Farao's dochter

1982-04-16
  • Jaargang 26
  • nummer 15
In maart hebben egyptologen een belangrijke vondst gedaan, in de naaste omgeving van de grote piramide van Gizah. Het was het graf van een Egyptische prinses, dat geopend werd; en wel van de prinses, die eenmaal Mozes als zoon heeft geadopteerd.

U kent de geschiedenis uit Exodus 2: van het jongetje, dat naar Farao's Gebod moest worden afgemaakt, maar dat door de ouders clandestien werd aangehouden; tot het met liefdevolle list aan Farao's dochter in handen werd gespeeld.

Die afloop zat er, met wat fantasie, wel in. Koningskinderen waren dol op huisdieren. In graven van koningskinderen zijn gemummificeerde apen gevonden, een antilope en andere "huisdieren". En we hebben hier al eens uiteengezet, hoe de papyrusplant aan de Nijl in zulke dichte hagen kan uitgroeien, dat men gemakkelijk een "badkamer" kon uitsparen, waarvan de ingang door een slavin kon worden bewaakt en waar altijd fris water binnenstroomde, zonder gevaar van krokodillen. Was het waterdichte papyrusmandje daar eenmaal in gelegd, dan lag het veilig en de prinses zou het op haar dagelijks bad móeten vinden. En kon ze zich, als ongehuwde vrouw, leuker huisdiertje voorstellen dan een echt, levend jongetje?

En zo is het gekomen. De prinses trotseerde het koninklijke gebod, hield het jongetje aan, adopteerde het als zoon (!) en gaf het een vorstelijke opvoeding.
Hij kreeg een Egyptische naam, kreeg de eer van een jonge prins, werd opgeleid in alle wijsheid der Egyptenaren (en die was niet gering) - maar bleef een Leviet, een zoon van Abraham, een Godgewijde in zijn hart. Dat kwam uit toen hij zijn Egyptische rechtskennis aan de Hebreeuwse praktijk toetste: hij viel door de mand en moest haastig vluchten.

Om iets te verstaan van de historische achtergronden van de prinses en haar adoptief kind, biedt de litteratuur van het oude Egypte - die pas sedert 150 jaar gelezen kan worden - rijke mogelijkheden. En de vondst van Mozes' pleegmoeder zal ongetwijfeld extra licht geven; is dat eenmaal beschikbaar, dan hopen we dit artikel te kunnen aanvullen. Voor het ogenblik geven we een chronologische opstelling van de farao's, in wier tijd deze gebeurtenis speelde.
De laatste vorsten uit de 18e dynastie waren:

Amenhoteb III - 1405-1367, een lange, krachtige regering
Amenhoteb IV - 1367-1350, Echnaton, ketterkoning 1)
Semenchare - 1352-1349, Aton-aanhanger als de vorige 1349-1341
Toetanchamon - terug naar de Amonsdienst 1341-1337
Eje - priester, regent 1337-1314,
Horemheb - generaal, geh. met Baket-Amon 2)

De 19e dynastie opende met Horemhebs eerste zoon:

Ramses I - 1314-1312, ongewenst
Sethi I - 1312-1298, zwak en wreed
Ramses II - 1298-1231, man van buitenlandse politiek
Merenptah - 1231-1222, de weifelaar, uittochtkoning

Na de krachtige regering van Amenhotep IIIkwam zijn zoon: die zijn naam wijzigde naar zijn god Aton, die het eengodendom predikte, de sociale en culturele gewoonten wijzigde, een revolutie ontketende, de koloniën verwaarloosde, voortijdig democraat was en zijn land door idealisme en/ of krankzinnigheid naar de afgrond stuurde.

Semenchare en Toetanchamon waren zoontjes van hovelingen, die pro forma met kindprinsesjes huwden om farao te spelen; achter hen stond echter de priester-regent Eje, een intrigante figuur, de eigenlijke regeerder, die het roer tenslotte ook openlijk in handen nam. Eindelijk zorgde Eje, toen de contrarevolutie beëindigd was, dat generaal Horemheb zijn loon kreeg: in de persoon van de aangebeden prinses Baket-Amon. Zo kwam deze legitiem aan de macht; te weten in de staat - niet in zijn gezin.

Want Baket-Amon, dochter van Amenhoteb III, droeg het koningsbloed en wist zich te hoog voor een doodgewone vechtjas, die "met mest tussen zijn tenen geboren" was. Ze weigerde hem als echtgenoot en slechts door verkrachting drong hij haar in de huwelijksnacht een zoon op. Hij droeg zorg dat ze zich niet voortijdig van haar vrucht kon ontdoen en noemde zijn zoon trots Ramses: zoon van god Ra. Of hij nu zijn afgod dan wel zichzelf als vader vernoemde komt op het zelfde neer.

Hoewel Baket-Amon haar "man" waarschuwde dat, als hij haar nog eenmaal aanraakte, ze zich zodanig met vreemden zou afgeven als nog nooit een vrouw gedaan had, hij voerde haar tenslotte dronken en verkreeg zo een tweede zoon van haar. Deze keer was ze hem voor met de naamgeving: de naam werd Sethi, Duivelskind. En ze hield haar woord: heeft met alle ordinaire figuren overspel gepleegd, alleen om haar man te schenden.

De kinderen waren Ramses I, die slechts 2 jaar regeerde - en Sethi I, die 14 jaar een zwak beleid uitoefende. Pas toen Ramses 11 farao werd (en dat bleef hij 67 jaar) kwam er weer buitenlandse politiek, werden er oorlogen gevoerd, koloniën heroverd en welvaart herwonnen.
In deze tijd moeten we Mozes plaatsen. Wanneer we de gedenksteen van Merenptah in 1220 (of 1229, Willibrordbijbel) mogen dateren, kunnen we aannemen dat de uittocht vrijwel 'in datzelfde jaar is geweest. Want een farao moest snel zijn om zijn heldendaden vast te leggen; een opvolger zou het niet voor hem doen.

Bij de uittocht in 1220 of 1229 was Mozes 80 jaar oud. 3) Dus is hij geboren in 1300 of 1309, dat is tijdens Sethi I, de bastaard, nooit door zijn moeder gesteund en alleenstaand na de dood van zijn sterke vader. Door wreedheid (het verdrinken van slavenzoontjes) trachtte hij zijn wankele troon te handhaven, tegen de vrees van zijn hof in. Geen wonder dat een prinses van den bloede hem trotseerde en brutaalweg een Hebreeuws kind adopteerde.

Toen Ramses 11 aan de macht kwam, was de kleine Mozes (2 of 11) nog een haremkind en de aandacht van een groot man niet waard. Alles ging daarom goed - tot de volwassen Mozes ging "optreden". Hij sloeg een Egyptenaar dood, het werd de farao bekend, en de "prins" was zijn hachje geen ogenblik meer zeker. Hij vluchtte de woestijn in, naar een man met zeven dochters. Die was priester van Abrahams God en gaf Mozes een heropvoeding. Maar Mozes bleef een vreemdeling in een vreemd land. 4)

Wat was dan zijn vaderland? Egypte toch niet? Nee, Mozes was een zwerver, op zoek naar een beter vaderland. De geadopteerde prins was vogelvrij, zo lang Ramses 11 leefde. Maar toen deze koning gestorven was, hoorde 6) God naar het gekerm van zijn volk.

Ramses 11 werd in 1231 opgevolgd door Merenptah. Met hem kreeg Mozes, op Gods bevel, te maken. Na lange onderhandelingen kwam de beloofde exodus, in het jaar 1220 of 1229.


Als we alleen het boek Exodus lazen, zouden we Mozes zien als een overhaaste vluchteling, die al zijn voorrechten vergooide voor een enkele voortijdige daad van gerechtigheid. Eigenlijk een onnadenkende lafaard, die eerst handelde en daarna dacht.

Maar dat oordeel is onjuist. In de geloofsgalerij van de brief aan de Hebreeën zien we Mozes terug. "Door het geloof heeft Mozes, volwassen, geweigerd een zoon van Farao's dochter te worden genoemd; verkiezende liever met het volk Gods kwalijk behandeld te worden, dan voor een tijd de genieting der zonde te hebben, achtende de versmaadheid van Christus meer rijkdom dan de schatten van Egypte; want hij zag op de vergelding des loons". 6)

Mozes had in de ongewisse tijd waarin hij leefde een prachtkans, om farao te worden. Dat was nog wat anders dan hoveling. Hij zou de sterke Ramses II kunnen opvolgen. Aan zijn pleegmoeder zou het niet hebben gelegen, want vrouwen - zegt men - kunnen ongelooflijk goed intrigeren.

Ze had met haar adoptief zoon sterke kaarten in de hand, want het faraobloed was verbleekt, de kracht door inteelt gedoofd. En Mozes was niet alleen knap van aanzien, maar ook schrander en voorbeeldig opgevoed. Een man, die door alle Egyptenaars aanvaard zou worden en slechts door Hebreërs verraden.

Maar daar stond Mozes positief tegenover. Hij doorzag de tijdelijkheid van een "goddelijke" koningsloopbaan. Hij kende de God van Abraham, Izak en Jacob. Hoe? We weten dat het zo is want de Schrift zegt het: hij zag op de vergelding des loons; de eindafrekening besliste voor hem. Niet de weegschaal van Toth - maar de waagschaal van het geloof deed het hem. Liever één dag in de voorhof des Heeren, in de woestijn, dan duizend aan het hof. Hij smachtte naar de levende God - had genoeg van alle dode goden.

Daarom brak hij bewust (en niet uit lafheid) met farao Ramses II. Daarom brak hij met het hofleven, de weelde, de eer. Daarom brak hij met zijn pleegmoeder. Daarmee brak hij haar hart! We zijn benieuwd, straks meer te horen over haar, over wier graf we vorig jaar wandelden en dat nu zijn geheimen bloot geeft. Zij heeft voor Mozes, ze heeft voor het overleven van Gods volk, veel gedaan: alles wat in haar vermogen was - en dat was niet gering.

Noten
1) zie "De reformatie van Achnaton", in het nummer van 15-5-1981.
2) zie de art. over Sinuhe, mei/juni 1981.
3) zie Hand. 7 : 23 en 30.
4) Ex. 2 : 22.
5) Ex. 2 :23.
6)Hebr. 11 : 24-2.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief