Evangelisatie (3)

1982-05-21
  • Jaargang 26
  • nummer 20
Ik zit nog wat na te mijmeren over het tv-programma van gisteravond vanwege IKON/RKK: Moeten we elkaar blijven bekeren? Ik heb het wel niet helemaal gezien, maar toch voor een belangrijk gedeelte. Wat bevindt het geestelijk-kerkelijk leven van Nederland zich vandaag toch in een stroomversnelling! - dacht ik bij het kijken. Het is alsof de nieuwe ontwikkeling nu pas goed los komt; alsof wat jaren lang met kwistige hand gezaaid is nu plotseling uit de grond schiet. Wat bedoel ik? Wel, de verpolitieking van ons geloof.
Men liet zich in dat programma haast geen gelegenheid voorbij gaan om het gesprek in die richting te douwen en te drammen. Iedere geloofsuiting werd op haar politieke relevantie getoetst. Zelfs bespottelijke onkunde snelde te hulp om de gedachtewisseling in het walhalla der politieke stellingname te doen belanden. De heer - nee, broeder Hoekendijk - wiens eenvoudige en moedige getuigenis mij verwarmde - herinnerde aan de tijd der eerste christenen die het keizeroffer weigerden te brengen en om die reden voor de leeuwen werden geworpen.
Dat was een tijd van kiezen en van geloofszekerheid op grond van dat kiezen. Maar wat kreeg hij terug?
De eerste christenen waren dus ook al tegen de keizer en zijn politiek".
Inderdaad bespottelijke onkunde, want wat hebben die eerste christenen gebeden voor hun keizer en hem gehoorzaamd waar zij maar konden. Hun opstelling tegenover zijn gezag was positief. Alleen het keizeroffer, d.w.z. de vergoddelijking, weigerden zij hem. Daarmee zeiden zij luid en duidelijk dat het politieke leven niet zaligmakend is. Men zou wensen dat de tegenwoordige christenheid daar goede notie van nam!
Op de evangelist Hoekendijk was ik jaloers, omdat hij tot dit pratende, 'pratende, pratende gezelschap totaal niet behoorde. Hij was geheel anders (Ef.4 : 20). Dat tunnelgraven waar ik het in een eerder artikel over had was bij hem voltooid; hij was er doorheen. Je kon zien dat hij gewend was met het evangelie in de èchte wereld te staan, beschikbaar voor mensen die naar zekerheid zoeken. Gefeliciteerd!

Massa?
Maar nu verder. Br. Hoekendijk zei dat Nederland zendingsterrein geworden is. Hij voorzag dat men van (bijvoorbeeld) Korea uit hier naar toe zou komen om de boodschap van het evangelie te brengen. Het zou kunnen. Maar ik denk niet dat die prediking hier even massale bewegingen zal losmaken als daar.
Men versta mij wel: ik heb er geen behoefte aan mij over dat geloof der Koreanen laatdunkend uit te spreken door het bijvoorbeeld het stempel 'Amerikaans' op te drukken, zoals in het tv-programma gebeurde.
En de lezer weet: Amerikaans is het ergste wat bestaat. Vooral in de ogen van het verpolitiekte christendom kan dat geen enkele genade vinden. Vandaar dat het anti-Amerikanisme in een bepaald soort kerken zo'n krachtige voedingsbodem vindt. Dat komt doordat de Amerikanen in groten getale nog geloven. Dat geloof mag er in sommige opzichten wat merkwaardig uitzien - dat vind ik ook - maar het valt niet te ontkennen dat je bij hen vaak een heel warm geloofsleven aantreft. En degene die zijn geloof kwijt is ergert zich mateloos aan degene die zijn geloof nog heeft. Ziedaar één van de belangrijkste wortels van het anti-Amerikanisme in ons land. Maar waarom verwacht ik dat massale bekeringen hier zullen uitblijven?
Omdat het zaad van het evangelie hier niet meer in maagdelijke bodem valt. Er is hier al eens geoogst.
En weliswaar vinden we in Nederland een onkerkelijkheid die even diep gaat als het meest onversneden heidendom, maar de vele radeloos zoekenden om ons heen lijken ten opzichte van het evangelie een vooringenomenheid te hebben: dàt niet! dáár hebben we onze bekomst van! Ze worden trouwens in hun weerzin tegen evangelie en kerk krachtig gesteund door het verpolitiekte christendom dat van de achter ons liggende tijd alleen maar kwaad weet te spreken zonder te onderscheiden - zoals wij een vorige maal probeerden - tussen een hartelijke en een geveinsde gehoorzaamheid aan het evangelie. (Dat is het! Men onderscheidt niet meer! Nergens meer! De jaren des onderscheids zijn voorbij in onze cultuur.)

Enkelngen!
Maar al blijft ons de massaliteit onthouden, dat is geen reden om het evangeliseren te laten. Als er in de hemel blijdschap is over één zondaar die zich bekeert, zoals Jezus zegt, dan mogen wij aardmensjes ons best voor die ene wat inspannen. Als dát nu toch eens van ons gezegd zou kunnen worden in de dag der dagen: hij/zij heeft één medemens bij de Here Jezus gebracht. Is dat niet iets om een kleur van te krijgen? Zou van ons niet veel gemakkelijker gezegd kunnen worden: door hem/haar heeft één medemens zijn geloof verloren?
Trouwens, ik denk dat dit het bijzondere van de aankomende tijd zal zijn dat die enkelen die zich bekeren uit alle hoeken en gaten van het leven zullen komen. Dus niet groepsgewijs uit de christelijke woonwijk 'Patrimonium', maar zoals de profeet zegt: één uit een stad en twee uit een geslacht (Jer. 3: 14).
Dus uit een verscheidenheid van levensverbanden. Ik heb deze tekst van Jeremia in mijn jeugd vaak gehoord.
Niet dat hij bij ons thuis een bijzondere rol speelde, maar ik kom uit de zware Alblasserwaard en vandaar.
Er werd met die tekst wel eens erg zuinig gedaan. Alsof je een speciale vergunning moest hebben om na die 'een' en 'twee' nog 'derde' te zijn. Maar dat is niet nodig.
Eigenlijk zit er best een leuk grapje in dat profetenwoord opgesloten. Er zitten twee reeksen in: één - twee, en stad - geslacht. Wanneer je die twee reeksen voortzet krijg je dit: één - twee - drie, en stad - geslachthuis. Dus de tekst zou als volgt vertaald kunnen worden: "Ik zal u nemen, één uit een stad, twee uit een geslacht. .. " waarbij dan de stippeltjes aangeven dat het met een derde term zou kunnen verder gaan: "en drie uit een huis". Een dubbel oplopende reeks dus: steeds meerderen uit steeds kleinere eenheden. Dat is bemoedigend! Wanneer de toeloop als een sijpelend stroompje begint, wanhoop dan niet! Je zou toch verderop ook getalsmatig nog voor verrassingen kunnen komen te staan! Dit zegt de profeet Jeremia in een hoofdstuk waarin hij iets vertelt over zijn evangelisatiewerk in het noordelijk tienstammenrijk. Want werkelijk zijn er destijds vanuit het zuiden verschillende evangelisatiecampagnes in noordwaartse richting ondernomen. Onder degenen die sinds jaar en dag van Israëls evangelie vervreemd waren. Bijvoorbeeld ook door of op last van koning Hizkia is dat gebeurd. In 11 Kronieken 30 wordt daarvan verteld. Je zou het niet verwachten dat je in zo'n boek als Kronieken iets over ons onderwerp 'evangelisatie' zou kunnen vinden. Men zou zich ook daar trouwens kunnen laten ontmoedigen door het resultaat: " ...Men lachte hen uit 'en bespotte hen".
Toch: "Maar enige mannen uit Aser, Manasse en Zebulon verootmoedigden zich en kwamen naar Jeruzalem". Als daar nu eens de voorouders van de latere profetes Anna bij geweest zijn van wie Lukas (2 : 36) vertelt dat zij uit de stam van Aser was...? Zou alleen om de rol die zij gespeeld heeft rondom de geboorte van de Zaligmaker het hele 'Project - 700 v.C. niet geslaagd mogen heten? Voor hoeveel weduwen tot in onze dagen toe zal Anna niet tot zegen geweest zijn!

Afspraak
Zoals ik een vorige maal al zei: men is in de groepen verder met de evangelisatiegedachte (en vooral met de evangelisatiepraktijk) dan in de kerken. Wij moeten er niet te eigenwijs voor zijn onze achterstand in dezen te erkennen. Anderzijds behoeven we onze vrijmoedigheid ook weer niet weg te werpen. Wij zouden namelijk als kerkelijken in de evangelisatie wel eens een heel eigen taak toegewezen kunnen krijgen. Wat ik bij mijn evangelische broeders en zusters zo bewonder is hun geloofswarmte; wat ik bij hen wel eens mis is een geloofsdiepte, of beter: diepte van geloofskennis. Ten opzichte van hen zijn wij in dat opzicht binnenvetters. 'A sleeping giant' - een slapende reus, zei Schaeffer eens van onze kerken. Het gevaar is natuurlijk dat wij op dit getuigenis bekwaam doorpitten. Of wij zulke reuzen zijn, weet ik trouwens ook niet. Maar wel is het zo dat mensen als br. Hoekendijk mij wakker maken. En niet alleen mij, ik zie het bij meerderen. Welnu, zouden de christenen uit de kerken met de christenen uit de groepen met het oog op de evangelisatie niet een verbond kunnen sluiten? Eenwording, samensmelting, bedoel ik dat? Nee, een gewone afspraak maken: als jullie evangelischen nu de haringen vangen dan zullen wij gereformeerden ze kaken en pekelen, dat wil zeggen: een behandeling geven met het oog op duurzaamheid. "Ja, ja, en dan jullie de hele vangst houden zeker!" Nee, ik ben geen kerkist; we zullen de vangst eerlijk verdelen. Ik gun de evangelischen best wat degelijk onderlegde christenen, zoals ik van hen graag wat warme christenen wil ontvangen. We zouden zo aan beide kanten tot het praktische inzicht kunnen komen, dat we samen iets te bieden hebben aan onze zoekende medemens. Door de dienst worden we dan misschien nog eens helemaal verenigd, zoals Nathan Söderblom eerder in deze eeuw profeteerde.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief