De diaken en de ouderling in de gemeente (2)
1982-05-14
Delen in de vreugde van Gods werk- Jaargang 26
- nummer 19
We vervolgen de lezing van het formulier: "De Here roept ook nu tot het betonen van gastvrijheid, offervaardigheid en barmhartigheid, opdat de zwakken en hulpbehoevenden volop delen in de vreugde van Gods volk. In de gemeente van Christus mag niemand ongetroost leven onder de druk van ziekte, eenzaamheid of armoede." (Rom. 12 : 13; Hebr. 13 : 2, 16; 1 Ptr. 4 : 9)
Concrete aanwijzing ván en aansporing t6t (wat wij noemen) diaconale hulp. Materiële hulp.
Maar er is méér. Daàrop wijst vooral Hebr. 13, n.l. het delen in de vreugde van Gods volk.
In de gemeente mag niemand ongetroost leven onder de druk van ziekte, eenzaamheid of armoede.
leder verstaat dat het hier niet in de eerste plaats gaat om materiële hulp, maar om het delen in de vreugde van Gods volk! Wij moeten het elkaar mogelijk maken om blij de Here te kunnen dienen. Door een tegenstelling tussen rijk en arm mogen de armen niet gehinderd worden met blijdschap het heilig avondmaal te vieren.
Daar waar in het formulier gesproken wordt over de vreugde van Gods volk, wordt ook verwezen naar het O.T., naar Deuteronomium. Deut. 14: 28,29; over de tienden, Deut. 16 : 11, 14; over de grote feesten en hun vreugde; Deut. 24: 19-21; waarin Israël tot barmhartigheid wordt aangespoord.
Wij gaan daar nu niet verder op in. Alleen dit, het leven van en de opdrachten voor de N.T.ische gemeente zijn niet anders dan die voor de O.T.-ische. Er is geen tegenstelling.
Het is goed daarop de nadruk te leggen, want het kan ons er voor bewaren dat we de barmhartigheid van het O.T. té materieel en de barmhartigheid van het N.T. té immaterieel zouden zien.
Allen moeten volop, niet karig of krenterig, delen in de vreugde van Gods volk.
Het is zowel voor ouderlingen als diakenen wanneer ze op huisbezoek gaan een zinvolle vraag aan randkerkelijken: "Wat verhindert u om met vreugde in 't huis des Heren te gaan?"
Wie weet wat we ermee op het spoor komen.
Taak van diakenen
Vervolgens lezen we: "Ter wille van dit dienstbetoon heeft Christus diakenen aan zijn gemeente geschonken. Wij lezen hoe de apostelen speciale ambtsdragers lieten verkiezen, toen zij zelf door hun vele arbeid niet in staat waren deze dienst naar behoren te vervullen.
Het is daarom de taak van de diakenen te zorgen voor de goede voortgang van dit dienstbetoon in de gemeente." (Phil. 1 : 1; 1 Tim. 3 : 8-13; Hand. 6: 7)
Ook al wordt in Hand. 6 niet over diakenen gesproken, toch is duidelijk dat het gaat over dienstbetoon dat later (in de brieven) aan diakenen wordt opgedragen. Wij mogen uit het ontbreken van het woord 'diakenen' niet concluderen tot een andersoortig ambt. De zaak is m.i.
duidelijk. De liefde van Christus moet zichtbaar worden; ook de Griekssprekende weduwen moeten volop delen in de vreugde van Gods volk! Dáár gaat het om. Phil. 1 : 1 is de enige plaats in het N.T. waar de opzieners en de diakenen in één adem genoemd worden.
1 Tim. 3: Uit de afzonderlijke opsomming van de eisen voor ouderling en diaken mogen we niet concluderen tot een diepgaande scheiding tussen beide ambten.
Ik lees het formulier verder:
"Zij zullen zich door huisbezoek van de moeiten op de hoogte stellen en de leden van de gemeente tot hulpbetoon opwekken, de gaven inzamelen, beheren en in Christus' naam uitdelen. De diakenen behoren de gemeenteleden die Christus' liefdegaven ontvangen, met Gods Woord te bemoedigen en te vertroosten.
Zij zullen zich met woord en daad beijveren, dat de gemeenschap die de heilige Geest in de gemeente werkt en aan het heilig avondmaal doet genieten, zichtbaar wordt.
Zo zullen wij toenemen in liefde tot elkaar en tot alle mensen." (Gal. 6 : 10; 1 Thess. 3 : 12; 2 Petrus 1 : 7)
Ook in dit laatste deel van het formulier en in de daarbij gegeven schriftplaatsen ligt weer alle nadruk op het zichtbaar maken van de liefde van Christus, het delen in de vreugde van Gods volk, de geestelijke opbouw van het lichaam van Christus. We hebben hier in kort bestek een zeer schriftuurlijke beschrijving van de dienst der barmhartigheid.
Maar als u vraagt: "Is dit geheel en uitsluitend voorbehouden aan diakenen?", "Heeft dit niets te maken met wat de taak is van ouderlingen?", dan is de vraag stellen haar ook beantwoorden.
De dienst der barmhartigheid is zodanig Geestelijk dat het van wat ouderlingen en predikanten in dezelfde gezinnen doen, niet mag worden losgemaakt.
Zeven vragen
Wanneer wij nu, gewapend met deze bijbelse fundering van het diakenambt, een antwoord moeten geven op de zeven vragen die ons zijn voorgelegd, dan is dat niet meer zo moeilijk.
1. Hoe serieus nemen wij, moeten wij het diakenambt nemen? Zij maken met handen en gaven zichtbaar wat de Geest in de gemeente werkt.
2. Komt eerst de ouderling en dan pas de diaken?
Ja. Ook al weten wij niet van de instelling van het ambt van 'oudste' (ze zijn er gewoon op een gegeven moment!); als het ligt in het verlengde van het apostolaat, dan gaat het aan het diakenambt vooraf.
3. Wordt de diaken ondergewaardeerd? Ja.
Zolang het diaken-zijn wordt gezien als inleiding op het ouderling-zijn, geven we blijk van onderwaardering zowel van het ambt als van de taak van de diaken.
4. Waarin zijn de ambten te onderscheiden?
In wat ouderlingen en diakenen moeten doen.
Zo specifiek voor een diaken is het zorgen voor de armen, zo specifiek is het voor de ouderling om over het huis Gods te regeren. Tegen deze achtergrond is het te verstaan dat men oudtijds de diakenen niet tot de kerkenraad rekende.
5. Hoe werken ze samen? Vaak slecht. Daarin kan op verschillende manieren verbetering gebracht worden.
6. Wat doet de kerkenraad met z'n diakenen?
Hen behulpzaam zijn voor en bij de schriftuurlijke uitoefening van hun taak. De diakenen moeten zich die hulp laten welgevallen.
7. Wat mag de gemeente verwachten?
Dat kerkenraad en diakenen haar voorgaan in christelijk dienstbetoon, in de breedste zin van het woord.
"De diaken, met betrekking tot de ouderling en de gemeente". Onmisbaar voor het goed functioneren van de gemeente des Heren. Niet vanwege de hoogheid van hun ambt, maar vanwege de schoonheid van hun taak. Zij hebben "samen met de dienaren des Woords en de ouderlingen zorg te dragen voor de gemeente", staat in het chr. geref. formulier. Het onderscheid tussen ouderling en diaken betreft hun taak. Zij dienen dezelfde Heer, in dezelfde gemeente, in dezelfde tijd en dezelfde omstandigheden, met hetzelfde doel, n.l. om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus. Als wij voor de verwezenlijking van dat doel elkaar vandaag een handreiking kunnen doen, dan hebben wij een goede conferentie.