Leren van de paus en zijn kerk
2011-11-25
Een opmerkelijk pleidooi in De Reformatie van 4 november. Het is hoog tijd, aldus de Vrijgemaakte dominee Wim van der Schee, dat wij iets gaan leren van de rooms-katholieke kerk.- Jaargang 55
- nummer 23
Eerst geeft hij een schets van wat je ziet als je (ook op een doordeweekse dag) een rooms-katholieke kerk binnenloopt; wat het meest opvalt, zegt hij, is dat zo’n kerk een huis van gebed en aanbidding is. En zeker, er zijn en blijven duidelijke verschillen tussen RK en Gereformeerd: de relikwieënverering, de kerkelijke hiërarchie, de rol van Maria, en zo is er nog wel meer te noemen; je kunt als gereformeerde niet rooms worden en tegelijk gereformeerd blijven, zegt Van der Schee. Maar, zo vervolgt hij:
Wat ik hier nu wil benadrukken is dat je ook niet op dezelfde manier gereformeerd kunt blijven als voorheen, als je de rooms-katholieke traditie echt leert kennen. De roomse wereld stelt je als protestant ook pijnlijke vragen. () Er is iets weg bij ons. We zijn iets kwijtgeraakt.
En waarom? Is daar echt een goede reden voor?
Onze kerken zijn geen huizen van gebed, zelfs niet van dankgebed voor de God die genadig is. Onze kerkdiensten cirkelen rond een God die spreekt, en wat Hij zegt, is in veel gevallen een gebod. Onze erediensten doen geen beroep op ons als lichamelijke mensen.
Luisteren is in de dienst genoeg; zingen mag. Zelfs als we Avondmaal vieren, zo nu en dan, worden we van brood en wijn weggeroepen naar een voor ons besef verre hemel: de harten omhoog!
Daar is Jezus. We gedenken dat Hij op aarde was, verwachten dat Hij terugkomt, maar de indruk die wordt opgeroepen is meer dat Hij nu ‘reëel afwezig’ is dan ‘reëel aanwezig’ in brood en beker en wat wij daarmee doen. Wij zijn geen familie die samenkomt voor God, maar worden aangesproken op onze persoonlijke relatie met Hem.
Hoe meer we die zelf moeten onderhouden des te meer worden we op onszelf teruggeworpen - wat we er ook bij zeggen over de heilige Geest. De aanbidding en verering van God vinden wij geen kenmerk van de kerk (NGB 29). Bidden is wel het belangrijkste in de dankbaarheid (HC 45), maar dat is jouw persoonlijke dankbaarheid, niet die van de kerk. Als kerken nemen we daar dus ook geen verantwoordelijkheid in: de Nederlandse gereformeerde kerken kennen geen gemeenschappelijk gebed.
Wie beseft er dat het de bedoeling is van de zondagse eredienst dat we daarin deelnemen aan de ene grote liturgie voor God in hemel en op aarde?
De meeste kerkgangers komen naar de kerk om weer opgeladen te worden voor een nieuwe week zelf God dienen.
Wij vieren de zondag niet, maar houden rust en komen bijeen in kerkdiensten om onderwezen te worden - en gaan over tot de orde van de dag. Wat niet concreet kan worden uitgevoerd in lichamelijke handelingen en rituelen blijft hangen in het hoofd: het bereikt hart en handen tenslotte niet en voelt opgedrongen en opgelegd. We weten het, maar doen er in de kerk niets mee.
Juist op deze punten zouden wij veel kunnen leren van de rooms-katholieke kerk, zegt Van der Schee:
Er is () sinds de jaren ’60 in de Rooms-Katholieke Kerk enorm veel ingevoegd en uitgewerkt dat vanouds meer typerend was voor protestantse tradities.
Tegelijk is de Roomse Kerk daar niet minder rooms van geworden. () Dat is nu net wat deze rooms-katholieke vernieuwing interessant en voorbeeldig maakt: je kunt je kennelijk vernieuwen door te verbreden en toch jezelf blijven.
Dat is precies wat de gereformeerde traditie nodig heeft aan het begin van de 21e eeuw. () Nu de westerse wereld ondergaat in secularisatie en overgaat in een geglobaliseerde mediacultuur levert het bar weinig op om die eigen traditie nog eens weer te vernieuwen en meer niet. We hebben vandaag de dag niet de sterke punten van onze traditie nodig (de sacramentele kracht van het woord, verheldering, kritiek, visie en leer), maar wat we juist vanaf de Reformatie kwijtgeraakt zijn: wat van mysterie is ontdaan spreekt mensen niet meer aan, wat niet belichaamd kan worden en werkelijk geleefd, raakt mensen niet meer. Zonder een gereformeerde versie van Vaticanum II gaan we het niet redden.
Als iets de kern was van de rede van paus Benedictus XVI tot zijn protestantse broeders en zusters in Erfurt afgelopen september, dan is het wel de oproep: ‘Verdieping en verlevendiging van ons geloof, daar moeten we elkaar wederzijds bij helpen. Wij en het christendom redden het niet met een andere tactiek.’ Hij mag het zeggen.
Zijn kerk heeft het voorbeeld gegeven.
Wij doen er goed aan daarin van deze paus en zijn kerk te leren.
Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK Enschede.