OVER EEN "VERKLARING"

1981-09-11
  • Jaargang 25
  • nummer 32
De lezers hebben zonder twijfel gehoord of gelezen dat 77 vooraanstaande G.P.V.-ers een "Verklaring" hebben opgesteld en in een paginagrote advertentie den volke hebben bekend gemaakt. Ze richtten zich scherp tegen een uitspraak van de Generale Verbondsraad van het G.P.V., nl. deze: "In tegenstelling tot lijstverbinding is, op landelijk niveau, Iijstineenschuiving onder de huidige omstandigheden een niet aanvaardbare vorm van samenwerking". De 77 willen die lijstverbinding en Iijstineenschuiving b.v. met de R.P.F. en de B.G.P. niet a priori afwijzen.
De genoemde "Verklaring" werd o.a. ondertekend door de proff. Douma en Trimp, de hoofdredacteur van het Ned. Dagblad, De Vries en Verbrugh, het afgetreden Tweede Kamer-lid.
De "Verklaring" wekte veel reakties op in de G.P.V.-kring. Het Ned. Dagblad nam reeds meer dan 30 "Ingezondens" op over de "Verklaring".
Ze vormen een nogal eentonige lectuur.
Want ze lanceren, zowel de anti's als de pro's, argumenten die een herhaling zijn van wat reeds dikwijls herhaald is. Er was er evenwel één bij die vcr boven de andere uitstak.
Want het hield zich bezig met de achtergronden van het conflict. Het stuk werd ingezonden door Ph. Roorda te Zuidhorn.
Ik laat het hier volgen. Het is voluit actueel.

De auteurs van de "Verklaring" hebben, hoeveel behartigenswaardige opmerkingen zij ook maken, m.i. de kern van de kwestie niet geraakt.
Misschien kàn dat volgens hen nu nog niet, maar het zal toch nodig zijn daarnaar door te stoten, zal de door hen gestarte actie niet met vruchteloosheid geslagen zijn.
De ideologie waartegen zij terecht strijden, is nl. niet maar in de hoofden van enkele doorgeschoten politici opgekomen; zij komt op uit en leeft krachtig binnen de vrijgemaakte kerken en heeft daar jarenlang welig voedsel gevonden door preken en kerkbode-artikelen. Het is de gedachte: alleen een vrijgemaakte kan een waar christen zijn, die gefundeerd is op een Ware-
Kerk-theorie. Ik had graag gezien dat dáártegen, en al veel eerder dan pas nu het GPV ten onder dreigt te gaan in en door steriliteit, even massaal positie gekozen was. De oorsprong van de moeiten binnen het GPV ligt binnen onze kerken.
Terecht stelt dan ook het ingezonden stuk van de heer De Roos dat er méér aan de orde is dan een verschil over de politieke organisatie.
"De scheur" (die hij een voldongen feit acht!) "raakt ook ons kerkbegrip".
Inderdaad! Het gaat in wezen niet om het verwerpen van een uitspraak der GVR, maar om de vraag wat het betekent kerk te zijn. De begonnen discussie is niet "vermoeiend voor vele duizenden niet-GPV-leden" (ingez. I. P. Jonkman), maar bitter noodzakelijk voor het bestaan van onze vrijgemaakte kerken. Daarom hoop ik mèt de heer De Roos dat duidelijk zal worden dat hier een kerkbegrip (helaas een steriel begrip) in geding IS.
Binnen onze vrijgemaakte kerken leeft nl. de gedachte, dat niet-vrijgemaakt zijn = "Christus' kerkvergaderend werk tegenstaan, kerkverwoester zijn". Ik hoop dat de heer De Roos niet bedoelt zich hiermee te identificeren wanneer hij spreekt van "ons kerkbegrip" .
Dezelfde gedachte treedt ook naar voren, zij het in iets verhulde vorm wanneer de GVR" poneert dat de "kerkkeuze", d.w.z. het lid zijn van een vrijgemaakte kerk, iemand stempelt als "trouw", terwijl daarentegen iemand die niet vrijgemaakt is, in één handomdraai wordt getypeerd als "ontrouw". Dit is m.i. een logicistische constructie die ver verwijderd is van de bijbelse vermaning om niet hooggevoelend te zijn. Kennen de GVR-Ieden zichzelf niet? De GVR heeft eveneens uitgesproken dat mensen die (nog) niet vrijgemaakt zijn, "de grondslag van het GPV niet onderschrijven".
Die grondslag is: de Bijbel en de drie formulieren van Enigheid.
Mensen die (nog) niet vrijgemaakt zijn, aanvaarden dus de Bijbel en de belijdenis niet, c.q. kunnen die niet aanvaarden, als de grond van hun leven. Of iemand 'de grondslag onderschrijft', kan alleen maar blijken uit zijn kerkkeuze. Ik acht dit een onware doctrine, meer nog: een zelfgenoegzaam en hooghartig axioma, waartegen ik mijn (vrijgemaakte) leerlingen dan ook dringend waarschuw.

Het wezenlijke probleem: hoe moeten wij als vrijgemaakte kerken niet-vrijgemaakte mede-christenen tegemoet treden? wordt eenvoudig geëlimineerd door te stellen: wij kennen geen niet-vrijgemaakte echte mede-christenen (althans niet binnen de grenzen van Nederland!).
In preken hoorde ik het soms zo: zonder Avondmaalsgemeenschap geen geloofsgemeenschap. Politiek vertaald vormt men het benauwde en benauwende syllogisme: 1. zonder avondmaalsgemeenschap geen geloofsgemeenschap; 2. zonder geloofsgemeenschap geen samenwerking; 3. dus zonder avondmaalsgemeenschap geen samenwerking.
Ook al is deze gedachtengang, naar ik schat, die van een minderheid, ik vrees dat onze kerken aan deze heilloze zelfverheffing te gronde gaan (spr. 16: 18) - tenzij er ondubbelzinnig en overtuigend stelling tegen wordt gekozen. Misschien is het de bedoeling van de ondertekenaars dit te doen wanneer het eerste deel van hun verklaring "haalbaar" blijkt. Maar hun optreden had m.i. pas wezenlijke kracht gehad, wanneer dit van meet af aan het fundamentele uitgangspunt van hun activiteit was geweest.
Wat de verklaring doet, is in feite dweilen met de kraan open. De politieke organisatie wordt aangedweild, maar zolang de kraan in de kerk blijft stromen, zal dit dweilen op en om het kerkplein niet veel uithalen.
De aanleiding tot deze verklaring is dan ook incidenteel, niet principieel.
Zij had niet eens kunnen verschijnen wanneer het GPV van 1 op 2 of 3 zetels was gesprongen.
Maar was daarmee ook het eigenlijke probleem opgelost?
Laten we niet vergeten dat deze verklaring mede het gevolg is van het stemgedrag van die velen onder ons die blijmoedig (waarom zou een vrij christen gedwongen kunnen worden om datgene, wat hij als zijn christentaak ziet, te verrichten "zonder enig enthousiasme"?) hun stem hebben uitgebracht op een andere dan de GPV-lijst, van wie ik er een ben.
(Interessante bijkomstigheid: zij konden daarbij zelfs op een vrijgemaakte broeder - Avondmaalsgemeenschap!
- stemmen als zij dat wilden).
Ik deed dit omdat ik het met de boven bestreden fundamentele opvatting van het GPV niet eens ben en daaraan generlei steun wens te geven. Ten principale gaat het mij om de m.i. noodzakelijke gezondmaker van ons kerkelijk denken. Ik zeg dit vrij-uit, niet omdat mijn keuze op enigerlei wijze belangwekkend zou zijn, maar om te laten zien dat niemand in onze kerken verplicht wordt op het GPV te stemmen of over zijn keuze geheimzinnig te doen, laat staan zijn stem zonder enig enthousiasme uit te brengen. Laat het aan "vele duizenden niet-GPV-Ieden" die het ND lezen, maar duidelijk zijn dat gewetensdwang binnen onze kerken geen legitieme zaak is.

Ph. Roorda – Zuidhorn

Ik zou in verband met dit knappe en ernstige "Ingezonden" een paar opmerkingen willen maken.
1e. Het is onjuist van een kerkbegrip te spreken. De kerk is een wonder, groter dan de schepping, zegt Glevianus.
Daarom is het onmogelijk de kerk in een door mensen gemaakt begrip te be-grijpen. De Heilige Schrift wil ons allerlei kennis omtrent de kerk bijbrengen, genoeg om haar te herkennen in de wereld, en wat haar taak, haar strijd, haar verzoeking, haar toekomst en nog veel meer, is, maar zij kan niet in begrip worden gevat.
2e. Men. kan, geleid door de Schrift, verschillende aspecten van de kerk onderscheiden. Er is bv. aan de kerk een zichtbaar en een onzichtbaar, een institutair en een organisch, een algemeen en een locaal aspect enz. Het leidt tot allerei verwarring en frictie als men één van die aspecten isoleert of uitheft boven de andere en die tot de kerk verheft en gaat spreken over zichtbare en onzichtbare kerk, kerk als instituut en kerk als organisme enz.
3e. In de vrijgemaakte kring maakt men globaal genomen geen ernst met de eerste fundamentele uitspraak over de kerk uit de confessie, maar accentueert met bijzondere nadruk art. 28 en 29. Die eerste uitspraak luidt: "Wij geloven en belijden een enige katholieke of algemene kerk dewelke is een heilige vergadering der ware Christ-gelovigen. Dit betekent dat de kerk is de vergadering van alle ware gelovigen. Dat is de enig mogelijke betekenis van deze zin. Dit wordt bovendien onweerlegbaar bevestigd door de latijnse vertaling van de confessie die Festus Hommius met het oog op de synode van Dordrecht 1618/1619 vervaardigde. Van de Dordtse synode waren nl. ook veel buitenlanders lid, die uiteraard de Nederlandse taal niet beheersten. De vertaling van het begin van art. 27 luidt: de katholieke of algemene kerk is de vergadering "omnium vere fidelium Christianorum".
4e. Bavinck sr. heeft ernst gemaakt met deze uitspraak. Hij schrijt namelijk dat de kerk is de vergadering vanalle gelovigen van alle tijden, onder alle volken uit alle landen, in alle kerken. Dat is volgens hem "het wezen" van de kerk. Men zie hierover mijn" Volk van God - Enkele aspecten van Bavinck's kerkbeschouwing": Pas als men met art. 27 van de confessie ten volle tot gelding laat komen, kan men zinvol over de volgende artikelen over de kerk spreken.
Zoals dan ook Bavinck doet.
Uiteraard zijn deze opmerkingen geen kritiek op dit belangrijke betoog maar een aanvulling ervan.

C.V.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief