TUSSEN ZEE EN STAD

1981-10-30
  • Jaargang 25
  • nummer 39
Ik zweef door Kijfhoek in een droom
van licht en kleur en atmosfeer ...
Mijn ogen dwalen heen en weer
door duin en del, van boom tot boom,

van goud en koperbrons verrukt,
van bessen roze oranje en rood ...
Ik voel mij als het kind zo groot
dat niet voor tijd en toekomst bukt.

Achter de hoge duinen gaat
de wereld achteloos voorbij ...
want na de laatste duinenrij:
onmeetIijkheid of mensenmaat.

In dit besloten grensgebied,
hier zingt de herfst van God een lied.


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief