld over een eenvoudige boerenknecht, Wiegen. Het verhaal speelt zich af tijdens de Doleantie, waar men elkaar geducht in de haren vliegt. Maar Wiegen blijft dromen van een blijmoedige kerk, waarin men allemaal samen gewoon kinderen van God kan worden en zijn. Gereformeerden en Hervormden. Ouderen en jongeren. Allen, zei Wiegen, die de gerechtigheid doen, zijn leden van mijn Kerk.
Is dat niet het beeld, dat wij allen en vooral de jongeren in de kerk vaak missen? Blijmoedig samen kinderen van God zijn. Als dat zo was, zouden de jongeren vermoedelijk ook meer warmte in de kerk vinden. Het zijn "maar" jongeren. Ze hebben wellicht niet ten onrechte de gedachte, dat ze niet helemaal voor vol aangezien worden. Ze zijn immers nog jong en onervaren.
Toch willen ze niets liever dan over allerlei zaken discussiëren. Toen wij nog jong waren luisterden we immers eerbiedig naar de ouderen. Wie ging b.v. op catechisatie in discussie met de predikant?
Als ouderen hebben wij de neiging wat spottend te doen over die onervaren betweters, die zo graag een "protest"houding aannemen. Nu is minachting voor de jongeren geen ongewone zaak in de kerk.
Lees maar in Sam. 17 hoe David door zijn broers wordt beoordeeld.
Paulus moest in zijn brief aan Timotheus al schrijven, dat niemand hem gering moest achten om zijn leeftijd. Dat zal Paulus wel niet zonder reden geschreven hebben. In de kerk mag leeftijd, jeugd noch ouderdom een rol spelen. Helaas was dat ook in het jongste verleden zelfs t.a.v. predikanten het geval. Bij de Vrijmaking werden sommige predikanten uitgemaakt voor baardeloze knapen, omdat ze nog jong waren. Het was aan de spotters blijkbaar ontgaan, dat kerkreformaties meestal bij jongeren beginnen. Iemand als Calvijn was 27 jaar toen hij zijn standaardwerk de Institutie schreef. De vader van de Afscheiding De Cocq was even in de 30, toen hij in conflict kwam met het kerkbestuur. Ouderen en jongeren behoren elkaar als volwaardige leden te aanvaarden.
Anders wordt het kil in de kerk.
Kinderen in de kerk
Een ander probleem is, dat de kinderen zich in de kerk vaak weinig aangesproken voelen. Ik snap er niets van, is een veel gehoorde klacht. Hier is, dunkt me, ook een taak voor de ouders om thuis met de kinderen over de preek te praten. Over het algemeen is het taalgebruik in de kerk te moeilijk. Als ik sommige predikanten hoor preken, komt bij mij de ondeugende gedachte op, dat het goed zou zijn de prediker voor elk vreemd of verouderd woord een kwartje te laten betalen.
Ik ben alleen bang, dat verscheiden predikanten hierdoor in financiële moeilijkheden zouden komen.
Ook hierin is niets nieuws onder de zon. Reeds Luther slaakte eens de verzuchting: "wat is het moeilijk om de profeten Duits te laten spreken."
Een moeilijkheid blijft, dat ook bij het gebruiken van gewone Nederlandse woorden, de preek toch voor een aantal jongeren te moeilijk blijkt. Ik denk dan niet aan de vele kleinen, maar aan kinderen van omstreeks 10 jaar en ouder. In sommige kerken zoekt men de oplossing in kindernevendiensten.
Daartegen zijn principiële, bezwaren in te brengen. Wie weet een betere oplossing?
Al van ouds is de klacht, dat de kerkdiensten voor de jeugd vaak te saai en te vervelend zijn.
Kan het niet wat vrolijker? En zou ook de liturgie niet wat aangepast kunnen worden?
Deze is vaak weinig inspirerend en ook niet erg logisch. Voor buitenstaanders is onze liturgie meestal een onbegrijpelijke zaak. Triest is ook, dat het meedoen van de gemeente in de loop der jaren nog minder geworden is. Wij zijn aan deze gang van zaken zo gewoon geworden, dat het ons nauwelijks meer opvalt. Voor de jeugd moeten de preken ook niet te lang zijn, al blijkt het moeilijk te zeggen hoe lang dan wel. Mijn vader onderzocht op catechisatie wel eens hoe groot het incasseringsvermogen van de catechisanten was. De eerste 15 minuten had men de preek meestal goed opgenomen.
Het volgende kwartier werd het minder. Na een half uur wist men weinig meer van de preek te vertellen. Dat zijn dan maar jongeren, zult u zeggen. Ja, zo reageerde de kerkenraad ook op de enquête. Helaas gaf een onderzoek onder de ouderlingen niet veel beter resultaat.
Natuurlijk moet men deze tijden wel met een korreltje zout nemen. Kort is elke preek, waarbij de hoorders vergeten op hun horloge te kijken.
Een bekend predikant maakte eens de verstandige opmerking, dat een predikant vijf minuten eerder "amen" moet zeggen dan zijn gemeente. Opvallend is ook de afschuw, die de jeugd, en deze niet alleen, heeft voor herhalingen. Wel staat men er erg op, dat de predikant "echt" is. Sterk komt bij de jeugd het verlangen naar voren naar een blijde opgewekte preek.
"Preek zo, dat wij ons door Christus duizend pond lichter voelen als we uit de kerk komen".
De functionele verdeling
Een ander punt van belang is, dat de jongeren functioneel zo weinig ingeschakeld worden. Vele ouderen klagen erover, dat ze overbezet zijn met kerkelijk werk. Waarom wordén jongeren dan niet meer voor allerlei werk gebruikt? Ze mogen minder ervaring hebben, maar het enthousiasme, het komen met nieuwe gedachten, de originaliteit is toch meer een eigenschap van de jeugd. Gemeenten komen soms wat steriel over. Zou het ook kunnen zijn, dat het te weinig inschakelen van jongeren in allerlei werk een van de oorzaken is?
Slotopmerkingen
Dit waren een paar kritische opmerkingen. Daar is natuurlijk nog veel meer over dit probleem te zeggen. In het kort wil ik nog enkele vraagstukken aanduiden.
Daar is het probleem, dat jongeren in onze tijd vaak een eigen cultuurpatroon hebben, dat nog al afwijkt van dat van de ouderen. Hun kleding is meestal niet onze eerste keus.
Hun haardracht en muziek kunnen ons weinig bekoren. Dit is iets wat bij ouderen nog al eens irritatie opwekt. Aan de andere kant zijn er ouderen, die jongeren irriteren door het feit, dat er een grote kloof gaapt tussen hun leer en hun leven. Geweldig vroom praten en tegelijk laten zien, dat je verslingerd bent aan allerlei luxe dingen, betekent een blokkade voor de jongeren op weg naar Christus.
Vergeten we ook niet, dat wij als ouderen kerkelijk niet bepaald in weelde zijn opgevoed. We hebben een tijd gekend van intellectualistische preken, terwijl men zich kerkelijk nog al schuldig maakte aan navelstaren. We dachten, dat wij het ware volk van God waren.
Juist echter de persoonlijke omgang met Jezus Christus trok te weinig aandacht. Wij ergeren ons, en soms terecht, over de te geringe kennis bij veel jongeren.
Zou het ook kunnen zijn, dat zij moeite hebben met het feit, dat die persoonlijke omgang met God in ons leven zo weinig naar voren komt? Hoeveel ouderen laten kerkelijk in menig opzicht verstek gaan en putten zich uit in kritiek op de kerk. Verwondert het u dan, dat de kinderen de consequentie trekken en de kerk vaarwel zeggen?
Zullen we naar het voorbeeld van die eenvoudige boerenknecht Wiegen maar niet proberen allemaal gewoon kinderen van God te worden en te blijven? Een blijmoedige kerk van heel gewone kinderen. Die behoren tot het Koninkrijk der hemelen, zei Wiegen.
En daar had hij gelijk in. Immers als we niet worden als de kinderen, zegt onze Heiland, zullen we het Koninkrijk der hemelen niet binnengaan.