Menselijk leven
1981-09-04
n.a.v. Hans Bouma "Portret van Albert Schweitzer", Voorhoeve, Den Haag 1981 - Jaargang 25
- nummer 31
Over de persoon en het werk van prof. dr. Albert Schweitzer zijn verscheidene boeken geschreven. Nu is daar een gedichtenbundel aan toegevoegd.
Ds. Bouma is vooraf naar Lambarene gereisd om de omgeving te ondergaan, het werkklimaat te voelen en de sfeer te proeven, waarin Schweitzer heeft geleefd en gewerkt.
Lambarene, een plaatsje van 4000 inwoners aan de benedenloop van de Ogowerivier in de huidige staat Gabon (West-Afrika), is door dr. Schweitzer's ziekenhuis wereldvermaard geworden. Het ligt ongeveer op de evenaar, is berucht om zijn vochtige hitte en zijn tropische ziekten: malaria, slaapziekte, lepra en dysenterie. Sedert Schweitzer daarmee in 1905 contact kreeg, is hij bezield geweest van het ideaal: zijn leven, kennis en naastenliefde in te zetten voor een praktische "ontwikkelingshulp" aan een doodarm gebied.
Schweitzer was meer dan arts. Geboren Elzasser (1875) was hij al theoloog en wijsgeer, voor hij - ten behoeve van Afrika - medicijnen ging studeren.
In 1899 hulppredikant te Straatsburg, was hij er drie jaar later al privaatdocent voor het nieuwe testament. Hij specialiseerde zijn theologische studie op het leven van onze Heere Jezus Christus op aarde. Hij gaf onder meer "een konsekwent-eschatologische verklaring van de evangeliën en van de paulinische prediking; zijn aanwijzingen hebben een omwenteling in de uitlegging van het nieuwe testament gebracht" 1). Als filosoof accentueerde Schweitzer "eerbied voor het leven als de hoogste norm voor de ethiek; nader: goed is leven te behouden, te bevorderen, tot hoogste ontplooiing te brengen; slecht is leven te vernietigen, te schenden en tegen te houden" 2). Daarnaast gaf hij als amateur-musicoloog reeds in 1908 zijn analytisch standaardwerk over J. S. Bach uit.
Het gedichten-boekje van Hans Bouma ademt Lambarene. Naast tientallen goede foto's van Erica Anderson staan tientallen korte meditatieve gedichten van Bouma. Samen geven zij een uitstekend beeld van de doelbewuste Elzasser, die zijn vele talenten en zijn lange leven schonk aan de lijdende zwarte medemens - en die daarin op onze tijd vooruitgreep, er een lichtend voorbeeld aan gaf. De geleerde, die een eervol en comfortabel leven aan de zijde van zijn echtgenote had kunnen hebben; die verschillende leerstoelen in Europa en daarbuiten had kunnen bezetten, zag zijn levenstaak in de hel van Lambarene liggen.
De reis van de dichter is niet tevergeefs geweest: Bouma brengt ons de persoon van Schweitzer zeer veel nader. Daarin doet hij uitnemend werk, want Schweitzer mag nimmer vergeten worden. Bouma draagt het bundeltje op aan iemand, die Schweitzer persoonlijk zo graag gekend had.
Daarmee is het boekje aan u en mij opgedragen, waarvoor dank aan de schrijver. Want al ben ik eenmaal in mijn leven in persoonlijk contact met Schweitzer geweest - daarmee kende ik hem nog bij lange niet.
Is er dus van dit "portret van Albert Schweitzer" zeer veel goeds te zeggen, dat neemt niet weg dat ik meer dan eens geschrokken ben. Soms vroeg ik me af: herken ik deze trek inderdaad als een grondtrek in dat dierbare gezicht? Is deze gedachte, die ik bij Bouma lees, werkelijk eerder op me af gekomen? Het is mogelijk, dat mijn kennis van Schweitzer tot nu toe eenzijdig of onvolledig was; het is ook mogelijk, dat Bouma enige zaken accentueert, die een onjuist beeld veroorzaken. Laat me dit verantwoorden, ten behoeve van Schweitzer.
Volgens Bouma speelden bij Schweitzer met name de menselijkheid en het leven de hoogste rollen. Het leven in tegenstelling tot de roekeloze verkwisting en de moorddadige vervuiling van Gods schepping in deze eeuw; de menselijkheid gezien als een rentmeesterschap over dier en plant, over de ganse schepping. Deze twee symfonische thema's passen natuurlijk uitstekend in de filosofie van Bouma, die een aantal werkjes ten behoeve van het natuurbehoud op zijn naam heeft staan. Voor mij is echter de vraag: kunnen we Schweitzer de leuzen in de mond leggen, die pas in de tijd van landbouwvergiften en bio-industrie zijn opgekomen?
"Met hoofd en hart dacht Schweitzer zo compleet als maar menselijk is", zegt Bouma. En dat menselijke noemt hij nader: "de moed om eenzaam te zijn", "te doen wat hij doen moest". Want "je bent mens of niet"maar Schweitzcr was een "uitzonderlijk menselijk mens" - "geen heilige, geen messias" 3). Daargelaten dat Schweitzer als mens Gods wel degelijk een geroepen heilige was naar Bijbelse spraak, klinkt deze tekening niet kwaad. Maar wel mis ik er de Bijbelse nuchterheid in, die spreekt over een in Adam gevallen mens, die in het geloof met Christus kan opstaan tot een nieuwgeboren mens. Uit de dichtbundel is Schweitzer's geloof in Christus moeilijk te proeven. Daardoor is het portret eerder voor zijn humanistische vrienden aanvaardbaar geworden dan voor zijn christenbroeders.
Die menselijkheid van Schweitzer komt vooral bij het beleven van het "leven", zegt Bouma. Hippocrates leerde onze artsen: het leven van mensen tot elke prijs te behouden. En Hippocrates was een heiden. Maar Bouma breidt dat "leven" uit tot het leven van plant en dier. En de onbegrensde eerbied voor het leven laat geen ruimte voor de God van het leven, vrees ik. Zo ken ik Schweitzer niet. Bouma trekt de konsekwentie door tot Schweitzer's kat, die door Albert "mateloos werd bemind" 4).
En hij schrijft bij een foto van vijftig zwarten en twee ooievaars: dat Schweitzer hun als Adam namen gaf. Dat gaat te ver. De Bijbelse Adam heerste over dieren; zo over negers te schrijven lijkt op discriminatie van menselijke wezens.
Uiteraard lopen die konsekwenties uit op conflicten. "Leven gaat ten koste van leven" en "de natuur is even gruwelijk als prachtig"; want "ons leven loopt elk ander leven onder de voet" 5). De "dodelijke strijd om het bestaan" zou ook Schweitzer tot "lijden en onvrede" hebben gebracht, meent Bouma.
Liefde tot dieren en planten - uitmuntend. Maar Schweitzer was er nu ook de man niet naar om geen vlieg kwaad te doen. Integendeel. Hij bestreed uit alle macht de tsetsevlieg en de malariamug, de schadelijk geachte bacterie en de ongewenste microbe. Hij had om zijn bed een klamboe en wapende zich tegen muskieten. Hij aanvaardde dit compromis, zonder daarvan wakker te liggen.
Want liefde tot de medemens, de naar Gods beeld geschapen medemens, is van een andere orde dan ons rentmeesterschap over dieren, planten, vliegen, muggen en microben. De denkende mens moet prioriteiten stellen en belangen afwegen, wil dit leven dragelijk blijven. Als "alle vlees ons tot spijs" mag dienen, mogen wij alle vlees niet gelijk stellen, zeker niet gelijk aan mensenvlees. En een "huiverende eerbied voor het geheim dat leven heet", een -"wereld waar ik grenzeloos verantwoordelijk voor ben", een natuurbehoud dat slechts is ",aflossen van een fractie van onze onmetelijke schuld" 6) - die termen gaan me net even te ver, zelfs van een dichter. Beter is "een ethiek, die ook dieren omvat" 7). Want de rechtvaardige kent het leven van zijn beesten.
Dat overigens de moderne bio-industrie, welke Schweitzer niet gekend heeft, een "minachting van het leven" zou inhouden, een "dieptepunt van een cultuur" zou uitdrukken 8), wil er bij mij bepaald niet in. Het is zonneklaar, dat de schrijvers en naschrijvers van zulke kreten de bioindustrie nimmer van nabij hebben gevolgd. Ook de retorische vraag: waar is uw Lambarene? is niet reëel. Het is toch niet ons aller taak naar een Lambarene te zoeken? Wel om, ter plaatse waar God ons huis en onze taak heeft gesteld, God lief te hebben boven vader, moeder, zoon, dochter, vaderland en vrouw.
Zou een dichter dus gevaar lopen, door idealisering Schweitzer onrecht te doen - wanneer hij ons duidelijk maakt dat diens zelfverloochening de zin van ons aller bestaan is, dan herstelt hij alle contacten. "Leef niet voor jezelf, dan is je leven niet tevergeefs". En vind geen rust in je goede geweten, want "dat goede geweten is een uitvinding van de duivel" 9).
Schweitzer bevestigt ons in het beste dat we bezitten: "ons vermogen om lief te hebben en offers te brengen" 10). Prachtig!
1) dr Herm. Ridderbos in Kok's Chr. Enc.; 2) dr. G. Sevenster (W. Pr.);3) pag. 85, 19, 7, omslag, 91; 4) pag. 15, 37; 5) pag. 55,73; 6) pag. 27, 55; 7) pag. 29 en Spr.
1.2 : 10; 8) pag. 67; 9) pag. 35, 65; 10) pag. 95.