Zijn wij luxe kerken? (2)

1981-10-02
  • Jaargang 25
  • nummer 35
Maar nu moeten we toch nodig toe naar de opmerking van ds Schoep over onze kerken zoals ze nu bestaan.
Hij vindt dat een luxe bestaantje: kleine gemeentes die bediend worden door een fulltime predikant. Nu, dat is een kritiek die diep van binnen weerklank vindt bij onze mensen. Dat hadden we ook al eens gedacht. We durfden het alleen niet zo hardop zeggen.
Ik kan het argument trouwens uitwerken op een wijze waardoor het nog pijnlijker wordt. Is het kerklidmaatschap van velen onder ons niet bepaald door het feit dat ze er een auto op na kunnen houden?
Inderdaad, regionale gemeentes vaak. En ja, dan wordt de stijging van de benzine-prijs vandaag de dag een reden om van kerk te veranderen.
Hetgeen ook wel gebeurt.
Bovendien, is er in het pastoraat van onze kerken niet gemakkelijk sprake van 'overbemesting'? Broeder X heeft een bloedneus en verwacht de dominee over de vloer.
En de dominee voldoet aan die verwachting, want het door zo weinigen opgebrachte niet geringe tractement drukt op zijn geweten. Ik moet trouwens zeggen dat ik dit verschijnsel toch ook wel bespeur in grote gemeentes van grotere kerkverbanden.
Want grote gemeentes zijn vaak alleen maar op papier groot en in de werkelijkheid lopen de pastores daar ook maar in een zeer klein kringetje rond te draaien.
Maar goed, bij ons loopt het wel erg in de gaten en daarom moeten wij de vraag maar eens open en bloot op tafel leggen. Is deze overbearbeiding wel verantwoord in een wereld waarop aan de andere kant de mensen als ratten sterven zonder enige pastorale bijstand? Inderdaad kan het pastoraat onder ons de mensen gruwelijk verwennen, zodat ze lastig, kleinzerig en kleinzielig worden; de kinderen die uit verzadigde verveling knoeien met hun pap. Durf een zieke, bij wie je als pastor een goed bezoek gebracht hebt, eens een tijdje los te laten.
Niet jij bent z'n Heiland; niet jij hebt beloofd: Ik zal met u zijn alle dagen tot aan de voleinding der wereld. Meestal trouwens zijn onze zieken en stervenden omringd door mensen die niet van de enige troost ontbloot zijn en daarover ook weten te spreken.

Maar zo krijg je tijd over! Tijd over? Zeg liever: tijd beschikbaar.
Waarvoor? Wel, ik ben altijd nog blij dat ons soort mensen 'predikant' heet 'en niet 'pastoor'. Wij zijnarbeiders in het Woord en hebben er op de zondag voor te zorgen dat er voedzaam brood gesneden en klare wijn geschonken wordt. En het is beslist geen luxe om daar veel tijd in te steken. Het Woord van God bereikt ons in de Bijbel als een stem op lange afstand, in tijd en ruimte. Het is geen overbodige luxe om iemand vrij te stellen die er zijn dagelijks werk van maakt zich te oefenen in het luisteren naar die stem. Natuurlijk wil ik het pastoraat niet aan de ouderlingen en anderen overdoen. Daarvoor heb je als predikant het pastorale contact ook te zeer nodig. Juist ook voor je preken. Maar het gaat om het leggen van een accent. Waar gaat de meeste energie naar toe? Maar, zegt u, zo blijft het allemaal toch wel erg besloten in dat kleine groepje van ons en worden wij met z'n alIen de fijnproevers in het Koninkrijk der hemelen. Heel juist, deze kritiek.
Ik denk daarom dat we veel meer dan we tot dusver doen, de wereld in moeten. Die vijandige wereld van vandaag zeker, hoor ik u mismoedig mopperen. Nu, daar wil ik graag iets over zeggen. Ik heb zo 't idee dat wij christenen van vandaag veelal van de wereld een papieren voorstelling hebben. Dat we dus leven bij het 'wereld'beeld van de kranten en de andere media.
Het is ook deze wereld waar de meeste kerken aan denken als ze zich 'tot de wereld wenden'. Maar vergissen wij ons niet? Is dit toch niet een betrekkelijk klein wereldje dat als een schil om de kerk heen zit en bestaat uit mensen die vroeger tot de kerk behoord hebben?
Inderdaad is in die wereld de vijandschap groot. Daar zitten de meeste intellectuelen, onder wie de vervreemding van kerk en christendom zo groot is. De schrijvers bijvoorbeeld die geld als water verdienen aan hun boekjes over het geloof waarin ze tot hun grote woede als kind zijn opgevoed. We moeten ons evenwel op deze nachristelijke wereld, die ons door de pers en de andere media wordt opgedrongen, maar niet verkijken alsof zij de enige zou zijn. We moeten door die betrekkelijk dunne schil van geloofsafvaIIigen - voor wie we inderdaad rechtstreeks niet veel kunnen doen - heen stoten en komen dan in een andere wereld te recht, waarover ik niet romantisch wil. doen, maar waarin zich toch naar mijn vaste overtuiging nog heel wat 'godvrezenden' bevinden, eenvoudige, pretentieloze mensen die door de moeiten van het leven als een akker worden omgeploegd om het goede zaad van het evangelie te ontvangen. Er is een wereld die getypeerd moet worden als 'gewezen kerk' èn er is een wereld waarin zich de 'toekomstige kerk' bevindt. Onze kleine kerkjes, die zoals ds Schoep in het interview
terecht zegt, haast geen rand kennen, zouden bijna in hun geheel evangelisatie-teams kunnen zijn om in die wereld uit te gaan. En wat fijn dan dat we in het midden van die gemeentes fulltime werkers beschikbaar hebben, die ons vanuit het Woord kunnen instrueren tot die taak, naar wie we kunnen verwijzen voor gedegen geloofsonderricht, die we ook indien nodig bij zieken en stervenden kunnen halen en van wie we dan weten dat ze met een onversneden en duidelijke boodschap komen, zonder in het menselijke en maatschappelijke te blijven hangen.

Toch is zo de vraag nog niet beantwoord of we aan deze taak niet toe zouden komen wanneer we ons zelfstandig bestaan als kerken ophieven en wij in de bestaande kerken ieder zijns weegs zouden gaan.
Dat is toch wat ds Schoep ons vraagt. Nu, ik zal niet ontkennen dat zoiets in andere kerken ook gebeurt. Ik denk dan trouwens meer aan de kleine kerken zoals de Baptisten en hun geestelijke familie.
Maar slechts weinigen van ons zouden aansluiting bij hen overwegen.
Nee, als men zulke opheffings-vragen stelt gaat het merkwaardigerwijs altijd om overgang naar de synodaal gereformeerde kerken.
omdat men best aanvoelt dat het tussen hen en ons meer om een fusie zou moeten gaan dan om een eenzijdige opheffing van onze kant.
Maar dat synodaal worden dan, is dat nu echt geen mogelijkheid? We kunnen dan toch best ... Ik herinner me dat mijn moeder een keer, toen het over deze dingen ging, tegen me zei: synodaal worden is heel iets anders dan synodaal zijn.
En zo is het ook. Er zijn in het verleden veel vrijgemaakten vanwege kerkelijke ellende die ze meegemaakt hadden te goeder trouw synodaal geworden. Als je diep in hun hart kijkt, geven ze toe dat ze zich met die stap vergist hebben.
Maar goed, ze zijn het nu en zijn er vaak tot grote zegen bezig. Naast de vele gelovigen die daar nog zijn.
Maar het nu nog wórden, dat wordt met de dag een geestelijker beslissing.
Mensen die haar nemen, veranderen in korte tijd tot onherkenbaar wordens toe. Radicaal stellen ze zich op een heel ander geestelijk klimaat in. Ze moeten wel. Ik geef ds Schoep gelijk dat hij niet als een verontruste de Gereformeerde Kerken wilde binnenkomen. Zeker als predikant zou je positie een onmogelijke zijn. Je zou bij elk verontrustingsgeluid het verwijt moeten vrezen: zou deze vreemdeling ons de les komen lezen? Als binnenkomende moet je in de pas gaan lopen met de marsmuziek die het meest duidelijk ten gehore wordt gebracht en daarvan kan ik niet zeggen dat hij zuiver bijbels klinkt.
Daarom is synodaal worden geen goede mogelijkheid voor ons. Voor predikanten niet, maar voor gemeenteleden ook niet.

Nee, alles overwegende kom ik toch steeds weer bij de Nederlands Gereformeerde Kerken terecht.
Toegegeven, ik zie haar nog meer als mogelijkheid dan als werkelijkheid.
Maar dat zal ieder wel hebben die over zijn eigen kerk nadenkt.
Ik denk over mijn kerk graag onder het bijbelse beeld van een stad met muren èn poorten. Er zijn, om in dat beeld te blijven, steden met muren zonder poorten. Die zitten zo dicht als de ark van Noach en denken dan ook dat de zondvloed al begonnen is. Er zijn ook steden met enkel poorten zonder muren.
Dat zijn kerken die op de walletjes der wereld zitten, voor iedereen te grijp. Muren èn poorten, belijnd èn openheid, het is als je in de kerkelijke wereld rondkijkt toch best een zeldzame combinatie, waar perspectief voor de toekomst in zit. Ik heb tenminste geen moeite om er enthousiast voor te worden. Misschien vindt iemand het zo wel te luchtigjes gesteld. "De kerk is toch het lichaam van Christus en dáárom hoor ik er bij". Maar dan heeft zo iemand het over de onzichtbare kerk van alle tijden en plaatsen. De kerk waar we deel van uitmaken, behoort wel tot die onzichtbare kerk in nauwe betrekking te staan en behoort wel naar haar toe te werken, om zo te zeggen, maar ze valt er niet mee samen. 0 nee.
Nee, als we niet opnieuw in de dwaasheid willen vervallen om eigen kerk tot dé Kerk te verklaren, dan moeten we van het eigen kerkelijke bestaan een 'waarom' weten aan te geven. Welnu, hier is het waarom: zó, in die belijndheid en openheid, denken wij het best met Christus mee te werken aan het vergaderen van Zijn Kerk. Maar geen zelfvoldaanheid, want het is meer' mogelijkheid dan werkelijkbeid.
En ds Schoep heeft in zoverre gelijk dat de luxe ons bedreigt. En dat in een tijd dat het 'nee' waaruit we werkelijk geboren zijn, op raakt.
Laten we dus wel toezien.

Tenslotte nog dit. Het Nederlands Dagblad schonk in het nummer van zaterdag 12 september eveneens aandacht aan het interview met ds Schoep. De teneur van het redactionele artikel was een boodschap aan ons die als volgt valt samen te vatten: Zien jullie nou waar het met ds Schoep, jullie held van de Open Brief, op uitgelopen is? Erken dat nu eens en breng zo de hereniging dichterbij. Nu, dat laatste hopen we te behartigen bij alles wat we schrijven.
Maar het bovenstaande artikel moge het Nederlands Dagblad ervan overtuigen, dat enige zelfkritiek in dezen onze kerken nog niet in puin doet storten, zodat we als rouwmoedige rebellen onze veilige toevlucht moeten zoeken in de schoot der moederkerk. Echt, zo belangrijk is onder ons die Open Brief niet. Mag ik overigens het Nederlands Dagblad een vriendelijk verzoek doen? Wilt u, als u uit dit artikel van mij gaat citeren, dat niet selektief doen? Dus niet alleen die zinnetjes overnemen die u kunt gebruiken om ons bij uw lezers zwart af te schilderen? Gezien het verleden heb ik overvloedige redenen tot dit verzoek. En wanneer u het nu toch weer doet, dan zie ik mij genoodzaakt gevolg te geven aan een al vaker opgevat voornemen om namelijk in uw blad een advertentie valt de volgende inhoud te doen opnemen:

LEES VOORTAAN "OPBOUW" ZELF EN NIET VIA HET NED. DAGBLAD!


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief