De theosofie
1981-11-20
De drie personen van Krisina, Gautama, Boeddha en Jezus verschenen als ware goden, ieder in zijn tijdperk, en lieten aan de mensheid drie godsdiensten na, gebouwd op de onvergankelijke rots der eeuwen. Dat alle drie, in het bijzonder de Christelijke, in de loop der tijd zeer vervalst zijn, en de laatste bijna onherkenbaar is, is niet de schuld van een van de edele hervormers.- Jaargang 25
- nummer 42
Zuiver de drie stelsels van de droesem der menselijke dogma's en de zuivere kern die achterblijft zal met elkaar in overeenstemming blijken te zijn.
Helena Blavatsky in “Isis Ontsluierd"
Wij zijn geen goden, en zelfs zij, onze hoofden - zij hopen.
Mahatma Koot Hoomi (Brieven)
Anderhalve maand geleden nog was Krisjnamurti in ons land. De oude heer - hij loopt al tegen de negentig - hield twee dagen lang bijeenkomsten in hotel Krasnapolsky in Amsterdam. Hij ként ons land. Al werd hij in India geboren, in ons land - op een camping in Ommen - werd hij uitgeroepen tot de nieuwe "Wereldleraar". Dat was in de tijd vlak vóór de Eerste Wereldoorlog.
Een aantal jaren later verklaarde hij plechtig dat hij de beloofde persoon niet was en trok zich terug, ergens in Californië.
Niet zo lang geleden werd ons land ook bezocht door Benjamin Creme, een Schotse kunstschilder die mededeling kwam doen omtrent Christus Matreya, een wereld leraar die zich nu nog verborgen houdt, maar zich komend voorjaar zal openbaren.
Twee illustraties om te tonen dat theosofische (of theosofisch-aandoende) ideeën niet onbekend waren of zijn. Reden waarom het nog steeds de moeite waard is de Theosofie nader te bestuderen.
Mevrouw Blavatsky: jeugd 1837-1848
Wie de Theosofie wil leren kennen doet er goed aan een biografie te lezen van degene die de Theosofische Beweging gestart heeft: mevr. Helena Petrowvna Blavatsky. Een boek van een zekere William Kingsland, De Ware H. P. Blavatsky (uitgave Couvreur, Den Haag, 337 blz.) zal voor dit gedeelte van het verhaal de gegevens aandragen, Mevr. Blavatsky werd geboren in 1831, te middernacht 30/31 juli van dat jaar. Ze sterft op 8 mei 1891.
Een aantal vermeldenswaardige gegevens over haar jeugd. Het moment van haar geboorte werd, volgens Kingsland, beschouwd als de enige dag van het jaar "waarop iemand geboren kon worden zonder dat zekere natuurgeesten ... hem zouden vervolgen" (blz. 37). Op die dag werd door het huispersoneelbuiten medeweten van de hoofdbewogers - een aantal bijgelovige riten uitgevoerd.
Al spoedig blijkt Helena geen gewoon kind. Haar zuster vermeldt later in haar memoires dat ze allerlei gewone huishoudelijke voorwerpen en kleren als "bezield" ervoer; ze kon vol angst naar allerlei vurige ogen kijken, die alleen zij zag. Ze kon ook haast omrollen van de pret, als die voorwerpen iets geks deden. Ze ging eens met andere kinderen naar een museum en vertelde de meest wonderlijke verhalen over wat, die opgezette dieren of fossolien allemaal wel tijdens hun leven gedaan hadden.
Ze had die informatie van de dieren zelf, die haar in vertrouwen hadden genomen. Omdat ze andere levensvormen noemen, is er ook sprake van reïncarnatiegedachten. Ze ontmoet een zonderling, een soort kruidenzoeker, die met haar spreekt en haar een grootse toekomst voorspelt: "dat dametje verschilt van jullie allemaal. Er wachten haar grote dingen in de toekomst ... " (40). Van hem zou ze ook iets hebben geleerd van het vermogen de taal van de dieren te verstaan.
Deze en andere merkwaardige verschijnselen hebben echter geen aantoonbare positieve uitwerking op haar karakter (zoals dat met de meeste okkultisten het - geval schijnt). Ze is hooghartig, wispelturig en hoogst eigenzinnig. Die karaktereigenschappen storten haar in een overhaast en vroegtijdig huwelijk. Een generaal, drie maal zo oud als zij, generaal Blavatsky, komt bij de familie op bezoek, waarbij juffrouw Hahn hem als "een raaf zonder veren" bespot.
Als haar gouvernante haar zegt dat ze zo'n beroerd karakter heeft dat zelfs zo'n oude man haar niet zou willen trouwen, 'vliegt ze op en zorgt ervoor dat hij haar een aanzoek doet. Mogelijk zeer tegen haar bedoeling in wordt ze gedwongen het aanzoek te bewilligen. Een zeventienjarige ongetemd meisje trouwt met een man van rond de vijftig. Het huwelijk houdt drie maanden stand; dan ontvlucht ze hem. Kingsland kiest Helena's kant; mijn sympathie gaat voorlopig voluit naar "de raaf".
De "Wanderjahre": 1848-1873
De eerstvolgende 25 jaar leidt Helen a een zwervend bestaan. De halve wereld wordt bereisd. Om des tijds wille slechts een aantal korte notities. Eerst naar Egypte, waar ze een oude Kopt ontmoet, die haar in nieuwe kennis inwijdt.
Dan Parijs: ze vreest in de macht te raken van 'n soort hypnotiseur die ze tegenkomt. Vervolgens Londen: ze ontmoet daar voor het eerst haar eigen "Meester". Hij zal voortaan haar levensgang bewaken. Ze is duidelijk voorbestemd om te worden gebruikt voor hoge doeleinden.
Haar hele leven tot nu toe voert haar al in die richting; ze zal méér meemaken. Dan Canada: ze wil leren van de geheime kennis van medicijnmannen. De trip valt tegen; ze leert hoegenaamd niets en haar bagage wordt door de trouweloze indianen onder dankzegging meegenomen.
Een bezoek aan Haïti (om Voedoe te leren kennen) wordt door haar Meesters verijdeld. Dan naar het Oosten: India, Ceylon, Tibet. Een reis naar het laatste land wordt een mislukking. Niettemin blijkt ook hier de "okkulte leiding" - het reisgezelschap wordt gevonden op een plaats waar niemand de vermisten zou zoeken. Terug naar Rusland, waar zich een mysterieuze ziekte openbaart, een soort wond bij haar hart. Als een in allerijl geroepen arts met zijn behandeling wil beginnen, ziet hij een donkere hand de zwaar gewonde plek bestrijken - de wond geneest onder zijn ogen. Als ze nog steeds bewusteloos op bed ligt, breekt in de kamer zo'n pandemonium los, dat de arme man verzoekt niet alleen in de kamer te hoeven blijven. Het meubilair zorgt voor de heksenketel die de arme geneesheer verschrikt (53).
Het wonderbaarlijke is daarmee nog lang niet allemaal vermeld.
Mogelijk heeft ze - in elk geval houdt Kinsgland met die mogelijkheid rekening - "in de geest" een inwijding in hoge kennis meegemaakt, in Tibet. Hoewel ze zelf "lijfelijk" in Rusland verbleef, zou zij het vermogen hebben gehad "uit (het lichaam) te treden"; op die wijze zou ze de rite in Tibet hebben meegemaakt. Dan weer een tweede ronde door Europa, schipbreuk met een vaartuig dat buskruit vervoert en in de lucht vliegt.
Schandalen rond haar levenswandel: Ze zou een kind hebben bij een onbekende, wat door Kingsland met (overigens onverifieerbare) doktersattesten wordt bestreden: ze was onvruchtbaar, zegt hij. Een bonte rij gebeurtenissen wordt hierboven op volstrekt ontoelaatbare wijze gecomprimeerd. Hoe dan ook, na 25 jaar reizen, komt mevrouw Blavatsky, dan omstreeks 42 jaar oud, in de Verenigde Staten aan.
En deze keer is haar aankomst nadrukkelijk op bevel van haar Meesters.
Het wispelturige en ongezeglijke meisje van 25 jaar geleden heeft kennelijk gehoorzaamheid geleerd.
De identiteit van de Meesters wordt door haar zelf onthuld: een zekere Koot Hoomi en een zekere Morya. Beiden ·leven ze ergens in het Oosten en mevrouw Blavatsky heeft hen persoonlijk ontmoet.
Koot Hoomi communiceert nogal eens via brieven, die op geheimzinnige wijze ergens belanden. (Hetwelk geregeld tot schandalige beschuldiging van fraude of "trucs" aanleiding gaf. Nodeloos te vermelden dat de betrokkenen zo'n "lage grofstoffelijke suggestie steeds verontwaardigd van de hand gewezen hebben.)
De rijpe jaren: 1873-1891
Mevrouw Blavatsky is niet voor niets naar Amerika gestuurd. Al spoedig ontmoet ze daar gelijkgezinden, waaronder een zekere kolonel Olcott. (Deze heeft ooit een "Boeddhistische Catechismus" geschreven, in vraag-en-antwoordvorm, die destijds ook in het Nederlands vertaald is.) De ontmoeting verloopt weer karakteristiek.
Ze gaat naar een gelegenheid waar allerlei spiritistisch-aandoende verschijnselen worden onderzocht.
Olcott, die ook jurist en journalist is, is daar om persoonlijke als beroepsmatige redenen. Mevrouw BIavatsky valt hem op; ze geeft in hun introductie te kennen eigenlijk niet te hebben willen komen, omdat ze bang is een zekere Olcott te ontmoeten en ze wil niet dat die over haar schrijft. Olcott gelooft wèl dat die Olcott dat ooit zou doen en stelt zich voor (150). De Meesters hebben hun voorbereidingswerk goed gedaan. De twee vormen later een redelijk harmonisch koppel, steeds onderweg om geheime kennis te verbreiden. Die kans komt, als H. P. B. haar eerste boek schrijft: Isis ontsluierd.
In 1875 richten ze de Theosofische Vereniging op. Allerlei mensen van standing en eruditie zijn aanwezig; één van de eerste geïnteresseerden is de uitvinder Edison. Men houdt lezingen over onderwerpen als "de meetkundige getallen der Egypische kabala" en andere niet-alledaagse onderwerpen (161). Een nog vermeldenswaardige episode doet zich voor, als mevrouw Blavatsky plotseling te kennen geeft met een landgenoot te gaan trouwen, een man veel jonger dan zij en volgens vrienden, onvergelijkelijk inferieur in kennis. Hoewel ze "op huwelijksvoorwaarden" trouwt, verbijstert het gebeuren een deel van de vriendenkring. Mevrouw Blavatsky geeft toe dat het haar "ongeluk" is, maar door een "onverbiddelijk Karma" (lotsbeschikking) wordt haar leven en het zijne aan elkaar gesmeed 164).
Karma of niet, haar man liet haar niet vrij genoeg naar haar zin, wordt zelfs haar "onbeschaamde minnaar". Het huwelijk, dat eind 1876 voltrokken was, wordt daarop in mei 1878 weer ontbonden. (Anderhalf jaar is uiteraard een kolossale recordverbetering, na de eerste poging, die het drie maanden uithield).
Een periode van reizen volgt; men gaat weer naar het Oosten, waar grote moeite ontstaat met christelijke zendelingen. Het feit dat Blavatsky en Olcott onder andere geld inzamelen om scholen in Ceylon te stichten, heeft mede daartoe bijgedragen. Die scholen moeten namelijk Boeddhistische kinderen beter bestand maken tegen de invloed van de christelijke zending (199). Daarnaast zijn er allerlei schandalen rond hun "ashram"
(geestelijk centrum) in het Indiase Adyar. Een echtpaar dat voor hen werkt, de Coulombs, beschuldigen de Theosofische leiders van flagrante fraude. Ze waren overigens al door Koot Hoomi gewaarschuwd: "gij hebt jarenlang een verraadster en een vijandin onder uw dak geherbergd en de partij der zendelingen is meer dan bereid om elke hulp aan te nemen die haar gebracht wordt" (121). We kunnen ons natuurlijk verbazen over deze blindheid bij mevrouw Blavatsky, die immers zoveel geestelijke dingen oneindig scherp inzag; feit is echter dat de beschuldiging, die volgens de Theosofen berustten op vervalste brieven, hun zaak zeer grote schade heeft gedaan. Tegenstanders kenschetsten mevr. Blavatsky als "één der bedrevendste, sluwste en belangwekkendste bedriegers in de geschiedenis" (215).
Het ergste voor mevr. Blavatsky is echter, zo lezen we, het feit dat ze genoodzaakt wordt om overhaast Indië te verlaten. De partij der zendelingen wilde haar namelijk voor het gerecht slepen. Daar zou ze moeten spreken over haar geheime kennis en haar Mahatma's, wat haar niet toegestaan is. Of ze zou moeten zwijgen, wat haar als "belediging van het hof" zou worden aangerekend. Ziek van de sfeer van verdachtmaking keert ze naar Europa terug, waar ze o.a. in het Belgische Oostende, verblijf houdt.
Daar werkt ze aan haar tweede grote boek: De Geheime Leer. Ook hier zouden wonderbaarlijke verhalen van leiding kunnen worden aangehaald. Ze is zo zwaar ziek, dat ze elk moment kan sterven. Ze houdt het echter lang genoeg uit om haar boek klaar te krijgen. Niet zo lang daarna, in 1891, sterft ze in Londen, waar ze ook wordt gecremeerd.
Wat korte notities ten besluit:
- Mevrouw Blavatsky is tijdens en ook na - haar leven verafgood óf verguisd. Heel wat vooraanstaanden hebben haar hartstochtelijk bewonderd. Moeten we aannemen dat al die mensen naïef of goedgelovig waren? Anderzijds, ongetwijfeld veel meer mensen hebben zich kritisch over haar uitgelaten.
Ze is een bedriegster genoemd; het is aantoonbaar dat ze haar critici op geen enkele wijze heeft kunnen overtuigen.
- Verder is het heel duidelijk dat haar bitters te strijd op een bepaald moment die met de zending was, met het historische christendom, zo men wil. Voor de zendelingen was er meer aan de hand dan bedrog alleen, er was sprake van misleiding in gééstelijke zin. Vandaar de hevige strijd in Indië. (Volgens Kingsland koos een aanzienlijk deel der Hindoes de kant van de Theosofen, wat ons niet te zeer hoeft te verbazen.) - In het levensverhaal van mevr. Blavatsky is voortdurend sprake van "leiding". Ze is een "uitverkoren instrument" voor de verbreiding van de theosofische waarheid.
- De leer die mevrouw Blavatsky brengt, staat haaks op de toen heersende materialistische wereldbeschouwing.
Niettemin toont het succes ervan ook aan dat in bepaalde zin de tijd er rijp voor is.