De kracht van zegenend leven

2011-11-25
  • Jaargang 55
  • nummer 23
Van de Marriage Course heb ik geleerd dat mensen heel verschillend kunnen reageren als ze boos of gekwetst zijn. Er zijn er die van nature reageren als een neushoorn. Wordt die bedreigd, dan valt hij aan, de hoorn naar voren. Er zijn er ook die van nature als een egel reageren. Een bedreigde egel rolt zich op, sluit zich af en zet z’n stekels op. Bij een neushoorn komt de boosheid dus naar buiten, bij een egel slaat de boosheid naar binnen. En de vraag is altijd weer in wie jij je het meest herkent, de neushoorn of de egel.

De afgelopen tijd kreeg ik twee verhalen te horen van christenen die goede redenen hadden om boos of gekwetst te zijn, maar welbewust het besluit namen om niet als een neushoorn of egel te reageren.

Burenruzie
In het eerste geval betrof het iemand die met z’n buurman het soort conflict had dat ook de rijdende rechter behandelt. Wat deze broeder bijna 15 jaar geleden met de muur gedaan had zou volstrekt onrechtmatig zijn geweest.
De buurman en zijn vrouw waren furieus, meden elke vorm van contact en gingen zelfs over tot pesterijen.
De zaak kwam ook voor de rechter, maar de buren verloren ‘m op alle punten. Hetgeen helaas geen verbetering in de onderlinge verhouding teweeg bracht.
In het tweede geval betrof het een alleenstaande vrouw. Zij kreeg te maken met een buurvrouw die – waarom wist zij niet – ronduit onhartelijk was, haar voortdurend negeerde.
Situaties als deze kunnen zich altijd en overal voordoen: op het voetbalveld, de weg, het werk, in de klas, de familie en de kerk. Een ander snijdt je, maakt zich breed, reageert buitenproportioneel heftig, of bejegent je ronduit vijandig. Het zijn situaties waarin je je moeiteloos op sleeptouw kunt laten nemen door andermans negativiteit.

Zegenen
De betreffende broeder en zuster besloten dat niet te doen, maar vriendelijk te blijven, te blijven groeten, voor de buren te gaan bidden, hen zelfs te zegenen: ‘De Here zegene je, buurman, buurvrouw!’ Ze probeerden dus te handelen in de geest van hetgeen de Here en zijn apostelen geleerd hebben: Heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen (Matteüs 5:44); Zegen uw vervolgers; zegen hen, vervloek hen niet; Vergeld geen kwaad met kwaad, maar probeer voor alle mensen het goede te doen. Stel, voor zover het in uw macht ligt, alles in het werk om met alle mensen in vrede te leven (Romeinen 12:14 en 17-18); Vergeld geen kwaad met kwaad, en als u wordt uitgescholden, scheld dan niet terug; zegen juist, opdat u ook zelf zegen ontvangt, want daartoe bent u geroepen (1 Petrus 3: 9). Straks kom ik terug op hetgeen deze ‘strategie’ in de praktijk uitwerkte, maar eerst wil ik iets dieper ingaan op de bovenstaande Bijbelwoorden.

Perspectiefwisseling
De rode draad van het Nieuwe Testament is dus, dat we degenen die ons bedriegen, beledigen of bedreigen, geheel tegen onze natuurlijk neiging in, liefdevol blijven bejegenen, blijven zegenen.
De Heiland en zijn apostelen hebben dat niet alleen zo geleerd, maar ook zo geleefd. En dat nog wel in een situatie van verdrukking en vervolging. Als ik het goed zie, zijn hier twee redenen voor.
De eerste is, dat daarmee de vrede gediend wordt. Jezus’ onderricht is vredesonderricht.
In Matteüs 5 zegt Hij ook: Gelukkig de vredestichters, want zij zullen God zien. Het blijven liefhebben en zegenen van vijandige mensen sluit naadloos aan bij dit vredesonderricht.
Dat blijkt ook uit de aansporingen van Paulus en Petrus.
Paulus schrijft: Stel, voor zover het in uw macht ligt, alles in het werk om met alle mensen in vrede te leven.
(Romeinen 12:17). En Petrus citeert Psalm 34:Wie het leven liefheeft en gelukkig wil zijn, (…) moet het kwaad uit de weg gaan en het goede doen, en voortdurend vrede nastreven ... Terugschelden, verwensen, kwaad met kwaad vergelden leidt eigenlijk altijd tot escalatie. Hoe win je de ander voor de vrede? Door iets heel verrassends te doen en zo de neerwaartse spiraal van geweld en boosheid te doorbreken.
Door vriendelijk te blijven tegen wie onvriendelijk is, door te zegenen waar je vervloekt wordt, door liefde te geven waar je haat ontmoet.
De tweede reden vind ik terug in Romeinen 12:21, waar Paulus schrijft: Laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede. Hierin klinkt door dat je er allereerst zelf de dupe van bent als je meegaat in die beweging van hard tegen hard. Iedereen die zich voor kortere of langere tijd door andermans woede of boosheid op sleeptouw heeft laten nemen, herkent dit.
Het verzuurt je leven en maakt je tot wie je niet zijn wilt! In feite heb je je dan laten overwinnen door het kwaad. Door te zegenen wie jou verwenst, zie je de ander als iemand die God liefheeft en in wie God mogelijkheden ziet. Er komt een perspectiefwisseling tot stand, om te beginnen in jezelf. De proporties van het kwaad veranderen: het wordt net zo klein als het in Gods ogen is. Dat helpt je om boven het kwaad te staan en je er niet door te laten meeslepen. In zekere zin maakt het je onaantastbaar.

Meervoudig gezegend
Door zegenend te leven in een sfeer van vervloekingen kan in meer dan een opzicht een kanteling tot stand komen in een situatie die het in zich heeft te escaleren. De spiraal van (verbaal) geweld wordt doorbroken en je ontrekt je aan de enorme macht die andermans negativiteit – of in het ergste geval ‘het onrecht’ – over je kan hebben. Dat was precies wat ook in de bovengenoemde situaties gebeurde.
De zuster ervoer dat haar consequent vriendelijk bejegening de verhouding met haar buurvrouw deed kantelen.
De buurvrouw ontdooide en het contact werd uiteindelijk zelfs hartelijk.
De broeder ervoer weliswaar niet dat de verhouding er beter op werd. Maar wat hij zelf ervoer was een stuk innerlijke vrijheid. Hij woonde niet naast een boze en vijandige buurman, maar naast een potentiële vriend. De vrede die hij de ander wenste keerde tot hem weer (Lucas 10:5-6).
Van zegenend leven gaat in meervoudige zin een zegen uit.
Maar, hoe krijg je het ooit voor elkaar om zegenend te leven? Het is immers een welhaast instinctieve neiging om als neushoorn of egel te reageren.
Daarbij komt dat dergelijke reacties behoren tot een menselijk afweermechanisme dat we toch niet voor niets hebben gekregen. En we mogen, ja moeten toch opkomen voor recht en gerechtigheid in onze wereld?
Dit zijn allemaal volkomen begrijpelijke en terechte vragen, waaraan door de Bijbel niet voorbij wordt gegaan.

Laat God uw wreker zijn
Om te beginnen valt het op dat Paulus er in Romeinen 12:19 van uitgaat dat onrecht wraakgevoelens bij ons oproept.
Paulus schrijft immers: Neem geen wraak, geliefde broeders en zusters, maar laat God uw wreker zijn, want er staat geschreven dat de Heer zegt: ‘Het is aan mij om wraak te nemen, ik zal vergelden.’ In deze zinnen klinkt door dat een mens volkomen terecht gebelgd, verontwaardigd, boos kan zijn. Een mens mag uit alle macht protesteren tegen onrecht – de psalmen staan er vol van. En een christen is als elk ander mens gerechtigd om op te komen voor het recht, zowel dat van een ander als zijn eigen recht. In het Oude Testament vinden we het grote belang van eerlijke rechtspraak keer op keer benadrukt. In Romeinen 13 lezen we dat het de taak van de overheid is om het recht te handhaven.
En dat een christen niet dom met zich hoeft te laten sollen, mag blijken uit het leven van de apostel Paulus. Toen hij onrechtmatig werd aangeklaagd, verdedigde hij zich met verve en toen hij dreigde een speelbal te worden van politieke machtsspelletjes, beriep hij zich op de keizer van Rome. Alleen doen zich in het leven tal van vervelende situaties voor, waarin een beroep op de rechter zinloos is of geen uitkomst biedt. Wat dan? Paulus leert ons om onze wraakgevoelens – dat is een schreeuw om recht – dan te parkeren bij God. Vredestichters leggen en weten hun zaak in Gods handen. Paulus neemt er alle tijd voor om dat duidelijk te maken. Schreeuw gerust je boosheid uit, maar doe dat aan het goede adres. Juist dat overigens geeft je de lucht, de innerlijke ruimte om ondanks onrecht te blijven zegenen.
Dat ontspant op een heel diep niveau.
Je weet dat het recht in Gods handen ligt. Jij hoeft het recht dus niet af te dwingen, God zelf zal het op zijn manier zeker doorzetten.

Leven uit de bron
Dan valt op dat de oproep om iedereen te blijven zegenen verankerd wordt in God zelf en in zijn beloften. Jezus zegt in Matteüs 5:44-45: Heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen, alleen dan zijn jullie werkelijk kinderen van je Vader in de hemel. Hij laat zijn zon immers opgaan over goede en slechte mensen en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.
Jezus brengt ons hier bij zijn hemelse Vader, bij zijn voorbeeld. Hij zegent zonder onderscheid. Wil je leven als een kind van de hemelse Vader, een koningskind?
Volg zijn voorbeeld dan na, put je kracht uit Hem, stel je onder zijn leiding.
Petrus voegt daar nog de dimensie van een belofte aan toe. Hij motiveert zijn oproep om geen kwaad met kwaad te vergelden met de belofte uit Psalm 34: Want de Heer verliest de rechtvaardigen niet uit het oog en luistert naar hun gebeden, maar hij keert zich tegen wie kwaad doen.’ Ieder die Hem navolgt, die zijn zon laat opgaan over bozen en goeden, mag rekenen op zijn welgezindheid.

De Bijbel weet maar al te goed dat het geheel tegen onze natuur ingaat om de vijand lief te hebben en te zegenen wie je vervolgt. En daarom reikt de Bijbel ons ook het gereedschap aan om met onze primaire, onze instinctieve reacties om te gaan. Leg je recht steeds maar weer in Gods handen, leef dicht bij het hart van God en uit Gods beloften, dan merk je dat je hart en handen vrij krijgt om zegenend te leven.

Missionair leven
Hoe maken we als kinderen van de hemelse Vader het verschil in een samenleving waarin iedereen op scherp staat, ieder op zijn recht staat, zijn recht eist?
Het komt op het scherpst van de snede tot uiting in de wijze waarop je omgaat met onrecht, met degenen die zich breed maken en de ander de pas afsnijden.
Volgelingen van Jezus proberen te doen wat Jezus deed: zij blijven tot het uiterste voor de vrede gaan. En daarom zegenen ze in de zekerheid dat een zegenend leven in meervoudige zin gezegend wordt.

Drs. Jan Mudde is predikant van de NGK Haarlem (Wilheliminakerk).

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief