En vergeef ons onze schulden

2008-07-25
  • Jaargang 52
  • nummer 15
'Ik was zestien, zeventien toen ik begon op te trekken met een vriendengroep. Zij werkten en waren wat ouder dan ik. Wat volgde, was een typisch geval van jezelf niet in de hand hebben en doen wat goed voelt op dat moment. Ik durfde geen nee te zeggen en wilde te graag meedoen. Ze vroegen eigenlijk nooit hoe ik aan het geld kwam en anders had ik wel een smoesje klaar: dat had ik gekregen, of mocht ik hebben. Ik dacht geen moment na over de rotzooi achteraf.'

Hij is 24 en woont nu vier jaar op kamers. Oudste zoon uit een NGK-gezin, dat hem op een gegeven moment de deur wees. Om mee te doen met zijn oudere vrienden had hij geld nodig. En zijn zakgeld was niet voldoende.'Het begon met mijn moeders bankpasje, waarvan ik de pincode kende. Ik haalde het uit haar portemonnee en ging 's avonds geld pinnen. Dat deed ik heel sneaky; ik pinde net zoveel als zij gewoonlijk deed. Dat ik daar bewust over nadacht, maakt het alleen maar erger. En toen mijn ouders die eerste opname niet opmerkten, volgde een tweede. En ik zorgde dat ik thuis was wanneer de post werd bezorgd, zodat ik desnoods de bankafschriften kon onderscheppen.
'Maar niet veel later vroeg mijn vader me bij de pc; er was een opname, die mijn moeder niet kon plaatsen. Ik vond het vervelend dat ze er achter waren gekomen, maar dat betekende niet dat ik stopte. Ik ging bij het leger en op basis van dat inkomen mocht ik rood staan bij de bank. Eerst 1000, later 2000 euro. Daardoor ging ik meer uitgeven, maar toen ik het leger verliet, stopte dat inkomen. Maar de schuld bleef staan. Samen met mijn vader ging ik naar de bank om mijn kredietruimte op nul te zetten, maar een paar weken later heb ik die toch weer geopend.'

In de wiet
'Ik was nog geen achttien, maar ging met de vrienden mee naar de coffeeshop. Daar blowde ik trouwens niet, ik vond vooral het tafelvoetbal leuk. Dat blowen begon op een feestje van een jongen, die ik op de EO-Jongerendag had ontmoet. Niet zo'n goed idee, want na de nodige drank waren twee trekjes genoeg om me doodmisselijk te vloeren. Het duurde daarna een tijd voordat ik verhet weer eens probeerde en toen ging het beter. De wiet was in die tijd niet zo duur als nu, maar het vroeg
natuurlijk wel om extra geld.'

Koopziek
Een buitenkansje deed zich voor, toen zijn ouders op vakantie gingen en een nieuw Visa-pasje binnenkwam. 'Ik heb er zo'n 2000 euro mee opgenomen. Te debiel voor woorden, maar het voelde als een soort Luilekkerland. En hoewel in de voorwaarden stond dat je een handtekening moest zetten of jezelf moest identificeren, deden ze dat niet of nauwelijks bij die winkels.' Hij klinkt oprecht verontwaardigd.
Hij kocht er onder meer spullen voor en nam die ook mee naar huis. Merkten zijn ouders dat niet? 'Als ik kleren had gekocht, dan had ik meestal wel een smoesje. Het was gewoon een tijd van heel veel smoesjes en van: waarom moeilijk als het
makkelijk kan?'

Heen en weer
Maar hij was niet volledig de koers kwijt. Toen zijn twee jaar jongere broer ook aansluiting leek te krijgen bij zijn vriendengroep, blokkeerde hij dat. 'Ik wilde hem er niet bij hebben, want ik wist hoe ik er zelf van was geworden. Niet dat ik me schaamde voor wat ik deed, maar ik wilde dat niet voor hem.' Ondertussen bleef hij thuis geld stelen. Los geld, via een pasje, door de bank telefonisch opdracht te geven voor een overboeking. Steeds weer vond hij een nieuwe mogelijkheid om aan geld te komen en volgde weer een tegenzet van ouderlijke kant. 'Ik besefte wel dat mijn ouders er achter zouden komen en merkte dat er steeds meer dingen werden verstopt. Maar op een gegeven moment vond ik toch weer ergens een pincode, waar ik wat mee kon. Ik was onwijs inventief, maar voor hele slechte dingen. Dat ik zonder te werken makkelijk aan geld wilde komen kostte me onwijs veel nadenken. Ik heb bij elke bank wel geprobeerd een rekening te openen om krediet te kunnen krijgen, maar op een gegeven moment leek ik op een zwarte lijst te staan. Ik liep dus tegen een muur op. Wat ga ik nu doen, dacht ik.'
Ondertussen bleven aanmaningen binnenkomen. 'Die verbrandde, verscheurde of verborg ik. Hij mag ze niet zien, dacht ik. Want ik was eigenlijk alleen met de reacties van mijn vader bezig. Als het aan hem had gelegen was mij al eerder de deur gewezen, maar mijn moeder temperde dat.'

Opgepakt
Op een gegeven moment wezen zijn ouders hem alsnog de deur. Toen probeerde hij voor het eerst buiten de deur geld te stelen, maar liep tegen de lamp. Ook fietsendiefstal speelde daarbij een rol. 'Ik woonde bij een familielid en werd 's morgens van mijn bed gelicht. Ik geloof dat ik handboeien om kreeg. Maar het ergste was, dat de kinderen wakker waren geworden en het allemaal zagen gebeuren.'
Hij zat een dag op het politiebureau ('als ik naar de wc moest, lieten ze me uren wachten'), was nog een paar dagen thuis en vond toen onderdak bij het Leger des Heils. 'Mijn moeder ging mee naar de intake. Ik voelde me verrot toen ik daar binnenkwam. Dat ik vanuit een goed gezin tussen dit soort mensen met schulden en drugs- en drankproblemen was beland. Maar zelfs daar blowde ik nog en werd betrapt bij een urinecontrole. Werd ik een dag weggestuurd. 'Mijn begeleider praatte met me over mijn schulden en hoe de problemen waren ontstaan. Ik had toen 5000, 6000 euro schuld, afgezien van wat ik thuis had gestolen. Mijn begeleider adviseerde me niet in de schuldsanering te stappen. Hij vond dat ik het zelf moest oplossen en niet het risico moest lopen in een uitkering te blijven hangen. Als dagbesteding moest ik naar de workshop, maar dat was zulk stom werk, dat ik daarmee ben gestopt. Ik kon toen met uitkering beginnen aan een opleiding. Door de studiefinanciering kon ik niet meer in de schuldsanering.'

Uit de kerk
De gemeente waarvan hij dooplid was en bleef, had blijkbaar weinig weet van zijn situatie. 'Ik kwam nog wel eens in de kerk en enkele mensen spraken mij dan wel aan. Maar veelal bleef dat wat algemeen. Eenmaal op kamers kreeg ik ook wel huisbezoek, maar dat ging dan vooral over de vraag waarom ik niet meer in de kerk kwam. Sommige gemeenteleden bleven kaartjes sturen, zoals met Kerst.
'Mijn ouders hadden andere gemeenteleden erover verteld. Dat vond ik een goed idee, meningen van anderen vragen.
Ik heb trouwens altijd begrepen waarom mijn ouders deden wat ze deden. Ik vroeg me wel eens af: waarom zijn jullie nog zo lief en vol genade? Maar van die liefde heb ik op mijn slechtste momenten ook weer gebruikgemaakt.'
Wat vindt hij dat ouders moeten doen als hun dit overkomt? Hij denkt lang na. 'Ze moeten vanaf het begin hard zijn. Ik wist dat mijn moeder niet hard kon zijn, maar ik had niet verwacht dat mijn vader me de deur zou wijzen. Dan merk je wel dat het menens is en dat er iets moet veranderen.'

Vasthouden
Hoe vonden zijn ouders het, dat hij bij het Leger des Heils terechtkwam? 'Ik was de eerste weken helemaal op mezelf gericht en heb eigenlijk niets aan m'n ouders gemerkt. Ze kwamen soms langs en m'n moeder nam sigaretten voor me mee. Ze zagen me niet als een rotkind, hebben me zoveel mogelijk gesteund en nooit helemaal gekapt. Als dat was gebeurd, dan
was het zeker weten niet goed gekomen met me.'

Automatische smoes
Maar hij was er nog steeds niet volledig doorheen. 'Op de nieuwe opleiding verhet telde ik niemand dat ik bij het Leger woonde. Ik moest er dus niet aan denken dat ze zouden zeggen: “He, laten we iets bij jou gaan doen.” Mijn schuld liep nog steeds op, doordat ik niet afloste en ik spijbelde ook veel. De studiefinanciering kwam immers toch wel binnen?'
Ook zijn vriendin had hij het nodige op de mouw gespeld. 'Ik durfde haar niet te vertellen wat er echt loos was en op een gegeven moment wordt smoezen vertellen een automatisme. Je weet na een tijdje niet meer precies wat je allemaal wel en niet gelogen hebt. En toen stonden mijn ouders opeens op de stoep. Ik wist gelijk dat het fout zou gaan, wilde omkeren, mijn vriendin er niet bij hebben. Zij begonnen het gesprek en toen moest ik het afmaken. Ik moest haar alles vertellen en dat betekende vechten tegen wat ik al die jaren daarvoor had gedaan: het is er niet, ik laat het langs me heen gaan, ik doe het later wel. Ik was verliefd op haar, zij was eerlijk tegen mij geweest en ik had haar belogen. Zíj was niet bang geweest, dat was het verrotte. En dat was ook de ommekeer. Toen drong het volledig tot me door dat ik ook die laatste vervelende dingen uit de weg moest ruimen.'

Noodhulp
Kort daarvoor had zijn vader de diaconie bereid gevonden hem te helpen met sanering van zijn schuld. Wanneer schuldeisers wordt aangeboden een claim in één keer af te betalen, willen zij nog wel eens iets van de eis af doen.
Dat gebeurde ook in zijn geval. Enig idee waarom de diaconie hem, dooplid op de rand van de gemeente, toch hielp? 'Ik denk dat ze het vooral voor mijn ouders hebben gedaan. Maar daar heb ik het eigenlijk nooit met de diakenen over gehad.'

'Je bent gemeen'
En nog was het niet voorbij. 'Ik werkte, maar leende af en toe nog geld van mijn ouders om bijvoorbeeld de huur te betalen. Dat was weer mijn makkelijke denken. Er was zoveel verkeerd gegaan, maar nu was ik de zaken aan het rechtzetten en dus zouden ze nog wel willen helpen. Maar mijn vader was hard en dat moet echt gewoon. Zijn je ouders te lief, dan maak je
daar misbruik van. Zo gemeen ben je.'

Echt uit bed
Vooral de hulp van de diaconie bezorgde hem licht aan het eind van de tunnel. 'Ik werk nu redelijk vast en kan over anderhalf jaar mijn schulden hebben afgelost. Ik voel me er een stuk beter bij en vraag me af, waarom ik dat niet eerder heb ingezien.
'Nee, ik zal dit niet mijn hele leven met me meedragen. Ik zie het als een periode, waarin ik mezelf niet goed kende.
Niet wist wie ik was en wat ik wilde. Deze week is het mooi weer en vroeger zou ik dan lekker in het zonnetje zijn gaan zitten. Nu gaat de wekker, kom ik eruit en ga naar mijn werk. Het was een tijdelijke baan, maar ze vroegen me te blijven en ik krijg steeds meer verantwoordelijkheden. Dat is een goed gevoel, dat mensen dat in je zien.'Met los geld in zijn ouderlijk huis heeft hij geen moeite meer. 'Maar ik ga liever niet meer pinnen voor mijn moeder en ik ben niet meer zo benieuwd naar pincodes. Ik doorzocht alles thuis, verschrikkelijk… verschrikkelijk.'

Sander Klos is hoofdredacteur van Opbouw en lid van de NGK in Deventer.

SCS helpt diaconie met financiële zaken
Het aantal huishoudens met financiële problemen wordt geschat op 500.000. Hiervan heeft ongeveer veertig procent te kampen met problematische schulden: zij komen er zonder hulp van buitenaf niet meer uit.

De stichting Christelijke Schuldhulppreventie (SCS) heeft als voornaamste taak de kerken te ondersteunen bij het diaconale werk met betrekking tot geldzaken. Namens de burgerlijke gemeenten houdt SCS in elke gemeente bijeenkomsten tussen de gemeente (armoedebeleid), de sociale dienst of de kredietbank (schuldhulpverlening) en de kerken (diaconieën). Het doel hiervan is kennismaking, elkaar op de hoogte brengen van de werkzaamheden en het organiseren van structureel overleg tussen deze partijen. Daarnaast traint SCS kerken door middel van een signaleringscursus om financiële zaken bespreekbaar te maken en moeilijkheden te herkennen. Verder levert de stichting via haar website informatie aan diaconieën en kan zij de diaconie concrete hulp bieden bij de oplossing van moeilijke financiële problemen. Informatie over SCS kunt u vinden op www.stichtingscs.nl.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief