Moet dat zo doorgaan?
1982-05-07
Moet dat zo doorgaan?- Jaargang 26
- nummer 18
ds A. M. Lindeboom. Uitg. Kok, Kampen. Prijs f 24,90
In een ruim 200 bladzijden tellend boek maakt ds A. M. Lindeboom enkele kritische notities over het kerkelijk leven in de Geref. Kerken. Het is een vlot geschreven boek.
Leesbaar en zelfs bespreekbaar voor niet-theologen. Het zou overdreven' zijn te zeggen, dat het zo vlot leest als een roman, maar het houdt de lezer toch echt geboeid.
Ds Lindeboom maakt zich grote zorgen over de ontwikkelingen in zijn kerken. In dit geschrift tracht hij de anderen te overtuigen, dat ze de Waarheid geen geweld mogen aandoen en dat ze in elk geval behoren te luisteren naar wat traditionelen als hij te zeggen hebben.
Eerlijk gezegd ben ik de lezing van dit boek met enige vooringenomenheid begonnen. Verontrusten maken op mij nog al eens de indruk, dat ze achter elke stoel een kettertje menen te ontwaren. In meerdere gevallen blijkt de oorzaak van die onrust een zeker conservatisme te zijn, waardoor men zich verzet tegen elke verandering. Ik kan me deze houding wel indenken, als men jarenlang lid is van een kerk waar in feite leervrijheid heerst. Naar buiten doet dit vaak toch wat bekrompen aan.
Van deze bekrompenheid is bij ds. Lindeboom echter geen sprake.
Hij pleit wel voor het geloven op de traditionele manier, maar dan verwijst hij naar de vermaning om te blijven bij wat ons geleerd en toevertrouwd is. "Want zelf heb ik bij overlevering van de Heer ontvangen, wat ik u weer overgegeven heb."
Nadrukkelijk wijst hij op het gevaar, dat het geloven op de traditionele manier gepaard kan gaan met het vasthouden aan de gewoontes en opvattingen, waarvan men vroeger meende dat ze tot het apostolisch erfgoed behoorden, maar bij nader inzien dat toch helemaal niet zijn.
Ds Lindeboom heeft er geen enkele moeite mee te erkennen, dat er heus wel enkele fouten in de bijbel staan, fouten die echter noch de essentie noch het onwankelbaar karakter van het Woord Gods aantasten. Achter de befaamde 6000 jaar, die de aarde oud zou zijn, plaatst hij vraagtekens.
Zelf stelt hij ook kritische vragen over de formulieren van Enigheid.
Terecht wijst hij erop, dat in zondag 5 en 6 te verstandelijk geredeneerd wordt, alsof wij zelf wel konden uitvinden dat Christus waarachtig God en mens moest zijn om te kunnen verlossen. Gelukkig wordt in vraag en antwoord 19 wel verklaard, dat we dit niet zelf hebben bedacht, maar dat ons dit in de Heilige Schrift is geopenbaard. Enige moeite heeft hij ook met zondag 10 antwoord 27. Mogen we zeggen, dat het Gods vaderlijke hand was, die ons het doet toekomen, wanneer op een avond een verpleegster op een eenzame weg vermoord wordt? Het komt me voor, dat over zondag 10 nog wel meer kritische vragen gesteld kunnen worden. Waarom worden we in deze zondag plotseling geconfronteerd met het woord voorzienigheid, een woord van heidense afkomst. In de geloofsbelijdenis, die in dit gedeelte behandeld wordt, is ook nergens sprake van voorzienigheid.
Minder gelukkig lijkt me de suggestie van ds Lindeboom om in zondag 12 ook melding te maken van de verhouding kerk en Israël. Ik vrees, dat we er dan een artikel van onenigheid bij gekregen hadden.
Juist lijkt me zijn opmerking, dat de zondagen 28 en 29, hoe voortreffelijk ook, te breed zijn. Men kan ook de vraag stellen, of deze zondagen niet bijgesteld moeten worden in verband met gewijzigde rooms-katholieke opvatting, die hier bestreden wordt.
Het valt niet te verbazen, dat "Waarheid en Eenheid" nog al wat, overigens welwillende, kritiek had op het boek van deze verontruste medebroeder. Vermakelijk vond ik de opmerking van ds Vreugdenhil, dat hij in tegenstelling met ds Lindeboom een vrouwelijke predikant niet als collega zou aanspreken. Immers, aldus Vreugdenhil, het is duidelijk dat de Schrift de vrouw in het ambt niet wil. Zelfs als dat duidelijk zou zijn, ontgaat het me waarom niet van collega's gesproken kan worden, nu de (syn.) gereformeerde kerken wel vrouwen in het ambt kent. Overigens moet daaraan toegevoegd worden, dat die collega, het is mevr. v. d. Veen-Schnekeveld, blijkens de citaten van ds Lindeboom wel vreemde dingen zegt voor een gereformeerde predikante. Kun je van zo iemand nog wel collega blijven?
Tegenover het geloven op de traditionele manier stelt Lindeboom het geloven op een andere manier, zoals deze o.m. door prof. Kuitert
wordt voorgestaan. De bijbel is voor Kuitert een verzameling godsdienstige opvattingen, welke in de loop der eeuwen in Israël en later bij de volgelingen van Jezus geleefd hebben.
De zonde val wordt door hem ontkende Wonderen verwijst hij naar het riik der fabelen. Het bestaan van de duivel ontkent hij. Volgens hem kan men wel op tien manieren in de opstanding van Jezus geloven. Over abortus moet men zich maar niet druk maken. De wens van de vrouw moet hier de doorslag geven. We moeten ook af van de gedachte, dat de plaats om God te ontmoeten op zondag in de kerk zou zijn. De kerk voorziet wel in een menselijke basisbehoefte, maar voor de institutaire vorm van de kerk is weinig toekomst. Mogelijk is dat er een hogere vorm van religie komt en dat we met andere godsdiensten groeien naar een grote gemeenschappelijke wereldgodsdienst.
De wederkomst van Christus kan ook best anders verlopen dan in de bijbel wordt verhaald. Misschien zal de Heer al geruime tijd op aarde zijn en wordt Hij daar opeens ontdekt.
Dit alles overziende vraagt Lindeboom zich met reden af, of wat bij Kuitert voor geloof doorgaat, niet een ander geloof is dan het onze. Immers het volstrekt enige van het christelijke geloof geeft hij voor een zeer groot deel op.
In een volgend hoofdstuk "De tweede stem" gaat Lindeboom in op de opvattingen van dr H. Wiersinga, de theoloog die ontkent dat Christus in zijn lijden en sterven de straf voor onze zonden gedragen heeft. Het is triest te moeten constateren, dat hoewel zijn dissertatie veel kritiek ontmoette en de synode zijn opvatting niet toelaatbaar achtte, hij toch een blanco attestatie van Amsterdam naar Leiden kreeg. Uit dit geschrift blijkt ook duidelijk, dat momenteel in deze kerken elke vorm van leertucht ontbreekt. Wiersinga kreeg later steun van prof. Rothuizen voor zijn opvattingen.
Afschuwelijk is ook het enthousiasme, dat zowel Rothuizen als Kuitert later betoonden voor het smerige, Godslasterlijke geschrijf van Van het Reve.
In het volgend hoofdstuk "Uit elkaar groeien" laat Lindeboom zien hoe er een kloof ontstaan is tussen de nieuwere theologische ontwikkeling en de traditionele geloofsbeleving van vele kerkleden. Door veel voorbeelden laat hij zien, hoe diep en breed die kloof wel geworden is.
Hoe ver staat een gereformeerde wel af van iemand als ds Boelens, die de godheid van Christus loochent.
In het hoofdstuk "De vondst van het pluralisme" wijst Lindeboom erop, dat men niet spreekt van leervrijheid, maar van pluralisme. De kerk is een veelvoud van overtuigingen die elkaar tegenspreken. De kerk is een dialoogkerk. Een heidense goeroe heeft nu eenmaal God op andere wijze ervaren dan wij. Gelukkig dat dat mogelijk is, zegt men. Op deze wijze, zo merkt Lindeboom op, blijft er niets meer over van een kerk, die volgens de bijbel een pijler en fundament der waarheid is.
Uitvoerig gaat ds Lindeboom in op "samen op weg", de beweging die de Hervormde kerk en de Gereformeerde kerken dichter bij elkaar en tot meer samenwerking wil brengen.
Hoe men in de Gereformeerde kerken langzamerhand "omgeturnd" wordt laat hij o.m. zien aan de hand van de wijziging van de belijdenisvragen. Over de H. Schrift, over de belijdenis van het Christelijk geloof en over de leer die alhier geleerd wordt, wordt gezwegen.
Hoe er met twee maten gemeten wordt, laat hij zien in de gedragslijn tegenover predikanten, die zich niet met de kinderdoop kunnen verenigen.
Deze moeten opstappen. Alle mogelijke dwalingen, hoe ergerlijk ook, worden echter rustig geduld.
In het hoofdstuk "Menselijke moraal of goddelijk gebod" laat Lindeboom zien, dat ook de christelijke ethiek niet aan de dogmatische stormloop ontkomen kon. Met name het huwelijk is hier een van de slachtoffers. Lindeboom wijst erop, dat we op deze wijze helemaal terugkeren naar de heidense praktijk van vroeger eeuwen. In de keizertijd was in Rome het ongehuwd samenwonen zo algemeen, dat het ontbindend en ontwrichtend op het maatschappelijk leven ging werken. Augustus moest daarom wel speciale wetten uitvaardigen om het huwelijk te bevorderen.
Aan het slot van zijn boek stelt ds Lindeboom dan de vraag wat de grondoorzaak is van alles. Zijn antwoord is: het niet meer buigen voor de Heilige Schrift als Woord van God. Het "vroom en eerbiedig luisteren" naar de Heilige Schrift ontbreekt. Ik vrees, dat de sombere situatietekening van Lindeboom juist is en dat metterdaad het buigen voor de Schrift als Woord van God in het geding is.
Lindeboom vraagt: moet dat zo doorgaan? Mijn vraag is: is het al niet veel te lang zo doorgegaan?
Het boek van ds Lindeboom geeft ons een duidelijk maar ook triest beeld van de kerken waarmee we tot 1944 één waren.
Het is een bijna onvoorstelbaar beeld voor hen, die nog tot de ongedeelde Gereformeerde kerken behoord hebben. Bij het lezen had ik soms de neiging om te vragen of Lindeboom de zaken niet iets te somber schildert. Maar ik ben een buitenstaander. Als ik echter b.v. de (soms wat te voorzichtige) artikelen van prof. Runia lees en de artikelen in Credo komt het op mij over, dat er toch ook nog velen in de Gereformeerde kerken zijn, die gewoon gereformeerd gebleven zijn. Mijn indruk is verder, dat Lindeboom in zijn boek wat te veel overhoop haalt en daardoor soms bepaalde zaken te gemakkelijk signaleert.
Zo deelt hij mede, dat in ons land vijftig procent van de jonge mensen tussen de 18 en 25 jaar samenwoont. Dit cijfer lijkt me te hoog. In elk geval onderbouwt Lindeboom dit gegeven niet. Verder vertelt hij, dat in de vrijgemaakt Gereformeerde kerken te Enschede het samenwonen voor het huwelijk niet voorkomt. Dit zou een gevolg zijn van goede kerkelijke voorlichting. Zijn conclusie is dan ook, dat een goed beleid van de kerkenraad dit ongehuwd samenwonen voorkomen kan.
Was dat maar waar. Hoe het staat met die kerkelijke voorlichting weet ik niet. Wie echter meent, dat het ongehuwd samenwonen daar niet voorkomt, is toch wel een vreemdeling in dat kerkelijk Jeruzalem. Met alleen goede kerkelijke voorlichting redden we het niet.
Tenslotte, ik bewonder ds Lindeboom wegens de wijze waarop hij rustig doorgaat met zijn hopeloos lijkende strijd voor het vroom en eerbiedig luisteren naar Gods Woord. Jammer, dat nog niet veel gereageerd is op het ernstig beroep dat van zijn boek uitgaat. Zijn geschrift verdient echt meer belangstelling.