Beproefde trouw (1)
1982-04-09
1.Inleiding- Jaargang 26
- nummer 14
Je moet wel vrij veel van de Nederlandse kerkgeschiedenis weten, wil je het boek
Beproefde trouw,
vijfenzeventig jaar Gereformeerde Bond
in de Nederlandse Hervormde Kerk
met enige vrucht kunnen lezen. Maar als je daar weet van hebt is het ook, een verzameling opstellen onder eindredactie van ir. J. van der Graaf (350 bladz., uitgave Kok, Kampen, prijs f 47,50), het lezen duidelijk waard. "De Bonders" laten zich in en door deze publicatie duidelijk kennen. Het boek zou in zeker opzicht een aanvulling kunnen zijn op "De weg van het Woord", dat drs. Mooiweer in het nummer van "Opbouw" van 25 september j.l. besprak. Nu is geschiedenis momenteel niet "in" en kerkgeschiedenis helemaal niet. Schenken onze predikanten er op de catechisaties wel voldoende aandacht aan? Telkens kom je het weer tegen, dat men geen weet heeft van de strijd van onze vaderen in vorige eeuwen. Afscheiding en Doleantie zijn begrippen geworden, om van Dordrecht 1618/9 maar helemaal niet te spreken. Wellicht kunnen we nog wel jaartallen, 1834 en 1886 produceren, maar dan is het voor velen al mooi geweest. Dat onze vaderen, nog maar vier tot zes geslachten terug, geleden hebben, achteruitgezet werden, in armoe dreigden onder te gaan, politie inkwartiering en vrijheidsberoving hebben moet verdragen om de wille van het belijden van Gods Woord, wie spreekt daar nog over, wie kent de geschiedenis daarvan enigszins en weet zich daarmee verbonden?
Bij zulk een gebrek is er dan ook geen weet van de verlossing, die de HERE telkens gaf. Zijn grote werken moeten we aan onze kinderen vertellen (Ps. 78) en om dat te kunnen doen, dienen we die eerst zelf te weten. Dan ervaren we tevens, dat de vervulling van de beloften van onze Heer, vlak voor Zijn vertrek naar de Vader ("Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde", "Ik zal· U niet als wezen achterlaten"
en zoveel andere) in de tijd echt werkelijk waargenomen is door onze overgrootouders en hun voorgeslachten.
Wij, die met dezelfde beloften leven, mogen daar thans ook kracht uit putten.
De bespreking van het hierboven genoemde boek is daarom een goede aanleiding in 't kort iets uit die Nederlandse kerkgeschiedenis naar voren te halen en dan wel bijzonder gericht op "De Bonders", zoals de leden van de Gereformeerde Bond veelal aangeduid worden en zichzelf benoemen.
2.Dordt 1618/9
De gemeenten, die in de 16e eeuw uit de Rooms-katholieke kerk verlost werden en terugkeerden naar Gods Goede Woord, zochten contact met elkaar. Hoe kon het ook anders? Ze waren klein en hadden samen zoveel te overleggen. Opgegroeid in een afvallige kerk, hadden velen slechts een geringe kennis van de Schriften en in wat voor het gemeentelijk leven nodig is. Je ziet dan ook dat gemeenten, die vlak bij elkaar lagen, langzamerhand verbanden gingen vormen (classes) en hun voorgangers beschikbaar stelden voor de anderen. Binnen de grenzen van een provincie kwam men bijeen als particuliere synode en afgevaardigden van deze laatste vormden een landelijke (nationale) synode; de bedoeling was dat die om de drie jaar samen zou komen. In die kerkelijke vergaderingen groeide langzamerhand een stel regels, later gebundeld tot een kerkenordening; zo ontstonden ook geleidelijk aan verschillende formulieren en psalmberijmingen. Steun ondervond men eveneens van de overheid, gevraagd zowel als ongevraagd. Immers de strijd tegen Spanje was tevens een worstelen om vrijheid van godsdienst. Toen de Unie van Utrecht tot stand kwam (1579) werd daarbij de plaats van de kerken geregeld. Zo ging dat in die tijd. De overheid wilde een vinger in de pap houden, bijv. bij het beroepen van predikanten, evenals bij het vaststellen van regels voor het kerkelijk samenleven.
Daartegenover was zij bereid een deel van de traktementen van de predikanten te financieren. Met name de bepalingen, die in een kerkenorde zouden worden ondergebracht, bezorgden de provinciale overheden (de Staten) zoveel zorg, dat zij tussen 1586 en 1618/9 het bijeenkomen van een nationale synode verhinderden. Onderscheiden Staten vreesden nl. dat zij in zo'n landelijke samenkomst van kerkelijke ambtsdragers politiek overspeeld zouden kunnen worden en daar was men beducht voor.
Vrijheid en zelfstandigheid waren voor die provinciale Staten heel belangrijke zaken. Tegen het einde van het twaalfjarig bestand (1609-1621) liepen de politieke en kerkelijke belangen echter samen (vreesvoor de macht van de remonstranten). Toen konden de Staten-Generaal (samengesteld uit de afgevaardigden van de provinciale Staten) er in bewilligen, dat er een synodenationaal uitgeschreven zou worden, zij het dat zij 18 commissarissenpolitek aanwezen, die de zittingen moesten bijwonen "om hare handelingen te besturen en te leiden met voorbehoud van goedkeuring daarvan". Trouwens de Generale Staten hadden tevoren de voorwaarden voor deze kerkelijke vergadering vastgesteld en zij waren ten nauwste betrokken bij de uitvoering van de genomen besluiten.
Wat kwam er in Dordrecht in 1618/9 aan de orde?
Vooreerst de belijdenis. Er was al jarenlang een heftige strijd met de remonstranten. Aan de Leidse Universiteit stonden Arminius en Gomarus als hoogleraren tegenover elkaar, maar ook in de gemeenten werden leringen verkondigd, die niet naar de Schriften waren. In geding was de betekenis van de Goddelijke verkiezing en de menselijke verantwoordelijkheid. Daarbij legden de remonstranten alle nadruk op de vrije wil van de mens, waarmede de verkiezing en Gods genade daarin voor zondaren geloochend werd. Eenzelfde strijd als die tussen Brasmus en Luther een eeuw vroeger en als tussen Pelagius en Augustinus in de oude kerk. En dat ging maar niet om een of andere theologische beschouwing, waarmee je het eens of oneens kunt zijn, nee, de Waarheid was in geding: wat zegt de HERE, hoe gaat Hij om met Zijn volk en hoe wil Hij door dat volk gediend worden?
In het verlengde van dit strijdpunt lag het gezag van Gods Woord. De synode verwierp de dwalingen van de remonstranten en legde dit vast in "De Dordtse Leerregels, zijnde de vijf artikelen tegen de remonstranten", die we achter in ons kerkboek vinden. Lezing daarvan doet ons duidelijk zien van hoe groot belang dit oude en ietwat ouderwetse geschrift is geweest en nog is. Ook van hoe grote betekenis de besproken punten zijn. Door deze belijdenis moest zich de scheiding in de kerk van die dagen voltrekken; ze ontdekte de geesten der dwaling, die niet uit God waren (1 Joh. 4). Dordt 1618/9 heeft zich nauw aangesloten aan de Heilige Schriften en dit publiek verantwoord. Deze Dordtse leerregels vormen tezamen met de Heidelbergse Catechimus en de Nederlandse Geloofsbelijdenis de drie formulieren van Enigheid of de belijdenis geschriften van de Gereformeerde kerken. Zij zijn door de eeuwen als zodanig gehandhaafd, zij het dat ze jammer genoeg voor velen nog steeds onbekend zijn.
Verder werd ruim 31;2 eeuw geleden een kerkorde (DKO, Dordtse kerkenordening) vastgesteld, waarin de kerken tot uitdrukking brachten de regels die zij gezamenlijk zouden volgen. Eveneens kwamen, na revisie van bestaande, onze formulieren voor doop en avondmaal tot stand, zomede de andere liturgische geschriften. Ten aanzien van de psalmberijming sprak men enkel uit dat in de eredienst alleen "de 150 psalmen Davids, de 10 geboden, het Onze Vader, de 12 artikelen des geloofs, de lofzangen van Maria, Zacharias en Simeon gezongen zouden worden".
Daarmee ging een gezangenbundel, die de remonstranten voorstonden, van tafel. In de loop der jaren kreeg in de gemeenten de psalmberijming van Datheen vrijwel overal ingang.
Tenslotte besloot de synode tot een nieuwe bijbelvertaling te willen komen. Prof. Berkhof zegt daarvan in zijn "Geschiedenis der kerk": "De Statenvertaling was èn als overzetting èn als taalkundig monument, een meesterwerk, dat ons volk en onze taal diep heeft beïnvloed.
Wanneer ze nu langzamerhand als verouderd moet gelden, ligt dat niet aan de arbeid der vertalers, maar aan de verdere ontwikkeling der Nederlandse taal en de nauwkeuriger kennis van de grondtalen en de grondtekst". Statenvertaling, aanduiding van de "politieke" invloed op de synode. Ook omdat de overheid het hele werk financierde. U ziet dat nog op het titelblad van de oudere bijbels tot uitdrukking gebracht"...op last van de Hoog-Mogende Heren Staten-Generaal der Verenigde Nederlanden en volgens besluit van de Nationale Synode, gehouden te Dordrecht in de jaren 1618 en 1619". Behalve de vertaling waren er ook de kanttekeningen, die de bijbeltekst verduidelijken en die tot in onze tijd (met onderscheiding gelezen) een rijkdom aan inzicht en christelijk geloof bevatten. Met opzet ben ik ietwat uitvoerig op Dordt 1618/9 ingegaan, omdat onze Bondsbroeders telkens weer op het werk van die synode terugvallen en dat een bijzonder grote betekenis toekennen in hun strijd om de ware leer in de vaderlandse kerk.