De betekenis van de kunst in ons (dagelijks) leven

1981-01-16
  • Jaargang 25
  • nummer 2



Tot nu toe hebben wij over 'kunst' gesproken en ben ik van de veronderstelling uitgegaan dat iedereen weet waar ik het over heb, althans een vermoeden heeft van wat ik bedoel. Als wij nu nader willen omschrijven, ja, willen definiëren wat kunst is - in ontologische zin - dan stuiten wij direct op grote moeilijkheden omdat in onze samenleving fenomenen van volstrekt verschillende aard zich wel degelijk "kunst" noemen of laten noemen.
Ik denk dan bijvoorbeeld aan de intellectualistische conceptual-art waarbij het vooral om de idee van een kunstwerk gaat en niet om de materiële uitvoering, of de magische rituelen van de body-art waarbij het lichaam van kunstenaar het centrum van de belangstelling is, of het "gebeuren"
tussen de kunstenaar en zijn publiek, de spanning of de atmosfeer, ik kan denken aan de extreem geabstraheerde vorm- en kleuronderzoekingen van zero, de minimal art of de zgn. "arte povera" , of aan de programmatisch eenvoudige schilder- en tekenbewegingen van de zgn. "fundamentele schilderkunst" en ten slotte aan "de nieuwe figuratie" die tegenwoordig weer opgang maakt.
Zijn al deze uiteenlopende stijlen en richtingen wel onder één noemer te brengen? De ontwikkeling wijst juist naar de tegenovergestelde richting: iedere kunstenaar zijn eigen stijl en -isme.
Het Groot Woordenboek der Nederlandse Taal van Van Dale maakt het ons niet veel gemakkelijker door maar liefst 9 verschillende woord-betekenissen te geven:

1. vak van kennis of studie, wetenschap;
2. kennis dienstbaar gemaakt aan de practijk, vaardigheid, bekwaamheid;
3. de bijzondere manier om iets te verrichten of tot stand te brengen;
4. volgens bepaalde regels beoefende verrichting, vak;
5. enkele handeling die door oefening of gaven verricht kan worden;
6. het vermogen van de kunstenaar en de toepassing daarvan; het vermogen dat wat in geest en gemoed leeft of daarin gewekt is tot uiting of voorstelling te brengen op een wijze die schoonheidsentroering kan veroorzaken;
7. elk der vakken die door kunstenaars beoefend worden;
8. collectieve voortbrengselen der kunst;
9. wat door mensen is gemaakt in tegenstelling met de natuur of het natuurlijke (de schepping of het geschapene, MdK).

In al deze betekenissen is zeker wel iets waars te ontdekken, maar algemeen geldig kan geen enkele genoemd worden. Het blijkt namelijk dat iedere cultuur of iedere cultuurfase zijn eigen omschrijving en opvatting van kunst heeft geformuleerd en verdedigd, zodat een definitie blijkbaar noodgedwongen cultuurbepaald is.
In onze samenleving die door haar pluriformiteit het niet meer kan opbrengen om één definitie of opvatting van kunst zaligmakend te verklaren, zijn wij in een ander uiterste vervallen. Zóveel verschillende - en vaak ook tegenstrijdige - zaken werden kunst genoemd, dat het begrip kunst tegenwoordig letterlijk ALLES kan inhouden en daarom ook NIETS meer betekent, inhoudloos als het is geworden. Maar behalve dat kunst verschillende zaken kan betekenen, bedoelen kunstenaars er
vaak ook geheel verschillende dingen mee, beogen zij iets anders, worden zij door verschillende motieven gedreven. Om maar bij de meest maatschappijkritische kunstmotivering te beginnen: er zijn kunstenaars die zich ten doel gesteld hebben (schijn)zekerheden, (vastgeroeste) gewoonten en (achterhaalde) normen te ontmaskeren, Men zet op zijn minst vraagtekens bij bepaalde maatschappelijke verschijnselen. Niet zelden propageert men d.m.v. de kunst nieuwe waarden, normen en leefpatronen. Deze vorm van kunst is veranderingsgezind, revolutionair gezind en oefent derhalve een vorm van maatschappijkritiek uit welke opkomt voor vrijheidsidealen, emancipatie van misdeelde minderheidsgroepen, bevrijding van de sexualiteit of de vrouw in het algemeen etc., zoals de feministische kunst doet. Het is een vorm van kunst die zich niet alleen bedient van een ideologie, maar zichzelf ook en dienste stelt van een bepaalde ideologie. Kunst is MIDDEL, zeker geen doel in zichzelf.
Een geheel andere motivering van kunstenaars is het op zoek zijn naar en vinden van nieuwe uitdrukkingsmogelijkheden, nieuwe beeldtaal, het opsporen van onvermoede, onverwachte, 'nieuwe' of 'in vergetelheid geraakte' aspecten van de zichtbare (of onzichtbare) werkelijkheid.
Wéér een andere motivering is het zich uitsluitend bezig houden met beeldende optische, visuele, aesthetische, fenomenen, waarbij heel sterk het "autonome" van de beeldende kunst naar voren komt, en tegelijkertijd haar eigen "relatieve" waardevrijheid, haar volstrekt eigensoortig taalgebruik.
Tenslotte is er dan nog een motivering te noemen welke de beschouwer tot verwondering, tot ontroering wil brengen, tot gevoeligheid en persoonlijke zelfkennis, zelfinzicht of meditatie wil leiden.
Noch over het wezen van de kunst, noch over haar betekenis, noch over haar functie, noch over haar werking zijn de geesten het vandaag eens.
Het begrip kunst zou ofwel afgeschaft, ofwel opnieuw geformuleerd moeten worden. Voor dit laatste is veel te zeggen maar daarmee zijn de problemen de wereld nog niet uit, want ook de kwestie van de kwaliteit, de persoonlijke visie, de communicatieve waarde en het normatieve van het kunstwerk, zijn verre van eenvoudig te beantwoorden.
Toch kan ik mij vrij goed vinden in de omschrijving die Johan Maurits Dirken, hoogleraar aan de T.H. te Delft van de kunst heeft gegeven. Hij stelt dat kunst een uniek gegeven is en een doel op zich, als verdieping van het menselijk beleven, als vormgeving van het gevoel, als communicatie van allerlei individuele waarden, als symbolisering van het nauwelijks verwoordbare. Kunst is z.i. levensnoodzakelijk, omdat het een van de weinige manieren is waarop je "dingen" enigszins intensief kan beleven.
De kunstenaar werkt dan ook als een soort tegenwicht tegen de eenzijdige rationaliteit, de technische of commerciële functionaliteit en uniformiteit, en tegen verstarring en gevoelsslijtage. (Vgl. Kunstonderwijs 4e jg. 1980 augustus, pag. 3).
De nadruk op de verdieping van het menselijk beleven, het intensief beleven van de dingen is mij uit het hart gegrepen. Ik geloof ook dat dat een wezenlijk element van kunst uitmaakt. Maar het typische van de kunst is dacht ik niet zozeer de diepgang der beleving zelf, maar juist het vermogen om tot 'Gestaltung', tot ver-beeld-ing, tot vormgeving daarvan te komen.
Dat is zeer beslist een aangeboren vermogen, maar niettemin ook een vermogen dat geleerd en ontwikkeld kan worden. (Vgl. Exodus 35: 34).
In diezelfde vormgeving zijn kwaliteitsniveau's aan te brengen - niet ieder kunstwerk is van hetzelfde hoge gehalte als zgn. meesterwerken. Bovendien kan kunst ook door niet-kunstenaars, niet-specialisten geappreciëerd worden. Waarom? Omdat het in de kunst m.i. gaat om de directe visuele uitdrukking van het menselijke leven dat wij van God hebben gekregen juist op het punt van die menselijkheid is de kunstenaar ook voor anderen aanspreekbaar, en kan zijn werk verstaan worden.
Kunst is dus een levensbeamend fenomeen, een soort ja-woord op de vreugde van het voor-Gods-aangezicht-mogen-bestaan. Zij doet dat met kracht en overtuiging, maar vooral met behulp van klanken, woorden, beelden of bewegingen die kenmerkend, samenvattend, algemeen geldend en symboliserend zijn omdat zij juist het essentiële tot uitdrukking brengen, de eenheid uit de veelheid weten te abstraheren en tot vorm weten om te zetten.
De Bijbel is heel duidelijk als het gaat over het talent, het zgn. aangeboren vermogen tot visualiseren van de kunstenaar. In Exodus 31 lezen wij van Bezaleël en Aholiab die van Gods Geest vervuld werden, met wijsheid, inzicht en kennis om allerlei ontwerpen te bedenken en die uit te voeren in goud, zilver en koper. Dus tóch iets voor specialisten? (Vgl. Ex. 35: 30- Ex. 36: 2).
Toch spreekt de Bijbel op vele plaatsen ook volkomen vanzelfsprekend op een geheel andere wijze over kunst. In ieder geval haalt de Bijbel het begrip "kunst" weg uit de sfeer van het ivoren toren kunstenaarschap, uit de sfeer van de genie-cultus, uit de sfeer van de anarchistische avantgartle, weg uit de sfeer van de vrijblijvende autonome aesthetica en wel het méést nadrukkelijk WEG UIT DE SFEER VAN DE AFGODISCH BEELDENDIENST.
Om te beginnen wordt voor het kunst-ambacht in het N.T. het woord "techne" gebruikt, dat in dezelfde sfeer ligt als de zgn. artes mechanicae in tegenstelling tot de zgn. artes liberales, waartoe de kunst in de Renaissance werd gerekend (denk aan grote meesters als Raphael, Titiaan, Leonardo da Vinci en Michaelangelo!).
Al de kunst een ambacht is, dan is het een normaal menselijk beroep als ieder ander en verdient het eenzelfde respect als ieder ander (degelijk) beroep. Daarmee wordt namelijk tegelijk gezegd dat kunst niet autonoom, maar altijd functioneel, dienend is. Kunst is sociaal en niet vrijblijvend of individualistisch. Kunst is ook gemeenschap-stichtend - maatschappijbevestigend zouden wij thans zeggen. De Bijbel kent eigenlijk niet het begrip "vrije" kunst wals wij die zijn gaan waarderen en gebruiken, maar eerder zoiets als "toegepaste kunst". Kunst en kunstenaars zijn in de Bijbel dan ook geen superfenomenen wie een uitzonderingsbehandeling te beurt vallen, maar evenmin onbruikbare irrelevante elementen in een samenleving die 't wel zonder hen meent te kunnen stellen. Op zichzelf brengt deze onderscheiding "kunst als ambacht" de zaak wel enigszins tot hanteerbare proporties terug, maar daarmee is de zaak niet afgedaan. In Handelingen 17 : 29 lezen wij namelijk dat Paulus stelt: Daar wij dan van Gods geslacht zijn, moeten wij niet menen dat de Godheid gelijk is aan goud of zilver of steen door menselijke kunstvaardigheid gesneden of bedaoht.
Het gedeelte van Handelingen 19: 21-40 over de zilversmid Demetrius houdt m.i. daar rechtstreeks verband mee. Er ontstond namelijk grote opschudding inzake DE WEG, nml. die de gelovigen hadden te gaan. Omdat Paulus heeft gezegd dat de goden die met handen worden gemaakt geen goden zijn, komen Demetrius en andere ambachtslieden in opstand omdat zij vrezen dat hun tak van arbeid niet meer in tel zal zijn, en ook dat het heiligdom van de godin Artemis zal worden ontluisterd. Met een beroep op de algemeen verbreide afgoderij probeert Demetrius en de zijnen dus zijn inkomsten en welstand veilig te stenen.
De vraag of men als christen een kunst-ambacht mag beoefenen komt hier dus aan de orde. Paulus verbiedt m.i. echter niet het kunst-ambacht als zodanig maar de afgoderij in wier dienst deze tak van arbeid staat.
M.a.w. de doelstelling, het kader waarin gewerkt wordt, zo men wil: de cultus die ermee bedreven wordt, is verkeerd. Er worden afgoden mee vereerd '- en vaak viel dit in de practijk van deze afgoderij zó uit dat het afgodsbeeld ZELF als een afgod werd vereerd, zodat de afgod en het afgodsbeeld samenvielen.
Iets soortgelijks als wij in Openbaring 18 over de val van Babylon lezen.
In deze stad zijn de kooplieden der aarde rijk geworden uit de macht van haar weelderigheid. Hier staat de kunst in dienst van de commercie en de hebzucht - eveneens als afgodische machten te typeren.
Wat wordt (christen)kunstenaars over Babylon voorgehouden?
Weest vrolijk over haar, gij hemel en gij heiligen, en gij apostelen en profeten, want God heeft uw rechtzaak tegen haar bereoht. In Openb. 18 : 22 lezen wij: Zó zal Babylon met geweld geworpen worden, de grote stad, en zij zal nooit meer gevonden worden. En geen stem van citerspelers en zangers, van fluitspelers of bazuin blazers zal meer in u gehoord worden en NIEMAND DIE ENIGE KUNST BEOEFENT ZAL MEER IN U GEVONDEN WORDEN ... want door uw toverij werden alle volken verleid; en in haar werd gevonden het bloed van profeten en heiligen en van allen die geslacht zijn op aarde.
De uitspraken van Jesaja, Ezechiël, Hosea, Zacharias en andere profeten sluiten wat Gods oordeel betreft over afgoderij en afgodsbeelden hier geheel bij aan en de conclusie die wij hieruit kunnen trekken is dan ook deze: dat het zeer van belang is te weten vanuit welke mentaliteit een kunstwerk tot stand komt - dat is te ZIEN - en in dienst van welke machten hij staat.
Een derde punt van belang lijkt me hoe de Bijbel spreekt over (aesthetische) schoonheid. Dát de Bijbel oog voor schoonheid heeft, voor het zien van schone vormen en kleuren lijkt me zonneklaar (Vgl. Psalm 45 : 12, Spr. 6 : 25, Spr. 31 : 30, Jes. 3 : 24,33: 17, 44 : 13, Ez. 28, Hos. 10: 11, Zach. 9 : 17 etc.).
In het Hooglied vinden wij een welsprekend loflied op de prachtige schoonheid van de schepping en van de mens. Hier wordt volop genoten (zintuiglijk) en er wordt niet preuts of achterbaks over gedaan - maar het is dan wel een genieten dat wordt geboren uit oprechte en waarachtige liefde. Het is de liefde tot God en tot de (mede)mens die bepalend is voor het zien van de schoonheid aller dingen, in hun geschapenheid, in hun menselijkheid èn in hun schone VORM. Daarom is het Hooglied geen platvloers hedonisme, waarbij de man en vrouw aan hun sexuele trekken komen, in elkaar opgaan, maar staat dit op een veel hoger plan omdat de samenhang met de betrokkenheid op God hierbij centraal staat. Als in het Hooglied 7 : 1 staat: Hoe schoon zijn uw schreden in de sandalen vorstendochter!
De welvingen van uw heupen zijn als sieraden, werk van meesterhanden, dan wordt hierin toch de schepperhand van God bezongen in navolging van wie wij slechts kunnen en mogen scheppen en vormgeven. Op analoge wijze lezen wij in Hebreeën 11 : 10 dat Abraham door het geloof de stad met fundamenten verwachtte, waarvan God de ontwerper en bouwmeester is.
De bijbelse norm voor schoonheid ligt derhalve niet op het puur esthetische vlak, maar ligt dieper verankerd in de innerlijke schoonheid die uitstraalt, méétrilt en méékomt in de uitwendige schoonheid, maar daar zeker niet los van staat, laat staan daar boven uit komt. Er is geen sprake van een vergeestelijkte, platonische schoonheid.
Heel illustratief blijk, dat in Ezechiël 28 : 12 waar staat: Volmaakt zijt gij van gestalte, vol van wijsheid, volkomen schoon - waarmee m.i., het samengaan van wijsheid (vreze des Heren) en schoonheid wordt uitgedrukt.
Wellicht is daarom de kern van het aesthetische eerder met heerlijkheid aan te duiden dan met schoonheid. omdat in het begrip heerlijkheid ook is van de waarheid Gods verankerd ligt die ook wel eens gruwelijk en afstotend ECHT kan zijn. Heerlijkheid in zijn voleinding echter kan slaan op schoonheid die eerst in het Nieuwe Jeruzalem zal worden aangetroffen.
Tenslotte nog iets algemeens, dat eigenlijk betrekking heeft op onze reformatorische beleving van het geloof, en wel de nadruk op het woord dat in onze erediensten té eenzijdig geaccentueerd wordt.
De Bijbel is m.i. niet alleen het boek van Het Woord, of van menselijke woordkunst, hetzij gesproken of gezongen, maar ook van beelden, van het meer kan functioneren. Het is toch opvallend hoevaak onze Here Jezus beeld. Wij moeten het woord niet verabsoluteren zodat het beeld niet Christus gebruik maakt van beelden als Hij het Koninkrijk Gods ter sprake brengt. Het zaad in de akker, het mosterdzaadje, de verborgen schat in de akker, de wijngaard, het sleepnet, de vijgeboom, het bruiloftsmaal, de talenten, de verloren zoon, het verloren schaap, de onrechtvaardige pachter, de wijze en dwaze maagden, de koopman die naar paarlen zocht, en tenslotte het kind.
Het zijn beelden die heel functioneel, heel VEELZEGGEND gekozen zijn, zonder omhaal van (veel) woorden tot in de kern van de zaak doordringen!
De beelden zijn begrijpelijk en verstaanbaar voor mensen omdat zij ziende niet zien en horende niet horen, d.w.z. over onvoldoende onderscheidingsvermogen beschikken om de zaken waarover Jezus spreekt te doorzien.
Wat verder te denken van de droombeelden en visioenen der profeten en niet in het minst het boek der Openbaringen zèlf. God spreekt wel degelijk ook door beelden en de Bijbel is een boek waarin soms uiterst "beeldende" taal wordt gebruikt. Daarom kom ik terug op mijn stelling in het begin, namelijk dat wanneer de mens als totaliteit, als individu dat op verscheidene niveau's functioneert en zijn zintuigen gelijkelijk laat spreken en gelden, God geheel en al wil dienen, hij zeker ook zijn zintuigelijkheid en beeldend vermogen niet kan missen en daarom ook niet mag negeren.
Daarom moeten wij niet alleen. de woordkunst, de dichtkunst en literatuur, maar ook de beeldende kunst(en) in ons leven betrekken.
Wij mogen de huidige afgodische richtingen en trends in de kunst kritisch bezien en veroordelen, maar moeten niet daarom de kunst als zodanig en als potentiële mogelijkheid - notabene óók artistieke talenten zijn van God gegeven - de pas afsnijden. En zelfs bij de moderne kunst is het nog zo dat het principe dat Groen van Prinsterer op de Franse Revolutie toepaste ook hier van kracht is, namelijk dat er niet ENKEL slechts uit voort is gekomen. Ook voor dát goede b.v. de ontsluiting van de beeldende middelen, de beeldtaal zelf - ook al is het weinig - moeten wij onze ogen niet sluiten. Het is helaas maar al te vaak waar dat de heidenen ons in kundigheid op veel gebieden vóórgaan en dat wij veel van hen kunnen leren. Het gaat erom dat wij die kundigheid niet verachten, maar tegelijkertijd scherp onderscheiden vanuit welke mentaliteit en doelstelling wordt gewerkt.
Nog beter zou het zijn als christenen niet achter de ontwikkelingen zouden aanlopen, maar dat hun geestelijke wapenrusting en hun kwalitatieve mens-zijn hen in staat zou stellen baanbrekend werk te verrichten ten behoeve van Gods Koninkrijk en tot behoud van vele mensen die God niet kennen maar zouden kunnen kennen. Maar dat is een pretentie die wij niet op grond van ons eigen kunnen en onze eigen talenten mogen koesteren.
Het ging mij erom aan te tonen dat kunst intrinsiek tot het leven geordend, beheerst en gesystematiseerd wordt, de kunst als het terrein waarop het leven intensief beleefd, ervaren wordt en gestalte krijgt, en de religie als het terrein waarin het leven zijn uiteindelijke bestemming vindt - in de directe relatie met onze Here God - dan heb ik niets anders willen zeggen dan dat wij geen van deze sectoren kunnen missen, en dat geen enkele sector over de andere mag heersen of voor zichzelf zou mogen opeisen. Dankzij deze terreinen - heel generaliserend gesproken krijgt het menselijk leven zijn beslag, mogen wij daar dankbaar voor zijn, en mogen wij ons daarin uiten.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief