Naast mij

1981-12-18
  • Jaargang 25
  • nummer 46

Goede Heiland,
hoe wijs bent U begonnen:
U bent immers mijn broer,
dat weet ik.

Ook al bent U nu gelijk aan God,
mijn Heer Christus,
en koning van hemel en aarde,
toch kan ik voor U niet bang zijn.

U bent mijn metgezel,
mijn broer,
mijn vlees en bloed.

Ik zie ook, hoe in uw stamboom
goede en slechte mensen worden genoemd,
van wie U afstamt:
U wilt immers de vreesachtige en moedeloze
gewetens troosten,
opdat ze opnieuw op U vertrouwen.


Hebreeën 2, 14-18


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief