Het volgen van Jezus {2}
1981-11-13
Het beeld waarin Jezus over de vossen en de vogels spreekt zou dus wel eens iets anders kunnen aangeven dan Jezus' armoede. Wat is het kenmerk van vossen en vogels: vossen worden door de mensen opgejaagd en nagezeten. Maar vossen zijn slim en kunnen gemakkelijk aan de mens ontglippen en naar hun schuilplaats vluchten. En de vogels kunnen, als ze moe worden nieuwe krachten opdoen. Nu, wat dat betreft heeft Jezus minder dan de vossen en de vogels, dieren die voortdurend moeten vechten voor hun bestaan: Jezus heeft geen schuilplaats en geen rustplaats.- Jaargang 25
- nummer 41
Hij heeft een niet-aflatende strijd tegen de zonde van de mensen en tegen de duivel te voeren, ook tegen de leiders van Israël, die het volk verleiden en Hem, die tot hun redding gekomen is, wil doden.
Wie Jezus volgen wil, zal dat ook ervaren. Hij zal een voortdurende strijd hebben te voeren. Soms zal hij moeten lijden. Wie Jezus volgt zal in zekere zin het lot van Jezus delen!
Veel rust zal hem niet vergund worden en vaak zal het lijden hem niet bespaard blijven.
Daarom, als deze theoloog met Jezus wil optrekken, prachtig.
Maar hij moet niet een droomwereld binnenstappen.
Hij moet weten wat hij doet en wat hem te wachten staat: het zal niet altijd van een leien dakje gaan. Er zal strijd zijn en soms ook eel lijden.
Hoe is deze geschiedenis nu afgelopen? Wat heeft die theoloog gezegd in antwoord op Jezus' woorden? Is hij Jezus toch gaan volgen of heeft hij het laten afweten. Schrok hij voor de consequenties terug?
Daar wordt ons niets over verteld, dus dat weten we niet.
We hoeven het waarschijnlijk niet te weten ook! Het belangrijkste van wat dit gedeelte uit Lukas 9 ons zeggen wil, is,denk ik, dit: We moeten begrijpen dat het volgen van Jezus ook voor ons een niet-aflatende strijd meebrengt, een strijd tegen de duivel, de wereld en ons eigen slechte innerlijk.
Jezus volgen betekent ergens naar toe gaan, nl. naar Gods grote toekomst. Onderweg daarheen ontmoeten we nog wel allerlei tegenstanders die we moeten bevechten en dat vergt grote inspanning, maar vervuld als we zijn van Jezus en Zijn werk en Zijn toekomst, mogen we die moeilijke weg met vreugde gaan. Als we door Jezus gegrepen zijn, zal heel ons denken en doen van Hem vervuld zijn, zodat Zijn zaak in ons leven de hoogste prioriteit krijgt.
We zouden best eens een beetje mogen lijken op de goudzoekers uit vroegere tijden, die bezeten waren van de goudkoorts, en daarvoor allerlei dingen achterwege lieten. Ik zeg natuurlijk niet dat die goudkoorts goed was. Het gaat om een bepaald punt van vergelijking: Als het om de zaak van God en zijn Zoon Jezus Christus gaat, zouden we best eens wat meer "koortsverschijnselen" mogen vertonen. Er zou best eens wat meer moeite en inspanning gedaan kunnen worden om de zaak van God verder uit te dragen, en ook om jezelf innerlijk te verrijken, door bijbellezen en bijbelstudie. om daardoor ook meer geestelijk weerbaar te worden. Dat hoeven we niet al zuchtende te doen, dat zal in vreugde mogen gebeuren, omdat we blij en dankbaar zijn voor .Gods grote liefde, in Jezus Christus bewezen.
Het volgen van Jezus - zo leert in de eerste plaats dit bijbelgedeelte ons - vraagt inzet van ons, mensen. Het brengt soms strijd en moeite mee. Maar de zaak van God, de zaak van Christus, is die moeite waard.
Dan gaan we kijken naar de tweede man, die in dit bijbelgedeelte optreedt: Hij biedt zich niet aan, zoals de eerste.
Jezus wijst hem aan en zegt: "Volg Mij". Hij moet direkt mee. Uitstel is niet toegestaan.
Maar het komt de man erg ongelegen. Zijn vader is net gestorven en staat nog boven de aarde. Hij wil wel mee.
Maar hij verzoekt toestemming om eerst zijn vader te mogen begraven. Dat zou je toch wel een billijk verzoek kunnen noemen. Een zoon moet toch bij de begrafenis van zijn vader aanwezig zijn. Maar Jezus wijst dit verzoek af. Hij weet natuurlijk heel goed, dat het vanzelfsprekend is, dat een zoon zijn vader begraaft. Maar in dit geval zegt Jezus: Nee, niet eerst je vader begraven. Ik roep je. En dat gaat vóór alles. Vóór de meest vanzelfsprekende liefdeplicht.
Als Ik roep, moet alles wijken. Daarbij moeten we niet vergeten, dat dit gesprek gehouden werd in Palestina, ongeveer in het jaar 30. De man die z'n vader wilde begraven was daarmee niet één maar zeven dagen kwijt. Hij leefde immers onder de Oudtestamentische wet en die bepaalde dat iemand, die met een dode in aanraking is geweest, zeven dagen onrein is (Num. 19!), en dat betekende dat je zeven dagen lang niet onder de mensen mocht komen. En Jezus kan nu geen zeven dagen wachten. Hij is op weg naar Jeruzalem! Dienst aan Jezus overtreft alle andere verplichtingen.
Als' er op een gegeven ogenblik verschillende dingen tegelijk gedaan moeten worden, gaat Zijn dienst vóór alles! Jezus zegt: laat de doden hun doden begraven.
Dat is natuurlijk niet letterlijk bedoeld: Iemand, die dood is, kan niet een andere dode begraven. Nee, de mensen die hun eigen dingen belangrijker vinden dan de zaak van Jezus, mensen die toch niet naar Jezus willen luisteren, die moeten hun doden dan maar gaan begraven. Maar Jezus noemt zulke mensen doden, geestelijk doden. Laat die hun doden maar begraven, maar Hem volgen gaat vóór alles.
Als Jezus roept, kun je niet zeggen: het komt me niet zo gelegen. Later zal ik wel eens zien. Dat kan niet, geen jamaars.
Jongeren die door Jezus geroepen worden, kunnen niet zeggen: "Nee, nu nog niet; als ik ouder ben zal ik me wel eens serieus met de diepste vragen van het leven gaan bezighouden".
De regel 'van uitstel komt afstel' is meer een duivelse dan een goddelijke regel; Heden, zo gij zijn stem hoort, doe wat Hij zegt, dat is de bijbelse regel.
Het is ook niet zo, dat je door naar Jezus te luisteren een naar leven zou krijgen.
Nee, voor Jezus kiezen brengt bevrijding, vreugde, leven en loven!
Verlossing en vreugde horen bij elkaar. Verlossing uit de tyrannie van de duivel en dankbaarheid voor wat Jezus voor ons heeft gedaan. Dat zijn de dingen die ons leven mogen beheersen. Als Hij roept, geef dan gehoor, stel het niet uit: Het volgen van Jezus is het allerbelangrijkste van het leven. Dat is wat het tweede voorbeeld van deze tweede man uit Lukas 9 : 57-62 ons leren wil.