Persschouw

1981-08-28
  • Jaargang 25
  • nummer 30
Gemeentezang "Kerknieuws" had een interview met Drs. Jan Luth, hymnoloog te Groningen en opvolger van wijlen Dr. Jan Wit. Drs. Luth studeerde voordien aan de Theologische Hogeschool van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) te Kampen.
Onze aandacht concentreerde zich op de laatste vraag en het laatste antwoord zoals die in genoemd vraaggesprek aan de orde kwamen:

Wordt er over het algemeen wel genoeg gezongen in de erediensten?
"Je leest vaak dat de Reformatie de gemeente het Woord heeft teruggegeven.
Maar of de gemeente genoeg aan het woord komt, betwijfel ik. Ik heb eens uitgerekend dat er in een dienst zeven minuten werd gezongen, maar dan met de voorspelen erbij. Dat is vanuit het begrip eredienst te weinig. En ik noem met die zeven minuten waarschijnlijk nog een gunstige uitzondering. De activiteit van de gemeente is in veel gevallen beslist te gering".

Het is een uitstekend ding; dat er meer aandacht aan de zang in de zondagse erediensten geschonken wordt. Het lied mag niet langzaam maar zeker in de reformatorische kerken wegsterven bij gebrek aan animo voor dit belangrijke onderdeel van de samenkomst der gemeente.
In het zingen stijgt de mens boven zichzelf uit, komt hij los va zichzelf. Dat heeft een duidelijke funktie in het proces van de dagelijkse bekering. Want het behoort tot de oerzonde van de mens, dat hij aan zichzelf zit gekit!

Overigens komt het mij bijna apokrief voor wanneer Drs. Luth stelt, dat er in een dienst zeven minuten werd gezongen inclusief de voorspelen van de organist. Ik heb daar des te meer moeite mee als hij beweert, dat die tijdsopgave dan nog als een gunstige uitzondering beschouwd moet worden. Hoe kort moet dan zo'n dienst niet hebben geduurd of hoe lang moet dan wel niet de preek zijn geweest! Ik weet het niet!

Als men van bepaalde zijde herhaaldelijk poneert, dat het in de dienst cirkelt om de preek, ben ik het daarmee volkomen eens! De prediking blijft het kloppende hart van de kerkdienst! Maar dat betekent niet, dat de funktie van de samenzang van de gemeente moet worden beknot. In het heilig gesprek, dat de HERE met zijn volk voert, staat Hij óók in het zingen van de gemeente voluit centraal.
Hij troont immers op de lofzangen van Israël?! De preek mondt uit in het lied, het amenlied van de gemeente nu en straks in de hemel en definitef op een nieuwe wereld.

Wij kunnen dan ook niet spreken van de eeuwige preek, echter wel van het eeuwige lied!

Maar daar heeft de schriftuurlijke Woordverkondiging dan ook naar toe gewerkt. Van Ruler heeft eens de volgende ontspannende opmerking gelanceerd: "Laat de preek eens een keer slecht zijn, we zingen dan toch nog een psalm! Dat is toch de essentie van de zaak". En dat hij met name de psalm noemt zal zijn verklaring vinden in de onderstaande uitspraak van dezelfde theoloog: "Voor de zuiverheid van de godsvrucht is het echter van belang, dat de psalmen de overhand hebben over de gezangen: het christendom moet de Bijbel niet overwoekeren" .

Tot slot nog een korte samenvatting van Calvijns principes ten aanzien van deze materie zoals Hasper die gaf in zijn werk: "Een Reformatorisch Kerkboek". Daarin schreef hij:

"Toen Calvijn werd weggenomen, liet hij als erfenis na: . .. de volgende beginselen:

a. aan het "psalmzingen" komt in den dienst des Woords een eigen taak en een eigen plaats toe, daar het behoort tot den dienst der gebeden;
b. dit "psalmzingen" omvat het zingen van "Psalmen" en "Liederen";
c. de inhoud van hetgeen gezongen wordt moet uit de Heilige Schrift genomen zijn of daarin' gegrond zijn;
d. de dienst der gezongen gebeden , behoort in de moedertaal te geschieden;
e. taal en stijl moeten eenvoudig wezen, zodat iedere gelovige verstaat wat hij zingt;
f. de zangwijzen moeten zijn in den volkstrant, eenstemmig en rhytmisch;
g. de gemeente mag in den gloed van haar zingen niet gehinderd worden door orgels".

Wat punt g betreft delen wij het gevoelen van de reformator van Genève, die niet geporteerd was voor orgelspel in de eredienst, niet, hoewel uiteraard het orgelgeluid de gemeentezang niet overstemmen mag. Dan schiet het immers aan zijn doel voorbij!
De andere punten zijn aktueel genoeg om er nog eens over na te denken!


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief