Revius

1982-04-09
  • Jaargang 26
  • nummer 14
Een van de heel mooie en goede gedichten in onze taal is het “Hij droeg onze smarten” van Jacob Revius, voor korte tijd predikant in Aalten-Winterswijk. “ ’t En zijn de Joden niet, Heer, Jesu, die u kruisten. ’t En zijn de krijgslui niet. Ik ben ‘t, o Heer, ik ben ’t die u dit heb aangedaan”. De vromen hebben over het lijden en sterven van onze Heer nooit anders kunnen denken dan in die betrokkenheid van de schuld. “Ik deed door mijne zonden Hem al die jammren aan”. Het is niet alleen de dichter Revius die zo dichtte. Rembrandt schilderde zo. Als hij de oprichting van het kruis op Golgotha in beeld brengt dan heeft een van de soldaten het gezicht van Rembrandt en al het Rembrandtieke licht waarover de kenners spreken valt dan op Rembrandt’s gezicht. Hij is er ook bij geweest. In de waarachtige schuldbelijdenis is dat een waarheid die geen enkele gevonden zondaar uit de weg wil gaan. Als Bach in zijn Matthëuspassiontoegekomen is aan het vragen vande discipelen bij het avondmaal wie degene zal zijn die Hem overlevert (niet verraadt, maar overlevert)dan laat Bach de gemeente invallen met het koraal van Paul Gerhardt “Ich bin 's ich sollte biissen, an Händen und an Füssen, gebunden in der Höll'. Hij is in onze plaats. Dat te aanvaarden in de volle realiteit is tegelijk vol schaamte en vol vreugde. In het bijbels realisme zijn wij de schuld. In datzelfde realisme mogen we ook zeggen: Toen Jezus stierf stierven wij. Toen Jezus begraven werd, werden wij begraven. Het is vol zaligheid tot het inzicht te komen dat één voor allen gestorven is. 2 Korinthiërs 5: 15. Dus zijn ze allen gestorven. Wij zijn met Hem gekruisigd. We zijn ook met Hem opgewekt. Zo zijn we in Hem veroordeeld en ook in Hem vrijgesproken. Want Hij is overgeleverd om onze overtredingen en opgewekt om onze rechtvaardiging. Daarom mogen we met blijdschap zeggen in de schuldbelijdenis dat we de schuld achter ons hebben, al vergezelt die ons elke dag. Want dat alles: de nagel, de speer, de gesel, de doornenkroon, “is al geschied, eilaas, om mijne zonden”.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief