Indrukwekkend boek over Sovjet-Rusland

2008-07-25
  • Jaargang 52
  • nummer 15
Als mij nog onlangs gevraagd was: Noem eens een goed boek over de Grote Terreur, die tragische periode in Ruslands geschiedenis dat Stalin miljoenen mensen liet ombrengen of in kampen stopte, dan had ik zonder aarzelen verwezen naar vuistdikke boeken van Robert Conquest. Daar kun je de manipulaties en bijzonder sluwe leugens vernemen die openbare aanklagers destijds hebben ingezet om de ondergang te bewerken van nagenoeg al Stalins bolsjewistische strijdmakkers van het eerste uur. En van miljoenen andere Russen, in de jaren '20 en '30. Recent is echter een imponerend boek verschenen waarvoor ik graag uw aandacht wil vragen. Na een paar andere uitnemende boeken over de geschiedenis van Rusland is Fluisteraars. Leven onder Stalin, van de hand van de Britse geleerde Orlando Figes.

Wrede strijd
In het eerste hoofdstuk worden 'kinderen van 1917' geïntroduceerd, de meestal gewone mensen van het platteland of de stad. Het hoofdstuk over 'de grote omwenteling (1928-1932)' beschrijft uitvoerig hoe de overheid met rampzalig resultaat een grootscheepse campagne voor de collectivisatie van de landbouw erdoor jaagt. Onvoorstelbaar wrede strijd tegen de koelakken (de reëel of vermeend 'rijke boeren' en daarmee dus de klassenvijanden) gaat hand in hand met de leugens van de partij en het propagandaapparaat. We lezen van de wanhoop en de vernietiging van Ruslands meest waardevolle klasse. En dan zijn we nog maar bij hoofdstuk twee!
Chronologisch (tot het jaar 2006) worden ervaringen van gewone burgers in de Sovjetmaatschappij beschreven, op basis van opgenomen interviews. Het resultaat is onthutsend en ook onzegbaar tragisch. Zoveel geweld en leugens komen langs, zoveel lelijke dingen van mensen, zoveel adeldom ook die vaak rücksichtslos wordt gesmoord. Het lezen van dit boek is geen onverdeeld genoegen, maar 't is wel een belangrijk boek!

Grootmoeders en kindermeisjes
Citeren uit de overstelpende veelheid van het gebodene is onbegonnen werk. We lezen onder andere over grootmoeders en kindermeisjes, hoedsters van de oude christelijke Russische moraal, die ook onder druk hun invloed bleven uitoefenen. De dochter van een prominent communistisch partijlid herinnert zich: 'Grootmoeder had haar eigen kamer - we hadden in totaal vijf kamers - waarvan de wanden bedekt waren met religieuze beelden en grote iconen met votieflampen. Het was de enige kamer in huis waar van mijn vader iconen mochten hangen. Grootvader ging naar de kerk en nam mij dan mee, zonder het mijn vader te vertellen. Ik was dol op de paasdienst, al duurde die erg lang. Mijn moeder was ook gelovig, maar ze ging niet naar de kerk. Nadat mijn grootmoeder was gestorven en mijn ouders waren gescheiden (in 1934), moedigde mijn moeder me aan naar de kerk te blijven gaan. Soms ging ik zelfs ter communie en ging ik biechten. Ik heb altijd een kruisteken gedragen, hoewel ik mezelf niet als een bijzonder gelovig mens beschouw. Natuurlijk heb ik op school en later (in 1941) in het leger nooit met een woord over mijn geloof gerept. Dat soort dingen moest verborgen blijven.'

Nietsnutten en een etter
Het verhaal van de familie Golovin staat centraal in hoofdstuk twee. De vader van een grote familie, hardwerkend, daadkrachtig en intelligent, weet iets meer te verdienen dan de rest van de dorpelingen; hij wordt alom gerespecteerd. Maar de overheid heeft gruwelijke plannen gesmeed om 'klassenvijanden' te elimineren. De communistische jeugdorganisatie levert de nietsnutten die met wapens in de hand een lokaal terreurbewind starten. De leider ervan is een hopeloze etter, de zoon van de armste boer uit het dorp (want hij zoop teveel). De Golivins hadden uit bewogenheid met zijn lot deze Kolja bij zich laten werken, maar hij keert zich als een Judas tegen zijn vroegere weldoeners. Als de Golivins een keer samen zitten te eten, komt hij met zijn kornuiten in het donker langs, duidelijk dronken, met een pistool. Hij schiet - wellicht onbedoeld - een van de oudere boeren van het gezin ter plekke dood en bedreigt iets later ook de pater familias. Als die niet van wijken weet, wordt hij omdat hij 'altijd dronken' zou zijn en 'de bolsjewieken vervloekte' opgepakt en voor drie jaar achter de tralies gestopt. Deze politiek betrouwbaar geachte Kolja wordt de leider van de afgedwongen kolchoz van het dorp, met de fraaie naam 'Nieuw Leven'. Hij ging wonen in het grootste huis van het dorp, gevorderd van de Golivins. 'Koezmin was verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken op de boerderij, ook al had hij op dat gebied misschien wel de minste ervaring van alle dorpelingen. Hij was vaak dronken en agressief. De eerste winter was een ramp. De kolchoz leverde weliswaar de staatsquota graan en melk, maar de helft van de paarden stierf en alle kolchozarbeiders kregen niet meer dan 50 gram brood per dag.' Toen sommige dorpelingen zich bleven verzetten, kwam 'Kolja met een gewapende brigade hun bezittingen in beslag nemen'. Iets later richt hij zeer bewust de hele familie Golovin te gronde.'

Vergeving
Dit relaas, dat ik bijna knarsetandend las, krijgt een onverwacht slot, dat honderden bladzijden later wordt verteld.
In 1953, twintig jaar later dus, verhuisde Kolja naar een stadje in de buurt van de plek waar de Golovins uiteindelijk terecht gekomen zijn. Ze komen elkaar weer tegen! De meest getroffen leden van het gezin, Nikolaj en zijn vrouw Evdokia, 'waren diepgelovig'. 'Toen Kolja hen, kort na Stalins dood ging opzoeken en hun om vergeving vroeg, niet alleen voor zijn rol als verklikker, maar ook voor zijn aandeel in de moord op Nikolaj's broer, vergaven ze hem niet alleen, maar ze nodigden hem ook uit om bij hen in Pestovo te komen wonen. Hun dochter werkte inmiddels als arts … en kon de vergevensgezindheid van haar ouders niet begrijpen. Ze probeerde hen op andere gedachten te brengen: 'Hij heeft Ivan (Nikolaj's broer) vermoord en onze familie te gronde gericht. Hoe kun je iemand dat in vredesnaam vergeven?' Maar Evdokia geloofde dat 'een echte christen altijd zijn vijanden vergeeft'. Kolja nam zijn intrek in het huis naast dat van de Golovins. Hij schaamde zich voor zijn daden uit het verleden en probeerde het goed te maken door allerhande klusjes voor de Golovins op te knappen. Op zaterdag ging hij met Nikolaj naar het badhuis, op zondag met Nikolaj en Evdokia naar de kerk.' Het echtpaar stierf in 1955 en 1958 en Kolja in 1970. 'Ze liggen alledrie begraven op hetzelfde kerkhof'.
Zulke verhalen kunnen je diep raken. Figes is een meesterlijk verteller die het 'kleine leven' van enkelingen deskundig weet te verbinden met grote lijnen in de Sovjetgeschiedenis. Bijzonder aanbevolen, ook als vakantielectuur.

Orlando Figes, Fluisteraars. Leven onder Stalin; Uitg. Nieuw Amsterdam, 2007; 733 pag., geb.; €34,90.

Drs. Pieter van Kampen is predikant van de NGK in Vlaardingen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief