Had ik dat maar geweten (1)
1981-10-23
"De leer van het geweten is nog verre van vastgesteld; het is wetenschappelijk moeilijk te bepalen wat wij onder het geweten dienen te verstaan".- Jaargang 25
- nummer 38
H. Bavinck (1)
Een vaag begrip?
Welke waarde kunnen we toekennen aan het geweten? De enigszins prikkelende titel boven dit artikel duidt al aan dat we hier met een moeilijk onderwerp te maken hebben.
Je belooft de redaktie het één en ander op papier te zetten, maar voordat de definitieve tekst klaar is, is er heel wat tijd verstreken. En dan nog blijven er veel vraagtekens.
Het lezen van meer literatuur maakt het onderwerp daarbij niet veel duidelijker.
De gereformeerde predikant ds. P. Prins promoveerde in 1937 aan de Vrije Universiteit op dit onderwerp (2). Wie zijn 550 bladzijden tellende proefschrift doorbladert, komt onder de indruk van de vele studies die er over het geweten zijn gepubliceerd, studies. die echter niet hebben kunnen leiden tot een duidelijke begripsbepaling. Zo was de kritiek op een twee jaar eerder verschenen standaaardwerk van dr. W.J. Aalders (3) in de N.R.C. dat de schrijver er niet in was geslaagd uit te leggen wat het geweten nu precies is . . . .
Glad ijs dus, dat onmogelijk in een paar bladzijden "Opbouw" 'begaanbaar gemaakt kan worden. Zijn we niet bezig de welbekende zwarte kat in het donker te zoeken, terwijl die kat er niet eens is? Torn wil ik een poging wagen iets over het geweten te schrijven. Terwille van de leesbaarheid zal noch op theologische, noch op etische of opvoedkundige details diep worden ingegaan.
Gepoogd wordt slechts in een aantal ruwe pennestreken iets van dit onderwerp vast te leggen.
Hernieuwde belangstelling
In vroeger jaren werd er heel wat geschreven en gesproken over het geweten. In de moralistische romanliteratuur, maar ook in wat meer wetenschappelijke publikaties nam de stem van het geweten een belangrijke plaats in. In de dertiger jaren verschenen nog verschillende grote publikaties over dit onderwerp.
Daarna lijkt de belangstelling wat weg te ebben. De nadruk van de wetenschap op observeerbare gegevens duldt geen vaag begrip als het geweten, en de literatuur wordt harder, zakelijker, minder naar binnen toe gericht.
De laatste tijd zien we echter een hernieuwde belangstelling voor dit begrip. Politici beroepen zich op hun geweten bij het nemen van bepaalde beslissingen, meer jongeren dan voorheen weigeren dienst op grond van gewetensbezwaren. De psychiatrie wijst op de gevolgen van een strenge opvoeding; er zou dan een krampachtige gewetensvorming ontstaan. Gesteund door literatuur en massamedia wordt het onderwerp de publiciteit binnen gehaald, zonder dat men er zich eigenlijk een goed beeld van heeft gevormd.
Een omschrijving
Om enigszins de kaders aan te geven waarbinnen we denken over het begrip "geweten" lijkt een korte omschrijving noodzakelijk. Voor de uitleg Van de oorsprong van het woord wordt het boek van F. J. Pop gehanteerd (4).
Het Nederlandse woord "geweten" komt van het gotische woord 'giwizo', dat getuige betekent. Het geweten is een stille getuige van datgene wat de mens doet of deed.
Het Griekse woord is 'syneidèsis'.
Dit is de afleiding van een werkwoord, dat de betekenis heeft van: samen met iemand iets weten. De Grieken vatten dit begrip ook vaak op in de zin van: zich van iets bewust zijn. Vooral in de jongere Griekse literatuur ligt de nadruk op een bewustzijn van het zedelijkgoede of slechte.
Een Grieks begrip?
Opvallend is dat het woord "geweten" in het Oude Testament onbekend is. Ook de vier evangeliën spreken niet over dit begrip, en sluiten wat dat betreft aan op de traditie van de oude Joodse geschriften.
Het is vooral Paulus die het geweten noemt in zijn brieven.
Daaruit concluderen sommige Bijbelverklaarders dat we hier te maken hebben met een Grieks begrip, een gevolg van het denken in de tegenstelling tussen ziel en lichaam.
Deze vereenzelviging met de hellenistische denkwereld is echter on juist omdat de Grieken aan het begrip een heel andere inhoud geven dan in de Bijbel het geval is.
Dit komt later in deze artikelenserie weer aan de orde.
Het Oude Testament
Dat het geweten alleen als zodanig wordt genoemd in de later geschreven gedeelten van het Nieuwe Testament wil niet zeggen dat het begrip in wezen niet eerder in de Bijbel voorkomt. De oudtestamentische Joden kenden alleen geen speciaal woord voor het innerlijk besef waarmee wij het geweten bedoelen. Het woord 'hart', dat alleen al in het Oude Testament meer dan 200 keer genoemd wordt, duidt op veel meer dan een biologisch gegeven. Job zegt in hoofdstuk 27 (vers 6): "Mijn hart veroordeelt niet één van mijn daden". Hier is het begrip 'hart' een beoordelende instantie, en komt het overeen met datgene wat wij meestal onder 'geweten' verstaan.
Een diskutabel punt is nog, wanneer het geweten zou zijn "ontstaan".
Volgens dr. P. Prins, die een zeer groot aantal Bijbelteksten naloopt, kunnen we hierbij niet om Genesis 3: 7 heen. "Het geweten ontstond door de zondeval". Omdat de mens vóór de zondeval nog niet had gezondigd, had hij ook geen zondebesef. Dat besef is volgens dr. Prins essentieel voor de werking van het geweten. Terecht waarschuwt hij daarbij tegen de vaak genoemde versmalling tot een schaamtegevoel op sexueel gebied.
"Schaamte is dus niet steeds het geweten" (blz. 29).
Hoewel er veel te zeggen valt voor de in de Gereformeerde traditie bekende opvatting dat het geweten zou zijn ontstaan bij de zondeval, plaats ik hier wel een opmerking.
De vraag is namelijk hoe de mens voor de zondeval zelfstandig besluiten heeft kunnen nemen; ook hoe hij bewust tégen God koos (Genesis 3 : 6). Eén van de kenmerkende verschillen tussen mens en dier is dat de mens op basis van méér dan alleen zijn instincten handelt.
Verschillende pedagogen wijzen erop dat het geweten een fundamenteel verschil laat zien tussen mens en dier. Ik weet dan ook niet goed raad met het idee dat de mens vóór de zondeval geen (funktioneel?) geweten zou hebben.
Mede-weten
In tegenstelling tot het Oude Testament komt het woord "geweten" in het Nieuwe Testament wél voor.
In de nieuwe vertaling staan 19 teksten waarin het geweten genoemd wordt. Daarnaast zijn er een aantal teksten waarin het Latijnse 'conscientia' niet vertaald wordt met "geweten", maar bv. met besef of bewustzijn (Hebreeën 9: 14: " ... ons bewustzijn reinigen van dode werken"). De Statenvertaling geeft wel consequent in al deze situaties het woord "conscientia" weer. In een onlangs verschenen boekje (5) geeft ds. Veefkind aan dat in de Nieuwe Vertaling dit gebruik tamelijk inconsequent is.
Veelal wordt in het dagelijkse leven aan het begrip "geweten" een hogere macht toegekend, terwijl de Bijbel niets anders bedoelt dan besef, bewustzijn, mede-weten. Zo zou 1 Petrus 3 : 21 vertaald moeten worden met: "een bede óm (inplaats 'van') een goed geweten tot God". Het is dus de bede tot God om een goed bewustzijn. Het geweten is geen zelfstandige instantie, die bindende uitspraken kan doen.
"Het gaat om de complete mens, die weet en kennis heeft, of niet weet en geen kennis heeft" (pag. 65). "Aan en met ons geweten kunnen we volgens het Nieuwe Testament iets doen, iets veranderen. Dit is niet het geval met het geweten in de gangbare zin van het woord ...
We kunnen beter op álle plaatsen het woord 'suneidèsis' vertalen met mede-weten, bewustzijn. Hiermee zouden we terugkeren tot de consequente weergave van de statenvertalers.
En hiermee zouden we hele wat uitlegkundige en geestelijke misverstanden voorkomen"
(pag. 67).
Volgende week meer over het al dan niet autonoom kunnen zijn van het geweten.
Literatuur
(1) H. Bavinck - Het Geweten (In: Kennis en Leven, 1922) (2) P. Prins - Het Geweten (Proefschrift, Delft, 1937) (3) W. J. Aalders - Het Geweten (Groningen, 1935) (4) F. J. Pop - Bijbelse woorden en hun geheim (Den Haag, 1964) (5) J. H. Veefkind - Hoe leest u ... (Amsterdam, 1980)