Voor God en zijn heilige gemeente
1981-08-28
Ons laatste artikel vertelde over het vorstenpaar alhier. Intussen zijn de prins en prinses van Wales gehuwd "voor God en zijn heilige gemeente", zoals ook in de Anglicaanse Kerk nog steeds wordt gezegd. Bij alle grandioze, ongelooflijke luister, die "het huwelijk van de eeuw" omringde, werd ~t publieke en religieuze karakter ervan duidelijk zichtbaar. Met grote ernst en diepe bewogenheid hebben bruidegom en bruid, voor Gods aangezicht en voor hun familie en genodigden, ook voor ongeveer een miljard kijkers over heel de wereld, hun beloften afgelegd.- Jaargang 25
- nummer 30
De dienst verliep in voortreffelijke orde. Een tijd lang was er zelfs een voorsprong van enkele minuten op het tijdschema; maar alles ging even rustig en ongedwongen. De inleidende muziek, voor en tijdens het binnenkomen der processies, was al een feest. Solisten,. koren, koperensembles, een vijfklaviersorgel, zes dirigenten en twee organisten, kunnen in die prachtige St. Paul's kathedraal wel iets klaar maken!
Maar bij het opstellen van het paar, samen met vader Spencer voor het altaar, kwam de ernst. De deken der kerk sprak een inleiding uit, die u zeer bekend zal voorkomen: "Geliefden, wij zijn samengekomen voor Gods aangezicht en te midden van zijn gemeente, om deze man en deze vrouw in het huwelijk te verbinden; welk huwelijk een eerbare en door God gegeven Instelling is, die ons de mystieke unie tussen Christus en zijn kerk afbeeldt; welke heilige instelling door Christus erkend en opgeluisterd is met zijn tegenwoordigheid en' zijn eerste wonder, te Kana in Galilea.
Het huwelijk is in de Schrift aanbevolen om eerbaar te worden gehouden door alle mensen. Daarom moet het niet misduid, of zonder overleg, lichtvaardig of uit begeerte gesloten worden; maar met eerbied, ingetogenheid en nuchterheid, in de vreze Gods en met kennis van de doeleinden, waartoe het is ingesteld".
Die doeleinden worden gegeven. Eerst de bouw van het mensengeslacht; dan om de van God gegeven begeerten te leiden en te heiligen; tenslotte tot wederkerige hulp, troost en steun. De deken besloot dit gedeelte met de, uit de Engelse litteratuur bekende, oproep: "Daarom, indien iemand gegronde redenen kan inbrengen, waarom zij niet wettig verbonden mogen worden, dat hij nu spreke dan wel hierná zwijge!' Geen seconde later dan nodig nam de aartsbisschop van Canterbury de leiding over en sprak: "Ik vraag en gelast u beiden te antwoorden, zoals u zou antwoorden op de oordeelsdag, wanneer de geheimen van aller harten openbaar zullen worden: dat, indien een van u beiden enige verhindering weet tegen de bevestiging van uw huwelijk, u dit thans belijdt. Want ge moet goed weten, dat zij die anders dan naar Gods Woord verbonden zijn, niet voor God verbonden zijn, noch een wettig huwelijk hebben gesloten".
Toen opnieuw geen bezwaar werd geuit, sprak de aartsbisschop de man aan met: "Charles... wilt u naar Gods inzetting met deze vrouw huwen?" Na het bevestigend antwoord "I will" kwam de tegenvraag aan Diana. Schuchter antwoordde zij "I will". Dan klonk luid de bekende Engelse vraag: "wie geeft deze vrouw ten huwelijk?"
Op dat ogenblik deed de vader van de bruid, aan wiens arm zij was binnengeleid, een stap naar voren en sprak nuchter: "I suppose it's me", dat zal ik dan wel zijn.
Aan de huwenden werd nu de trouwbelofte voorgezegd, die in alle onderdelen nagesproken diende te worden. Ondanks de ernst van dit ogenblik bevredigde het ieder, dat zowel bruidegom als bruid een kleine vergissing maakte, die overigens niet gecorrigeerd werd. Charles beloofde, dat hij al háár goederen met zijn bruid zou delen hij liet het woord "aardse" weg en had natuurlijk zijn eigen goederen met haar te delen en Diana verwisselde twee voornamen van haar bruidegom. Het gaf een fijn lachje hier en daar.
De ringen werden uitgereikt, het gebed voor het geknielde paar werd uitgesproken.
Daarop volgde een proclamatie aan alle aanwezigen: dat het paar thans als man en vrouw gehuwd was. Ze ontvingen de bisschoppelijke zegen en een koor zong psalm 67. De lord speaker uit het lagerhuis las 1 Corinthe 13 en de aartsbisschop gaf de volgende toespraak ten beste. (Het woord toespraak is gebruikt, daar het een "address", geen "sermon" betrof): "Alle materiaal voor sprookjes is hier voor handen: de prins en de prinses op hun trouwdag! Maar sprookjes eindigen hier gewoonlijk met de zin: én ze leefden nog lang en gelukkig. Misschien wel omdat een sprookje de bruiloft ziet als anticlimax op het verhaal, de gelukkige afloop daarvan.
"Dat is niet zoals een christen het ziet. Ons geloof ziet het huwelijk niet als eindpunt, maar als het punt waar de historie begint. Er is een oud christelijk gebruik, dat elke bruidegom en bruid op hun trouwdag behandeld worden als een vorstenpaar. De Grieks-orthodoxe kerk hangt op zo'n dag kronen boven het paar, om uit te drukken dat man en vrouw onderkoning zijn in de schepping. Zoals de Bijbel over de mens spreekt: Gij kroont hem met eer en heerlijkheid en stelt hem over het werk Uwer - handen.
"Op een trouwdag wordt duidelijk, dat God ons niet als marionetten geschapen heeft, maar door ons verkiest te werken; dat Hij door ons, bijzonder door ons huwelijk, een toekomstige wereld wil scheppen. Het huwelijk is voor alle dingen een herschepping voor de betrokken man en vrouw zelf. Wanneer echtgenoten hun beloften houden, elkander lief hebben en trouw zijn, samen lief en leed delen, worden ze daardoor veranderd. Een goed huwelijk is een goed leven, zoals de dichter Edwin Muir zegt: Waar de een van de ander vraagt wat de ander het liefste geeft en elk in de ander oproept, wat nergens elders gevonden wordt ...
"Maar elk huwelijk, dat slechts naar binnen gericht is,<waarin man en vrouw naar elkaar blijven kijken, gaat na enige tijd fout. Een huwelijk dat het doet is het huwelijk, dat ook voor anderen werkt. Het huwelijk heeft zowel een intieme kant als een openbare betekenis.
"Wanneer we al onze economische problemen zouden oplossen, maar geen liefhebbende gezinnen konden vormen, zou het geen winst doen.
Want het gezin is de plaats, waar de toekomst wordt gemaakt: een goede, liefdevolle - dan wel een misvormde toekomst. Gehuwden leven na hun trouwdag lang en gelukkig, als zij volharden in het echte avontuur, hun koninklijke opdracht: elkaar te herscheppen en een liefdevolle wereld te scheppen. Dat geldt voor elke man en elke vrouw, die trouwen gaan.
Dat geldt bijzonder voor dit huwelijk, waarop veler hoop is gevestigd.
"Deze wereld is veelal in de greep van de hopeloosheid. Veel mensen schijnen zich over te geven aan fatalisme ten aanzien van de zogenaamde onvermijdelijke dingen als wreedheid, onrecht, armoede, dweepzucht en oorlog. Sommigen hebben zelfs een cynisch standpunt ten aanzien van het huwelijk.
"Maar 'vorstenparen' staan op hun trouwdag voor de waarheid: dat wij bouwers zijn van een nieuwe wereld - en geen slachtoffers daarvan. Aan ons allen is de kracht gegeven" de toekomst naar Gods patroon te vernieuwen; om koning en koningin te zijn in de liefde.
"Dat bidden wij voor Charles en Diana. Mogen de lasten die wij hun opleggen niet groter zijn dan de liefde, waarmee wij hen dragen in de komende jaren. Hoe lang ze ook mogen leven, laat hen altijd weten dat, toen ze zich aan elkaar verbonden voor God en zijn heilige gemeente, ze omringd werden niet slechts door toeschouwers, maar door de oprechte liefde en warme gebeden van miljoenen vrienden. Dank zij God".
Het koor zong psalm 122 en gebeden werden uitgesproken door verschillende voorgangers, ook door de synodepraeses van de Church of Scotland.
En zoals de dienst begonnen was met een door de bruidegom gekozen hymne (170, Christus is gemaakt tot een sterk fundament) zo eindigde de samenkomst met een door de bruid gekozen lied "Ik beloof u, mijn land".
Dan de slotzegen, het nationaal volkslied, het plaatsen van handtekeningen in .de registers van koningshuis en kerk, fanfare en briljante uittochtmuziek.
Was de intocht der processies, dwars door het hart van London, al een uitbundig-feestelijke gebeurtenis geweest - de toejuichingen na afloop, op weg naar Buckingham Palace en bij het verschijnen op het balkon, waren overweldigend. Een half miljoen mensen, die een kleurenmozaiek vormden van rood, wit en blauw. Lijfwachten, hetzij koninklijke gardes, Welsh Guards, Beafeaters of Yeomen, politie- en strijdkrachten: door twee hagen van menselijke lichamen, vaak door schitterende kurassen bedekt en onder machtige pluimen of kolbakken, werd de vorstelijke stoet tegen mogelijke vijanden beschermd.
Het Britse volk stáát voor zijn koningshuis. Het eert dat huis en heeft het lief. En ongeregeldheden? Ja, twee loze alarmpjes met een Iers accent en vier arrestaties wegens zakkenrollen. Mag het?