Beproefde trouw (2)

1982-04-16
  • Jaargang 26
  • nummer 15
3. Van Dordt tot de Franse revolutie
De strijd om het belijden van Gods verbond, zoals die in Dordrecht in 1618/9 is gevoerd, was fel en is in getrouwheid aan Zijn Woord gestreden, zij het ook in veel menselijke zwakheid. Evenwel kwam reeds spoedig daarna het verval.
Velen toch bleven in de kerk, hoewel zij de gereformeerde belijdenis niet erkenden. Was het wonder?
De overheid, nauw verbonden met de kerk, had betrekkingen te vergeven en kerkleden hadden daarbij de voorkeur. De welvaart (Gouden eeuw) nam toe en vlees en wereld lieten zich niet onbetuigd. Het humanisme stak de kop weer op: de mens centraal, zijn visie op de Openbaring, op de gemeente, zijn theologie en zijn godsdienstige activiteiten. Het remonstrantisme was de voordeur uitgezet, het kwam in een ander gewaad de achterdeur binnen.
Enerzijds verwereldlijking. 's Zondags naar de kerk, in de beste kleding, lange preken, maar in de week je eigen gang gaan in handel en bedrijf, in de politiek, in en buiten het gezin. Anderzijds de wetenschap, die in filosofische en theologische systemen dorre denkschema's gaf, die het verstand mogelijk bevredigden maar die van geen enkele betekenis waren voor het leven met de HERE. Preken ontaardden in vertogen, geleerd en kunstig, maar het Brood des levens, het onderwijs in de Schriften, ontbrak, evenals vermaan en tucht. Is het wonder dat de dienst des HEREN verschraalde en velen het in de officiële kerk niet meer konden vinden?
Zij trokken zich terug in de gezelschappen (conventikels). Anderen riepen op tot bekering, een nadere reformatie. Wat in Dordt 1618/9 was gebeurd, was (objectief) goed, maar het moest toch zeker persoonlijk (subjectief) beleefd worden. Je bent er zo maar niet, er moet wat met je gebeuren, want de HERE is een rechtvaardig God en je kunt slechts gered worden als je. .. Ja wat, als je ... ? Hier is het moeilijk eerlijk de stand van zaken weer te geven. Men zag wel dat de gemeenten zich, evenals in en direct na de reformatie, moesten richten op hun Heer. Woord en Geest moesten heersen en in leer en leven diende dit uit te komen. Maar met die leer en dat leven gaat 't zo maar niet.
Zondaren als je bent, onmachtig in jezelf, moet er wat met je gebeuren!
Die twee, het echt zoeken van de HERE en het zo heel sterk op jezelf zien, typeren de "nadere' reformatie", zoals die in de 17e en 18e eeuw duidelijk openbaar kwam in de Gereformeerde kerk. En het is deze ontwikkeling, waarop onze Bonders graag nog terugzien en die ze (althans voor een deel) momenteel nog koesteren.
Degenen, die toen tot bekering opriepen, waren waardige en vrome mannen en zij onderscheidden zich daarin van velen, die in onverschilligheid en nieuw humanisme hun weg gingen, ook in de kerk van die dagen. Namen als die van Voetsius, Comrie, Brakel, Smijtegeld en Hellenbroek zijn tot in deze tijd bekend. Je ziet nog wel herdrukken van door hen zo'n 200 jaar geleden geschreven boeken en preken. Hun prediking deed toen wat. Velen schaarden zich eronder, zij wezen tenminste de afval en de zonden scherp aan, als oudtestamentische profeten durfden ze over de oordelen Gods te spreken. Maar de weg tot bekering, die zij aanwezen, was niet altijd die van de Schriften.
De bekering zelf werd breed uitgesponnen, zo breed dat er eigenlijk geen Zaligmaker meer bij te pas kwam. Wel in woorden, maar zonder enige klemtoon. Die viel op de mens en z'n godsdienst. Verkiezing en verbond werden als heel bijzondere weldaden van God voor enkelingen gepredikt en besproken. Voor mensen, die bevonden dat zij zichzelf mishaagden, die in zichzelf vonkjes van geestelijk leven meenden te ontdekken, die geloofden dat hun geloof oprecht was e.d. De mystiek - innerlijke bevinding bloeide op. Zij, die dat bij het zelfonderzoek meenden zich te mogen toe-eigenen, wilden zich van de anderen, die ze onbekeerden noemden, onderscheiden en zo kwam het geleidelijk aan tot een kerkje in de kerk en tot vele wettisch-godsdienstige activiteiten: donkere kleding, een puriteinse onderhouding van de Zondag, veel lezen van godsdienstige lectuur, spreken in de geijkte "tale Kanaäns", bezoeken van gezelschappen, uitwisselen van bevindingen e.d. Enige wereldmijding, althans wereldverachting was in die kringen niet vreemd. In de kerk leefden - naar zij meenden - bekeerden en onbekeerd en naast elkaar en het ware te wensen, dat je aan de goede kant stond! Want stel dat je je vergiste en met een ingebeelde hemel buiten geworpen zou worden.
Wees daarom toch steeds met het behoud van je ziel (je onsterfelijke ziel) bezig. U verstaat: de godsdienstige mens kreeg zijn kansen en nam die waar en het eenvoudige evangelie van rechtvaardiging door het geloof in onze Middelaar was veel te goedkoop. Het gaat zo maar niet!
Wat een verval! Het leven van de gemeenten, haar strijd en belijden in de 16e eeuwen in het begin van de 17e eeuw was rond 1800 verdwenen en in plaats daarvan was er een versteende officiële kerk, die de naam van Gereformeerd nog wel droeg, maar niet meer waard was.
En er waren gezelschappen, naast die kerk, daar kwam verlost volk bij elkaar. Je zou die situatie wellicht kunnen vergelijken met die van Israël en in de tijd van Achab. Veel godsdienstig heidendom, weinig echte dienst van de HERE. 7000 getrouwen, maar niemand merkt hen op. Gelukkig bewaarde de HERE ook in die tijd velen bij Zijn Woord en Elia hoorde het pas, toen hij steen en been klaagde over de verwording van Abraham's zaad. Zo ook heeft Hij het volk van de "nadere reformatie", dat zuchtend in zichzelf dreigde ten onder te gaan, dienstbaar willen maken aan Zijn grote werk in deze landen. Dat volk leefde in elk geval in grote afhankelijkheid van Zijn God en het wilde Zijn macht tot verlossen toch altijd nog erkennen.
Op de kerk van die dagen had, evenals in het hele maatschappelijk leven, de Verlichting grote invloed: deftige regenten, zich van hun waarde bewust, voedsterheren van de kerk. En ze lieten die invloed terdege gelden, zonder zich aan Gods geboden te storen. Tolerant tegenover ieder, behalve ten opzichte van de gezelschapmensen. Ze zagen zichzelf als goed en deugdzaam en de grote mens Jezus was waard nagevolgd te worden. Het Opperwezen zal ons, indien we maar ons best doen, heus wel aannemen. Te verstaan is, dat in die tijd de psalmen van Datheen, die met vele gebreken, toch de taal van de Schriften spraken, moesten verdwijnen. Een nieuwe berijming nam in 1773 de plaats in, onder duidelijke medewerking van "hunne Hoog. Mog. Heeren Staaten GeneraaI der Verenigde Nederlanden", onze "oude berijming".
Toen kwam de Franse revolutie en de grenzen van Nederland werden overschreden door de soldaten van de revolutie. De officiële kerk heeft dan geen enkel verzet tegen de revolutiegeest: zij capituleert met de regenten/patriotten voor de geest der eeuwen verwelkomt degenen die vrijheid, gelijkheid en broederschap voorstaan. Ze verheerlijkt het gebeuren. In de Bataafse Republiek kon toen - vanwege de verdraagzaamheid de Gereformeerde kerk geen bevoorrechte plaats meer innemen en de band tussen staat en kerk werd verbroken. Toch zag Lodewijk Napoleon in 1806 nog enige noodzaak om de belangen van de kerk door de overheid te laten behartigen, althans om enige regels te stellen voor de kerk (of wilde hij die onder controle stellen?).

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief