God als brullende leeuw

2011-11-25
  • Jaargang 55
  • nummer 23
Wat heb je eraan om de profeten te lezen? Wat levert dat op voor je geloof ?
De vorige keer heb ik al drie mogelijke antwoorden aangedragen: 1. Om Jezus te herkennen als de door God gezonden Messias; 2. Om mij te verwonderen over Gods trouw; 3. Om het evangelie van het kruis te verstaan.

Studenten van de predikantenopleiding zijn ook met deze vraag bezig geweest. Uit een lijst met mogelijke antwoorden moesten zij elk één antwoord kiezen en daarover een kerkbladartikel te schrijven. Met als doelstelling christelijke Bijbellezers te helpen bij en te enthousiasmeren voor het lezen van de profeten. Met hun instemming heb ik ook elementen uit hun werkstukken verwerkt. En daarmee komen we bij een vierde aandachtspunt.

4. Om een robuuster geloof te krijgen
Van de profeet Amos zijn de woorden: ‘Een leeuw heeft gebruld – wie zou er niet vrezen? God, de HEER, heeft gesproken – wie zou er niet profeteren?’ (Amos 3,8) God als een brullende leeuw, dat is niet zoals veel christenen zich God vandaag voorstellen.
Centraal in ons godsbeeld staat de liefde van God. Dat is ook terecht.
Zo heeft Jezus ons God doen kennen. Ons godsbeeld loopt echter het risico eenzijdig te worden, wanneer we alle elementen die wijzelf niet direct met Gods liefde kunnen rijmen buiten beeld houden. Dat God ook kan toornen en oordelen, geldt dan al gauw als een achterhaalde voorstelling.
We voelen ons nu eenmaal meer op ons gemak bij een God die ons in alle omstandigheden over de bol aait en bemoedigt. Daarmee doen we het evangelie echter geen recht en verwordt het christendom tot iets burgerlijks.
Zo maken we van God een tandeloze tijger en van Jezus een Joris Goedbloed. Dat beeld klopt al niet met hoe het Nieuwe Testament spreekt, maar er is geen betere remedie tegen deze eenzijdigheid in ons godsbeeld dan juist het lezen van de profeten. De profeten laten zien dat God vaak meer heeft van een brullende leeuw dan van een teddybeer (Hosea 5,14; 13,7; Amos 1,2; 3,4). Dat klinkt dreigend en is het ook. Maar ons geloof wordt er robuuster van als we ons te lievig godsbeeld door de profeten laten corrigeren. Vaak zien zij God concreet aan het werk in de dingen die gebeuren. Bijvoorbeeld in de beroerde economische omstandigheden in de dagen van Haggaï (1,2-
11). Dat kun je natuurlijk niet één op één overplaatsen naar vandaag, maar de profeten kunnen ons wel stimuleren om ook in onze werkelijkheid naar God te vragen. Kan God ook vandaag nog brullen? ‘Als we inzien dat God niet alleen de God van welvaart is, maar ook de God die kan straffen met een economische crisis, dan wordt ons geloof robuuster. Dan gaan we niet twijfelen in crisistijd, maar zoeken naar Gods wil.’ (NGP-werkstuk Jelle Knol) Dat kan geloven ook weer spannend maken en de burgerlijkheid van ons huidig christendom helpen doorbreken.

5. Om het besef levend te houden van het oordeel van God
‘Nog maar een paar maanden geleden, brak er in de VS onrust uit over een boek van Rob Bell, getiteld Love Wins.1 Rob Bell is de geestelijk leider van de Mars Hill Bible Church. (…) Het gaat hem erom hoe moeilijk het is te verteren dat een groot gedeelte van de mensheid verloren zou gaan vanwege de toorn van God. Het beeld is ontstaan, zo beweert hij, dat Jezus ons moest redden van de toorn van God. Maar wat voor beeld van God schetst dat eigenlijk? Zo steekt God niet in elkaar, zegt Bell. God is liefde, en liefde overwint alles. (…) Om vergelijkbare gedachten hebben veel christenen moeite met de profeten.’ (NGP-werkstuk Jan van Helden) Bell spreekt uit wat veel christenen denken.
De komst van een oordeelsdag staat niet meer zo centraal in de beleving van ons geloof. Belangrijker in onze geloofsbeleving is dat God hoe dan ook van ons houdt.
Er is geen reden om bang te zijn. De profeet Jesaja wordt echter voorgehouden angst en ontzag voor God te hebben, omdat je over God ook struikelen kunt (Jesaja 8,13v; vgl. 1 Petrus 2,8). Het Nieuwe Testament verkondigt dit trouwens ook, maar daar lezen we voor ons gemak soms overheen (vgl. Matteüs 10,28). Dat laatste kan je bij de profeten in elk geval niet gebeuren. In Jesaja 2,10-21 bijvoorbeeld lezen we dat de dag van het oordeel gericht is tegen alles wat zichzelf verheft. Dat raakt ook Gods eigen volk dat ontvankelijk bleek voor hyperconsumentisme, machtsdenken en zelfverheerlijking (Jesaja 2,6-8). Zou deze dag ook ons als christenen dan niet raken in onze westerse levensstijl en in ons consumptiepatroon? Juist vanwege de concreetheid in hun spreken kan het lezen van de profeten het besef van Gods oordeel levend houden.
Dat is niet onbelangrijk nu we allemaal de zuigkracht van de secularisatie en het materialisme ondergaan.

6. Om naar Jezus toegedreven te worden
Van de stevige taal van de profeten zou je echter bang kunnen worden.
Die angst is op zichzelf niet verkeerd.
In het Bijbelse spreken over het vrezen van de HEER ligt van oorsprong zeker ook een element van angst besloten.
Deze notie schuiven we doorgaans snel terzijde, omdat angst voor God tot een eenzijdig en verwrongen godsbeeld kan leiden. Niet voor niets leert het Nieuwe Testament ons dat volmaakte liefde de angst uitdrijft, omdat angst straf veronderstelt (1 Johannes 4,18). Dit wordt echter vanuit een verbondenheid met Jezus gezegd en veronderstelt de realiteit en het begrijpelijke van onze angst. Wanneer de stevige woorden van de profeten ons steeds weer naar Jezus toedrijven, dan is dat een heilzaam effect van hun spreken. Dat we op de dag van het oordeel vol vertrouwen mogen zijn (1 Johannes 4,17), moet namelijk geen vanzelfsprekendheid worden.
Het lezen van de profeten bepaalt je er steeds weer bij hoe nodig het is om een plaats ter ontkoming te zoeken.
Zelf verwijzen ze daarvoor steeds weer naar Sion: ‘op de Sion, in Jeruzalem, is een toevlucht te vinden, zoals de HEER heeft beloofd…’ (Joël 3,5).
Als plaats ter ontkoming is dit Sion de voorgestalte van Jezus en van het voor ons gesprenkelde bloed (Hebreeën 12,22-24).

7. Om het geloof te voeden dat God de geschiedenis leidt
De profeten brengen een eigen kijk op de geschiedenis mee. Ze getuigen ervan dat God ook over de volken beschikt en maar hoeft te fluiten als Hij hen nodig heeft (Jesaja 5,26; 7,18).
Zonder dat ze zich dat zelf bewust zijn kan God hen gebruiken om Israël te straffen (Jesaja 10,6), maar evenzeer om te bevrijden (Jesaja 45,1-7).
Wanneer diezelfde volken zich echter vergalopperen, omdat ze andere dingen van zins zijn (Jesaja 10,7), levert dat wel weer spannende geloofsvragen op. De ratio achter Gods handelen is voor mensen niet altijd even doorzichtig. Zelfs profeten kunnen daarmee worstelen (Habakuk 1,12-17). Op hun beurt krijgen ook die volken dan weer Gods oordeel aangezegd.
De grote profeten kennen zelfs hele verzamelingen van dit soort profetieën over de volken, maar ook de kleine profeten laten zich niet onbetuigd.
Opmerkelijk daarbij is dat de profeten zich soms ook tegen de volken richten als Israël niet zelf het slachtoffer is van hun wreedheden, maar zij zich hebben schuldig gemaakt aan wat wij misdaden tegen de menselijkheid zouden noemen (vgl. Amos 1,3-2,3). Samen onderstrepen al die woorden over de volkenwereld de soevereiniteit van God. Ze staan opgeschreven om ook ons geloof te voeden dat er maar één is die de geschiedenis leidt. Een troostrijke wetenschap in de chaotische wereld vandaag!

Noot 1 Rob Bell, Love Wins: A Book About Heaven, Hell and the Fate of Every Person Who Ever Lived, New York 2011.

Dr. Jaap Dekker is predikant van de NGK van Enschede en docent Bijbelvakken aan de Nederlands Gereformeerde Predikantenopleiding.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief