"Wij hebben een Koning!"
1982-05-21
Als iedere Opbouwlezer eens moest opschrijven wat voor hem/haar eigenlijk "geloven" is en het geloof betekent, - wat zouden de antwoorden dan uiteenlopen. Een staalkaart: geloven is voor no. 1 een genadig God hebben; voor no. 2 een Vader in de hemel hebben; voor no. 3 een Zaligmaker hebben; voor no. 4 een verzekerde toekomst: voor no. 5 bijbellezen, bidden en naar de kerk gaan; voor no. 6 schuilen bij God ... Maar ik vrees dat niet velen zouden invullen: geloven is één Koning hebben. Een Redder, een Bevrijder, een Verzorger ... dat spreekt ons wel aan, maar een Koning? We zingen op Hemelvaartsdag vaak koningspsalmen, maar het klinkt wat opgeschroefd, 't hoort er nu eenmaal bij. En de Hemelvaartspreek komt soms wat gezwollen over, door grote woorden en dure kreten. Geloven is... een Koning hebben.- Jaargang 26
- nummer 20
Lopen we daar nog warm voor? Is dat wellicht de oorzaak van lege kerken met Hemelvaart en volle kerken met Kerst? Knielen we makkelijker bij de kribbe van Bethlehem dan voor de verhoogde Heer in de hemel (Filip. 2 : 9-11)? Wat haalt al ons preken en zingen over de Koning op zijn troon eigenlijk uit, in een wereld, die de zwakken opoffert aan de belangenstrijd van de sterken? De zon gaat op en de zon gaat onder, de klok tikt en de jaren schuiven voorbij, bijna 20 eeuwen Koning-zijn van Christus ... en geen nieuws onder de zon, zegt de Prediker.
Of moeten we zeggen, dat dit juist het grote Nieuws is, dat de Prediker nog niet weten kon, maar dat schijnt als de opgaande zon in haar kracht: Christus is Koning!
Ja, wij hebben een Koning ... achter de wolken en het is nog niet om over naar huis te schrijven. Want op de Olijfberg konden de discipelen wel hetzelfde zeggen als op Golgotha: "Is dat, is dat mijn Koning?" Waar is dan zijn almacht thans en waar zijn goddelijke glans? Als je lang naar boven kijkt krijg je de tranen in de ogen. Daarom wordt de blik van de discipelen door de engelen al gauw afgeleid van de hoogte naar de verte. Ginds ligt Jeruzalem ... en nog verder Judea ... en nog verder Samaria ... en nog verder de einden der aarde! Niet vernageld maar in beweging en in actie, want we hebben meer dan een Redder, een Verzorger, een eerste of laatste H.B.O .... geloven is: een Koning hebben. Buigt u aan zijn voetbank neer en zingt de lof van onze Heer!
Er is een tijd geweest, dat men geen koning had in Israël en dat was geen beste tijd, want ieder deed toen wat goed was in eigen ogen (Richt. 21 : 25).
Maar als Israël koningen krijgt is het ook nog niet alles. De eerste werd een tiranniek vervolger, de tweede vergoot te veel bloed om een tempel te mogen bouwen, en de derde liet weer zoveel bouwen, dat zijn volk zuchtte onder zware lasten. Een koning is blijkbaar ook nog niet alles.
Maar over de Koning, die op Hemelvaartsdag zijn troon beklimt behoeven we geen twijfels te hebben. Paulus schrijft in Filip. 2 dat Hij zijn koningschap te danken heeft aan zijn ootmoed en nederigheid.
Hemelse heerlijkheid liet Hij achter om op aarde te komen als een kind, ja als een knecht, ons in alles gelijk, maar dan wel op de onderste tree van de ladder.
We hebben wel een zeer vreemde Koning, die op een ezel zijn stad binnenreed, met doornen zich kronen liet en zijn titel "Koning der Joden" boven zijn hoofd aan een kruis kreeg. De weg naar zijn troon was wel een weg van bloed en tranen, maar van zijn eigen bloed en tranen. Uniek!
Geloven is deze zelfde Kruiskoning nu als Koning in de hemel te hebben. Toegerust met alle macht in de hemel en op de aarde. (Matth. 28 : 18).
"Waarom woelen de volken en spannen de natiën samen tegen God en zijn gezalfde Koning?" (Psalm 2)
Om dezelfde reden waarom enige jaren geleden Amsterdam in grote beroering werd gebracht door opstandige elementen, bij de inhuldiging van onze Koningin. Een paar dagen later wat er niets te doen in Amsterdam - bij 't meifeest van de vrijheid, dát werd toen ongestoord gevierd. 't Is maar de vraag hoe je de vrijheid invult. Per slot van rekening is Psalm 2 ook een "bevrijdingslied": "Laat ons hun banden verscheuren" (vs. 3). Protestsong. Maar van wie en tegen wie? De dag van Christus' troonbestijging is bepaald niet zonder opstandige rellen en kreten verlopen. Feest in de hemel, maar niet overal op de aarde. Bij de inhuldiging van zijn Zoon moet God zelf in toorn spreken: "Ik heb mijn Koning aangesteld, - laat u door Hem gezeggen en dient Hem met vreze, opdat ge niet te gronde gaat... Welzalig allen die bij Hem schuilen" (vss. 10-12).
Geloven is: bij deze Koning schuilen. Waarom zouden we niet kiezen voor deze omschrijving van "geloven"?
Omdat we misschien ergens in ons hart toch niet willen, dat Deze Koning over ons is (Luk. 19 :14,27)?
Willen we Jezus wel als Redder in de nood, maar niet als Koning, omdat we 't zelf voor het zeggen willen houden? Of is ons geloof misschien te klein voor zo iets groots als de Hemelvaart en Troonsbestijging van onze Heer? Is zijn almacht ons te machtig? Lijden we te weinig aan de wereld om echt blij te kunnen zijn met zo'n Koning? Is het wereldgebeuren nog te veel een "ver van ons bedshow"? En is om die reden de Hemelvaartsdag zo'n eenzaam en vergeten feest geworden onder de christelijke feesten?
Christenen lijden als het goed is aan de wereld, maar verheugen zich in hun Koning! Het is een lange weg en een roerige tocht naar de voleinding der wereld. Wolken en donkerheid benemen ons het gezicht op onze Koning... het gezicht wel, maar het geloof niet.
We hebben een Koning! En ik ben verzekerd, dat dood noch leven, heden noch toekomst, engelen noch machten, hoogte noch diepte ons ooit kan scheiden van de liefde en de trouw van God, die zo heerlijk zich manifesteert in Christus Jezus, - mijn Koning en mijn God. (Rom. 8 : 38,39).