Tussen tekst, hoorder en het eigen hart

2008-07-25
  • Jaargang 52
  • nummer 15
‘Preken is prachtig’ van de hand van ds. Ron van der Spoel is een helder en pittig boekje, geschreven door iemand die veel energie in (de bezinning op) het preken steekt. Leerzaam en prikkelend, zowel voor predikanten als gemeenteleden.

In het eerste artikel werd ook al direct duidelijk, dat ‘Preken is prachtig’ uitnodigt om op de uitgezette lijntjes door te denken - met ruimte voor nuancering en bijstelling.

Drieslag
Zo merkte u in datzelfde eerste artikel, dat de meeste predikanten (zie kader) zich door de omschrijving van preken als ‘de hoorder overtuigen van de relevantie van de Bijbelse boodschap’ overvraagd voelden.
En richting de hoorder is het de vraag of díe zich herkent in een definitie, waarin hij of zij wordt neergezet als iemand die van de relevantie van het evangelie nog overtuigd moet worden! En is ten derde de definitie Bijbels-theologisch houdbaar?
Ik dacht bijvoorbeeld aan de wondermooie tekst uit Jesaja 55 (over het Woord dat niet vruchteloos terugkeert). Ademt zo’n tekstgedeelte, waar Ron van der Spoel overigens zijn eerste hoofdstukje mee besluit, niet een heel andere sfeer?
Wat ik hierboven deed was eigenlijk de definitie confronteren met de drieslag, die zo karakteristiek is voor ‘Passie voor preken’. Brengt deze definitie je ‘dicht bij de tekst’, ‘dicht bij de hoorder’ en ‘dicht bij de prediker’? Eigenlijk niet. Want de Bijbelse snaar wordt niet vol geraakt, de prediker wordt overvraagd en menig hoorder zal zich niet herkennen in de omschrijving.

Eenzijdig-missionair
Komt het misschien omdat het boekje bij vlagen iets eenzijdig-missionairs heeft, zo dacht ik bij de lezing van het tweede hoofdstukje over de roeping van de predikant. Van der Spoel noemt daar vier tekenen, waaraan je kan aflezen of iemand een roeping als prediker heeft. Bij het derde punt - de zichtbare vrucht op de verkondiging - viel me op dat de Vathorster predikant eigenlijk maar één vrucht voor ogen heeft en dat is ‘bekering’. Dáárvoor doe je toch je werk, schrijft hij. Maar ik vind het te eenzijdig. Zelfs bij missionaris Paulus geloof ik het niet. Denk aan zijn brieven met de kanten van onderwijs en opbouw! Zo zal hij ook gepreekt hebben.
En anders was dat wel het geval bij Apollos (1 Korintiërs 3). Kortom, vrucht op de prediking moet je niet zo beperken tot groei in aantal. Op andere plaatsen in het boekje ligt het trouwens genuanceerder en lijkt de prediking breder dienstbaar aan de veelkleurige genade van God.

De prediker als getuige
Toch valt de nadruk op het missionaire in de verkondiging op meer momenten op. Bijvoorbeeld als Van der Spoel de prediker typeert als ‘getuige’, in direct verband met het woord bij Jezus’ hemelvaart - ‘Gij zult mijn getuigen zijn’ (Handelingen 1). Wat Van der Spoel ermee wint is dat hij de hedendaagse prediker heel dicht bij de eerste apostelen en hun missionair-verkondigend werk houdt.
Maar de Vathorster predikant betaalt voor deze gelijkschakeling tussen toen en nu wel zijn prijs. Want het Bijbels eigene van het begrip ‘getuige’ - in de zin van het bijna juridische oog- en oorgetuige - maakt in zijn omschrijving plaats voor een veel meer evangelischemotionele invulling: ‘Een getuige is een bewogen mens. Hij is geraakt door wat hij te vertellen heeft en dat merk je. Er is passie en vuur in hem’ (p.68). Dan zit de ‘getuige’ toch niet ver af van iemand die in een evangelisch-charismatische setting ‘een getuigenis geeft’! Van der Spoel werkt er wel aan om dat Bijbelstheologische gat tussen toen en nu te dichten, bijvoorbeeld als hij de prediker omschrijft als ‘een getuige die vertelt wat hij heeft gezien en meegemaakt toen hij luisterde naar Gods Woord’ (p.64). Toch geeft Van der Spoel op die manier in verregaande mate zijn eigen invulling aan het Bijbels begrip ‘getuige’. Ergens toch vanuit die eenzijdig missionaire spits in de prediking - zo vermoed ik.

Exemplarisch?
Gerard de Lange (Ede) heeft verwante vragen bij Van de Spoel’s omgang met het Bijbelgedeelte, dat hij bij wijze van voorbeeld in zijn boekje laat meelopen.
Het gaat om Romeinen 10:12-21, een op het eerste oog zeer toepasselijk stukje als het gaat om de verkondiging van het evangelie en het gehoor geven daaraan.
Maar tegelijk staat dit gedeelte in de zwaar geladen hoofdstukken (9-11) over de betekenis van Christus voor Israël en de volken. Gelet op deze context vraagt De Lange zich af: ‘Heeft Van der Spoel echt de tekst als uitgangspunt genomen of meer als kapstok? Preekt hij heilshistorisch of exemplarisch?’. De Lange houdt het op het laatste. Veel van wat Van der Spoel aanreikt uit Romeinen 10 spreekt de predikant uit Ede aan. Maar hij signaleert ook, dat je met deze thematische getinte aanpak de kans loopt een afgeleide tekst te verkondigen in plaats van de eigenlijke boodschap: ‘Dan is en blijft preken prachtig, want je spreekt over dingen die relevant zijn voor mensen, maar - zwart wit gezegd vraag ik mij af of je dan nog het Woord van God verkondigt’. Boeiende vragen, waartoe ‘Preken is prachtig’ uitnodigt!

Weerbarstig
Klaas Holwerda (sinds een aantal jaren PKN predikant) ging op de hem eigen wijze door op de drieslag van teksthoorders-
prediker. Holwerda vindt het bij Van der Spoel te weinig een echte driehoek. De Amsterdamse predikant schrijft in een langere afweging: ‘Tekst, prediker en hoorders liggen bij Van der Spoel meer op één lijn - een hiërarchische lijn zelfs - dan dat ze een driehoek vormen. Hij verbindt ze met drie achtereenvolgende fasen van het preekproces (p.37-38): het ontdekken van de boodschap (dicht bij de tekst), het maken van een preekopbouw (dicht bij de hoorder) en het eigen maken van de preek (dicht bij de prediker). Het is me te bevoogdend naar de hoorders: de prediker plaatst zich als aanzegger letterlijk tussen de tekst en de hoorders in plaats van - dienstbaar en bij wijze van voorbeeld - hen zelf met de tekst in gesprek te brengen. (...) Anders gezegd wordt het Woord me bij Van der Spoel nog te weinig vlees in de prediker en dan ook in de hoorders. Dat manco klinkt door tot in de titel van het boekje. Preken is prachtig! Zeker, bij momenten. Maar het is evenzeer een weerbarstig ambacht. Tussen tekst en preek moet de prediker altijd weer door niemandsland, zei Jaap Kranenburg aan wie ik nog altijd dankbaar terug denk. En in dat niemandsland zal niemand mij horen roepen: preken is prachtig!’

Vanuit de inbreng van Klaas Holwerda viel het me op dat Ron van der Spoel in zijn boekje niets zegt over de preekvoorbereiding in samenwerking met gemeenteleden. De voorbereiding op de dienst blijft bij hem een vrij solitair gebeuren. Van der Spoel ziet wel weer veel meer in de nabespreking van preken met de gemeente. Hangt het één en ander
samen met de door Klaas Holwerda gesignaleerde hiërarchische lijn, zo dacht ik.

Drs. Freddy Gerkema is predikant van de Nederlands Gereformeerde kerk van Amersfoort-Noord en lid van de redactie van Opbouw.

Drs. Ron van der Spoel is naast parttime predikant van de Kruispunt gemeente van Amersfoort-Vathorst (PKN-CGK-NGK signatuur) ook één van de voortrekkers van de beweging ‘Passie voor preken’. In dat kader schreef Van der Spoel het boekje ‘Preken is prachtig’. Op verzoek van Opbouw reageerden tien predikanten uit onze kerken op het boekje en staan zo mee aan de basis van deze artikelen.
Het boekje is te bestellen door € 14,95 over te maken op bankrekeningnummer 35 46 91 228 t.n.v. Benedicere te Amersfoort, met vermelding van eigen (volledig) adres. Zie verder: www.prekenisprachtig.nl.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief