“U kun ook bellen”

1981-08-21
  • Jaargang 25
  • nummer 29
Voor de derde keer en dat is dan voor ’t laatst, een stukje over de reakties die er kwamen op de radiokerkdienst van onze gemeente. ’s Zondagsavonds belden er nogal wat mensen die vreselijk eenzaam zijn. Weduwen, weduwnaars of gescheidenen. Ze draaien het nummer dat de omroepster opgegeven heeft, omdat ze graag even tegen iemand aanpraten, want er zal de hele avond wel niemand komen en de kinderen zijn de hort op; dat wordt laat eer die terug zijn. Voor zulke eenzamen zijn de uren na de kerkdienst bedoeld, maar ze hebben soms moeite, om de man met wie ze praten willen te pakken te krijgen. Ze horen steeds de bezettoon, want. er zijn anderen, die de lijn blokkeren.
In mijn geval waren dat enkele mensen die iets te schelden hadden. Ik had de kinderdoop gepropageerd,en dat was geen doop: dat was alleen maar een besprenkeling en dat stelde niets voor; dat was van de satan. Ik kreeg vlugschriften thuisgestuurd. Ze zijn van Johan Maasbach: “De kinderbesprenging is de duivel welbehaaglijk en hij wil die leugen handhaven…
Door het bedrog van de kinderbesprenging zijn vele weliswaar lid van een of ander kerkgenootschap, maar als u zich niet bekeert, gaat u met uw doop door de kerk heen naar de hel!” De omslag van het geschrift is een paginagrote foto van de leider Maasbach als hij aan ’t dopen is.
Dat is één van die mensen die veel aan evangelisatie doen, maar dan wél onder Christenen. Zij prediken de Christus uit nijd en strijd (Filippenzen 1: 15) tegen de kerk, en dat kan toch niet de bedoeling zijn.


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief