Aardse macht in de kerk
1981-11-13
Geen aardse macht begeren wij - die gaat alras verloren. Zo zingen wij in Nederland graag met Marten Luther. Ook hier in Schotland is dat een gebruikelijk kerklied. Maar met die aardse macht bedoelt de Schotse Kerk toch iets anders dan de hoogkerkelijke Mammon. Want Mammon staat sterk in de kerkelijke organisatie. En die Mammon wordt hier zeer vereerd.- Jaargang 25
- nummer 41
Laat ons daarover iets mogen vertellen. Alweer zonder enig genoegenmaar om daarmee te waarschuwen voor de eindpunten van hoogkerkelijke wegen.
Alle grapjes over zuinige Schotten komen uit het Zuiden. Want in werkelijkheid zijn de Schotten niet zuinig, niet gierig, doch prijsbewust. Ze willen weten waar hun geld blijft. Daarom geven de belastingaanslagen nauwkeurig aan, voor welke doeleinden en hoeveel er betaald wordt.
Daarom geven de winkels duidelijk aan, hoeveel korting ze geven. In eeuwenlange armoede hebben Schotten geleerd, dat er spaarpotjes nodig zijn om in leven te blijven.
Zo ook de Kerk van Schotland. Enkelvoud. Die heeft sinds eeuwen spaarpotjes aangelegd, welke er niet om liegen. Hoewel rechts en links kerkgebouwen gesloten worden, omdat het kerkbezoek achteruitgaat, neemt het kerkelijk kapitaal zienderogen toe. Ongevraagd kregen we destijds inzage van het financieel verslag over 1979; we lopen dus een jaar achter met onze gegevens. Maar die bieden toch een zeker beeld van de plaats, die de Mammon kan innemen binnen een hoogkerkelijke organisatie.
De predikantstractementen, de kosten van huisvesting en eredienst, worden namelijk vanuit het Hoofdkwartier te Edinburgh betaald. De plaatselijke kerken dragen daartoe eerst haar collecten, bijdragen, giften en legaten aan. het Hoofdkwartier af. Brengt een plaatselijke kerk minder op dan haar kosten bedragen, dan past het Hoofdkwartier bij - zolang dat verantwoord wordt geacht.
Dat Hoofdkwartier beschikt over enorme fondsen, vermeerderd met reserves, interest en ongebruikte saldi. Wanneer het verslag over 1979 een juist beeld geeft van een doorsnee-jaarbeheer, dan geven vrijwel alle onderdelen van de financiële verantwoording een batig saldo; dat is: minder uitgegeven dan ontvangen. Daar komen dan bij: een rentepost over kapitaal en reserve, plus extra-reserves, plus reserverekeningen. De details zullen u niet interesseren, maar de conclusie komt hier op neer: aan kapitaal bezat de Kerk van Schotland eind 1979 ongeveer £ 21.7 miljoen, aan overlopende saldi van vorige jaren £ 13.9 miljoen, aan nietuitgegeven saldi van het laatste jaar nog eens £ 5.7 miljoen, aan speciale fondsen £ 2.36 miljoen en aan reserves £ 1.5 miljoen. In totaal beheert het Hoofdkwartier dus ruim 45 miljoen pond sterling, wat in Nederlands geld neerkomt op ongeveer 225 miljoen gulden. Duizelt het u al een beetje?
U vraagt: welk honorarium ontvangt een predikant van zulk een schatrijke kerk wel?
Dat honorarium is treurig. Veertig procent van de predikanten (en dat zijn er dan zo'n achtduizend) stond eind 1979 op het minimum van £ 4500 of f 22.000,-. Maar, zei iemand tegen wie we onze verwondering te kennen gaven: ze hebben allemaal een bijverdienste, als godsdienstonderwijzer of zo iets. Nu, dat zult u wel willen billijken; zonder dat extra zouden ze geen gezin kunnen onderhouden. Maar de uren aan bijverdienste besteed gaan wel van de ambtelijke uren af. Zo kunnen we spreken van achtduizend noodlijdende kerken.
Er is iets, dat een verbetering van deze lage tractementen in de weg staat:"dat is de hoogkerkelijke organisatie zelf, waaraan de predikanten ijverig meetillen. De plaatselijke gemeente heeft namelijk wel het recht, haar predikant meer dan het minimum te betalen. Echter onder de voorwaarde: dat zij voor elke 1000 pound toeslag aan haar predikant ook 1000 pound extra aan het Hoofdkwartier afdraagt. In feite moet de gemeente dus haar vrijwillige verhoging dubbel betalen; ofwel de predikant krijgt maar de helft van wat zijn gemeente hem toedacht.
Toen wij eens de vraag opwierpen: waartoe de organisatie toch zulke schatten ophoopt (aangezien de meeste rekeningen geld overhouden dat wel opgebracht maar niet uitgegeven wordt) was het antwoord: maar weet je wel hoeveel de Kerk aan de zending besteedde, het laatste jaar? Ja, dat wisten we: in 1979 had de Kerk slechts £1.057.700 ontvangen en £ 1.079.100 uitgegeven, voor de zending. Er was dus inderdaad ruim £ 21.000 op toegelegd. De vraag is echter: heeft het Hoofdkwartier die zending bekostigd, dan wel hebben 21.000 predikanten dat samen gedaan?
En het antwoord luidt: dat bijpassen op de zending dat jaar slechts 4 promille van het batig saldo betekende, en slechts 0.1 promille van alle beschikbare middelen.
De slechte bezoldiging van haar predikanten maakt, dat de Kerk van Schotland met een chronisch tekort aan predikanten worstelt. Het kan niemand verwonderen dat, waar het ambt slechts een droge boterham garandeert, alleen de bewust-geroepenen naar dat ambt dingen. De toga, het omgekeerde boordje en het weinige gezag van dat ambt uitgaande,
maken samen goed wat de keuken en de bibliotheek te kort komen. Het systeem geeft echter ook een schifting: wie niet bereid is uit Gods hand te leven, komt voor het predikantschap niet in aanmerking. De herder deelt de armoede met zijn kudde. (Dit laatste geldt niet voor een aantal predikanten, die van de pastorie naar het Hoofdkwartier zijn overgeplaatst.) De proef op de som: de laatste paar jaren kreeg onze classis verscheidene nieuwe, jonge predikanten; zonder uitzondering uitstekende dienaren des Woords, die niet over bezoldiging maar wel over Christus' genade spreken.
Wel hebben ze gewoonlijk een nevenbetrekking, maar ze maken zich niet van hun ambtelijke arbeid af.
De financiële afhankelijkheid der plaatselijke kerken maakt intussen de organisatie alleen maar hechter. Toen onze kerkeraad in beroep ging tegen classicale decreten (want zo zijn ze hier wel), werd onze mensen in Edinburgh gevraagd: waarom zijn de gelden over het laatste halfjaar nog niet afgedragen? Onze ouderlingen stonden beschaamd; ze hadden die gelden gebruikt om een advocaat te huren, die niet werkt zonder vooruitbetaling. Want dergelijke procedures wenst het Hoofdkwartier uiteraard niet te bekostigen; dat moeten de liefhebbers maar uit eigen zak doen.
Vraag je een predikant: kunt u meegaan met dat systeem, dat verdacht veel op Mammon-dienst lijkt? dan krijg je een lach en een zucht: "de genade van Jezus Christus is gratis en verder tillen we nergens aan. Een organisatie schijnt er te moeten zijn, maar het blijft menselijk".
Maar die predikanten hebben als jongeman, bij hun ambtsaanvaarding, niet alleen hun geloof beleden en verklaard dat ze door "ijver voor _de ere Gods, liefde tot de Heer Jezus Christus en behoefte tot het redden van mensen gedreven zijn" - maar tevens "dat ze de regering van deze kerk als overeenkomstig (agreeable to) Gods Woord aanvaarden" en beloven "in den Heer onderworpen te zijn aan de classis en de hogere kerkelijke instanties, waaraan ze deel zullen nemen". En wanneer ze bij nadere Bijbel-studie bezwaren tegen de hoogkerkelijke organisatie mochten voelen opkomen, is het al te laat. Ze zitten in de boot.
Vergelijken we deze toestand met ons dierbare vaderland. Het is verstaanbaar dat onze kerken op financiële punten samenwerking zoeken. De ene kerk zal een jonge predikant ontvangen en daar jaren lang zonder extra kosten van profiteren. De andere kerk moet een trouwe uitgediende predikant onderhouden en tevens een jonge nieuwe bekostigen. Een derde kerk ziet haar predikant door ziekte uitvallen en moet tegelijk een andere onderhouden. Dan liggen de zaken zeer ongelijk verdeeld en de christelijke gemeenschapszin alleen al maakt duidelijk, dat de kerken goed doen deze totale kosten gemeenschappelijk te dragen. Zo gebeurt dat bij ons weten ook: kerken betalen vrijwillig een omslag voor het onderhoud van emeriti, weduwen en wezen.
Maar voor één ding zouden we krachtig willen waarschuwen. Dat de Mammon, de god van de levenszekerheden, niet gaat heersen binnen het kerkverband. Dat het kerkverband niet uitgroeit tot een piramidale structuur, welke via de geldkanalen de regeermacht van de kerkeraden overneemt.
En niemand zegge: zo ver komt het bij ons niet; want dat hebben de Schotse kerken ook gedacht, toen ze zich aan de organisatie ondergeschikt maakten. Niemand ook zegge: onze kerken zouden nooit honderden miljoenen guldens kunnen opbrengen; want de arme Schotse kerken déden het en Mammon is bereid, zo nodig de komma wat te verschuiven.
En zeker zegge niemand: Schotland is groot, ons land is maar klein; want afgoden zijn er in alle maten, gewichten, kwaliteiten en prijzen.
Een andere keer iets aangenamers over de Schotse kerken. Slechts een slotopmerking. Vanwege het feit, dat wij hier gasten zijn, die gastvrijheid genieten, verbieden wij op grond van de Auteurswet-1910 elke overname, geheel of gedeeltelijk, van het voorgaande artikel.