De diaken en de ouderling in de gemeente

1982-05-07
  • Jaargang 26
  • nummer 18
Als ik goed begrepen heb wat vandaag de bedoeling is dan zou het thema van deze conferentie iets anders moeten worden geformuleerd. Gezien ook de zeven vragen, waarin het thema nader omschreven is, èn het feit dat we een diaconale conferentie houden, sterken mij in die mening. Het thema zou ongeveer moeten luiden: DE DIAKEN met betrekking tot de , ouderling en de gemeente.
En verder, geen theoretische of geleerde toestanden, maar streven naar een gesprek waar de broeders 'in het veld' wat aan hebben. Ik hoop daaraan bij te dragen, op de wijze zoals mij gevraagd is, n.l. door uw aandacht te richten op een aantal gegevens uit het N.T. Dan zijn we "fundamenteel" bezig. D.w.z. dan zijn' we bezig met de grond onder uw diaconale voeten. Het fundament waar u op staat, het Woord van waaruit u uw ambt vervult.

Keuze gegevens N.T.
Waar moeten we beginnen, en waar moeten we ophouden? Om een verantwoorde keus te doen heb ik me laten leiden door het Gereformeerd Kerkboek (proeve) van de Binnenverbanders. Daarin staat een uitstekend formulier voor de bevestiging van ouderlingen en diakenen.
De Schriftplaatsen waarop de "dienst der barmhartigheid" en het ambt van de diakenen in de gemeente gegrond is, staan er in de kantlijn keurig bij vermeld. Achttien in totaal. Het gedeelte van het formulier dat op het diakenambt betrekking heeft staat schuin gedrukt. Duidelijker kan het niet.
Er is reden om aan te nemen dat al deze Schriftplaatsen met zorg gekozen zijn. In een beschrijving van de liturgische formulieren door prof. C. Trimp (Kampen) wordt t.a.v. de oude bevestigingsformulieren voor ouderling en diaken opgemerkt, dat daarin het Schriftbewijs niet bijster doeltreffend is. Met ijver is er een nieuw formulier gemaakt, waarin het Schriftbewijs bijzonder de aandacht heeft gehad. Vandaar ook die aparte vermelding van de teksten in het nieuwe kerkboek.

Het heeft ook nog dit voordeel, dat in een tijd waarin de ambten in de kerk op de tocht staan, I wij zonder omwegen met de neus op de Schrift i' worden gedrukt. Eigenlijk precies wat wij voor I vandaag hebben moeten.

Ik stel u voor, dat wij dat korte nieuwe formulier voor de bevestiging van diakenen op de voet volgen. (U kunt het oude er naast houden, dan ziet u meteen het verschil. Ook het formulier van de Chr. Geref. zullen we in de bespreking betrekken.) Van het oude formulier voor de diakenen merkt prof. Trimp ook nog op, dat het niet voorziet in de eigenaardige eisen, die in onze tijd aan het diakenambt gesteld moeten worden. Het oude formulier dateert van 1586. Het nieuwe waarover het nu verder zal gaan uit 1975.

De liefde van Christus
"Over de dienst der barmhartigheid leert de Schrift, dat deze voortvloeit uit de liefde van Christus. Hij kwam in de wereld om te dienen en ontfermde zich over velen die in nood waren." (Mark: 10 : 45, Luc. 22 : 27 en Joh. 13 : 15) Dit is een prachtig uitgangspunt voor de beschrijving van het diakenambt. Los van de liefde van Christus heeft het niet veel meer te betekenen.

Noch het oude formulier, noch het chr. geref. heeft de liefde van Christus voorop staan.
Wèl wordt in het chr. geref. formulier opgemerkt dat zij (de diakenen) de liefde van Christus zichtbaar mogen maken. Toegespitst op het thema van vandaag mag je zeggen: Diakenen zijn bedienaren van de liefde van Christus. De handen van de Here Jezus.
Zoals je een bedienaar van het Woord van Christus de mond van de Here Jezus zou kunnen noemen.

De eerste christelijke gemeente
"In navolging van haar. Heer zorgde de eerste christelijke gemeente ervoor, dat niemand in haar midden gebrek had. Aan ieder werd uitgedeeld naar behoefte." (Hand. 2 : 46, Hand. 4 : 32-37)

Navolging van Christus. De handen van de Here Jezus.
Er waren toen nog geen aparte diakenen. Die komen pas als het de apostelen uit de hand dreigt te lopen. Het leven der gemeente in Hand. 2 en 4 kenmerkt zich door sterke onderlinge liefde, offervaardigheid en de bereidheid van de minder draagkrachtigen om hetgeen voor hen bij elkaar gebracht werd, ook in ontvangst te nemen. De fouten die later in de kerkgeschiedenis door diakenen gemaakt zijn èn het moderne evangelie van "de rechten van de mens" hebben deze bereidheid tot ongeveer nul teruggebracht. Alleen onder strikte geheimhouding zijn gemeenteleden bereid diaconale hulp te aanvaarden. Die geheimhouding is van zó groot gewicht, dat de noodzakelijke samenwerking tussen ouderlingen en diakenen er door wordt gehinderd.
De eerste christelijke gemeente was een diaconale gemeente! Men gaf èn ontving spontaan, christelijk! Er waren geen verkozen en bevestigde broeders (of zusters) die daarin regelend optraden. De dienst der barmhartigheid werd gedragen door de onderlinge liefde, en het ging goed.
Tot Ananias en Sapphira èn de ontevredenheid van de Griekssprekende weduwen. Tóen werden zeven diakenen gekozen.

Er wordt bij het gedeelte dat handelt over de navolging van Christus ook verwezen naar Matt. 25. Het oordeel van de Zoon des mensen, waarbij Hij de schapen van de bokken scheidt, en waarbij de scheiding loopt tussen hen die wèl en het die niet de christelijke barmhartigheid hebben betracht.
Een veelzeggend hoofdstuk, maar waarvan je zeker niet kunt zeggen dat het alleen de diakenen betreft. Ze worden er niet in genoemd. Ze bestonden nog niet. Wèl blijkt dat de dienst van het Woord en de dienst der barmhartigheid niet van elkaar zijn te scheiden.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief