Aanvaarden 1)

1981-11-27
  • Jaargang 25
  • nummer 43
Toen ik laatst met iemand sprak over z'n problemen en er naar de mening van betrokkene niet goed over sprak - dat zal ook anderen wel eens overkomen - zei hij tot me: 'U spreekt er over, ik spreek er uit'. Hij bedoelde te zeggen dat hij vanuit z'n eigen probleemsituatie anders tegen de zaak aankeek dan ik als buitenstaander.
Praten over narigheid is inderdaad gemakkelijker dan het hebben van narigheid.

'Reeële smart is iets anders dan een beschouwing over smart'.

Narigheid aanvaarden is niet gemakkelijk, vooral als in de moeite God je tégen komt.

'Ons leven is gelijk aan de wijzerplaat van een klok. De wijzers zijn gelijk aan Gods handen, die er steeds overheengaan. De kleine wijzer is de hand van de tucht, de grote wijzer de hand der genade.
Langzaam en zeker moet de hand van de tucht erover heengaan en God spreekt bij elke slag.
Maar, voor elke slag van tucht en beproeving komt ook een zestigvoudige zegen: en beide wijzers zijn bevestigd aan één vast punt: het grote, onveranderlijke hart van de God der liefde'.

Die liefde van God kan ons helpen om steeds weer bij God terecht te komen, om ons steeds weer naar Hem toe te keren. Dat gaat niet vanzelf want

'de bekering is geen rutschbaan, waardoor wij binnenglijden in het koninkrijk. Daar is boete en berouw voor nodig'.

God zegt ons dat Hij midden in de moeite bij ons is. Dát is genade, genade die genoeg is. Uit die genade leven houdt echter bekering in, een ander leven wat uit moet komen in de dingen van elke dag:

'Een man wiens zonden vergeven zijn, mag zich niet opwinden als er wat veel zout in zijn soep is'.

Uit genade leven betekent je aan God overgeven. Het kan ook betekenen dat je dingen moet afgeven. Dat kan veel strijd kosten.

'Ik geef het spel gewonnen, Heer, aan U; Uw paarden en Uw torens rukken dreigend aan; Gij weet wel, Heer, dat k, - uw zetten zijn te sterkmijn spel wanhopig vast zie staan.
Gij hebt mij niet in éne slag verslagen, ik mocht U tonen wat ik kon; er was een glimlach slechts, toen Gij mij zaagt geloven, dat ik van U de sterke stukken won.
Gij woudt mij zelfs met alles doen verliezen Gij weest mij op de fouten, die ik maak,maar uit dit tijd'lijk spel in dit kort tijd'lijk leven dwong Gij tot eeuwig schaak'.

Temidden van veel waaroms is er ook zekerheid:

'Wij zijn niet verdronken in de vraagtekens, maar verheerlijkt in de uitroeptekens'.

1) De tussen aanhalingstekens geplaatste gedeelten zijn afkomstig uit de verzameling gezegden en gedichten, citaten en eigen gedachten van Tini Kok (overleden 1 oktober 1970).

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief