Over de waarheid (7)
1981-09-11
RECTIFICATIE- Jaargang 25
- nummer 32
In het vorig artikel zijn enige woorden uitgevallen die het geschrevene onbegrijpelijk maken. In de tweede kolom, de voorlaatste regel van de eerste alinea, dient gelezen te worden: beschouwt als de schepper van de getallen en hun onderlinge relatie
beschouwt als slechts berustende op ...
19. Verandering in waarheidsbegrip (?)
In dit opschrift hebben we de titel van de vierde paragraaf van het Rapport overgenomen, maar we hebben er zelf een vraagteken aan toegevoegd. Daarmee bedoelen we aan te geven dat het o.i. onjuist is om, zoals het Rapport met grote nadruk doet, zonder meer te stellen dat "zich een verandering in het grondwoord 'waarheid' aan het voltrekken"
is (11). Want dat is slechts in één beperkt opzicht waar, nl. in een deel van de hedendaagse filosofische theorieën over de waarheid.
We gaven daarvan zelf al een voorbeeld in ons derde artikel, punt 10 (over W. Schulz).
Nu zullen we de invloed van de wijsbegeerte en van de vakwetenschappen op onze dagelijkse niettheoretische levenservaring niet ontkennen of willen onderschatten.
We zijn echter wel van mening dat menselijke levenspraktijk geen slaafs volgen is van theorie. Eerder is het omgekeerde het geval. De theorievorming is in de diepere dimensies van deze vol-menselijke activiteit meer door de (overige) praxis beheerst, dan omgekeerd.
Dat geldt voor de filosofie, maar ook voor theologie. De praktische levens-beschouwing, zelf gefundeerd in een omvattende levenshouding (ethos), bepaalt de richting van het theoretisch filosoferen, zoals ook het existentiële (on)geloof het beoefenen van theologie richtingbepalend beïnvloedt.
Welnu, wij geloven er niets van dat in het praktische waarheidsbegrip van de gewone levenservaring van alle mensen zich de door het rapport bedoelde verandering in "het"
waarheidsbegrip zich bezig is te voltrekken. Opnieuw wordt hier ongenuanceerd aan de praktische ervaring die in het woord waarheid wordt bedoeld, een theoretischfilosofische inhoud in de schoenen geschoven. Wie dan zonder minderwaardigheidsgevoelens jegens De Wetenschap vasthoudt aan het praktische begrip dat waarheid is wat met de werkelijkheid overeenstemt, is daarmee haast
automatisch in de hoek geplaatst dergenen die, althans op wetenschappelijk gebied, niet met hun tijd mee kunnen komen.
Desondanks zullen velen zich blijven verzetten tegen inderdaad ander. waarheidsbegrip dan dat van de gewone dagelijkse ervaring, wanneer dit, vanuit één of andere filosofische stroming, via theologie of kerkelijke instanties probeert de christelijke levenspraktijk te infiltreren en te ondermijnen.
20. Theoretische waarheden
Schrijvende over de wetenschap, zegt het Rapport "Steeds meer wint hier de overtuiging terrein dat de moderne wetenschappen niet zonder meer de natuur rondom (van sterren, atomen, levende cellen, menselijke samenleving) spiegelen, maar dat zij deze via ingewikkelde instrumenten, modellen en formules in kaart brengen. Daarbij zijn dan zowel menselijke bedenksels in het spel als het nauwkeurig acht geven op de moeilijk grijpbare wereld rondom" (12).
Vermoedelijk zal geen beoefenaar van enige wetenschap de juistheid van deze uitspraak ontkennen. Men zou een kritische kanttekening kunnen maken bij die combinatie van "menselijke bedenksels" en "nauwkeurig acht geven", maar dat hoeft nu niet. In ieder geval is het waar dat de wetenschappelijke kennis, uitgedrukt in modellen, formules, platte gronden, theorieën, niet zonder meer een afdruk, weerspiegeling of herhaling zijn van de werkelijkheid zelf waar over die theorieën gaan. De wetenschap probeert en pretendeert waarheid te zeggen omtrent de werkelijkheid, zonder nu ook haar (intentioneel-ware) uitspraken met die werkelijkheid zelf te verwarren.
Dit inzicht wordt weliswaar niet altijd angstvallig-precies onder woorden gebracht. Men zegt nog steeds met een zekere vlotheid dat bepaalde dingen en menselijke verhoudingen of feiten zus of zo in elkaar zitten. Maar als het er op aan komt zich ook wetenschappelijk precies uit te drukken, wil men er best bij zeggen: "volgens mijn, of volgens de huidige theorie".
Terecht zegt het Rapport dat de verschuivingen in de (wetenschappelijke) beelden van de werkelijkheid, ingewikkeld zijn. We willen dat graag onderstrepen en aanvullen.
Theorieën, bv. over de sterren, wijzigen zich herhaaldelijk in de loop der tijden en eeuwen, en dat waarlijk niet alleen omdat de sterren zelf zo sterk zouden veranderen.
Of dat laatste waar is, onttrekt zich aan onze praktische ervaring.
Neen, theoretische beelden inzake de sterren, atomen (en alle andere werkelijkheden) wijzigen zich vooral omdat de inzichten van de wetenschapsbeoefenaren zich wijzigen.
Op het ene punt zelden en weinig, op het andere punt vaak en ingrijpend.
Maar waarom wijzigen zich die inzichten?
Is het niet omdat in de normatieve structuur van het wetenschappelijk onderzoek de norm van de waarheid de toon aan geeft?
Men controleert of bestaande theorieën wel kloppen op de feiten, en zo niet dan zoekt men om andere en betere theoretische beelden te ontwerpen omdat men onveranderlijk vast houdt aan de onveranderlijke norm van de waarheid: wetenschappelijke uitspraken moeten in overeenstemming zijn met de werkelijkheid!
Anders zijn ze fout en moeten ze herzien worden.
Maar behalve wetenschappelijke waarheid is er nog heel wat meer waarheid over de werkelijkheid te zeggen. Want de werkelijkheid zelf is heel wat rijker dan de theoretische kenbaarheid, die zij meestal óók,maar wel onder andere, in en aan zich heeft.
21. Andere waarheden
Theoretische waarheid is inderdaad waarheid. Maar zij is een specialistische waarheid. Dat wil o.a. zeggen: zij is specialistisch beperkt, zij is niet de volle-waarheid. Wetenschapsbeoefening is een specialisme in de levenspraktijk. Haar goede resultaten (de theoretische waarheden) staan als zodanig niet buiten of tegenover de levenspraktijk, maar zij zijn betrokken op een gespecialiseerd aspect er van. Zij zijn beperkt in hun gelding tot uitspraken over een theoretisch afgebakend, min of meer geïsoleerd aspect van de volle werkelijkheid.
In de wetenschappelijke ervaring is men zich dat dikwijls ook bewust, vaak meer dan bij de velen van ons uit het tweede of derde garnituur, die de wetenschappelijke resultaten van de kopstukken voor een breder publiek proberen te "populariseren".
Maar behalve de theoretische ervaringen en benaderingen van de werkelijkheid, zijn er ook andere, niet-theoretische ervaringen mogelijk, die elk hun eigen waarheidservaring meebrengen.
Behalve de theoretische waarheid is er ook de geloofswaarheid, de emotionele waarheid, de esthetische waarheid, enz. De waarheid, de "volle waarheid" heeft vele aspecten die alle samenhangen met, ofschoon niet opgaan in, de logische kenbaarheid der dingen. Op dit laatste is de waarheid betrokken, de theoretische waarheid speciaal.
Op die logische kenbaarheid is echter ook de praktische waarheid betrokken, zoals zij grondleggend functioneert als een element binnen de geloofswaarheid, de juridische waarheid, de economische waarheid enz., zelfs binnen de theoretische waarheid.
Die praktische waarheid is zelf geen ding. Zij is een kwalificatie van wat mensen denken en zeggen over iets. Zij fungeert als een norm: men behoort "waar" te zijn in denken en spreken, in doen en laten. Dat is het onveranderlijke van ons praktisch waarheidsbegrip!
Daar mag zelfs geen "verschuiving"
in optreden. De waarheid als norm is verankerd in Gods onveranderlijke scheppingswil voor ons menselijk leven.
Wij doen er daarom goed aan het praktische waarheidsbegrip van de dagelijkse, niet-theoretische ervaring bewust en onveranderd vast te houden: wat we denken en zeggen moet in overeenstemming zijn met de werkelijkheid, anders "doen we de waarheid geweld aan". Via een subjectivistische filosofie lokt het Rapport ons deze verkeerde weg op.
22. Moet de werkelijkheid door ons gekleurd worden?
Het Rapport erkent dat de verschuivingen in de wetenschappelijke theorieën en daarmee in de wetenschappelijke waarheid, ingewikkeld zijn. Maar het wil zijn lezers tegemoet komen "binnen het gemakkelijker toegankelijke veld van de gewone ervaring" (12).
Daar doen zich volgens het Rapport ook (diezelfde?) verschuivingen voor in het waarheidsbegrip.
Na deze aankondiging hoopten we op meer duidelijkheid en eenvoud.
Maar alweer werden we teleurgesteld.
In inderdaad eenvoudige bewoordingen worden hier toch wel zeer vreemde dingen beweerd.
De beweerde verandering in "het"
(?) waarheidsbegrip zou hierin tot uiting komen dat "Wij beseffen dat onze eigen mening en opvatting de dingen kleurt ... " en dat wij dat dikwijls ook willen: "eigen voorkeur, eigen persoonlijke visie in onze opvattingen uitdrukken" (12).
Dat kàn waar zijn, maar als wij dat inderdaad willen, dan gaat krachtens ons praktische waarheidsbegrip ons geweten functioneren met de vraag of wij wel "waar" zijn. Als wij "de dingen" (meestal onbedoeld en ongewild) kleuren met onze persoonlijke visies, dan willen we als eerlijke mensen erg voorzichtig daarmee zijn. We willen open staan voor correcties voor het geval dat we ons vergissen of wanneer we, vanuit wie weet hoeveel andere aandriften, in ons spreken te veel kleurstof hebben gedaan. Wie in de praktijk prijs stelt op de waarheid, zal, als het er om begonnen is de waarheid omtrent iets te kennen of te vertolken, juist niet willen kleuren!
In de praktijk passen we als eerlijke mensen ons waarheidsbegrip niet aan bij onze "persoonlijke visies" of bij onze "eigen voorkeur", maar met deze laatste uitdrukkingen willen we juist ons inzicht relativeren ten opzichte van de ware werkelijkheid en ten opzichte van de werkelijke waarheid daaromtrent. Anders noemt men ons terecht slordig, onbetrouwbaar, tendentieus, oneerlijk, vermengers van “Wahrheit und Dichtung" en ver-kleurders van de werkelijkheid.
Het is wel een zeer ongelukkige voorstelling van zaken die het Rapport ons hier geeft. We moeten het in naam van de waarheid gewoon ontkennen. Althans, wanneer die (ver)kleuring der dingen door onze persoonlijke voorkeur en visie in onze opvattingen, ook nog positief gewaardeerd wordt door de rapportschrijvers. Dat is wel niet met zoveel woorden geschreven, maar het wordt wel gesuggereerd.
Want tegenover die door eigen voorkeur, eigen persoonlijke visie gekleurde opvatting der dingen, worden in haast disqualificerende bewoordingen "onbewogen, gladde en neutrale spiegels" gesteld.
M.a.w. geef ons dan maar liever die opvattingen over de dingen die tenminste onze warme persoonlijke, van voorkeur en visie getuigende "opvattingen", laten meespreken.
Dat is immers veel "echter" dan de kille en kale waarheid.
Vandaar ook dat het slot van deze twee alinea's over "de verschuivingen (in waarheidsbegrip ) in de gewone ervaring", duidelijk overspringt naar een heel ander onderwerp, nl. "onze houding ten opzichte van de waarheidsvragen". We lezen nu ineens - alsof het daarover ging in de verschuiving van "het"
oude naar "het" nieuwe waarheidsbegrip - dat "een eerlijke en echte houding ten opzichte van de waarheidsvragen"
meer overtuigend is dan "een zeer gesloten, onpersoonlijk overzicht van wat men voor waar moet houden". Dat zal best waar zijn, maar het ging daarover helemaal niet: het ging over de erkenning van een subjectief element in alle kennis, en dus in alle vormen van waarheid. Daarover valt inderdaad te praten, want het komt er dan - juist in het wijsgerig spreken - op aan om dat subjectieve element op de juiste wijze "in kaart te brengen". Maar als dat subjectieve element uitgelegd moet worden als een positief te waarderen kleuring van onze opvattingen over de dingen met "eigen voorkeur en eigen persoonlijke visie", dan betekent dat het einde van èlk waarheidsbegrip.
We zullen de volgende week nog wel een paar kanttekeningen bij deze "verandering" moeten plaatsen, vooral ook bij die merkwaardige tegenstellingen in elk van deze laatste twee alinea's.
(wordt vervolgd)