Ik heb geen naam

1982-04-16
  • Jaargang 26
  • nummer 15
"Haar verjaardagscadeau toen ze vijftien werd, was een oproep: ze moest zich melden bij de Duitse bezetters, voor transport. Want ze had een Joodse moeder. En de Duitse regering had een zeer zakelijk plan uitgedacht om alle Joden uit te roeien. Dat plan hield geen rekening met de eerste grote liefde van het meisje voor Bubi, die net als zij in Praag woonde. En het meisje zelf hield er geen rekening mee dat ze in de onbegrijpelijk onmenselijke toestand in het kamp Terezin (Theresiënstadt) haar nieuwe grote liefde zou ontmoeten - Jiri. Misschien was het haar sterke liefde waardoor ze het allemaal kon overleven. Maar het moeilijkste moment in haar bestaan moest nog komen - toen na de bevrijding in 1945 de sterke, vrolijke Bubi én Jiri, het menselijk wrak, op diezelfde dag aanbelden aan haar huis in Praag".
Zó geeft de uitgeverij op de omslag van het boek de inhoud weer van: Ik heb geen naam. Naar mijn smaak is het boek beter dan de tekst van de uitgever doet vermoeden: van sentimentaliteit is geen spoortje te vinden. De ontstaansgeschiedenis is heel merkwaardig. In 1966 ontmoette de Nederlandse schrijfster Miep Diekman toevallig in Praag Dagmar Hilarova. Miep Diekman vertelt: Zij schreef, net als ik, maar dan gedichten; in Theresiënstadt had Dagmar tot de kinderdichters van het kamp behoord. Omdat die gedichten in veel landen vertaald waren, kon ik ze lezen. Maar met Dagrnar praten over die zwarte jaren in haar leven, bleek onmogelijk.
Pas toen ik vier jaar geleden een verhaal van haar in handen kreeg, dat in de DDR gepubliceerd was, zei ze aarzelend: "Als ik mijn gedichten niet had gehad, en de liefde, was ik er nooit doorgekomen".
En door dat verhaal - een van de mooiste, die ik ooit gelezen heb over een jeugdliefde - kwamen na al die jaren haar belevenissen los, in brokstukken, flarden. Veel van die gebeurtenissen overlapten de verhalen die ik gehoord had van Nederlandse kennissen die ook in Theresiënstadt waren geweest. Toen ik Dagmar voorstelde om, uitgaande van haar kindergedichten, samen een boek te maken, weigerde ze eerst. Voorbij was voorbij... er waren al genoeg boeken over concentratiekampen... en zij kon geen proza schrijven.
Rond Dagmars gedichten en dat ene beginverhaal over haar jeugdliefde wilde ik een boek opzetten waarvan Dagrnar alleen nog maar het laatste hoofdstuk (over de bevrijding en haar thuiskomst) zou schrijven. En zo is dit boek tot stand gekomen: een werk van jaren waarbij twee auteurs en een tolk samenwerkten, ieder woord werd gewikt en gewogen omdat het accent moest komen te liggen op liefde en kunst als sterke wapens tegen vernietiging van de mens.
Dagrnar Hilarova is een van degenen die HET overleefde. Haar jeugdgedichten ontkrachten ook nu na ruim dertig jaar de leugens van diegenen die beweren dat de Duitse nazi's er nooit uitroeiings- en concentratiekampen op na hebben gehouden.
In Nederland hebben wij het dagboek van Anne Frank, maar ik vermoed dat jongeren van een jaar of veertien, vijftien minstens evenveel zullen herkennen in "Ik heb geen naam". Trouwens, ook volwassenen kunnen er goede uren mee beleven.
Wat hebben mensen veel door moeten maken, maar ook. wat hebben mensen veel kunnen dragen. Ik citeer: "Vader neemt mijn rugzak op zijn schouder, een zwaar, loodzwaar kruis. De eerste stap op de tocht naar het Calvarië van de twintigste eeuw is gezet". Ze hébben dat kruis gedragen, en ze hebben het kunnen dragen: "Zó ben je dus, liefde! Je kunt de hel in het paradijs veranderen, maar ook andersom. Je hebt je eigen alfabet, je eigen tekens, je toverkracht, je eigen liefdevolle listen en streken". Het kwaad, de hel, is uiteindelijk daar niet tegen bestand. Onder het masker is het tóch zichtbaar en de kunst kan dat duidelijk maken.
Heel sterk komt dat naar voren in het verhaal over de Joodse schilder J. W. Op een dag kwam Heindel, de meest gevreesde SS-er, naar hem toe en dwong hem een portret te maken. Heindel zou er dan voor zorgen dat het gezin van de schilder bij elkaar kon blijven: "Wat er toen volgde, leek een boze droom. J. W. at niets, sliep niet, hij werkte alleen maar. Elke gezichtstrek van zijn wrede model kende hij van buiten en hij ontdekte daarin diens ziel.
Hij schilderde de satan en voelde dat het zijn meesterwerk zou worden. Daardoor drong hij door tot de kern van de hel, tot de essentie van het kwaad. Onder het masker - dat hij niet durfde weg te latenonthulde hij de gedrochtelijkheid van het kwaad. Hij schilderde met zijn eigen bloed en daarom schilderde hij eerlijk. Hij schilderde het duurste schilderij ter wereld".
Zó'n passage alleen al maakt het lezen van dit boek zinvol. Ik hoop erin geslaagd te zijn een indruk te geven. Van harte aanbevolen!
Eigenlijk had ik een bespreking van het dagboek van Etty van Hillesum willen maken, maar ik ben de heer Milo erkentelijk voor het feit dat hij op zo'n goede manier mij het gras voor de voeten heeft weggemaaid. Hij doet dat boek volkomen recht, het is inderdaad een heel belangrijk werk. Ik durf het door mij besproken boek daarmee niet op één lijn te stellen, maar een zekere verwantschap zie ik wél.
Etty van Hillesum zal voor velen moeilijk toegankelijk zijn, zeker voor jongeren, en dat geldt niet voor het werk van Dagmar Hilarova en Miep Diekman die sámen teruggekeerd zijn naar een nooit te vergeten levensfase van één van hen.

"Ik heb geen naam" is uitgegeven door Leopold B.V. Het nummer: ISBN 90 258 3611 9.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief