Breukelen vanaf de zijlijn (5)
1981-10-09
Je vraagt je af, wie het nou van wie heeft afgekeken? Van der Kwast van Lubbers, of Lubbers van Van der Kwast? Wie van die twee bedacht nu als eerste die geniale strategie: eerst overeenstemming zien te bereiken over de gemakkelijke punten, en zo een gunstig psychologisch klimaat scheppen om het vervolgens ook over de nog resterende moeilijke zaken eens te worden. Zo in de geest van: We zijn met elkaar nu al zover gekomen, dat het toch te gek zou zijn als we in het zicht van de haven alsnog zouden stranden.- Jaargang 25
- nummer 36
U hebt het al begrepen: zonder nu direkt de Haagse hobbel van de kernwapens met de Breukelense hobbel van de kerkorde te willen vergelijken, een feit is toch dat er een onmiskenbare parallel is tussen de kabinetsformatie 1981 en de Landelijke Vergadering 1981. Onder leiding van praeses ds. Van der Kwast (die zich als een goed informateur niet tot luisteren beperkt, maar zelf aktief bouwstenen aandraagt) zijn op de eerste vier zittingen van Breukelen al heel wat agendapunten tot een goed einde gebracht. En tijdens de vijfde zitting op 26 september werd de weg helemaal vrij gemaakt voor de bespreking van het laatste en heetste hangijzer: het Akkoord van kerkelijk samenleven. Daarmee hopen de 48 afgevaardigden op 31 oktober (in dubbel opzicht een historische dag voor zoietsl) een begin te maken. Zowel de "oude" artikelen 34, 38, 39 en 40, waarvoor wijzigingsvoorstellen op tafel liggen, als de nieuwe artikel 1 - 30 komen dan aan de orde.
Maar voor het zover is, eerst een impressie van wat er op de vijfde zitting gebeurde.
Verbijsterende vrijgemaakte voorlichting
"Voorts grijpen onschriftuurlijke opvattingen over homofilie, kinderen aan het Avondmaal ... en de vrouw in het ambt om zich heen ... De kerkelijke vergaderingen (vaak niet meer classis maar regio genoemd) geven in deze en dergelijke zaken wel hun advies, maar doen geen uitspraak meer.
Zo komt het in een gemeente voor dat daar al jaren homofiele vriendenparen wonen, ionder dat zij van het avondmaal worden geweerd".
Voorlezing van o.m. deze zinnen door ds. Van der Kwast veroorzaakte op 26 september grote verbijstering en verontwaardiging bij de afgevaardigden in Breukelen. Het was een passage uit een memorandum van de vrijgemaakte deputaten voor correspondentie met buitenlandse kerken aan de Dopperkerken in Zuid-Afrika, dat begin dit jaar verscheen als bijlage bij het rapport van deze deputaten aan hun synode in Arnhem. In dat memorandum geven de vrijgemaakte deputaten aan de broeders in Zuid-Afrika "voorlichting" over allerlei huns inziens onschriftuurlijke ontwikkelingen binnen onze kerken. Het geheel wekt de indruk dat men met een pikzwarte bril op onze hele kerkelijke pers heeft nagevlooid op iedere ongerechtigheid die er maar te vinden was, om zo het beeld bevestigd te krijgen dat men blijkens hetzelfde memorandum al van tevoren had: onze kerken worden gekenmerkt door "confessioneel relativisme" en "kerkelijke independentisme" . Vervolgens is deze zondencatalogus richting Zuid-Afrika gestuurd met als duidelijke strekking: met zulke kerken kunt u toch geen officiële zusterkerkrelatie aangaan. Dat was het ook, wat de Generale synode van Arnhem van de vrijgemaakte kerken kortgeleden als harde eis aan de Dopperkerken stelde: breken met de Nederlands Gereformeerden, of anders geen banden met ons! Een in Breukelen ter tafel liggende brief van de Deputaten voor oecumenische zaken van de Dopperkerken wettigt echter de verwachting dat het op de Doppersynode (januari 1982) die kant niet op zal gaan.
Terug echter naar het vrijgemaakte memorandum. De praeses zei er dit van: "Met diepe verontwaardiging heb ik kennisgenomen van zoveel kwaadsprekerij over onze kerken. Ik vind het onbestaanbaar, dat kerken die zo ijveren voor de binding aan Schrift en belijdenis tegelijk dat wat Schrift en belijdenis zeggen over lichtelijk en onverhoord oordelen met voeten treden. Welke verblinding heeft zich van deze broeders meester gemaakt? Ik concludeer, dat de goede naam en eer van medechristenen bij deze broeders niet veilig is". En blijkens de reakties waren de afgevaardigden in Breukelen even diep geschokt over de vrijgemaakte "voorlichting" als de praeses. Ds. Moggré herinnerde hen aan Christus' woorden: Zalig zijt gij, wanneer de mensen u smaden en men liegende allerlei kwaad van u spreekt.
Ter vergadering werd meegedeeld, dat de commissie voor contact en samenspreking met andere kerken inmiddels in een brief aan de vrijgemaakte deputaten tegen deze kwalijke informatieverstrekking heeft geprotesteerd.
"Het verdriet ons", aldus de brief, "dat u blijkens uw memorandum tegenover anderen dingen in onze kerk laakt, waarover u onze kerken nooit hebt aangesproken". De brief zegt verder dat het vrijgemaakte memorandum aan de Dopperkerken "in veel opzichten de waarheid geweld aandoet".
Al op een eerdere zitting besloot de Landelijke Vergadering - op aandrang van de zendelingen in Natal - in een brief er bij de Dopperkerken aan te dringen op een spoedige en positieve beslissing inzake officiële correspondentie met onze kerken.
De GOS: we willen wel, maar kunnen niet
Een nog hangend punt vormde de kwestie van de Gereformeerde Oecumenische Synode, de GOS. In april had de Landelijke Vergadering een voorstel afgewezen van de commissie voor contact en samenspreking met andere kerken om, ondanks de problemen rond de positie van de Gereformeerde kerken (synodaal), toch lid te worden van de GOS. Aan de commissie was bij die gelegenheid gevraagd een nieuw voorstel uit te werken.
Dat voorstel lag op 26 september in Breukelen op tafel. De strekking: We zouden graag lid van de GOS willen worden (want we vinden de GOS een waardevolle gereformeerde organisatie), maar we kunnen niet (want de Gereformeerde kerken synodaal - lidkerk van de GOS - wijken steeds verder af van de Bijbel en daarmee van de grondslag van de GOS). De passage in het commissievoorstel, waarin met een verwijzing naar het rapport over de aard van het Schriftgezag dat oordeel over de Gereformeerde kerken (synodaal) werd uitgesproken, ontlokte enkele afgevaardigden de nodige kritiek. Niet omdat ze dat oordeel zelf niet deelden, maar omdat ze de Landelijke Vergadering niet bevoegd achten een dergelijke uitspraak te doen: het bewuste rapport ligt niet op onze tafel (ds. Algra), de meeste afgevaardigden hebben het niet gelezen en we moeten niet in de "vrijgemaakte" fout vervallen door hier zomaar een oordeel uit te spreken over andere kerken (ds. Schuurman).
Na enige bespreking werd besloten het oordeel over de ontwikkelingen in de Gereformeerde kerken (synodaal) rond het Schriftgezag voor rekening van de commissie te laten. Het motief voor het besluit van de Landelijke Vergadering om nog niet tot de GOS toe te treden, maar naar de bijeenkomst in 1984 opnieuw twee waarnemers te sturen, werd als volgt geformuleerd: "De Landelijke Vergadering constateert, dat er nog steeds onzekerheid bestaat, of de GOS in de verhouding tot de Gereformeerde kerken in Nederland voldoende ernst maakt met haar grondslag".
Een onuitgevoerd besluit
Al in 1976 besloot de Landelijke Vergadering van Kampen, dat onze kerken als waarnemer zouden toetreden tot de Raad voor Contact en Overleg inzake de Bijbel (RCOB), een contact- en overlegorgaan waarin zowel de bijbelgenootschappen als een aantal kerken zijn vertegenwoordigd.
Maar door onopgehelderde oorzaken zijn noch de RCOB noch de twee door Kampen benoemde waarnemers (ds. Veefkind en ds. Plooy) ooit van dat besluit in kennis gesteld. De waarnemers hebben dus nooit de vergaderingen van de RCOB bezocht. "Maar achteraf is het misschien helemaal niet zo erg dat het besluit van Kampen nooit is uitgevoerd", aldus ds. Veefkind in Breukelen. Hij gaf de afgevaardigden de raad om niet in te gaan op het ingekomen verzoek van de RCOB om van deze organisatie lid te worden. Ds. Moggré gaf de vergadering aan de hand van een rapport van de kerkeraad van 's-Gravenhage een schets van de activiteiten van de RCOB en van de modern-theologische tendenzen die het werk van deze organisatie (vooral rond de tweejaarlijkse Nationale Bijbelweek) vertoont. En vanwege diezelfde tendenzen, die de Christelijke Gereformeerde synode vorig jaar deden besluiten om het RCOB-lidmaatschap op te zeggen, verkoos de Landelijke Vergadering van Breukelen het verzoek van de RCOB af te wijzen.
Apeldoorn-advies goed opgevolgd
Een voorstel van de regio Harderwijk om de uitspraak van de vorige Landelijke Vergadering van Wezep over de predikantsopleiding nog verder aan te scherpen, kreeg in de vergadering geen enkele steun. In Wezep was uitgesproken dat voor onze a.s. predikanten studie aan de Theologische Hogeschool in Apeldoorn "de voorkeur verdient"; tevens werd de theologische opleiding aan de universiteiten "ernstig ontraden". De regio Harderwijk vond deze uitspraak van Wezep onvoldoende en wilde de studie in Apeldoorn nadrukkelijk als regel en de opleiding elders als hoge uitzondering bestempeld zien.
Maar de afgevaardigden in Breukelen vonden dat volstrekt overbodig, omdat het Apeldoorn-advies van Wezep in de praktijk vrijwel algemeen wordt opgevolgd. De grote meerderheid van onze a.s. predikanten studeert inmiddels in Apeldoorn en hun aantal neemt nog steeds toe. Opmerkelijk daarbij is - zo werd ter vergadering meegedeeld - dat onder degenen die niet in Apeldoorn studeren, verreweg de grootste groep wordt gevormd door de studenten aan het Nederlands Gereformeerd Seminarie.
Richtlijn voor traktementen?
Naar aanleiding van voorstellen van de kerken van Apeldoorn en Utrecht besloot de Landelijke Vergadering verder tot de instelling van een commissie die een onderzoek moet gaan instellen naar de noodzaak van landelijke richtlijnen (overigens met een puur adviserend karakter) voor de struktuur en hoogte van de predikantstraktementen in onze kerken. Tot nog toe ontbreken dergelijke richtlijnen en volgens diverse afgevaardigden lijdt dat in de praktijk soms tot erg scheve verhoudingen. Bovendien tasten gemeenten die voor het eerst gaan beroepen als gevolg daarvan nogal in het duister voor wat betreft de hoogte van het traktement, zo vertelde ouderling Meijer uit eigen ervaring.
De in te stellen commissie moet tevens nagaan, of een regeling noodzakelijk is in verband met de soms erg grote studieschuld, ontstaan door het ontvangen van Rijksstudietoelagen, waarmee sommige jonge predikanten de pastorie ingaan.
Tenslotte
- besloot de vergadering om vanwege de slechte financiële positie van de GOS en de - in vergelijking met veel GOS-lidkerken - grote draagkracht van onze kerken onze jaarlijkse bijdrage aan de GOS te verhogen tot f 0,25 per ziel en werd vanwege de schommelende wisselkoers afgezien van de omschrijving van de bijdrage in dollars;
- werd een voorstel van de kerk van BunschotenjSpakenburg om de bijdrage aan de Theologische Hogeschool in Apeldoorn te verdubbelen, doorverwezen naar de Raad voor Toezicht en Advies inzake de Theologische Studiebegeleiding;
- nam de vergadering met belangstelling kennis van een schrijven van de Soembanese kerken en werd besloten om wel een antwoordbrief, maar niet de gevraagde afvaardiging naar Soemba te sturen;
- kreeg de gezangencommissie het verzoek om in het overleg met de Christelijke Gereformeerde kerken over de gezangen ook de zaak van de psalmberijming (incl. het nieuwe Psalter-1980) te betrekken, hoewel verreweg de meeste afgevaardigden er geen enkele behoefte aan leken te hebben om de ontwikkeling in de richting van de LK.B. weer terug te draaien; zei ds. Moggré (steevast elke zitting goed voor een opmerking om in te lijsten) bij de bespreking van het Harderwijkse voorstel inzake de predikantsopleiding: "Laten we als kerken door het nu weer aanscherpen van een al aangescherpt besluit geen aanleiding geven tot de conclusie, dat we onze eigen uitspraken niet serieus nemen";
- werd op deze vijfde zitting voor het eerst een voorstel van orde ingediend, en wel door ouderling Aalbers die uitsprak, wat alle anderen dachten: "Kan de kachel niet wat aan, want het is hier steenkoud!";
- werd besloten tot instelling van een financiële commissie die de boeken van de roepende kerk van de Landelijke Vergaderingen in 1976 en 1978, Kampen en Wezep, en t.z.t. die van Breukelen 1980 moet controleren, en die verder moet nagaan welk bedrag aan jaarlijkse financiële verplichtingen de kerken via de achtereenvolgende Landelijke Vergadering op zich hebben genomen; werkte de Landelijke Vergadering op zijn vijfde zittingsdag 11 van de nog resterende 28 voorstellen en rapporten af, zodat er nog (maar) 17 ter behandeling overblijven;
- moge het gebed in de kerken opgaan, dat de bespreking van het Akkoord van kerkelijk samenleven op de komende zittingen zal plaatsvinden in de geest van de preambule bij dat Akkoord, waarin onze kerken in 1974 tegen elkaar hebben gezegd: "Na al wat de gemeenten van de Here in de loop der jaren en eeuwen in dit land hebben .ondervonden door vervolging, overheidsbemoeiing, misleiding van de geesten, reglementenheerschappij en synodenhiërarchie is het nu eens te meer haar hartelijke begeerte om, onder de genadige bescherming van haar Heer en Heiland Jezus Christus, temidden van de verwarring van de .tijd, in goede vrede en gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift met elkaar te leven, onder de enige heerschappij en leiding van het Hoofd van de kerk, onze Zaligmaker ... Zij beloven ook elkaar bij te staan in de strijd voor de Naam en de eer van de Here, zich voegend naar het Schriftuurlijk onderwijs voor een geordend kerkelijk samenleven, opdat zij ook in de inrichting van het kerkelijk leven de wegen van het Verbond van de Here mogen houden, niet in tirannieke eenheidsdwang, maar in de vrijheid van Christus, in de eenheid van de Geest van God, die samenbindt in gehoorzaamheid aan Zijn gebod, in liefde tot God en de naaste".