OVER HET I.K.V. EN NOG WAT!

1981-10-09
  • Jaargang 25
  • nummer 36
Terwijl ik dit schrijf is het I.K.V. volop bezig met zijn acties tegen de kernwapens en wat daarmee samenhangt.
"Kernwapens de wereld uit, te beginnen bij Nederland." Die acties zijn zaterdag 19 sept. j.l. begonnen.
Als een soort ouverture organiseerde het LK.V. in zijn "hoofdkwartier" een "borrel"-uur voor zijn goede. relaties. Ja, inderdaad het Inter-kerkelijke Vredesberaad organiseerde een "borrel"!
De gastheer van deze borreldrinkerij was uiteraard Mient Jan Faber, de man die alle touwtjes van deze acties in handen heeft en die met straffe hand dirigeert. Hij klaagde er eens in de "Hervormde Kerk" over dat hij geen vat kon krijgen op de Nederlandse politiek. Daarom moest er een beroep op de kerken, de vakbeweging en de ontwikkelingsorganisaties worden gedaan.

Er moesten duizenden mensen de straat op gaan. Het zou alles "harder" moeten gedaan worden. Maar op het borreluur bleek dat de situatie anders aan het worden is.
Max van den Berg, de voorzitter van de P.v.d.A., was er en Ria Beekers van de P.P.R. ook. En vooral Ton Waarts, de directeur van de N.C.O. (de Nationale Commissie Voorlichting Bewustwording Ontwikkelingssamenwerking). Hij moet de dertien miljoen belastinggelden namens de minister van Ontwikkelingssamenwerking verdelen onder de verschillende actiegroepen en vredesbewegingen.
Driehonderd van dat soort bewegingen hebben zich al gemeld om ook een portie", van deze buit te bemachtigen.

Terzelfder tijd werd in Den Haag een studiedag belegd door de Atlantische Commissie. En daar hield de bekende hoogleraar uit Tilburg prof. Jhr. Alting van Geusau, o.a. voorzitter van het John Kennedyinstituut voor internationale betrekkingen en adviseur van "buitenlandse zaken", een referaat.
Het Reformatorisch Dagblad gaf daar een uitvoerig verslag van. We laten het hier volgen: "Er zijn duidelijke aanwijzingen dat de Sovjet-Unie de vredesbeweging financieel steunt en gebruikt voor eigen propaganda-doeleinden en het ontwikkelen van subversieve activiteiten.

Het is van zeer groot belang, dat de Nederlandse regering hiernaar een onderzoek instelt. Daarnaast dient er een eind te komen aan een ondeugdelijk subsidiebeleid, waarbij ontwikkelingsgelden ten goede komen aan de vredesbeweging".
Dit stelde kortgeleden prof. jhr. dr. F. A. M. Alting von Geusau, hooglaar in Tilburg, tijdens een studiedag in Den Haag, belegd door de Atlantische Commissie. Alting von Geusau wees erop, dat het dringend gewenst is dat er openheid van zaken komt.
"Het is bekend", zo zei hij, "dat het comité "Stop de neutronenbom" in totaal al zo'n ruim 100 miljoen dollar aan geldelijke steun uit Moskou heeft ontvangen en dat er een intensief contact is tussen vertegenwoordigers van deze groepering met vertegenwoordigers uit de Sovjet-Unie en Oosteuropese personen". Von Geusau, die niet al zijn bronnen wenste te noemen, zei wel, dat een Amerikaans rapport van het Huis van Afgevaardigden zeer interessante gegevens over de invloed van Moskou op de Nederlandse vredesbeweging bevatte.
Veel te weinig Ook de financiering van de acties van het Interkerkelijk Vredesberaad dienden volgens Von Geusau onder de loep genomen te worden. "We weten er allemaal veel te weinig van", aldus de Tilburgse hoogleraar.

De methodes waarvan het I.K.V. en "Stop de neutronenbom" zich bedienen, hebben tot doel de politiek van de Nederlandse regering te veranderen.
Daarbij is gekozen voor het model van de buiten-parlementaire actie, waardoor men de besluitvorming nog verder onder druk wil zetten. Von Geusau sprak in dit verband van een "miskenning van het functioneren van de parlementaire democratie".
Over de LK.V.-campagne merkte Von Geusau verder op, dat deze met godsdienstig fanatisme .gevoerd wordt.
Hij hekelde in dit verband een kinderboekje van het L.K.V., bestemd voor de scholen, waarin wordt gevraagd het verband te beschrijven tussen het zesde gebod en degenen die voor kernwapens zijn. "Een ronduit gemene vraag", aldus Von Geusau.
In een uitvoerige analyse van de politieke ontwikkelingen rond de problematiek van de kernbewapening, vrede en veiligheid, merkte Von Geusau op, dat er sprake is van een zeer essentiële wijziging in het buitenlands beleid van de afgelopen zes jaar.

"Heette het in 1975 nog (bij monde van de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, Van der Stoel), dat het bevorderen van de internationale veiligheid moest worden nagestreefd door terugdringing van de rol van de kernwapens op basis van wederzijdse vermindering bij Oost en West, nu lijkt dit uitgangspunt verlaten", aldus Von Geusau. Hij noemde in dit verband de stellingname van de Nederlandse regering inzake de produktie van de neutronengranaat en de opvattingen over het eenzijdig afschaffen van kerntaken die binnen de P.v.d.A. leven. Daarentegen stond een zeer onduidelijk manoeuvreren rond de problematiek van de vernieuwing van de kruisraketten en het ten enenmale ontbreken van deugdelijke voorlichting aan de bevolking hieromtrent.
Zwakke coalitie Als oorzaken van deze ontwikkelingen zag Von Geusau de zwakke regeringscoalitie, gevormd door het kabinet-Van Agt, het verdeelde C.D.A. en het buitengewone succes van de campagnes van het LK.V. en het comité "Stop de neutronenbom". De politieke meningsvorming in het parlement bleek meer gevoelig voor de openbare mening, dan dat zij oog had voor de verslechterde militair-strategische situatie, aldus Von Geusau.
Bezorgd toonde hij zich over de toekomst van het kernwapendebat: "De vredescampagnes hebben te lang vrij spel gehad, waardoor de ruimte voor een creatief beleid van de Nederlandse regering wel uiterst klein geworden is". De regering zal volgens Von Geusau de moed dienen op te brengen een duidelijk eigen standpunt te vormen.
"Dit is een specifiek eigen verantwoordelijkheid.
Daarbij is het van groot belang dat de politieke cohesie binnen het NAVO-bondgenootschap blijft gehandhaafd. Wapenbeheersing heeft namelijk alleen zin in samenwerking met onze bondgenoten", aldus Von Geusau.
Zoals vanzelf spreekt volgde op dit referaat een felle kritiek. Men sprak van "borrelpraat", van "nonsens", van "laag bij de grondse kritiek" enz.

Ieder kan evenwel moeilijk begrijpen dat een man van deze positie en statuur, srpekend voor de genoemde vergadering, zich niet zo te buiten gaat aan praatjes van slecht allooi, ja van leugenachtige voorlichting!
We zullen afwachten wat er los komt. En de lezers op de hoogte houden.
Nadat ik het bovenstaande had geschreven, las ik een brief van Mr. Luns die hij aan de redactie van "Reformatorisch Dagblad" schreef.
Om die te verstaan, moet men weten dat hij ook reageert op een uitlating van dr. H. C. Lankes, de adjunct-generaal voor politieke zaken van de NAVO in Bonn. Lankes zou gezegd hebben: "Ik ga er van uit dat demonstranten, de vredesbeweging in het algemeen, niet door Moskou worden betaald".
En hier volgt de brief van Mr. Luns: "De adjunkt secretaris-generaal voor politieke zaken, ambassadeur Lankes, heeft mij verklaard dat hij erop had gewezen dat het merendeel der demonstranten niet door Moskou wordt betaald, waarmede hij onderstreepte dat de leiding der diverse organisaties zeer wel door de Sovjet kan worden gesubsidieerd.
Op grond van diverse mij verstrekte vertrouwelijke gegevens houd ik mij ervan overtuigd dat de door kerkelijke en andere organisaties gevoerde agitatie tegen de NAVO en de nucleaire afschrikking door Moskou worden beïnvloed en gesubsidieerd. Dergelijke gegevens kan ik niet publiek maken, mede vanwege bronbescherming. Voor wat de uitlatingen van prof. Alting von Geusau betreft, wil ik slechts opmerken dat ik hem ken en waardeer als een verstandig en bedachtzaam man, wiens meningen weloverwogen zijn. De vertrouwelijke gegevens waarover de Nederlandse regering zou beschikken, zijn mij nimmer voorgelegd".
We zullen weer afwachten wat er los komt.
En we zullen de lezers weer op de hoogte houden.


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief