Paulus in Athene

1981-09-25
  • Jaargang 25
  • nummer 34
(Hand. 17: 15-34)

Zoals u weet, heeft Paulus vele zendingsreizen gemaakt. Tijdens de Tweede zendingsreis; die duurt van de jaren 48 of 49 na Christus tot en met 52 is hij ongeveer in 't jaar 50 of 51 in Athene geweest.
Sinds hij Jezus van Nazareth als de Enige Profeet predikte, vindt hij in de Atheense synagoge geen gehoor voor het Evangelie, omdat de banvloek van het orthodox-Mozaïsche Jodendom overal waar hij kwam, hem al vooruitgesneld bleek te zijn. De haat tegen Paulus was (sinds zijn bekering op de weg naar Damascus) des te feller omdat hij voordien tot datzelfde orthodoxe Jodendom met hart en ziel behoord had (zie Hand. 22 : 3b, 26 : 4-5, 2 Cor. 11 : 22 en Fil. 3 : 5-6).
En zoals eerder gebeurd was, wanneer de Joden niet wilden luisteren naar de Boodschap (Hand. 13: 46) en later (Hand. 18: 5-6) nog vaker zal gebeuren - gaat deze oud-leerling van de wetgeleerde Gamaliël dán met zijn "Grote Nieuws" de Atheense Markt op, de markt, die in Zuidelijke landen het trefpunt is van allen, "die iets te verkopen hebben".
De stad Athene in Griekenland was een stad, bekend vanwege wijsbegeerte, cultuur, maar ook door afgodendienst. Laatstgenoemd kenmerk heeft een enorme aantrekkingskracht op de mensen in die stad uitgeoefend blijkens de ontelbare afgodenbeelden die er opgesteld stonden, ja zelfs was er een altaar voor de "onbekende god"!
Athene was als machtscentrum in Paulus' dagen reeds onbeduidend geworden: het had 't karakter van een provinciestad gekregen. De glorietijd en 't toppunt van Athene's roem lagen in de jaren 480-430 v. Chr.; dat is de tijd van de grote veldheren, admiraals, redenaars en kunstenaars,· mannen van naam, die tot in onze eeuw bekend en bewonderd gebleven zijn. Hoewel na 430 v. Chr. zijn politieke macht steeds meer taande, drukten de culturele,· godsdienstige en wetenschappelijke invloeden uit Griekenland nog in de eerste eeuw na Christus volop hun stempel op de beschavingswereld in de landen rondom de Middellandse zee. Eén tak van wetenschap wordt omstreeks 50 na Chr. volop beoefend: de wijsbegeerte of filosofie.
Rond de Atheense Markt, waar Paulus aanvankelijk met alle mogelijke Atheners en buitenlanders spreekt, staan prachtige gebouwen, voor ambtelijke doeleinden bestemd, tevens heiligdommen en gedenktekens, die een eerbiedwaardige geschiedenis van vijf à zes eeuwen weerspiegelen. De apostel valt op met zijn leer, die "anders dan andere" is, want - zoals het bericht in Handelingen licht-ironisch meedeelt - "Alle (!!) Atheners en (Grieks sprekende) buitenlanders in die stad hadden voor niets anders (!!) tijd over dan om iets nieuws te zeggen of te horen". Het door Paulus gebrachte Evangelie stoot de hoogleraren in de wijsbegeerte en hun leerlingen tegen de schenen; in 't bijzonder de Epicureeërs en Stoïcijnen raken met hem in verhitte discussie.
Wat waren deze laatstgenoemden voor mensen? Tussen beide groepen heersten fundamentele verschillen in denkwijze, die in het volgende overzichtje samengevat kunnen worden: Epicurus (filosoof die plm. 300 v.
Chr. leeft) De naam "Stoïcijnen" komt van Stoa (Grieks woord, dat "zuilenhal"
of "galerij" betekent; hierin wandelden de filosofen al discussiërend heen en weer). De Stoïcijnse filosofenschool was gesticht door Zeno, plm. 300 v. Chr.

1. Epicureeërs ontkennen, dat de goden zich bemoeien met de mensen.

2. Sterk egoïstisch gerichte leer.

3. Grondslag van het geluk van de mens is het genot.

1. Stoïcijnen beweren, dat de hele natuur - en dus ook de mensdoor het goddelijke bezield is (Pan-theïsme).

2. Plichtsbetrachting van de enkeling tegenover de gemeenschap wordt centraal gesteld.

3. Gelatenheid en zelfbeheersing ten opzichte van pijn, smart, begeerte zijn de hoogste vormen van geluk die een mens kan bereiken.

Nu is het opvallIend, dat Epicureeërs en Stoïcijnen een grote mate van eensgezindheid ten toon spreiden, wanneer ze tegen Paulus' leer ingaan.
Wat bindt hen samen? Wel, het besef, dat alleen het leven op deze wereld van wezenlijk belang is en de overtuiging, dat alleen een leven, dat beheerst wordt door "Stoïcijnse kalmte" (!!) de schaduwen van een onafwendbaar naderend levenseinde kan doen verbleken.
De filosofen vinden Paulus aan de ene kant ergelijk: "Hij is een bet(er) weter", maar aan de andere kant wordt toch ook een geamuseerde prikkeling tot nieuwsgierigheid merkbaar: "Hij schijnt" een verkondiger van vreemde goden te zijn: god Jezus en god Opstanding". (Ziet u geen parallel met de tegenwoordige tijd? De vaak ironisch doende waanwijsheid van de niet-Christen ten aanzien van het Evangelie, berust in veel gevallen op ONWETENDHEID, die voortkomt uit een niet (willen) HOREN, of een "met een half oor" (gemakzuchtig) horen van de Blijde Boodschap!).
De wijze Atheners kijken neer op “dat onaanzienlijke mannetje", dat zonder wijsgerige scholing en zonder redenaarstalent in hun midden staat.
En hadden ze daar eigenlijk geen gelijk in? De "Handelingen van Paulus"
bieden wellicht een beschrijving, die niet zonder zelfspot Paulus' uiterlijk tekent: "Je zult een kleine man aanschouwen, ("Paulus" betekent in 't Latijn: "de kleine") met een kaal hoofd en kromme benen, opvallend grote ogen, bijna in elkaar overgaande wenkbrauwen en een lange neus, een man die vervuld is van zijn zending. Nu eens is niets menselijks hem vreemd, dan weer is hij volkomen de engel Gods" (vgl. het Griekse woord .angelos", dat "bode" betekent). Zelfs als we vooropstellen, dat de echtheid van deze "buiten bijbelse" bron bestreden is, kunnen we ons nu toch enigszins een voorstelling vormen van Paulus' gezicht. Doch als we de Bijbel zelf naast deze beschrijving leggen, zou er een mogelijke tegenstrijdigheid te ontdekken zijn, daar waar Paulus spreekt over "opvallend grote ogen". In 2 Cor. 12 : 7 spreekt hij nl. over "de doorn in zijn vlees".
Op grond van het vervolg van dit vers: ... "een engel des satans, om mij met vuisten te slaan", is wel verondersteld, dat Paulus aan epilepsie ("toevallen") geleden zou hebben, doch het is na lezing van Gal. 4 : 15 en 6 : 11 veel aannemelijker, dat hij door een oogkwaal geplaagd is. Hoe dit ook zij, het rechte van Paulus' lichamelijk lijden blijft duister.
Ook konden de Atheners niet erg onder de "indruk raken van de mate van welsprekendheid waarin Paulus zich uitdrukte. In een cultuur, waarin bij het spreken soms de vorm meer telde dan de inhoud, stak de apostel maar magertjes af. Paulus zelf heeft in de Schrift zijn gebrekkige spreken niet verbloemd, vgl. 1 Cor. 2: 1-5 en (met de nodige zelfspot) 2 Cor. 11 :6.
Wat staat hier in Athene toch een "lijdende knecht des Heren", wat heeft deze onaanzienlijke man al verdragen (vgl. Hand. 14: 5 en 19, Hand.
16: 19 en volgende) en wat zal hij - blijkens zijn enkele jaren later geschreven Korinthenbrieven - nog te verduren krijgen! (vgl. 2 Cor. 6 : 4 en 5, 2 Cor. 11 : 23-27). Wat is het geheim van zijn veerkracht, van zijn vrijmoedigheid in omstandigheden, waarin wij wellicht het bijltje erbij neergegooid zouden hebben? Paulus geeft zelf het antwoord in 2 Cor. 12: 10: "Met Christus ben ik ogenschijnlijk zwak, maar in feite machtig".
Paulus was in Tarsus, in de iandstreek Cilicië (in Klein-Azië) geboren, waarschijnlijk in 't jaar 10 na Christus. 't Was maar niet een "derde rangs stadje", doch vormde een schakel in de handel tussen de gebieden langs de rivier de Eufraat (het tegenwoordige Irak) en die rond de Aegeïsche zee. Voorts legden in Tarsus schepen aan uit alle havensteden, die rond het Oostelijk bekken van de Middellandse zee lagen. Mede onder invloed van bedrijvige handelsactiviteiten onderging Tarsus ook culturele invloeden uit een groot deel van de toenmaals bekende wereld. In de stad bestond een grote Joodse kolonie, die betrekkingen onderhield met Joden o.a. in Efeze, Korinthe, Thessalonica. Tevens was Tarsus echter een centrum van Hellenistische geleerdheid. (Hellenisme is een produkt van de vermenging van de Griekse cultuur en die uit het Midden-Oosten.) Er waren scholen, "uitgeverijen" (in feite winkels, waar men in opdracht schrijfwerk kon laten uitvoeren) en een beroemde universiteit. Athenodorus, de privé-leraar van de beroemde keizer Augustus, kwam bijvoorbeeld uit Paulus' geboortestad!
Blijkens Hand. 22 : 3a heeft de apostel slechts z'n eerste jeugdjaren in Tarsus doorgebracht, doch heeft drie jaar na zijn bekering gedurende een periode van meer dan tien jaar wederom in Cilicië in de omgeving van zijn geboortestad vertoefd (vgl. Gal. 1 : 21 en 2 : 1). Het bovenstaande in aanmerking nemende, is de veronderstelling gewettigd, dat hij kennis genomen moet hebben van verschillende heidense filosofieën en naast vloeiend Hebreeuws en Grieks ook Aramees en Latijn sprak.

(wordt vervolgd)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief