Boekbespreking

1981-11-20
  • Jaargang 25
  • nummer 42


Ds. M. R. van den Berg: De Regisseur, de spelers en het grote spel; (De plaats van Jozef in Gods heilsplan. Een verklaring van Genesis 37 - 50) Ca. 200 bladzijden - f 24,90 Uitgave: Kok, Kampen

Stapels boeken komen van de persen.
De mensen lezen dus nog, blijkbaar.
Maar wat een rommel zit er tussen.
Vuile rommel en nette, soms niet eens te onderscheiden voor de argeloze lezer. Je bent dan ook erg blij, dat er ook nog boeken verschijnen, die je graag je kinderen in handen geeft, die je ook zelf met genoegen leest. Boeken, die opbouw-end zijn, stichten zeggen de ouderen. En die tegelijk fris geschreven zijn. Het hierboven aangegeven boek is er zo een.
Ds. van den Berg is al vanaf 1973 bezig ons bijbelstudies te geven. Eerst in de reeks "Zicht op de Bijbel" (verschillende N.T.-brieven), daarna in ons blad de studies over "Jeremia"
(gebundeld verkrijgbaar) en nu dan onlangs dit boek.
Het is boeiend, want de schrijver weet te vertellen. Zo, dat je dóór blijft lezen. Je zoudt het ook zo kunnen voorlezen aan ouderen, gehandicapten of aan je grote kinderen. Maar dát typeert het boek niet in de eerste plaats. Wat je treft is het werk van een pastor, een herder, die weet wat de schapen nodig hebben en die je meeneemt en telkens opnieuw er op wijst wat de betekenis van dat gebeuren in Kanaän en Egypte, zo'n 5000 jaar geleden, is geweest en ook voor ons is. Hij spant zich in de openbaring van de HERE door te geven.
Theologie? Nee, zo zegt hij, die komt er helemaal niet bij te pas. Dat is wel een moderne opvatting ("theologisch bezig zijn"), maar dat is een fatale misvatting. "Ook al heb ik aan twintig theologische faculteiten gestudeerd, maar ik heb de zalving van de Heilige Geest niet ontvangen, dan ben ik blind voor Gods boodschap en blijft de Bijbel ten diepste een gesloten boek voor mij. Niet de wetenschap, maar de Geest van God zelf geeft inzicht in Gods Woord. Alleen die Geest. Gods Woord kan alleen maar Geestelijk, d.w.z. met door Gods Geest verlichte ogen en harten, verstaan worden" (54).
Voor deze manier van pastorale zorg is weinig ruimte meer. Velen lopen achter eigen gekozen leraars aan, mannen, die "in" zijn. en de mensen "wat doen", maar het Woord dan ook pasklaar maken voor hun gehoor (zie 2 Tim. 4 : 3). Zo niet in dit boek.
Ds. van den Berg luistert naar wat de HERE deed en doet, naar Zijn redding, ook naar Zijn oordeel. En hij zegt ons hoe daarmee als christenen te leven in deze wereld.
Je merkt ook hoe nauwkeurig hij leest. Bij de naamgeving van zijn zonen spreekt Jozef (hoofdstuk 41) over het aanbreken van een nieuwe tijd. Manasse: het ouderlijk huis kan hij vergeten. Efraim: voorspoed in Egypte. En dan volgt "Door zijn vaderlijk huis als een afgesloten hoofdstuk te zien, snijdt Jozef in feite de band met Gods beloften door.
Want die berusten bij Jacob. Die is de drager ervan. Door de deur naar zijn vaderlijk huis dicht te doen, dreigt Jozef geïsoleerd te raken van Gods beloften en wordt het gevaar acuut dat die in zijn leven gaan afsterven en hun betekenis gaan verliezen.
Ook vandaag is dat gevaar nog reëel. Wie de deur naar Gods volk, naar Christus' gemeente achter zich sluit, loopt het risico dat de band met Christus en met God zwakker wordt en uiteindelijk afsterft" (76).
In de geschiedenis van Jozef openbaart de HERE Zijn hand, die àlles leidt. Ten goede. Hij heeft een plan, "een verlossingsplan en een doel, waar Hij op aanwerkt". We moeten ons echter wel realiseren, "dat zo'n verlossingsplan van God niet inhoudt, dat elke menselijke daad nu al bij voorbaat onveranderlijk vastligt. Dat zou puur fatalisme zijn en dat kent de bijbel niet. Het fatalisme betekent de negatie van de menselijke verantwoordelijkheid.
Het fatalisme reduceert de mens tot zoiets als çe poppen van een poppentheater (... ) Het tweede belangrijke gegeven waarmee we rekening moeten houden, is dit: in zijn plan loopt God niet ongeduldig en onrechtvaardig over de mensen heen. Hij is nooit unfair ten opzichte van de mensen. Dat is ook de reden waarom het soms zolang kan duren, voordat Gods plannen en beloften gerealiseerd worden" (18/9). Wat heeft Jacob moeten wachten en hoeveel jaren gingen er voor Jozef heen, vóór hij uit de gevangenis kwam? Er gebeurde van alles en nog wat, de geschiedschrijver. geeft dat levendig en boeiend weer. Maar het verband van dat alles te zien is eerst mogelijk als je àchter dat gebeuren staat. "Zo is het vaak. Niet alleen bij de broers van Jozef, maar ook bij ons. Ook u hebt ongetwijfeld wel eens het gevoel gehad, dat u wel meespeelde in de gebeurtenissen, maar er geen greep op had en uw rol niet doorzag, laat staan die van de andere medespelers.
En dan dacht u ook: waar ben ik mee bezig? Waar brengen de gebeurtenissen me heen? Ik speel wel mee, maar tegelijkertijd wordt ik bespeeld. En ik heb er geen idee van hoe en waarom dat gebeurt en waarop het zal uitlopen.
Dat kan. Zoiets kán met je gebeuren. Waarom? Omdat de regie van de gebeurtenissen uiteindelijk niet bij ons berust maar bij God. Hij is de Auteur en Regisseur van het spel dat we spelen. Hij schrijft de geschiedenis van deze wereld en van ons leven. En wij kennen zijn plot niet. We kennen wel de hoofdgedachte én de uiteindelijke afloop. Die heeft Hij ons medegedeeld. Maar hoe het allemaal in zijn werk zal gaan en wat onze functie in dat geheel is, kunnen we niet doorzien en niet overzien" (107). Daarmee is de titel van het boek verklaard.
Met die schets, of beter gezegd met het belijden van Gods hand in je leven, zijn heus niet alle vragen van de tafel. Je kunt, als Jozef - jarenlang met vraagtekens rondlopen. En wat verwacht je dan van God? Als Jozef in de gevangenis zit, wat màg hij dan van de HERE verwachten? Dat hij er binnen de kortste keren uit zal zijn?
"Nou, een dergelijke belofte bestaat niet. Het is wel goed daar even wat aandacht aan te geven. Er zijn altijd nog erg veel mensen die denken, dat God het min of meer verplicht is er voor te zorgen, dat het je als christen allemaal voor de wind gaat en dat Hij alle tegenslagen voor je opvangt of uitschakelt (... ) God is niet de grote Ombudsman die elke moeilijke situatie wel even voor ons oplost. God heeft ons nergens beloofd dat Hij ons buiten alle moeilijkheden zal houden.
Hij heeft ons wel beloofd dat Hij midden in de moeilijkheden bij ons wil zijn en naast ons wil staan en dat die moeilijkheden daarom ons ten goede zullen zijn" (44/5).
Zo zou ik nog wel even door kunnen gaan met citeren van waardevolle gedeelten.
Maar ik hoop mijn doel reeds te hebben bereikt: uw belangstelling te wekken voor dit boek.
Tracht het in handen te krijgen. Het zal u zeker áánspreken, het is voedsel voor onderweg, omdat het u terugvoert naar het levende brood, de Schriften.
Tenslotte twee opmerkingen. Bij de behandeling van hoofdstuk 49 is een excursie (een uitstapje) opgenomen over "zegenen in de bijbel en in de kerkelijke praktijk". Een stuk dat de moeite waard is, maar dat m.i. méér de moeite waard is dan de acht bladzijden die er aan zijn gewijd. Het ligt in het verlengde van wat we hiervoor weergaven over het theologisch bezig zijn. Je behoeft geen theoloog te zijn om Gods Woord te horen en het te spreken. Je behoeft ook niet (geordend) predikant te zijn om te zegenen en dat zegenen is niet een bij uitsluiting kerkelijke zaak.
Vervolgens: onder het lezen noteerde ik twee drukfouten. Op bladzijde 27 is Ezau genoemd in plaats van Izaäk en op bladzijde 132 moet de tekstverwijzing ten rechte zijn Gen. 26 : 2.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief