Na veertig jaar
2008-07-04
Op 7 juni hield Ad de Boer als voorzitter van de Commissie voor Contact en Samenspreking van de NGK een toespraak tot de Generale synode van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt). Het verslag van de betreffende synodezitting in het vorige nummer bevatte al enkele citaten. Bijgaand nog een aantal fragmenten uit de toespraak. 1)- Jaargang 52
- nummer 14
Twee weken geleden hebben leden van de samenwerkingsgemeente NGK/CGK en de GKV in Alkmaar gezamenlijk het Avondmaal gevierd.
Vrijgemaakten en Nederlands Gereformeerden zaten samen aan de tafel van de Heer. Het is geweldig dat dat in 2008 kan: in Alkmaar, maar ook op andere plaatsen in het land. Het laat zien, hoeveel er veranderd is in de verhouding tussen uw en onze kerken.
Veertig jaar geleden bevonden we ons in het hart van de kerkelijke storm. Op tal van plaatsen scheurde de gemeente van Jezus Christus.
Veertig jaar geleden, we denken er met verbijstering en verdriet aan terug. Veertig jaar is in de bijbel de tijd van een generatie. Maar veertig is ook een getal van hoop. Na veertig dagen kwam er een eind aan de slagregens en begon de aarde rond de ark van Noach droog te worden. En na veertig jaren mocht het volk Israël na de tocht door de woestijn het nieuwe land in bezit nemen, dat God gaf. In 1968 scheurde het laken van de Avondmaalstafel in tientallen gemeenten. Veertig jaar later wordt op steeds meer plaatsen de breuk geheeld. En verwonderen we ons erover, hoe Gods Geest grenzen heeft doorbroken die wij mensen gemaakt hebben.
Wonden
Wat opvalt in de plaatselijke contacten, is dat men vaak het verleden het verleden laat. Dat gebeurt in het besef dat de breuk van veertig jaar geleden verschillend wordt beoordeeld.
Het is dan niet: 'zand erover', maar wat in de jaren zestig is gebeurd, wordt voor het aangezicht van de Here neergelegd. Het oordeel daarover wordt aan de Here gelaten.
Soms wordt er plaatselijk schuld erkend voor wat er in de jaren zestig is gedaan: aan schorsing en afzetting, aan buitenverbandplaatsing. Vooral voor degenen die daarvan het slachtoffer werden, is zo'n schulderkenning balsem op de nog schrijnende wonden.
Wat zou het geweldig zijn, als alle nog levende slachtoffers van de jaren zestig dat zouden mogen ervaren.
Ook voor hen is het veertig jaar na de breuk. Een generatie gaat voorbij: letterlijk. Slechts weinigen van die generatie leven nog. En de vraag dringt zich op: hoe lang kan het nog?
Schuld
Als Nederlands Gereformeerde Kerken hebben we die schulderkenning nooit als claim op uw tafel gelegd. We hebben dat nooit als voorwaarde vooraf voor kerkelijke eenheid gesteld. Het moet uw eigen beslissing zijn om met het verleden in het reine te komen.
Wij als Nederlands Gereformeerden dragen de verantwoordelijkheid voor óns eígen verleden. Wij moeten naar onszélf te kijken en onszelf de vraag stellen: wat hebben wij niet goed gedaan? In de jaren zestig zijn wij te lang onduidelijk geweest over de opvattingen over de ziel na het sterven.
De classis Noord-Brabant/Limburg heeft een tijd lang de indruk gewekt dat wat in publicaties over de zogenaamde tussentoestand werd geschreven, er inhoudelijk wel mee door kon.
Er is ruimte gegeven aan onbuigzaamheid waar tot bescheidenheid en inschikkelijkheid had moeten worden opgeroepen. Uiteindelijk heeft de betreffende classis inhoudelijk stelling genomen tegen de betreffende opvattingen en uitgesproken: deze leer wijkt af van wat de kerk belijdt in Zondag 22 HC en is in strijd met de Schrift. En heeft men de betrokken gemeente de kerkelijke weg gewezen. Maar het heeft te lang geduurd voor het zover was. Had het de breuk voorkomen, als die klare wijn eerder was geschonken: niet pas in 1965, maar in 1961? Ik weet het niet. Heeft die aarzelende houding in het Zuiden de kerkelijke stappen die volgden, gelegitimeerd? Wis en zeker niet. Maar van beide zeg ik: daar gaat het nu niet om. Los van de vraag, hoe erop gereageerd is, moeten we vandaag zeggen: dáár ligt schuld aan onze kant.
Leer van Christus
Onze eenheid in Christus, daar begon ik mijn toespraak mee. Maar één zijn in Christus brengt ook mee dat we één moeten willen zijn in de leer van Christus. Ik heb besloten niets te weten dan Jezus Christus en die gekruisigd, zegt Paulus. Daarmee staat en valt onze verlossing. Maar die belijdenis van het hart van het Evangelie is geen minibelijdenis die de rest van de Schrift tussen haken zet. Jezus Christus, de gekruisigde en opgestane, is het centrum van ons geloof. Maar Hij is niet los verkrijgbaar.
Paulus en de andere apostelen maken duidelijk dat het geloof in de Heer niet zonder leer kan. Ze laten zien dat de leer van Christus breed en diep is en dat de christelijke gemeente dwaalleer moet bestrijden en weerleggen.
Om de schapen van de Goede Herder te beschermen tegen huurlingen en rovers. Onze kerkorde, het AKS, maakt dat duidelijk. Ook ons ondertekeningsformulier is daarover klip en klaar. En daarom hebben we als Nederlands Gereformeerde Kerken ook van harte ingestemd met de Balans over de belijdenis. We zijn als kerken blij met de overeenstemming die daarin is vastgelegd over de binding aan de leer van de kerk, dat wil zeggen: aan de leer van Christus en van zijn apostelen, ja van heel de Schrift.
De belijdenis van de kerk spreekt de Schrift na: dát geeft haar gezag. Want ander gezag dan het gezag van het Woord van God is er in de kerk niet.
Daarom mag er in en van de kerken een ondubbelzinnige en onbekrompen binding aan die belijdenis gevraagd worden. En wat je met het hart gelooft en met je mond belijdt, waarom zou je dat niet met je handtekening bekrachtigen?
Wantrouwen werd vertrouwen
De Landelijke Vergadering van onze kerken heeft vorig jaar unaniem ingestemd met deze Balans. Dat was echt niet vanzelfsprekend. De angst voor letterknechterij, voor gewetensdwang en voor juridisering van de binding aan de belijdenis zat er de jaren na de breuk diep in. Uit die instemming van de Landelijke Vergadering mag u concluderen dat wantrouwen op dat punt heeft plaatsgemaakt voor vertrouwen . Het gaat er in de binding aan de belijdenis om de kerken van Christus in de ruimte te zetten die alleen in het Woord van God te vinden is. Niets meer en niets minder.
Dwaalleer en ketterij legt mensen een loodzwaar juk op, maar de gezonde leer stelt mensen in de vrijheid van Christus. Daarmee poetsen we niet weg dat er tussen u en ons verschillen zijn in hoe we soms in de praktijk met die binding omgaan. Verschillen die wat ons betreft voortkomen uit pijnlijke ervaringen in het verleden. Maar we zijn er met de Balans van overtuigd dat die verschillen de eenheid in geloof en belijden tussen uw kerken en de onze niet in de weg staan.
Veertig jaar na de breuk die ons van elkaar scheidde en langdurig vervreemdde, zeggen uw deputaten en onze commissie: We herkennen samen 'dat onze kerken op dezelfde grondslag staan' en dat 'wij over en weer het oprechte vertrouwen hebben, dat wij als kerken van Christus willen leven naar Gods Woord en met een onbekrompen en loyale binding aan de gereformeerde belijdenis'.
Geest en cultuur
Soms klinkt het verwijt in onze richting dat wij rond de vrouw in het ambt de cultuur van deze tijd over het Woord van God laten heersen. We hebben eerder duidelijk gemaakt dat we ons daarin op geen enkele manier herkennen. En tegelijk: we zijn er diep van doordrongen dat we als mensen van deze tijd allemaal een klap meekrijgen van de cultuur van deze tijd: een cultuur waarin je vooral moet doen wat goed voelt. Daar zijn wij net zo min immuun voor als u. En voor u en voor ons geldt dat we moeten beseffen dat wat de Here zegt in zijn Woord lang niet altijd goed voelt.
Het Evangelie is en blijft een dwaasheid en een ergernis, en levend vanuit het Woord van God komen we haaks op de cultuur uit. Maar evenzeer geldt dat Gods Geest de cultuur van de tijd waarin we leven, ook kan gebruiken: om onze ogen te openen voor wat Hij aan het doen is, voor woorden in de Schrift waar we altijd overheen hebben gelezen of die we altijd anders hebben opgevat. De cultuur werkt soms als een filter dat ons het zicht ontneemt op Gods bedoeling en wil. Maar de cultuur fungeert soms ook als een bril waardoor we scherper zicht krijgen op Gods wil voor het hier en nu. Op wat Gods Woord voor vandaag te zeggen heeft: over de zorg voor zijn schepping, over armoede dichtbij en veraf, over de verhouding tussen man en vrouw. Om in dat opzicht de geesten te beproeven hebben we elkáár nodig.
Terug naar de Bron
Er worden vandaag nieuwe vragen gesteld in en aan de kerk, en dat mag. De kerk leeft niet van vragen, maar ze leeft evenmin van het inslikken van vragen. Nieuwe vragen vragen vaak om nieuwe antwoorden.
Precies zoals de opstellers van onze confessies dat deden, geldt het ook vandaag dat we niet alleen maar klakkeloos moeten herhalen wat de vaderen hebben gezegd. Maar altijd 'ad fontes': terug naar de bronnen.
Terug naar de Bron met een hoofdletter.
Ik citeer de Apeldoornse hoogleraar Den Hertog: 'Hoe meer men uit de bron van het Woord drinkt, des te meer durft men in vrijheid met de traditie om te gaan'. Met het oog op de vragen van hún tijd lazen de reformatoren het Woord van de Here en gaven ze nieuwe antwoorden. Wij mogen en moeten hetzelfde doen met het oog op de vragen van ónze tijd. Het Woord van de Here lezen, ontvankelijk, ondogmatisch en onbevangen. Als huismeesters die naar het Woord van de Heer oude én nieuwe schatten opdelven! Daartoe zijn we samen geroepen en daarvoor hebben we elkaar nodig.
Ik begon met Alkmaar ik eindig met Zwolle. Daar vonden recent de NGK en GKV elkaar, nadat er eerder al eenheid met de CGK was bereikt. Het beraad van de Zwolse kerken heet het Ichthusberaad. Ichthus, dat staat voor: Jezus Christus, Zoon van God, Redder. Wat een prachtige naam voor een beraad van kerken die elkaar zoeken. Want bij Hem begint het en om Hem draait het. Zwolle-plaatselijk is een hoopvol teken van wat er gebeurt als kerken van Christus elkaar in Christus vinden. Zou Zwolle-landelijk, uw synode ook zo'n baken van hoop kunnen zijn?
Bij het begin van uw synode is in de Nederlands Gereformeerde Kerken gebeden voor uw werk hier. Ook nu wil ik afsluiten met een gebed.: 'Moge de God van onze Heer Jezus Christus, de vader van alle luister, u een geest van inzicht schenken in wat geopenbaard is, opdat u hem zult kennen. Moge uw hart verlicht worden zodat u zult zien hoe overweldigend groot de krachtige werking van Gods macht is voor hen die geloven' (Efeziërs 1:17). Ik sluit af met de lofprijzing uit Efeziërs 3:20,21: 'Aan hem die door de kracht die in ons werkt bij machte is oneindig veel meer te doen dan wij vragen of denken, aan hem komt de eer toe, in de kerk en in Christus Jezus, tot in alle generaties, tot in alle eeuwigheid. Amen.'
1) De integrale tekst van de toespraak is te vinden op www.synode.gkv.nl onder Verslagen en toespraken.
Ad de Boer is voorzitter van de Commissie voor contact en samenspreking van de NGK.