Eppo Doeve

1982-05-21
  • Jaargang 26
  • nummer 20
"Kijk daar eens, Eppo, wat een práchtige vrouw".
- "Otje, een mooiere vrouw dan jij bestaat niet. En je wordt nog altijd mooier".

Kunt u zich zulk een romantisch-echtelijke samenspraak voorstellen?
Jawel, van mensen boven de zestig, zo'n 35 jaar getrouwd of meer, kan dat nog. Hoewel het geslacht schijnt uit te sterven. Zo'n gesprek tekent de man: die zijn vrouw charmant behandelt, haar charmeert. Zonder leugen, zonder overdrijving, recht uit een puur hart.

Die man is niet meer. Hij heette Eppo Doeve, was van beroep schildertekenaar-graficus (maar ook beeldhouwer, glasgraveur, houtsnijder) en is vorig jaar overleden. Van die man gaf het uitstekend geredigeerde maandblad Elegance een levensbeeld: de tekst van Berdie Vermeulen, de foto's van Charles Vlek en de gereproduceerde schilderijen en tekeningen natuurlijk van Eppo zelf.

Die tekenaar-graficus Eppo Doeve is u niet ontgaan. Als u hem niet ontmoette.
Als u hem niet ontmoette in de Haagse Post of Elsevier, dan wel op bankpapier, postzegels, kalenders of exlibrissen. Of anders op affiches, theaterdecors (maar die bezag u niet) of boekillustraties. Misschien wel op een muurschildering in kerk of school - want Eppo was een veelzijdig kunstenaar. Zo'n autodidact, die niet alleen diverse verwante kunsten professioneel beoefende, maar bij voorbeeld ook acht muziekinstrumenten bespeelde, alles op eigen kracht.

Misschien herinnert u zich zijn Franse reis met (ik meen) Piet Bakker?
Het verslag stond in de Haagse Post en langs Tarascon komend waren ze aangewipt bij de door Alphonse Daudet beroemd geworden Tartarin. Ze trofen de onsterfelijke man thuis, hoorden hem een verslag geven van zijn laatste Afrikaanse reis ("verbeeld je, eens, midden in de Sahara ... ") en wisten alle details van Tartarin's omgeving te vertellen. Alles klopte met het boek Tartarin de Tarascon. En dat, terwijl Daudet al 85 jaar dood is en Tartarin nooit heeft bestaan. Maar Doeve's tekeningen deden u het verhaal gelóven!

Eppo is 2 juli 1907 te Bandoeng geboren. Als u het portret van zijn ouderlijk gezin beziet was zijn vader een Nederlander en zijn moeder een halve Javaanse. Eppo was dan ook donker; had vermoedelijk een kwart Indisch bloed. Hij bracht in zijn werk de artistieke, charmante verfijning mee van de Javaan; en tegelijk had zijn karakter dat nederige, betrouwbare en aardse, dat de Sakser kenmerkt. Zijn naam was trouwens een vervorming van Duif, uitgesproken in Drente of Twente. Die duif stond op zijn postpapier en op zijn zegelring.

Ja, het Javaanse element is wellicht de sleutel tot het verstaan van Doeve's kunst. Zo'n kunst, die op een eeuwenoude traditie stoelt; lijnen die onzegbaar fijn en nauwkeurig getrokken zijn; mensfiguren, bijna gestileerd tot wajangs; een soberheid in uitdrukkingsmiddelen, die alleen de noodzakelijkste details aangeeft en het vanzelfsprekende weglaat; een fijne, parelende toon als van een gamelang; schaduwen en zonneglansen als van de "gordel van smaragd, die zich slingert rond de evenaar"; vlakvullingen van etherische lijnen, die een omgeving van goede en kwade geesten schijnen aan te duiden.

Vermeulen's interview met mevrouw Doeve levert een biografie van Eppo.
Zij spreekt met warme liefde over haar bgaafde, lieve en moeilijke man; die haar leven beheerste maar die ze graag nog veel langer had verzorgd. Dat bleek trouwens uit de inleiding. Nóg zo'n kleine echtelijke samenspraak? (Ze liet een tekening zien: een meisje dat haar raam opent en naar buiten leunt. - Zie je die fijne krullen, dat beeldschone gezichtje?
En kijk nu eens naar de achterkant: daar zie je haar op de rug,) - "Dat je dat kunt, wat ben je toch knap!", had mevrouw Doeve geroepen.
- "Dat kan iedereen ... jij kunt koken, nou, ik kan toevallig dit", antwoordde hij bescheiden.
- "Jij bent een begaafd mens, dat God jou zo veel talenten heeft gegeven", had ze vaak gezegd.
- "De grootste schat die ik heb gekregen ben jij", was zijn antwoord dan.

Het Elegance-artikel geeft enkele tekeningen van Doeve als bladvullingen: een fijn vrouwenfiguurtje, lezend of slapend, tussen bloemen; vrijwel uit één eerbiedig dun lijntje getrokken; en ondanks het volkomen naakt zo decent, zo onschuldig, zo natuurlijk en ontroerend, als in de huidige kunst bijna niet meer gevonden wordt.

Dan het levensgrote schilderij van zijn jonge vrouw: als ontluikend meisje voor een spiegel gezeten, ziet u haar zowel op de rug als en face, terwijl ze u onschuldig belangstellend vanuit de spiegel aankijkt. In haar hand een roos, bij haar elleboog een juwelenkustje met een achteloos hangend parelsnoer. Een guitaar accentueert haar zachte leest. En fotograaf Vlek maakte een prachtige opname: door mevrouw Doeve vlak voor dit schilderij te plaatsen en een foto van Doeve, compleet met glimlach, penseel en palet, door de lijst de compositie te laten binnenstappen. Eppo, de actieve man, op de voorgrond; maar zijn vrouw in drievoud op de achtergrond.
Hetgeen dingen zijn, die bijzondere betekenis hebben.

"Ik ben het type", zegt mevrouw Doeve, "dat gelukkig is met een enkele roos, maar bij Eppo moesten het altijd grote boeketten zijn". Ook dat tekent een verhouding. Eppo was een kunstenaar - dat is ook een levensgenieter, een die veel vrienden heeft, gul is met wijn en sigaren, met champagne, feesten en bloemen. Ook een met veel liefde voor dieren. Op een foto staat hij tussen de duiven op de Dam, als het ware tussen zijn familie. Na de dood van zijn hond, die veertien jaar is geworden, wilde hij geen andere hond hebben: dat zou niet fair zijn.

Naast deze extraverte Doeve bestond er ook een naar binnen gerichte problemenjager Doeve. Eigenlijk was hij een ernstig mens, die niet televisiekeek, geen gewone moppen waardeerde, geen boeken las (als hij ze niet zelf moest illustreren) - maar die wel dagelijks uit de Bijbel las. En die voortdurend met de problematiek van dit korte aardse leven bezig was Zo'n merkwaardig voorbeeld van buitenkerkelijk christendom, die zijn vrouw aanraadde: "je móet de Bijbel eens gaan lezen - daar staan nou dingen in en waarheden ... !"

Zoudt u óók willen weten, wat Doeve daar nu het meeste van interesseerde?
Wij wel. Maar het wordt ons niet verteld. Wel laten zich sommige dingen vermoeden, als wij zijn verbondenheid met de Javaanse mystiek opmerken. Hij had van jongsaf begrepen, hoe wij in dit leven omringd zijn door goede en kwade geniën. Hoe wij tot de kinderen des Lichts of de kinderen der Duisternis kunnen behoren. Hij wist dat een goeroe zijn zieke broer gezond maakte; hij wist ook dat een kwade genius ons leven kan verwoesten.
Bij natuurvolkeren leven deze dingen veel bewuster dan bij cultuurmensen als wij. Toen hij voor het eerst naar Indonesië was teruggegaan - en daar een totaal ander land aantrof dan hij zich van zijn jeugd herinnerdekwam hij ziek terug; hij werd niet meer beter. "Ze hebben met mij daar iets gedaan", zei hij berustend tegen zijn vrouw. Hij meende, dat hij als afvallige Javaan "straf" had gekregen.

En wat is het verband tussen dit mystieke leven en de Bijbel? Waarschijnlijk vindt u het in de Evangeliën. Daar worden veel gevallen vermeld van "bezetenen", mensen die door kwade geesten bleken te zijn gekweld. En daar wordt ook concreet gesproken van engelen, die als dienaren van God Dmons staan. Doeve's bladvullingen (zijn tekeningen en schilderijen barsten bijna uit het kader) zijn vol aanduidingen van demonen en engelen.

Het is altijd een vreugde, zulke begaafde mensen te ontmoeten. Mensen, met misschien weinig scholing maar met veel intuïtie; weinig wetenschap maar wel veel encyclopaedische kennis en grote wijsheid. En mensen, bekwaam tot hun werk; waard om vorsten van dienst te zijn, zei Salomo. Zulke mensen verbeelden zich niets - wetend, dat zij' alles gratis gekregen hebben, om ten behoeve van de mensheid te gebruiken.

Doeve behoorde tot deze bevoorrechte mensenkinderen. Blij met dit leven, dankbaar voor Gods rijke scheppingsgaven, zijn veelkleurig en wonderschone schepping. Blij hiervan te getuigen in prent en toon. En altijd kinderlijk: mijn vrouwen ik hebben één kind - en dat ben ik.

U kunt zijn werk gaan zien in het Singer-museum te Laren en wel van 7 mei tot 20 juni. De deuren zijn van dinsdag tot zaterdag open van 10-17 uur. En het tijdschrift Elegance geeft voor zijn abonne's een herinneringsboek uit. Zie dat u het te pakken krijgt. Blij hiervan te getuigen in prent en toon. En altijd kinderlijk.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief