TOEKOMSTKUNDE

1981-01-09
  • Jaargang 25
  • nummer 1
Tot de jonge wetenschappen behoort de futurologie of toekomstkunde.
Deze wetenschap maakt een optelsom van de toekomstverwachtingen van aparte vakwetenschappen, in onderlinge samenhang geordend tot een verkenning van toekomstige situaties en condities, waarbij de positie van het mensengeslacht wordt ingedacht. Dat klinkt vrij moeilijk, wat het ook wel is. Laten we het daarom met de futuroloog dr F. L. Polak zo uitdrukken: we verkennen de situatie voor een zekere periode, gaan na of de verwachting wel gunstig is, proberen die verwachting zo nodig gunstig te beïnvloeden en overwegen, wat we met die toekomstige situatie gaan doen.

Zolang de mensheid denkt is ze bezig geweest met de dag van morgen.
De dag van gisteren was bekend, de dag van heden werd beleefd, de dag van morgen was belangrijk. Deze drie dagen liggen in elkaars verlengde, liggen als het ware in één lijn. Bilderdijk drukte het zo uit: "In het verleden ligt het heden, in het nu wat worden zal". En hoewel het Evangelie ons waarschuwt ons niet door zorgen voor mogen te laten inpalmen (elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad) - heeft de Heiland ons er ook op gewezen, dat we het weer van morgen kunnen voorspellen en evenzeer de tekenen der tijden kunnen verstaan.

Niet alleen het weer van motgen is vandaag belangrijk. De bouw van woonwijken, de opzet van middenstandszaken, de aanleg van wegen, de bouw van schepen, de vestiging van filialen, het onderzoek naar nieuwe produkten, de vervanging van opgeraakte grondstoffen, een voedselproduktie die aan de honger voldoet - al deze zaken worden vandaag niet meer aangepakt zonder een grondige studie van de toekomstverwachtingen voor een overzichtelijke periode. En als we even verder gaan: de verdeling vaneen nationaal irrkomen, het bewaren van werkgelegenheid en koopkracht, de bestrijding van honger, armoede en misdaad, voorkoming van erfelijke ziekten en misvormingen en talloze andere dingen die veel moeite en kosten besparen en meer leefgenoegen kunnen opleveren - deze vragen om toekomstgegevens op korte en langere termijn.

Er is nog altijd wantrouwen tegenover de toekomstkunde. Diverse economische blunders in het verleden gaven daar grond voor; trouwens ook voor de cynische uitspraak dat economie de wetenschap is, die achteraf kan verklaren hoe het misliep. Een voorname blunder werd gemaakt door de Britse predikant-econoom T. R. Malthus, die bijna 200 jaar geleden onze vaderen voorrekende, dat de wereldbevolking zo veel sneller toenam dan de bestaansmiddelen, dat we zo doorgaande spoedig zouden vastgroeien in tal en last. Hij heeft het mis gehad en het woord dominees-economie is er van overgebleven. Maar vandaag staan economie en futurologie heel wat steviger in hun schoenen.
Sinds 25-30 jaar wordt de toekomstkunde in ons land beoefend en zij heeft in die jaren haar noodzaak afdoende bewezen. Wij hebben thans een nationaal planbureau en een wetenschappelijke commissie voor regeringszaken. Geen onderneming van enige betekenis, die zich niet van toekomstprognoses bedient en regelmatige termijnplanning opstelt. U herinnert zich de club van Rome, de Anticlub, het Internationaal Congres van Oslo (1967) en Mankind-2000? Dan weet u ook dat de verwachtingen zich graag groeperen rondom het jaartal 2000.

Waarom tweeduizend? Omdat bij het beleven van de tijd het ritme van tien een rol speelt. We zien decennia (tientallen van jaren) als eenheden, spreken van de dertiger jaren, van tieners, van midden veertigers en de beweging der Tachtigers. In groter ritmiek is het cijfer 100 van betekenis.
We zien de eeuw als een grote eenheid, spreken van de gouden eeuw, het wonder van de negentiende eeuw, mensen van deze eeuw. En zoals de oudejaarsavond een mijlpaaltje is, waarop gezeten we even terug- en vooruitzien, zo is de eeuwwisseling al "eeuwen lang" begeleid door een zogenaamde fin-de-siècle-stemming: een hoofdzakelijk tragische bezinning op het ijdele karakter van onze bezigheden. (Tussen haakjes, laten we met een komende eeuwwisseling in het zicht niet de klassieke fout herhalen, van een verkeerde datum te kiezen. De eeuwwisseling valt niet op 31 december 1999, maar op 31 december 2000. Wie het even narekent, kan dit beamen - maar velen zijn slecht in het hoofdrekenen.) Sterker nog dan een eeuwwisseling spreekt dit ritmisch besef bij het "magische getal" 1000. Zoals u weet is het jaar 1000 n. C. destijds beleefd als het laatste jaar voor de komst van Jezus Christus. Men verwachtte het wereldeinde en zondigde daarom door zo lang het nog kon - of vergeestelijkte in wereldmijding. Vandaag beleven we weer de vooravond van een tiende eeuwwisseling en het jaartal 2000 heet "magisch".

Een groot verschil van nu met het jaar 1000 n. C. is: dat men toen geen aardse toekomstverwachting meer had en daarom geen plannen meer maakte. Maar de wereld verging niet en er stonden nog grote ontwikkelingen te wachten: humanisme, renaissance, hervorming, telecommunicatie, technische eeuw, computer, futurologie.

En vandaag leeft het geloof in een spoedige wederkomst van de Heiland allerminst. Integendeel, de mensheid zal het nu wel eens even aanpakken, beter, wetenschappelijker dan ooit. Vandaar die planning rondom 2000, industriële studies tot 2020 n. C.

In de Verenigde Staten is men verder dan in Nederland: heeft al een aantal leerstoelen in de futurologie, de toekomstkunde. Toch loopt Nederland allerminst achter in deze wetenschap. Daar sprak de Rotterdamse socioloog dr F. L. Polak al in 1950 over de computer, de mechanische verwerker van cijfergegevens. Daarna publiceerde hij diverse studies: "De toekomst is verleden tijd", "Prognostica" en "Gesprek met morgen". Hij was zeker de enige niet. Naast bijvoorbeeld Steenbergen "Orde of conflict" mogen we in eigen kring rondzien: Dr Ir H. van Riessen "De maatschappij der toekomst" (1952!) en dr E. Schuurman e.a. "Visie of visioen"
(1970). Daarnaast mogen niet de namen ontbreken van Toynbee, Karl Jaspers en Teilhard de Chardin.
Genoeg om te beseffen dat de dag van morgen reeds heden min of meer beleefd wordt. En daarbij zijn twee heel verschillende methoden mogelijk om toekomstverwachtingen op te stellen: de wetenschappelijke en de intuïtieve. Eigenlijk ook een derde: de combinatie van beide.

Streng wetenschappelijk heet de methode, die de lijnen van gisteren via vandaag naar morgen doortrekt. Zoals een bakker doet, die voor zijn groeiende clientèle zoveel zakjes meel per week verwerkte en daaruit weet, hoeveel hij voor de volgende maand bestellen moet. De intuïtieve methode doet anders. Die doet als de marktkoopman, die met behulp van zijn mensenkennis aanvoelt welk artikel volgende maand door iedereen zal worden begeerd. Dat lijkt op zakendoen met een natte vinger, maar als de marktkoopman góed is bouwt hij een zodanige zaak op, dat hij tot de derde methode overgaat: gebruikmakend van wetenschappelijke cijfers, al komen ze maar van het Centraal Bureau voor Statistiek, koestert hij zorgzaam zijn natte vinger.

Prof. dr F. L. Polak is iemand van de derde methode. Hij is niet alleen met cijfers en statistieken in de weer, maar rekent ook met zijn intuïtie.
Dat laatste wordt hem door "meer wetenschappelijke" collega's zo kwalijk genomen, dat waarschijnlijk om deze reden ons land nog geen leerstoel voor Toekomstkunde heeft. En dat terwijl - zoals NRC-Handelsblad in de weekeditie van 21 oktober publiceerde - Polak's boeken aan de Amerikaanse universiteiten grote opgang maken.
Intuïtie is een artikel, dat in de Nederlandse markt nog niet lekker ligt.
We denken gauw aan koffiedikkijkers, handlezeressen en andere minder serieuze toekomstvoorspellers. Nu, dat is intuïtie in elk geval niet. Het woord heeft te maken met inval, ingeving. Intuïtie is dus het min of meer bewust worden van gegevens, die in ons onderbewustzijn sluimeren, dan wel vanuit de "toekomst" in ons bewustzijn doordringen.

Enkele voorbeelden: de boekdrukkunst werd in drie landen tegelijk uitgevonden, toen de tijd er rijp voor was. De radar, atoomsplitsing, laser en andere fysische hoogtepunten .werden op verschillende plaatsen ter wereld gelijktijdig ontwikkeld, toen de tijd er om vroeg. Zo zijn in de scheikunde, natuurkunde, wiskunde vaak zuiver wetenschappelijke problemen op zuiver intuïtieve wijze opgelost. Gelukkig maar dat de moderne mens nog een kleinigheid heeft overgehouden uit vroegere perioden; iets wat trekvogels en andere wilde dieren nog bezitten.

Naast intuïtie is een gezonde en beheerste fantasie van grote betekenis, als we ons vandaag de dag van morgen willen voorstellen. We kennen vandaag de science-fiction, de wetenschappelijke verbeelding, die in romans en televisieseries miljoenen mensen voorhoudt, wat morgen werkelijkheid zou kunnen zijn. Maar de reis naar de maan, door Jules Verne ruim honderd jaar geleden beschreven, is nu mogelijk gebleken. De onderzeeboot, de elektrische verlichting en diverse andere "fantasieën" van deze schrijver zijn gemeengoed geworden. Geen wonder dat zijn boeken worden herdrukt. Leest u ze nog maar eens!
Zo sprak Polak in 1950 over de computer, toen Philips er nog lang niet aan toe was. We hebben nu al drie generaties van dit magische apparaat beleefd, meen ik. Cynici zeggen: de computer is zeer beperkt van vermogen, kan alleen uitkomsten geven die we er zelf in gestopt hebben.

Maar Polak ziet de computer nog veel verder ontwikkelen. Die spreekt al van een emotionele computer: die eigenschappen als fantasie, creativiteit, besluitvaardigheid en emotie zal bevatten.
Als hij gelijk zal krijgen (waarom niet? Hij beweert tot nu toe geen missers te hebben voorspeld) dan zullen onze kinderen te maken krijgen met robots en andere mechanische hulpen, zoals wij vandaag met computers en chips werken. De wetenschap kan niet stilstaan en in het nu ligt besloten wat worden zal.

Wat heeft dit alles ons christgelovigen te zeggen? Evenveel als aan de ongelovigen. Maar bovendien heeft de christen zijn toekomstverwachtingen op grond van Gods woord. Die zijn belangrijker dan wetenschappelijke of onwetenschappelijke futurologie. Wij zullen dus voor de toekomstkunde en haar uitspraken een voorzichtige plaats kunnen inruimen in onze eindverwachting - echter zonder dat deze wetenschap (of enige andere wetenschap) die eindverwachting kan wijzigen of ook maar beïnvloeden.
Als de tijd rijp is zal Christus op de wolken verschijnen. Zijn voeten zullen weer staan op de Olijfberg, even Oostelijk van Jerusalem.
En de vraag, die Hij ons zal stellen: heb jij, broeder en zuster, ongeacht alle futurologie, het geloof in Mijn wederkeer vastgehouden?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief