p e r s s c h o u w
1981-09-25
Anarchie - Jaargang 25
- nummer 34
Het is al weer een tijd geleden, dat Leo Derksen in "De Telegraaf" een paar artikelen schreef onder de titel: De macht van het getal. Hij memoreerde daarin wetenswaardige dingen, die de lezer aan het denken zetten. Wij knipten uit het tweede artikel onderstaand stukje, dat we graag ter nadere overweging aanbevelen: Eigenlijk is er ook niets zo verbazingwekkend als de lankmoedigheid van een volk. De anarchie knaagt aan de voet van de eik maar de goegemeente slaapt onverstoord verder, slechts af en toe zacht morrend, wanneer zij weer eens door enig oproer is opgeschrikt.
De bijl ligt aan de wortel van dit samenlevingspatroon, maar op het leren bankstelletje en voor de kleurentelevisie walmt de gezapigheid.
De Zwijgende Meerderheid snurkt.
Het is ook komisch om te zien hoe een volk in opstand komt wanneer het 0,2 procent van zijn koopkracht moet inleveren en het doof en blind is, wanneer de akker, waarop diezelfde welvaart moet worden geoogst, dreigt te worden omgeploegd voor een nieuwe, anarchistische aanplant.
De Hollandse koopmansgeest heeft blijkbaar de eeuwen getrotseerd. Alleen geld is van gewicht, idealen hebben geen beursnotering en de vrijheid wordt pas belanghijk als we die verloren hebben. En wie dat beziet, beseft, dat niet de anarchie zèlf het gevaarlijkst is, maar het ontbreken van enige lust tot verweer aan de andere zijde; de slaperige lankmoedigheid.
Het gepeupel gaat dansen door de porseleinkast, terwijl de Zwijgende Meerderheid haar knabbelpinda's eet.
Zo ligt elke anarchie meteen al enkele neuslengten voor.
In de oorlogsdagen van 1940 ontdekten wij plotseling, dat we over een Se colonne beschikten. Tanks en andere legervoertuigen waren onklaar gemaakt en als ik me goed herinner, zat in sommige benzinetanks zelfs rijst in plaats van benzine. Zo maak je natuurlijk een leger kreupel en dus was dat verraad. Ten slotte was het niets anders dan hulp aan de vijand.
Verontwaardiging alom.
En thans? Een groep zwakbegaafden, die zich onder de naam Onkruit aan ons openbaart, richt zich openlijk tegen ons verdedigingsapparaat en geeft dus duidelijk te kennen de rol van de Se colonne uit 1940 te hebben overgenomen, maar het volk snurkt verder.
Anarchie (het ontbreken van gezag) en terreur (rechtsonzekerheid) hebben direkt met elkaar te maken. Ze worden beide op onze vaderlandse bodem gekweekt via vaak oncontroleerbare machten. Men zegt, dat je er mee moet leren leven! Maar ik ben bang voor een nationale uitverkoop, die bij de toespitsing van de internationale tegenstellingen ervoor zorgt, dat wij straks nergens meer blijven. Al belijden wij: "De HEER regeert, de hoogste Majesteit ... " dat betekent niet, dat wij intussen maar Gods water over Gods akker moeten laten lopen!
Enschede O. Mooiweer
Prof. Dr. W. van 't Spijker schreef in “De Wekker" een interessante artikelenserie over: De kerk en de groepen. We nemen hieronder daaruit een stukje over:
Met twee woorden
We kunnen de eenzijdigheden van de groepen niet voorkomen of genezen door er andere eenzijdigheden tegenover te plaatsen. De eenzijdigheid wordt het best bestreden met de volle waarheid. Daarom moeten we altijd met twee woorden spreken. Dat is niet maar een vorm van christelijke beleefdheid. Het is uiting van de katholiciteit van het geloof.
Het is goed om over de kerk te spreken als moeder van de gelovigen. Het is het eerste wat we van de kerk moeten zeggen. Maar zij is óók de gemeenschap der heiligen - en dit in de meest eigenlijke zin van het woord: reële gemeenschap, waarbij sprake is van een verbondenheid niet maar in de sfeer van het gevoel, maar in de diepten van het zijn. Wie één van beide vergeet komt met de kerk in de mist te zitten.
De taak van de kerk is de prediking van het evangelie. Maar niet minder is haar roeping het pastoraat. Die twee kan men nooit tegen elkaar uitspelen.
De prediking moet pastoraal - en het pastoraat moet verkondigend zijn. Mist men één van de twee dan roept men de groep in het leven. De reformatoren hebben dit duidelijk gezien.
Zij schreven de snelle ontwikkeling van het anabaptisme toe aan een gebrek aan pastoraat van de zijde van de kerk. Zij hadden daarin gelijk.
Op dezelfde wijze behoren Woord en Geest bijeen. Zonder het Woord wordt alle geestelijke activiteit gemakkelijk tot geestdrijverij. Zonder de Geest geraken we in het diensthuis der letterknechten. Daarom behoeven wij beide.
Zo dienen wij eveneens met twee woorden te spreken over de rechtvaardiging én de heiliging, over het geloof én de ervaring, over de zaak van de kerk in de wereld én de overdenking van het toekomstige leven.
Meer zou er te noemen zijn. Maar het lijkt nu voldoende om te laten zien, dat wij altijd met twee woorden hebben te spreken over het heilminstens met twee, liefst met nóg meer, omdat het gaat om het heil des Heren.
Dit kón het medicijn wezen, waardoor we niet de groepen de wind uit de zeilen nemen, maar waardoor we open staan voor de Geest van Christus en de volheid van Zijn werk.
Waar die wind gaat waaien in de kerken, zal ook aan groepsvorming binnen de kerk zelf een gelukkig einde komen.
W. van 't S.
Het antwoord op de verbleking van de rechte kerkelijkheid is niet de versterking van het kerkisme. Immers: via kerkisme overschrijdt men gauw de g!ens van het sektarisme!
En waar het sektarisme zijn kansen krijgt ziet men de aktiviteiten van de menselijke geest vaak aan voor de krachtige werkzaamheid van de Heilige Geest. En dat is zonder meer een levensgevaarlijk bedrijf waardoor christgelovige mensen in de mist verdwijnen en het niet meer zien ziten!
De HERE geve ons allen voldoende schriftuurlijk onderscheidingsvermogen en wijze ons de weg om in alle opzichten waarachtig kerk van Christus te zijn in deze wereld, die boordevol nivelleringstendenzen zit en lijdt aan een ontstellende verwarring der geesten!
Enschede O. Mooiweer
Rondom de preek
Op de vraag "Kan 't eigenlijk nog wel, preken?" gaf prof. dr. J. T. Bakker, Kamper hoogleraar, het volgende antwoord: "Om maar wat nuchter te beginnen: in onze traditie heb ik nog geen enkele kerk aangetroffen die het redt om zonder een of andere vorm van prediking uit te komen. Indertijd - 25 jaar geleden - was er hier en daar een experiment gaande om de "man op de preekstoel" vanuit de gemeente vragen te stellen. Dat noemde men toen "dialogische prediking". Maar ik heb er nooit zo erg in geloofd.
Toch - prediking dus. Laat ik het anders zeggen: de preek is meer dan de optelsom van gevoelens van de gemeente die zij zo graag wil behouden.
De gemeente weet dat ook en belijdt dat. In een goede preek zit altijd een sterk vervreemdend element.
Vóór wij gaan preken moeten wij de volstrekte vreemdheid van de tekst ondergaan hebben. Zo ben ik met studenten altijd bezig geweest over de preken: dat zij eerst moeten struikelen over wat er staat en dat zij er veel te gemakkelijk van uitgaan dat zij allang weten wat er staat en dat het alleen nog maar actueel moet worden gemaakt. Nu, dat vind ik onzin. Wij weten helemaal niet wat er staat. Dus als je niet eerst goed over een tekst heengevallen bent, kun je er ook niet goed over preken.
Wij veronderstellen in de liturgie en in de verkondiging van alles als bekend dat in wezen niet bekend is en dat nog gebeuren moet. Ik heb ook vaak tegen studenten gezegd en dat zeg ik ook altijd tegen mezelf: de enige preek die lukken kàn, is de preek van de volgende zondag. Dus alles wat je achter je hebt, is verleden tijd en er is maar één bergtop of één dal waar je naar toe moet", Dat stond in Centraal Weekblad van 13 mei 1981.
We zijn erg blij met deze opmerkingen, die Prof. Bakker maakte in een interview, dat zijn collega Hartvelt hem afnam naar aanleiding van zijn 25-jarig jubileum als hoogleraar.
Prof. Bakker doceert thàns dogmatiek, maar heeft zich voorheen vooral bewogen op het terrein van de ambtelijke vakken!
Preken zal altijd wel een moeilijke bezigheid blijven! Het vergt heel wat voorbereiding. Maar de zaak is het waard ervoor te gaan zitten en erop te zwoegen. Want het gaat om de voortgang van het werk van God tot dienst aan de komst van zijn onbewegelijke Rijk. Het maakt de prediker - als het goed is - nederig wanneer hij bedenkt, dat al zijn ploeteren voor de preek stukwerk blijft. Maar in dat teken staat àl onze arbeid hier beneden. Het zijn immers mènsen, die eraan sleutelen.
Al mag de prediker de huik niet naar de wind van de gemeente hangen, het blijft geboden na te gaan wat de gemeente in dit kader verwacht.
Ik denk hierbij aan enkele opmerkingen, die Prof. Firet, hoogleraar in de ambtelijke vakken aan de VU te Amsterdam, maakt in zijn dissertatie: "Het agogisch moment in het pastoraal optreden": "De gemeente verwacht een "praktische" preek, de katechisanten willen iets vernemen waar ze in hun leven iets mee aan kunnen, het gemeentelid hoopt in de zielzorg van de pastor iets te ontvangen, dat direct ingrijpt op zijn situatie.
Maar de pastor moet dat niet verkeerd verstaan. De vraag naar het praktische, het hanteerbare, het actuele en concrete, is slechts een aspect van de vraag naar het verrassen de, het ongedachte, het werkelijk verhelderende - van de vraag naar iets, dat verruiming aan het bestaan geeft, dat het bestaan openbreekt naar nieuwe mogelijkheden.
Dit leidt ons voor wat betreft de prediking tot deze "vuistregel": de predikant mag zijn mond niet open doen voor hij in zijn tekst iets ontdekt heeft" wat hij nooit eerder had gezien" (a.w. pag. 353).
Men is vooral met de termen aktueel en konkreet in betrokkenheid op de prediking de laatste tijd van verschillende zijden aan de haal gegaan. Ieder vult het op zijn eigen manier in. Maar wanneer aktueel alleen maar betekent, dat de dominee duidelijk laat merken, dat het meest recente nieuws hem niet ontgaan is, heeft dat indringende woordje een afgevlakte betekenis gekregen. En als konkreet alleen maar de kleur heeft van een bijna dwangmatige inzet om de gemeente te doen kapituleren voor een bepaalde ideologie, is het oppassen geblazen. De mensen moeten aangesproken worden vanuit het wèrkelijke evangelie zèlf! Daarom moet die tekst eerst ten volle bezit nemen van hem, die het Woord brengen mag. Er is bij de prediker zèlf veel gebed nodig om de Heilige Geest, opdat die Geest van God alle barrières mag opruimen, die de doortocht van het Woord in zijn eigen hart en leven belemmeren. Als hij zèlf zo volledig is gewonnen voor de boodschap, die hij het volk van God mag aanreiken, en hij het open venster in de tekst zèlf ontdekt heeft, kan hij het ook op een stralende en bewogen manier aan de luisterende schare laten zien. Zo zal het voor beiden: gemeente en predikant sàmen rijke zegen zijn!
Voelt u aan hoe een preek, die in Gods oog goed heten mag, gemeente en Woorddienaar samenbindt in het ene ware geloof!?
Enschede O. Mooiweer