In Memoriam Ds J. Zwart
1982-04-09
Op 29 maart j.l. is na een lange periode van ziekte overleden Ds. J. Zwart te Haren. Ds. Zwart was één van de oudste predikanten van onze kerken, en heeft dan ook een groot deel van de bewogen geschiedenis van de Gereformeerde kerken in Nederland meegemaakt. Dit was reeds het geval in zijn eerste gemeente, Eestrum in Friesland, waar hij op 4 oktober, 1931 in het ambt werd bevestigd. Hij volgde met belangstelling de theologische ontwikkelingen. Hij onderkende, dat de beslissingen die in de veertiger jaren ter synode werden genomen, de rijkdom van het evangelie van Gods verbond, verduisterden. De maatregelen die tegen ambtsdragers genomen werden, streden met zijn gevoel voor rechtvaardigheid. Hij trok de conclusie en maakte zich vrij. Met zijn gezin, als vrijwel de enige van de gemeente. Wij kunnen niet bevroeden hoe moeilijk het voor hem moet zijn geweest om op deze manier Eestrum te verlaten. Een gemeente, waarmee hij toch nauwe banden onderhield.- Jaargang 26
- nummer 14
Na Eestrum diende Ds. J. Zwart van 11 mei 1947 tot aan het begin van 1950 de gemeente te Treebeek, Limburg. Op 12 februari 1950 deed hij zijn intrede in de Gereformeerde kerk (vrijgemaakt) te Haren. De gemeente van Haren heeft hij gediend tot aan zijn emeritering op 1 februari 1970. Jarenlang heeft hij Gods Woord mogen doorgeven: Van de kansel, bij zijn catechetisch onderwijs, en tijdens zijn huis- en ziekenbezoeken. Veel oud-catechisanten zijn hem nog dankbaar voor de gedegen schriftkennis, die je werd bijgebracht. Zo leerde je de wapenrusting van Ef. 6 : 10-20 dragen.
Niet alleen in de gemeente arbeidde Ds. Zwart. Reeds in 1951 werd hij secretaris van het Groninger zendingscollege. Deze functie vervuld de hij met nauwgezetheid en blijdschap, tot aan het eind van de zestiger jaren. Zijn overtuigde keuze voor de huidige Nederlands gereformeerde kerken, maakte daarna verdere deelname aan het college voor hem onmogelijk.
Ds. Zwart stond graag dichtbij de mensen. Het beste leerde je zijn grote belezenheid, zijn theologische kennis en zijn kijk op de wereld om hem heen, kennen in een persoonlijk gesprek. Een gesprek waarin een anekdote niet ontbrak, en waarin je mathematische puzzels soms niet werden bespaard. Voor een theoloog had hij een opmerkelijke interesse voor wat er in de wereld aan 'natuur en techniek' gebeurt. Zijn persoonlijke betrokkenheid maakte hem tot een herder, die in zijn huis- en ziekenbezoeken, de troost van het Woord van God aan zijn gemeenteleden mocht voorhouden. Wanneer hij na het overlijden van één der gemeenteleden de dienst van woord en gebed' leidde, deed hij dat graag staande vóór de kansel: oog in oog met de familie.
Anders is de afstand zo groot, zei hij eens tot mij.
Vandaag herdenken wij dat onze Here Jezus Christus Jeruzalem binnentrad om daar te lijden. 'De straf, die ons de vrede aanbrengt, was op Hem en door zijn striemen is ons genezing geworden'. Maar na de verschrikkingen van dood en hel (de verlatenheid van God de Vader) rees Hij op ten derden dage. Als eersteling. En degenen die in Hem geloven, mogen volgen. Deze centrale boodschap van het evangelie heeft Ds. Zwart door mogen geven. Nog in het laatst van zijn leven vertrouwde hij in de beslotenheid van zijn studeerkamer dit Paasevangelie in de woorden van Collo 3 : 3-4 aan het papier toe. Laten ook wij in geloof die boodschap van Gods genade aangrijpen, samen met al de Zijnen.
De Here trooste de familie Zwart in hun grote verlies, en geve hun Zijn vrede.
Palmzondag, 1982
Aafje Vos, Haren