Over het "Wilhelmus" (4)

1982-05-21
  • Jaargang 26
  • nummer 20
Bekendheid
Ik heb er al eens op gewezen, dat ik er niet erg zeker van ben of de woorden van het Wilhelmus wel zo bekend zijn. Jazeker, we kunnen het Ie en het 6e couplet meezingen, desnoods een beetje met woorden en klanken gesmokkeld. Misschien is de winst van deze artikelenserie, dat u aanleiding ziet om het lied eens goed in u op te nemen.
Toen ik onlangs zat te bladeren in het bijzonder fraaie boek "Sta eens even stil…. Monumentenboek 1940/1945" viel me op, dat er veel gedenktekens zijn met een opschrift. Daarvan zijn er nogal wat afkomstig uit het Willhelmus. De meest geciteerde zin bleek te zijn "den vaderland getrouwe / blijf ik tot in den dood" of een deel hiervan. De spelling liet nog wel eens te wensen over, af en toe modern, soms de indruk van oud moeten wekkend. Ook het opschrift "de tirannie verdrijven" ziet men geregeld als opschrift. Het Wilhelmus is niet onbekend, maar ook nu rijst de vraag of dat betekent dat het gekend wordt.

Nogmaals: het opschrift
In het opschrift boven het Wilhelmus staat: "Een Nieuw Christelick Liedt gemaect ... " enz. Ik wil nog even ingaan op het Christelijke in het volkslied. Eigenlijk is dat niet zo'n moeilijk probleem. In de bespreking van de inhoud heb ik al op het een en ander gewezen, waarin het Wilhelmus een Bijbelse gedachtenwereld vertoont. Denkt u nog eens aan het gebed voor de overheden, de gehoorzaamheid aan God die hogere prioriteit heeft dan de gehoorzaamheid aan mensen (vergelijk dat eens met de betuiging van Petrus aan de raad in Hand. 4 : 19). Het valt op dat de Prins bij herhaling zijn trouw betuigt aan de koning zoals een Christen betaamt. Degene die het kwaad aan de Prins en aan de Nederlanden berokkent is dan ook niet de koning, maar de hertog van Alva met zijn soldaten.
Er waren die beweerden, dat het Wilhelmus niet maar een Christelijk lied is, maar dat het een typisch Calvinistisch, ja zelfs een gereformeerd lied zou zijn. Wat dat is, weet ik niet. Het lijkt me nogal arrogant op grond van heel Bijbelse ideeën in het lied dat lied voor jouw volksdeel te annexeren. En dat terwijl er ook anderen zijn, die het Wilhelmus zeer prijzen, met inbegrip van het Bijbelse dat zowel impliciet als expliciet in het lied voorkomt. Ik noem als voorbeelden Prof. Gerard Brom en de dichter en geleerde Anton van Duinkerken, beiden Rooms-katholiek. Het lied legt dan ook helemaal niet de nadruk op de godsdienstvrijheid of op de godsdienststrijd, maar wel op het vrijheidsmotief en terzijde zelfs op het welvaartsmotief. Er staat ook nergens iets, dat tegen het Roomse geloof getuigt.
Dat het een Christelijk lied is, bewijzen ook de vele plaatsen die in het Wilhelmus geciteerd zijn uit de Bijbel, of liever gezegd, die onmiddellijk herinneren aan het Bijbelse taalgebruik. We zullen een aantal plaatsen nagaan en die vergelijken met teksten in de Statenvertaling.

- Lijdt u mijn Ondersaten (str. 3). Luk. 21, 19: Bezit uwe zielen in uwe lijdzaamheid; Rom. 5, 3: wetende dat de verdrukking lijdzaamheid werkt.
- Godt sal u niet verlaten (str. 3)Ps. 27, 9: verlaat mij niet, 0 God mijns heils; Ps. 38, 22: verlaat mij niet 0 HEERE, mijn God.

- nacht ende dach (str. 3)1 Thess. 3, 10: Nacht en dag zeer overvloedig biddende; 1 Tim. 5, 5: en blijf in smeekingen en gebeden nacht en dag.

- den Jongsten dach (str. 4) - de Bijbel spreekt van "ten laatsten dage". Zie daarvoor b.v. Joh. 11, 24 en 12, 48.

- Mijn Schilt ende Betrouwen / Sijt ghij, 0 God mijn Heer (str. 6)Ps. 144, 2: mijn schild en op wien ik mij betrouw; 2 Sam. 22, 31: Hij is een schild alleen, die op hem betrouwen.

- Die mij mijn hert doorwondt (str. 6) - Ps. 109, 22: mijn hart is in het binnenste van mij doorwond.

- End mijn Vervolghers zijn (str. 7).Ps. 31, 16: red mij van de hand mijner vijanden, en van mijn vervolgers; Ps. 142, 7: red mij van mijn vervolgers.

- Haer handen niet en wasschen / In mijn onschuldich bloet (str. 7). Ps. 58, 11: hij zal zijn voeten wassen in het bloed des goddelozen.

- UHerder sal niet slapen / Al zijt ghij nu verstroyt (str. 14) - Jer. 23, 1: Wee den herders, die de schapen mijner weide ombrengen en verstrooien; Ezech. 34, 12: Gelijk een herder zijne kudde opzoekt, ten dage als hij in het midden zijner verspreide schapen is, alzoo zal Ik mijne schapen opzoeken; en ik zal hen redden uit al de plaatsen, waarhenen zij verstrooid zijn.

- Syn heylsaem woort neemt aen (str. 14) - Mark. 4, 20: welke het woord hooren en aannemen; Hand. 2, 41: Die dan zijn woord gaarne aannamen werden gedoopt.

- Strofe 15 refereert sterk aan Rom. 13. Zie ook 1 Petr. 2, 27: Vreest God, eerst den koning.

Dichterlijkheid
Er is wel eens beweerd, dat het Wilhelmus taalarm is en dat het dan ook geen erg hoogstaand gedicht zou zijn. Het is natuurlijk vrij moeilijk om te zeggen wanneer iets, afgezien van de inhoud, een goed of een minder goed gedicht is. Dat het Wilhelmus een aantal woorden bevat die nogal eens vaker dan één keer voorkomen, staat vast. Ik noem woorden als bloed, dood, zoet, God, vroom, edel, hoog.
Daartegenover staan regels zo vol van zeggingskracht en beeldend vermogen, dat de dichterlijkheid zonneklaar is. B.v.

Van al die my beswaren,
End mijn vervolghers zijn,
Mijn Godt wilt doch bewaren
Den trouwen dienaer zijn. (str. 7)

Verder: Na tsuer sal ick ontfanghen
Van God mijn Heer dat soet (str. 9)

Of: Oorlof mijn arme schapen
Die zijt in grooten noot,
U Herder sal niet slapen
Al zijt ghij nu verstroyt (str. 14)

Het is niet moeilijk meer prachtige zinnen aan te wijzen. U kunt ze zonder moeite vinden als u het gedicht in zijn geheel doorleest. Het is trouwens ook niet voor te stellen: een zwak gedicht dat na ruim 4 eeuwen nog zo tot de mensen spreekt.

Afsluiting
Om nu nog even weer terug te keren naar het begin van ons verhaal, met het Wilhelmus hebben we te doen met een uitermate Christelijk lied, maar daarmee is het nog niet tot kerklied geworden. Het handelt namelijk over zeer aardse zaken van ballingschap, van bevrijding en wanhoop op een betere toekomst; al lijkt een enkele regel bedrieglijk veel op iets als hemelverwachting, het is een lied voor een natie en niet voor een kerk.
Spijt het me dan, dat het Wilhelmus in het Liedboek voor de Kerken is opgenomen? In generlei wijze! Ik acht het een bijzonder groot voordeel dat het complete volkslied nu weer binnen ieders handbereik is, al zal dat niet de eerste bedoeling van de Interkerkelijke Stichting geweest zijn.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief